Startbaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Startbanen van Paraparaumu airport in Nieuw-Zeeland

Een startbaan is een vlakke, brede strook land op een vliegveld waarvan vliegtuigen gebruik kunnen maken bij het opstijgen en het landen.

Een startbaan is in principe hetzelfde als een landingsbaan. Op grote, drukke vliegvelden worden sommige banen gebruikt voor hetzij starten, hetzij landen, maar meestal dient dezelfde baan voor beide manoeuvres.

In de Nederlandse taal kennen we daarom drie benamingen: 'startbaan', 'landingsbaan' of 'start- en landingsbaan' afhankelijk van de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de baan op een bepaald moment. In de Engelse taal wordt take-off runway, landing runway of runway gebruikt.

De startbaan is voor een vliegveld essentieel. Sommige kleine vliegvelden bestaan uit niet meer dan een startbaan, die ook wordt gebruikt om een vliegtuig te parkeren. Zo'n vliegveldje wordt wel vliegstrip genoemd. Men vindt ze bijvoorbeeld bij de afgelegen boerderijen (stations) in Australië.

De lengte van de startbaan moet voldoende zijn om een volgeladen vliegtuig vanaf stilstand genoeg snelheid te kunnen laten maken om op te kunnen stijgen, of bij het landen voldoende remweg te bieden. De breedte en het soort verharding, indien aanwezig, moeten geschikt zijn voor het type vliegtuig dat er gebruik van maakt.

Operationele aspecten[bewerken]

Actieve baan[bewerken]

Op vliegvelden met meer dan één baan wordt gebruikgemaakt van de active runway of de in gebruik zijnde baan. Dit is de start- of landingsbaan die op dat moment daadwerkelijk in gebruik is voor starts en/of landingen. De in gebruik zijnde baan is volledig verlicht terwijl de niet gebruikte banen niet of minimaal verlicht zijn. Men start en landt bij voorkeur met tegenwind, dus het hangt af van de windrichting welke baan open dan wel actief is. Tegenwoordig spelen ook andere factoren een belangrijke rol, zoals geluidsoverlast voor bewoners, milieuaspecten enz.

Een "gesloten" baan kan eventueel "geopend" worden als een vliegtuig met (technische) problemen de voorkeur heeft om een andere baan te gebruiken of als die andere baan beter geschikt is voor een noodlanding. Een langere baan is vanzelfsprekend een voordeel bij noodlandingen, maar ook het ontbreken van bebouwing in de aanvliegroute of in verlengde van de baan zijn belangrijke aspecten.

Benodigde lengte[bewerken]

Voor de kleinere moderne verkeersvliegtuigen is normaal gesproken een baan van 6000 voet (1829 meter) van voldoende lengte om te gebruiken voor start of landing. Voor grotere toestellen zoals een Boeing 747, Boeing 757, Boeing 767 en de Airbus A310 tot Airbus A380 is een lengte gewenst van minimaal 8000 voet (2468 meter) op zeeniveau en langer voor hoger gelegen vliegvelden.

Op zeeniveau is een baan van zo'n 10 000 voet (of boven de 3000 meter) geschikt om elk type vliegtuig te ontvangen.

Gebruikte afkortingen voor afstanden

In de luchtvaartwereld worden de volgende termen gebruikt voor afstanden op een start/landingsbaan:

De beschikbare afstand op een baan voor start of landing waarbij de ondergrond geschikt is voor dat gebruik.
De afstand van TORA + de lengte van de clearway (indien beschikbaar)
  • ASDA - Accelerate Stop Distance Available
De lengte van de takeoff run available vermeerderd met de lengte van de stopway (indien beschikbaar).
De totale beschikbare lengte van de landingsbaan die voorzien is van een geschikte ondergrond/oppervlakte

Technische aspecten[bewerken]

Toplaag[bewerken]

Start- en landingsbanen kunnen onder andere een toplaag hebben van:

Onderdelen of secties[bewerken]

Een start- cq. landingsbaan kent verschillende onderdelen:

Runway, met daaromheen de runway strip
  • De runway is het volledige verharde traject en normaliter voorzien van markeringen, midden-aanduiding, start- en eindmarkeringen plus uitloop-/overloopgebieden aan beide einden.
  • De runway strip is het opgeschoonde grasgebied rondom de verharde baan. Het gebied wordt vrijgehouden van elk obstakel of begroeiing die van invloed zouden kunnen zijn op het vliegtuig dat de baan gebruikt. Er is echter geen garantie dat het gebied zelf van voldoende kwaliteit is om er gebruik van te maken.
Blast pad van een startbaan
  • Blast pads, ook bekend als overrungebieden of stopways, zijn meestal aangelegd direct voor het begin van de startbaan zodat de blast van de straalmotoren van grote verkeersvliegtuigen geen schade kan aanrichten aan de baan zelf. Vliegtuigen mogen deze gebieden niet gebruiken, behalve in noodgevallen als uitloopgebied.
Displaced threshold op een startbaan
  • Displaced thresholds voor taxiën, opstijgen en het uitrollen na de landing, maar niet voor de landing zelf (de touchdown).

Indeling banen naar technische uitrusting[bewerken]

Er bestaan drie soorten banen:

  • Visual Runways of Zichtbanen voor kleine vliegvelden bestaan meestal uit een strook gras, gravel, beton of asfalt. Meestal zijn er geen markeringen aangebracht op een dergelijke baan. Deze banen kunnen alleen gebruikt worden bij goed zicht. Ze hebben soms ook een Precision Approach Path Indicator (PAPI) als hulpmiddel bij de landing.
  • Non-precision instrument runways zoals gebruikt bij kleine tot middelgrote vliegvelden. Deze start- en landingsbanen zijn meestal wel voorzien van markeringen (afhankelijk van de oppervlakte) zoals eindeaanduiding, middenstreep en soms een 1000 voet richtpunt. Deze banen beschikken soms ook over enkele radionavigatiemiddelen voor horizontale positie aanduiding zoals: NDB, VOR en GPS.
  • Precisie-instrumentbanen, zoals gebruikt voor middelgrote en grote vliegvelden hebben (optioneel) een blast pad voor vliegtuigen met straalmotoren, begrenzingaanduiding, middenaanduiding, richtpunten en diverse andere hulpmiddelen. Tevens zijn ze voorzien van een Instrument Landing System(ILS) waarmee een precisienadering van de landingsbaan kan worden uitgevoerd zodat een vliegtuig ook bij slecht zicht een veilige landing kan maken.

Baanverlichting[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

De eerste startbaan met kunstlicht werd in 1930 aangelegd bij het Cleveland Municipal Airport (tegenwoordig bekend als: Cleveland Hopkins International Airport) in Cleveland, Ohio.

Technische specificaties[bewerken]

Baanverlichting wordt gebruikt om landingen tijdens de avond en nacht mogelijk te maken. De lampen geven de contouren aan van de baan. Een landingsbaan kan enkele of alle van de navolgende types verlichting hebben:[1]

  • Runway End Identification Lights (REIL): gericht (zichtbaar vanuit de aanvliegrichting) of rondschijnend paar van synchroon knipperende lampen, geïnstalleerd aan beide uiteinden van de baan.
  • Runway end lights: een combinatie van vier lampen aan elke kant van de landingsbaan. Bij een precision-instrumentbaan staan deze lampen naast de hele lengte van de baan. Vanuit het naderende vliegtuig zijn deze lampen groen en vanaf de baan zelf zijn ze rood.
  • Runway Edge Lights: witte verhoogde lampen langs de hele lengte van de baan. Bij eeprecisie-instrumentbaan verandert de kleur in geel bij de laatste 2000 voet van de baan. Taxibanen onderscheiden zich door blauwe grensverlichting of groene middenverlichting, afhankelijk van de breedte van de taxibaan en/of complexiteit van de taxibanen.
  • Runway Centerline Lighting System (RCLS): verlichting verzonken in de baan met een onderlinge afstand van 50 voet (16 meter). Wit van kleur behalve de laatste 1000 meter waar er om en om witte en rode lampen worden gebruikt.
  • Touchdown Zone Lights (TDZL): een rij witte stroken licht aan beide kanten van de middenaanduiding. Aangelegd over de eerste 1000 meter van de baan, of tot halverwege als dat korter is.
  • Taxiway Centerline Lead-Off Lights: afwisselend gele en groene lampen verzonken in de baan
  • Taxiway Centerline Lead-On Lights: vergelijkbaar met bovengenoemde "Lead-Off" lampen.
  • Land and Hold Short Lights: een rij pulserende lampen dwars over de baan om de hold short locatie aan te geven op banen die LAHSO ondersteunen.
  • Approach lighting system of ALS: een systeem van lampen aangelegd op de aanvliegroutes van het vliegveld. Het bestaat uit een serie van lichtbalken of stroboscooplampen, dan wel een combinatie van beide. Deze verlichting bevindt zich in het verlengde van de banen.

De correcte werking van de verlichting, het aansturen van de diverse richtingaangevende verlichting enz. is de verantwoordelijkheid van de verkeerstoren. Naast de genoemde verlichting hebben vliegvelden vaak ook nog verkeerslichten die specifiek bedoeld zijn voor auto's en andere voertuigen die op het vliegveld rondrijden. Dergelijke gebruikers hebben deels eigen wegen over het terrein (soms enkel bestaande uit belijning op het platform), maar moeten natuurlijk ook vaak taxi- en zelfs startbanen oversteken.

Markeringen[bewerken]

Markeringen voor richting en ligging[bewerken]

Om bij de communicatie tussen de piloten en de luchtverkeersleiding vergissingen uit te sluiten, heeft elke startbaan twee aanduidingen: één voor elke richting waarin de baan gebruikt kan worden. Die aanduiding staat met grote letters op het begin van de startbaan aangegeven. De aanduiding bestaat uit twee cijfers, de honderdtallen en tientallen van de magnetische koers waarin de baan gebruikt wordt. In de noordelijke staten van Amerika gebruikt men echter het ware of geografische noorden vanwege de enorme afwijking tussen de magnetische noordpool en de geografische.

  • Het magnetische noorden heeft op aarde geen vaste plaats, maar verplaatst zich in de loop der jaren zeer langzaam. Een gevolg kan zijn dat de nummering van een baan na verloop van tijd aangepast moet worden. Baan "01/19" van Brussels Airport had vroeger de aanduiding "02/20".
Diagram van baan 09R (09 Rechts) met markeringen

Een startbaan die van oost naar west loopt zal bij aanvliegen (op koers 270°) vanuit het oosten gezien de aanduiding 27 hebben en vanuit het westen gezien (aanvliegend op koers 090°) de aanduiding 09. Bij grotere vliegvelden liggen vaak twee parallelle banen. De linkerbaan krijgt dan het achtervoegsel L ("left"), de rechterbaan het achtervoegsel R ("right"). Een eventuele derde baan krijgt het achtervoegsel C ("center"). Vier parallelle banen krijgen paarsgewijs een nummer met de aanduiding Left en Right, bijvoorbeeld 18L, 18R, 19L, 19R.

Markeringen voor gebruiksdoel en mogelijkheden[bewerken]
  • Wanneer een baan wordt afgesloten voor commercieel vliegverkeer (definitief of vanwege onderhoud) wordt de aanduiding vervangen door een kruis ("X").
  • De aan- en afvoerwegen naar de startbanen heten taxibanen en zijn gemarkeerd met blauwe lichten.
  • Lengteaanduidingen: Er zijn diverse markeringen en aanduidingen/aanwijzingen in gebruik op een startbaan. Langere banen hebben een aanduiding voor de nog beschikbare lengte (zwart vierkant met een wit cijfer). Dit bord geeft de nog beschikbare lengte aan in een enkel cijfer die het aantal duizend voet aangeeft.

Markeringen op een startbaan

Markeringen - Regionale verschillen[bewerken]
  • In Australië, Canada, Japan en het Verenigd Koninkrijk worden de 2- en 3-streeps markering voor touchdown zone vervangen door enkel-streepsmarkeringen
  • In Australië worden precisielandingsbanen alleen voorzien van een enkel-streeps touchdown zone en richtpunt. Alle non-precisiebanen hebben geen richtpunt.
  • Enkele Europese landen vervangen het richtpunt door een 3-streeps touchdown-zone
  • In Noorwegen gebruikt men over het algemeen gele belijning in plaats van de gebruikelijk witte lijnen
  • Banen kunnen verschillende markeringen en apparatuur installeren aan elk einde van de baan. Om kosten te besparen wordt bepaalde precisielandingsapparatuur slechts aan één kant aangelegd, namelijk in de meest gebruikte richting van de baan.

Bronnen[bewerken]

  1. Gegevens ontleend aan de website van de Federal Aviation Administration