Wandtapijt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wandtapijt uit Brugge uit een reeks, met de zeven vrije kunsten als onderwerp
Wandtapijt naar schilderij van Albert Eckhout, slot Ehrenburg (Coburg)

Een wandtapijt is een handgeweven tapijt, waarbij echter niet, zoals bij gewoon weven, de inslagdraad over de gehele breedte van de ketting of schering loopt, maar in korte stukjes, zo lang totdat er weer van kleur gewisseld wordt. Ieder stukje wordt twee keer over de ketting gelegd: één keer over de even draden en dan terugwerkend over de oneven kettingdraden.[1] Het wandtapijt heeft een decoratieve functie; het weven van wandtapijten behoort tot de textiel- en toegepaste kunst.

In Nederland en Duitsland worden de woorden gobelin en wandtapijt vaak door elkaar gebruikt, maar een gobelin is een wandtapijt uit de manufactuur Gobelin, naar het "Hôtel Gobelin" in Parijs.

Productie[bewerken]

Frans wandtapijt met Lodewijk XIV

Het wandtapijt wordt met de hand geweven op een rechtopstaand of liggend weefgetouw. De kettingdraad vormt de drager waarin de gekleurde inslagdraad geweven wordt. Hierdoor wordt een kleurrijk patroon of tafereel gecreëerd. Wevers en weefsters van wandtapijten gebruiken als kettingdraad meestal een textielvezel van natuurlijke oorsprong: katoen, linnen of wol. Voor de inslagdraden wordt meestal wol, maar ook meer kostbare materialen gebruikt zoals zijde, goud- en zilverdraad. In principe kan elke textielvezel gebruikt worden voor het weven van wandtapijten.

De familie Gobelin hield zich in de 16e eeuw bezig met het bereiden van kleurstoffen en het verven van textiel. Voor het verven met natuurlijke verfstoffen, uit een groot aantal plantaardige en dierlijke stoffen geselecteerd, was stromend water onontbeerlijk. Veel wandtapijten zijn in de loop der tijd verkleurd. Dat is vooral te zien bij bv. de bladeren van een boom, die blauwachtig lijken (vanwege de kleur geel die het eerst verdwijnt).

Wandtapijten hebben zowel een artistieke kant als een ambachtelijke. De wandtapijten werden geweven in weefateliers of manufacturen. Het ontwerp voor het artistieke product werd in de 16e en 17e eeuw regelmatig vervaardigd door een bekend kunstenaar. Zo hebben bijvoorbeeld Rafael, Pieter Coecke van Aelst, Bernard van Orley, Jan Cornelisz Vermeyen, Michiel Coxie, Hendrick Cornelisz. Vroom, Karel van Mander, Albert Eckhout, David Teniers III en Peter Paul Rubens vele kartons voor wandtapijten op hun naam staan. In veel gevallen kwam er nog een gespecialiseerde kartonschilder aan te pas die het ontwerp in spiegelbeeld afleverde.

Techniek[bewerken]

Afbeelding van wever en weefgetouw in 1568

Het liggende weefgetouw heeft twee pedalen waardoor steeds de even of de oneven kettingdraden worden opgetild. De weefster steekt haar bobijn behendig door de draden en drukt de draden vervolgens naar beneden. De weefster werkt aan de achterkant van het tapijt met het karton zichtbaar in het weefgetouw. Zij kan bij een liggend weefgetouw (met lage schering) alleen door middel van een spiegeltje haar werk controleren.

Bij de rechtopstaande weefgetouwen (met hoge schering) kan de wever in een spiegel het karton zien, dat achter hem staat opgesteld. Door om het weefgetouw heen te lopen kan hij zijn werk controleren. In plaats van pedalen gebruikt hij zijn linkerhand om de draden op te lichten. Deze techniek, die in de 16e eeuw in Frankrijk werd toegepast is langzamer, omdat de wever alleen zijn rechterhand ter beschikking had om te weven, maar het karton is gelijk aan het tapijt dat wordt uitgevoerd.

Het weven van een oppervlak van een hand kost ongeveer een dag en het weven van een m² neemt ongeveer zes weken in beslag. Daardoor is de productie van nieuwe wandtapijten kostbaar en beperkt. Door het aantrekken van beroemde kunstenaars, zoals Jean Cocteau, Raoul Dufy, Salvador Dali, Georges Braque, Alexander Calder en Pablo Picasso had de tapijtfabriek in Aubusson een opleving in de jaren 30 van de 20e eeuw. In de jaren 80 is de fabriek gesloten.

Functie[bewerken]

Het succes van het wandtapijt als decoratie is deels te verklaren door het mobiele karakter ervan. Vorsten en edellieden konden op vrij eenvoudige wijze een serie wandtapijten van hun ene residentie naar de andere meenemen. Aan het Bourgondische, Spaanse en Habsburgse hof stonden wandtapijten synoniem voor rijkdom, luxe, prestige en macht. Wandtapijten vormden meestal reeksen of caemers. Ze dienden om kastelen op te fleuren en tocht te weren. Wandtapijten die tuinen afbeelden, gaven op winterse dagen een aangename indruk. Daarnaast hebben wandtapijten ook een akoestisch effect. In kerken worden wandtapijten opgehangen voor speciale gelegenheden. Voor het bezoek van Maria de' Medici in 1638 huurde het Amsterdamse stadsbestuur enkele kostbare wandtapijten, ter versiering van de zalen, kamers en het toneel.

Wilde vrouw met eenhoorn: het symbool voor kuisheid (Bazel)

Iconografie[bewerken]

De iconografie van de meeste westerse wandtapijten gaat terug op een geschreven bron: Herodotus, de Bijbel, mirakelenboekjes en de Metamorfosen van Ovidius zijn populaire inspiratiebronnen. Naast religieuze en mythologische kunnen ook jacht- en oorlogstaferelen het onderwerp zijn van een wandtapijt. Veel vernieuwingen zijn beïnvloed door de ontwikkeling van fresco's in Italië.

Aan de boord van een wandtapijt kan men de ouderdom afleiden. De boord is namelijk aan de mode onderhevig. De boorden werden in de loop der tijd soms afgeknipt, als ze als ouderwets werden ervaren.

Types[bewerken]

De term gobelin wordt vaak gebruikt voor 'wandtapijt' in het algemeen, maar duidt meer specifiek op een wandtapijt uit de Gobelin-manufactuur, opgericht in 1662, om de import van buitenlandse wandtapijten te beperken en de binnenlandse tapijtindustrie te beschermen; het zogenaamde mercantilisme.

De zogenaamde "pre-gobelins" zijn geproduceerd vanaf 1602 (of 1607) door de Vlaamse tapijtwevers Frans van der Planken en Marc Coomans, die de techniek van de lage schering in Frankrijk introduceerden.

Een verdure is een wandtapijt, meestal afkomstig uit Oudenaarde, het Land van Aalst, Geraardsbergen of Edingen waarvan de achtergrond en eventueel de decoratieve boord volledig gevuld is met decoratief loofwerk. Een speciaal type van verdure zijn de millefleurs-tapijten. Zoals de naam doet vermoeden, bestaat het loofwerk hier uit bloemen.

Historische ontwikkeling[bewerken]

Europa[bewerken]

Weefgetouw met hoge schering en spiegel
Een wandtapijt uit de reeks “De Slag bij Pavia”, met zicht op het kasteel van Mirabello en een gedeelte van het slagveld
Museo di Capodimonte, Napels
Bernard van Orley (circa 1491/1492-1542)

De oudste wandtapijten zijn noordelijke producties en dateren uit de 13e eeuw. De belangrijkste productiecentra waren toen Parijs, Doornik en Atrecht. De laatste twee centra kregen in de 15e eeuw heel wat opdrachten van de hertogen van Bourgondië. In de veertiende eeuw werden ook al wandtapijten gemaakt in Brugge, Oudenaarde, Geraardsbergen, Edingen en Gent. In de 16e eeuw werd Brussel het meest vermaarde productiecentrum. Ook in Mechelen, Leuven, Rijsel en Antwerpen waren clusters gevestigd. Antwerpen ging zorgen voor de verspreiding over de rest van Europa.[2] In Oudenaarde werkten meer dan 12.000 personen in deze industrietak; in Brussel circa een kwart van de bevolking, ongeveer 15.000 personen. De Zuidelijke Nederlanden waren het centrum van de Europese wandtapijtenproductie geworden. De katholieke vorsten Margaretha van Oostenrijk, Maria van Hongarije en keizer Karel V behoren tot de grootste verzamelaars van wandtapijten.

Aanhalingsteken openen

Keizer Karel V was een echte mecenas voor de wandtapijtenindustrie. Hij gaf ter gelegenheid van zijn kroning in Aken de opdracht voor de negen imposante wandtapijten ‘Los Honores’. Die stelden verschillende deugden voor, die een goed heerser moest in acht nemen. Keizer Karel was bijzonder gehecht aan die tapijten. Ze reisden overal met hem mee om hem te herinneren aan de kwaliteiten die van hem verlangd werden.[3]

Aanhalingsteken sluiten

Aan het einde van de zestiende eeuw verschoof de aandacht naar Parijs, Aubusson en de Noordelijke Nederlanden: Delft, waar François Spierincx en Karel van Mander jr werkten, Gouda en Amsterdam werden belangrijke productiecentra. In Firenze en Parijs werden staatsmanufacturen opgericht. Vooral de Parijse gobelins werden een begrip. De Aubussontapijten waren dan weer gekend voor hun decoratieve stijl.

Door de opkomst van het goedkopere behang in de 18e eeuw kwam de wandtapijtindustrie in de problemen. Maria Theresia heeft nog geprobeerd de Brusselse tapijtindustrie overeind te houden door regelmatige aankopen, die zij dan als "relatiegeschenk" weggaf, maar aan het einde van de achttiende eeuw was er in de stad geen weverij meer over.

Aanhalingsteken openen

De rijke materialen zijn de reden waarom veel wandtapijten de Franse Revolutie niet overleefden. Ze werden vernield omdat men de zilver- en gouddraad recupereerde. Ook voor de weverijen waren de immense dure tapijten niet altijd een zegen. Sommige weefateliers gingen failliet omdat ze jaren werkten aan een reeks, waarvoor ze een ontoereikend voorschot kregen.[3]

Aanhalingsteken sluiten

Oudenaarde[bewerken]

Oudenaardse wandtapijten waren gedurende meer dan vierhonderd jaar het voornaamste luxe-exportproduct van Oudenaarde en hadden een afzet over de hele wereld. De stad nam van de vijftiende tot de achttiende eeuw een belangrijk aandeel van de productie van verdures voor haar rekening. De grootste bloei was in de zestiende eeuw. De Oudenaardse wandtapijten zijn meestal getekend met een brilletje.

Een van de meest fameuze producties was "De werken van Hercules, Les travaux d'Hercule", maar het is omwille van de verdures dat Oudenaarde zijn populariteit kreeg. In 1668 werd Oudenaarde tijdelijk bij Frankrijk ingelijfd.

Beroemde collecties[bewerken]

  • Wandtapijtenmuseum in het stadhuis van Oudenaarde
  • Restauratieatelier Huis de Lalaing Oudenaarde
  • Kastelen van de Loire : Chambord en Chenonceaux
  • De zesdelige reeks La Dame à la Licorne, bewaard in het Hôtel de Cluny (Musée de Cluny), Parijs
  • De negendelige reeks Los honores, bewaard in het koninklijk paleis van La Granja bij Segovia, Spanje
  • De honderd wandtapijten, aangekocht door Sigismund I van Polen, ter verfraaiing van de burcht in Krakow.
  • De grootste collectie Vlaamse wandtapijten is in het bezit van de Spaanse Kroon. In de collectie bevinden zich ruim acht kilometer Vlaamse wandtapijten. Voor het huwelijk van Felipe werden 80 grote tapijten uit de reserve gehaald om het Koninklijk Paleis te versieren, slechts een klein deeltje van de wereldberoemde collectie.
  • Ontwerpen van Rubens zijn te zien in Kasteel Heeze.
  • De Dom van Keulen en het klooster Las Descalzas Reales in Madrid bezitten een reeks door Rubens ontworpen wandtapijten.
  • De reeks Handelingen der Apostelen, uitgevoerd door Pieter van Edingen naar kartons ontworpen door Rafaël, was bestemd voor de Sixtijnse Kapel en is nu in het bezit van het Vaticaan.
  • De zevendelige serie wandtapijten in het Zeeuws Museum te Middelburg.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. 2007090349 Het weefatelier van Maximiliaan van der Gucht - handwerken en handwerkwinkel
  2. Woltextapijten.com
  3. a b Gent.be, Wandtapijt

Bron[bewerken]

  • Delmarcel, Guy, Het Vlaamse wandtapijt van de vijftiende tot de achttiende eeuw, Tielt, 1999.
  • Mobiele fresco’s van het Noorden. Wandtapijten uit onze gewesten, zestiende-twintigste eeuw, tentoonstellingscatalogus, Antwerpen, 1994.

Externe links[bewerken]