Johannes Marcus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johannes Marcus, kortweg Marcus (of ook: Markus) (Hebreeuws: מרקוס: "JHWH heeft gunst betoond" of "JHWH is goedgunstig geweest”; Grieks: Μάρκος), was de metgezel van apostel Paulus en Barnabas. Opvallend is de samenstelling van zijn naam: Johannes is een Joodse naam, Marcus een Romeinse. Volgens de overlevering was hij de schrijver van het Evangelie volgens Marcus.

Vermeldingen in het Nieuwe Testament[bewerken]

Johannes Marcus wordt enkele keren in het Nieuwe Testament genoemd. De eerste keer in Handelingen 12:

Aanhalingsteken openen

[Petrus] ging ... naar het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus, waar een groot gezelschap bijeen was gekomen om te bidden.[1]

Aanhalingsteken sluiten

In hetzelfde hoofdstuk wordt Johannes Marcus genoemd als de metgezel van Paulus en Barnabas:

Aanhalingsteken openen

Barnabas en Saulus keerden terug uit Jeruzalem na daar hun gift overhandigd te hebben. Ze namen Johannes Marcus met zich mee.[2]

Aanhalingsteken sluiten

De laatste keer dat Johannes Marcus wordt genoemd, is kort na het verslag van het Concilie van Jeruzalem in Handelingen 15. Paulus had duidelijk geen positieve indruk van Johannes Marcus:

Aanhalingsteken openen

Barnabas wilde ook Johannes Marcus meenemen, maar Paulus voelde daar niets voor, omdat hij hen in Pamfylië in de steek had gelaten en niet langer had deelgenomen aan hun zendingswerk. Een en ander leidde tot grote onenigheid, zodat ze uit elkaar gingen en Barnabas samen met Marcus naar Cyprus vertrok.[3]

Aanhalingsteken sluiten

Waarschijnlijk heeft dit op de gebeurtenis betrekking die kort daarvoor werd beschreven en waar eenvoudig over "Johannes" wordt gesproken:

Aanhalingsteken openen

Paulus en zijn reisgenoten scheepten zich in Pafos in om naar Perge in Pamfylië te reizen. Daar verliet Johannes de beide anderen en keerde terug naar Jeruzalem.[4]

Aanhalingsteken sluiten

Deze Johannes had zich bij het gezelschap gevoegd in Antiochië:

Aanhalingsteken openen

Zo werden Barnabas en Saulus uitgezonden door de heilige Geest. Ze gingen eerst naar Seleucië en van daar per schip naar Cyprus, waar ze aankwamen in Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de synagogen van de Joden. Johannes was met hen meegegaan om hen te helpen.[5]

Aanhalingsteken sluiten

Tradities[bewerken]

Traditioneel wordt hij beschouwd als Marcus, de schrijver van het evangelie volgens Marcus. Onder andere Papias, Origenes en Tertullianus dichten hem die rol toe.

Volgens sommige tradities was Marcus de man die water bracht naar het huis waar het Laatste Avondmaal plaatsvond.[6] Toen Jezus in de nacht gevangen werd genomen, kwam er een jongeman kijken wat er gaande was. Hij had alleen een doek om zijn lichaam geslagen. Toen hij gegrepen werd, liet hij de doek achter en nam naakt de vlucht.[7] Aangezien alleen Marcus gewag maakt van deze jonge man, wordt verondersteld dat dat Marcus zelf was.[8]

Sommige tradities nemen aan dat ook naar hem wordt verwezen met het Romeinse deel van zijn naam "Marcus", zoals in 2 Timoteüs 4:11 en Filemon 24. Ook in Kolossenzen 4:10 noemt Paulus een Marcus, nota bene de neef van Barnabas, waarvan sommige tradities deze identificeren als Johannes Marcus.

Tenslotte noemt Petrus "mijn zoon Marcus" in 1 Petrus 5:13. Sommige tradities stellen deze Marcus zowel gelijk aan Johannes Marcus als aan Marcus de evangelist en nemen aan dat het Evangelie volgens Marcus daarmee vooral is gebaseerd op de overlevering door Petrus.[9] Papias beweert dat de apostel Johannes placht te zeggen:

Aanhalingsteken openen

Marcus werd de tolk van Petrus en schreef nauwkeurig, weliswaar niet in volgorde, alles op wat hij zich herinnerde van wat de Heer had gezegd of gedaan. Marcus deed er niet verkeerd aan toen hij aldus sommige dingen uit zijn herinnering optekende. Want voor één ding droeg hij zorg: niets weg te laten van wat hij gehoord had en zich daarin niet aan valse beweringen schuldig te maken.[10]

Aanhalingsteken sluiten
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Handelingen 12:12, Nieuwe Bijbelvertaling
  2. Handelingen 12:25, Nieuwe Bijbelvertaling
  3. Handelingen 15:37-39, Nieuwe Bijbelvertaling
  4. Handelingen 13:13, Nieuwe Bijbelvertaling
  5. Handelingen 13:4,5, Nieuwe Bijbelvertaling
  6. Marcus 14:13
    Jose Maria Casciaro (1999): The Navarre Bible: Saint Mark’s Gospel, Four Court’s Press, University of Navarre, Dublin, blz. 172 (ISBN 1-85182-092-2)
  7. Marcus 14:51, 52
  8. Jose Maria Casciaro (1999): The Navarre Bible: Saint Mark’s Gospel, Four Court’s Press, University of Navarre, Dublin, blz. 179 (ISBN 1-85182-092-2)
  9. Eusebius: Historia ecclesiastica, VI, XXV, 3-7
    Tertullianus: Tegen Marcion, IV en V
  10. Eusebius: Historia ecclesiastica, III, XXXIX, 12-16