Gustave Flaubert
| Gustave Flaubert | ||||
| Madame Bovary, c'est moi | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Geboren | Rouen, 12 december 1812 | |||
| Overleden | Canteleu, 8 mei 1880 | |||
| Werk | ||||
| Periode | 19e eeuw | |||
| Genre(s) | Romans | |||
| Stroming | Realisme | |||
| Bekende werken | Madame Bovary, 1857; Salammbô, 1862; L'éducation sentimentale, 1869; Dictionnaire des idées reçues, postuum | |||
| Franstalige schrijvers | ||||
|
||||
Gustave Flaubert (Rouen, 12 december 1821 - Canteleu, 8 mei 1880) was een Frans schrijver. Zijn bekendste werk is Madame Bovary.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
Flaubert werd geboren als zoon van de chirurg Achille Cléophas en zijn vrouw Anne Justines. Hoewel hij op school weinig uitvoerde, hield hij zich al vanaf zijn elfde bezig met literatuur. Flaubert verliet Rouen in 1840 om in Parijs rechten te gaan studeren. Het Epilepsie-Museum in Kehl-Kork (Duitsland) rekent hem tot de lijst vermaarde lijders aan deze ziekte.
Omdat hij van het buitenleven hield en in Parijs niet kan aarden, reisde hij tegen het eind van het jaar 1840 af naar de Pyreneeën en Corsica. Na zijn terugkeer in Parijs deed hij niets anders dan zijn tijd verspillen aan sombere dromen. In 1846 besloot hij in Croisset, vlakbij Rouen, een huis te bouwen voor zijn moeder, die alleen was achtergebleven in Rouen, nadat zijn vader en zijn zus Caroline waren overleden. Het was voor hem ook een reden om Parijs te kunnen verlaten en zijn rechtenstudie op te geven. Het huis in Croisset bleef zijn woonplaats voor de rest van zijn leven.
Van 1846 tot 1854 onderhield Flaubert een relatie met de dichteres Louise Colet. Hun brieven zijn bewaard gebleven. Volgens Emile Faguet was dit de enige sentimentele episode van belang in het leven van Flaubert, die nooit is getrouwd. In haar literaire salon ontmoette hij de actrice Edma Roger des Genettes, een van de velen waarmee hij een uitgebreide correspondentie onderhield. Zijn beste vriend op dat moment was Maxime du Camp, met wie hij in 1846 naar Bretagne reisde en in 1849 naar Griekenland en Egypte. Deze laatste landen maakten een diepe indruk op de verbeelding van Flaubert. Behalve voor een sporadisch bezoek aan Parijs verliet hij Croisset zelden meer.
Tot circa 1870 was het leven van Flaubert betrekkelijk gelukkig geweest, maar toen begon het ongeluk hem te achtervolgen. De angst voor de Frans-Pruisische oorlog vormde een aanslag op zijn gezondheid. Door de dood of fatale misverstanden verloor hij zijn beste vrienden. In 1872 overleed zijn moeder en sindsdien werd hij verpleegd door zijn nicht, mevrouw Commonville. Hij onderhield vriendschappelijke banden met George Sand en zag nu en dan zijn Parijse kennissen zoals Zola, Alphonse Daudet, Toergenjev en de gebroeders Goncourt, maar dat weerhield hem er niet van om zich troosteloos en melancholisch te voelen. Hij bleef echter met dezelfde intensiteit schrijven.
[bewerken] Schrijverschap
Na zijn terugkeer in 1850 uit het Nabije Oosten, begon hij met het schrijven van het boek "Madame Bovary". Hij had daarvoor nog nauwelijks iets geschreven of gepubliceerd. Het schrijven van de roman kostte hem uiteindelijk zes jaar. Vanaf 1857 werd het in afleveringen geplaatst in het blad "Revue de Paris". In eerste instantie was er uit bepaalde hoeken verzet tegen de publicatie: de overheid klaagde zowel hem als de uitgever aan, omdat de roman immoreel zou zijn. Toen het verhaal uiteindelijk in boekvorm verscheen, kreeg het echter een warm onthaal.
In 1858 bracht Flaubert een bezoek aan Carthago. Naar aanleiding van dat bezoek begon hij zich in archeologie te verdiepen om zijn volgende boek, Salammbô te kunnen schrijven. Hoewel hij onafgebroken doorwerkte, was het boek pas in 1862 af. Daarna schreef hij het boek L'éducation sentimentale, waarin hij gebruik maakte van veel herinneringen uit zijn kinderjaren. Het kostte hem zeven jaar voordat het boek uiteindelijk in 1869 gepubliceerd kan worden.
Naast zijn gepubliceerde werken zijn volgens sommigen de brieven het échte meesterwerk van Flaubert. Na zijn dood zijn tal van onbetrouwbare uitgaven hiervan verschenen. Tussen 1973 en 2007 publiceerde uitgeverij Gallimard een standaard-editie van Flauberts Correspondance in vijf dikke delen in de prestigieuze Pléiade-reeks, tezamen meer dan 7.500 bladzijden. Uitgebreide selecties hieruit werden in het Nederlands vertaald door Edu Borger en verschenen in vier verschillende delen in de reeks Privé-domein.
[bewerken] Bibliografie
Belangrijkste werk
- 1857 Madame Bovary
- 1862 Salammbô
- 1869 L'éducation sentimentale
- 1874 La Tentation de Saint Antoine
- 1877 Trois contes
- 1881 Bouvard et Pécuchet (postuum uitgegeven)
- 1911 Dictionnaire des idées reçues (postuum uitgegeven)
Uitgaven van zijn correspondentie (Nederlands)
- 1979 Haat is een deugd: Een keuze uit de correspondentie
- 1983 De kluizenaar en zijn muze: Brieven aan Louise Colet
- 1992 Wij moeten lachen en huilen: Brieven
- 2006 Geluk is onmogelijk: Een keuze uit zijn brieven
Uitgaven van zijn correspondentie (Engelstalig)
- 1953 Selected Letters
- 1972 Flaubert in Egypt
- 1985 Flaubert and Turgenev, a Friendship in Letters: The Complete Correspondence
- 1993 Flaubert-Sand: The Correspondence
- 1997 Selected Letters
Beroemd citaat: 'Ik eis in naam der mensheid dat de Zwarte steen verbrijzeld, het gruis ervan in de wind verstrooid, dat Mekka verwoest en het graf van Mohammed onteerd wordt. Dàt is de manier om het Fanatisme te ontmoedigen' (1878)[1]
[bewerken] Externe links
- Project Gutenberg e-texts van sommige werken van Flaubert
- Overzicht
- Links naar onderzoek, in meerdere talen
- Flaubert ingang in de Johns Hopkins Guide to Literary Theory and Criticism (Engels)
- Bibliomania pagina
- Algemene pagina over Flaubert (Engels)
- Een uitgebreide pagina in het Frans
- Pagina over Madame Bovary
- Flaubert
- Tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden
| Zie de categorie Gustave Flaubert van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Referenties
|