Volkstuin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Siertuin met tuinhuis (met grasdak) op tuinpark Tuinwijck in Groningen
Moestuinpark Stadspolder in Dordrecht
Volkstuinen in Nederland (1952)

Een volkstuin is een particuliere tuin die niet bij de eigen woning ligt. Volkstuinen zijn er in vele soorten en maten: van traditionele moestuinen waar groente en eventueel fruit en kruiden op verbouwd worden, tot siertuinen met bloemen, heesters, een gazon, een vijver en zelfs bomen. Soms hebben siertuinen een thema, bijvoorbeeld een Engelse landschapstuin, een rotstuin, een natuurvriendelijke tuin of een Japanse tuin. Daarnaast kent de volkstuin allerlei tussenvormen waarin nutsgewassen en siergewassen door elkaar worden geteeld.

Afhankelijk van de gemeentelijke bouwvoorschriften, mogen er opstallen op de tuin staan: een platte bak, een kas, een schuurtje of een tuinhuis. In sommige tuinhuizen mag gedurende de zomerperiode (april-oktober) overnacht worden, dat wordt dan door de gemeente in een vergunning geregeld.

Het tuinpark[bewerken]

Volkstuinen liggen zelden solitair, maar meestal met enkele tientallen of honderden verzameld in een volkstuincomplex of volkstuinpark. De volkstuinders vormen dan vaak een tuinvereniging. De volkstuinders in een vereniging beheren en onderhouden behalve hun eigen tuin ook het algemeen groen van het tuinpark: de paden, singels, grasvelden, bermen, sloten, parkeerterrein enzovoorts. De tuinvereniging heeft ook vaak gemeenschappelijke gebouwen. In de tuinvereniging gelden regels en afspraken die zijn vastgelegd in statuten en reglementen.

Geschiedenis[bewerken]

In 1838 verhuurt voor het eerst een organisatie volkstuinen, dat gebeurde in Franeker door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.[1] In België worden de eerste volkstuinen in 1861 door Pieter Bortier in Gistel aangelegd. De bekendste organisatie die in België volkstuinen oprichtte was het Werk van den Akker en den Haard, later in Vlaanderen omgevormd tot De Vlaamse Volkstuin. Met het opkomen van de arbeidende klasse in de loop van de 19e eeuw verschijnen volkstuincomplexen in de Nederlandse steden. De gemeenten zijn de grondverhuurder. Rond de Eerste Wereldoorlog richten de volkstuinders vanuit emancipatiestreven de eerste tuinverenigingen op. Reeds toen moesten volkstuinders opkomen voor hun belangen omdat ook in die tijd al het risico groot was dat ze uitgeplaatst of wegbestemd zouden worden. In 1928 stichten volkstuinverenigingen het Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland (AVVN).[2] Een landelijke organisatie was nodig om politieke besluitvormingsproces betreffende volkstuinders te kunnen beïnvloeden.

Tot in de jaren '50 bleven de meeste volkstuinen echte moestuinen. In de loop van dat decennium verdween de economische functie van de volkstuin en kwam langzamerhand de siertuin op. Volkstuinieren is nu een vorm van openluchtrecreatie, of dat nu spitten, snoeien, planten of oogsten is, of uitrusten en genieten na gedane arbeid.

Tegenwoordig[bewerken]

Volkstuinparken liggen door het hele land, vooral in of aan de rand van steden. De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen verhuurt tegenwoordig zowat 1.800 tuinen langs de spoorlijnen in Vlaanderen.[bron?] Daarnaast liggen er ook verschillende andere volkstuincomplexen ‘toevallig’ in de buurt van de spoorweg. Volkstuinparken worden geregeld door stedelijke herstructurering bedreigd. De gedachte daarachter is dat de grond meer opbrengt als daar woningbouw of bedrijvenvestiging op plaats vindt. Volkstuinders doen er dan ook alles aan om hun vereniging te behouden. Ze maken duidelijk dat ze een voor mens en maatschappij waardevol groengebied beheren en nemen het initiatief om hun tuinpark een meerwaarde voor de stadsbewoners te geven. De volkstuinparken zijn vaak tussen zonsopgang en zonsondergang openbaar toegankelijk. Veel volkstuinverenigingen nodigen wijkbewoners actief uit om mee te delen in hun voorzieningen en activiteiten zoals een tuinmarkt en een plantenbeurs, voorbeeldtuinen, jeugdtuinen, een wandelroute, een natuurleerpad of zelfs een kinderboerderij. Door natuurlijk tuinieren dragen de volkstuinders er toe bij dat hun tuinen -maar ook het algemeen groen op het tuinpark- een oase vormen voor bedreigde dier- en plantensoorten. De volkstuinverenigingen Piccardthof en Tuinwijck in Groningen zijn hier koplopers in.

Nederland[bewerken]

Nederland telt 240.000 volkstuinen, en bijna 1000 tuinverenigingen.[bron?]

Internationaal[bewerken]

Volkstuinieren is niet alleen aan Nederland of België voorbehouden, maar is een internationaal fenomeen. Zo kent Europa de internationale volkstuinkoepel Office International du Coin de Terre et des Jardins Familiaux met meer dan 3 miljoen aangesloten volkstuinders in 14 landen. Nederland is tot en met 2014 voorzitter van dit samenwerkingsverband en organiseert in dat jaar in Utrecht een internationaal volkstuincongres met als thema Focus op Volkstuinen. Rode draad is de natuurlijke en maatschappelijke meerwaarde van volkstuinparken voor de omgeving.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Geschiedenis volkstuinen
  2. Geschiedenis AVVN
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren'.