Lodewijk XIV van Frankrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Lodewijk XIV)
Ga naar: navigatie, zoeken
Lodewijk XIV
1638-1715
Louis XIV of France.jpg
Koning van Frankrijk
co-vorst van Andorra
Periode 1643-1715
Voorganger Lodewijk XIII
Opvolger Lodewijk XV
Hertog van Luxemburg
Periode 1684-1698
Voorganger Karel II
Opvolger Karel II
Vader Lodewijk XIII
Moeder Anna van Oostenrijk
Dynastie Bourbon
Handtekening Handtekening
Lodewijk en zijn jongere broer Monsieur, de hertog van Orléans
Lodewijk XIV in 1661
Buste van Lodewijk XIV, door Bernini, 1665
De Zonnekoning ontvangt de doge van Genua in Versailles

Lodewijk XIV (Saint-Germain-en-Laye, 5 september 1638Versailles, 1 september 1715), bekend als Lodewijk de Grote (Frans: Louis le Grand) of de Zonnekoning (Frans: le Roi-Soleil), was koning van Frankrijk en van Navarra.

Lodewijk begon zijn persoonlijke heerschappij van Frankrijk in 1661 na de dood van zijn eerste minister, de Italiaanse kardinaal Jules Mazarin. Hij was een voorstander van de theorie van het droit divin, die pleit voor de goddelijke oorsprong en tegen beperking van vorstelijke heerschappij. Lodewijk zette het werk van zijn voorgangers van het vormen van een gecentraliseerde staat bestuurd vanaf de hoofdstad voort. Hij wilde de overblijfselen van het feodalisme, die volhardden in delen van Frankrijk, elimineren. Door de adellijke elite te dwingen in zijn imposante Kasteel van Versailles te verblijven slaagde hij er in de aristocratie aan zich te binden. Vele edelen hadden deelgenomen aan de Fronde, een opstand tijdens de minderjarigheid van Lodewijk. Op deze manier versterkte hij een systeem van absolute vorstelijke heerschappij in Frankrijk die zou duren tot de Franse Revolutie.

Frankrijk was de belangrijkste Europese macht en vocht in drie grote oorlogen: de Hollandse Oorlog, de Negenjarige Oorlog en de Spaanse Successieoorlog en ook in twee relatief kleine conflicten: de Devolutieoorlog en de Frans-Spaanse Oorlog, de zogenaamde Herenigingsoorlog.

Na zijn dood, enkele dagen voor zijn zevenenzeventigste verjaardag, werd Lodewijk opgevolgd door zijn vijf jaar oude achterkleinzoon, Lodewijk XV. Alle tussenliggende erfgenamen - zijn zoon Lodewijk, le grand dauphin; de oudste zoon van de dauphin, Lodewijk, hertog van Bourgondië en de oudste zoon van de hertog van Bourgondië, Lodewijk, hertog van Bretagne (de oudere broer van de toekomstige Lodewijk XV) - stierven eerder dan hij.

Biografie[bewerken]

Lodewijks geboorte kwam als een verrassing omdat zijn ouders, Lodewijk XIII en Anna van Oostenrijk, al drieëntwintig jaar getrouwd waren en tot dan toe geen kinderen hadden gekregen. Toen zijn vader overleed was Lodewijk nauwelijks vijf jaar oud. Lodewijks moeder was regentes, maar Frankrijk werd feitelijk geregeerd door kardinaal Mazarin tot diens dood in 1661. De jonge Lodewijk had zeer veel respect voor Mazarin, vooral omdat deze erin slaagde tussen 1648-1653 een opstand van de Franse adel, bekend als La Fronde, te onderdrukken.

Lodewijk kreeg onderwijs in Latijn en geschiedenis, wiskunde, Italiaans en tekenen, maar ging niet door voor een ijverige student. Dat hij niet begaafd zou geweest zijn, of nauwelijks leerde lezen wordt vaak verteld, maar behoort tot de fantasie. Hij ontwikkelde wel een buitengewone smaak voor schilderkunst, architectuur, muziek – Lodewijk speelde gitaar, toen beschouwd als een 'volks' instrument – en hij was erg begaan met dans, in die tijd een essentieel deel van de adellijke opvoeding. Lodewijk groeide op samen met Jean-Baptiste Lully, die in 1646 naar het hof was gehaald als knecht van Lodewijks nicht Anna van Montpensier.

Na een heftige, maar platonische affaire met Maria Mancini, een mooi nichtje van kardinaal Mazarin, huwde Lodewijk XIV in 1660 met Maria Theresia van Spanje. Het was een politiek huwelijk, dat tot stand kwam als onderdeel van het Verdrag van de Pyreneeën, dat de vrede met Spanje na de Dertigjarige Oorlog moest bezegelen. Het paar zag elkaar voor het eerst op een klein eilandje midden in de Bidasoa in 1659. Ze trouwden een jaar later in Saint-Jean-de-Luz, een havenstadje aan de Golf van Biskaje.

Omdat uitbetaling van de bijhorende bruidsschat achterwege bleef, eiste Lodewijk de Spaanse Nederlanden op als genoegdoening. Dit leidde tot zijn eerste oorlog, de Devolutieoorlog van mei 1667 tot mei 1668, waarbij maar een klein deel van de beoogde veroveringen gerealiseerd werd.
Aan Maria Theresia heeft hij zelden aandacht geschonken. Niettemin gaf zij hem zes kinderen. Behalve de kroonprins stierven deze allemaal op jonge leeftijd. Zij droeg haar lot waardig, hoewel Lodewijk voortdurend kortere en langere relaties had met andere vrouwen, onder anderen met Henriëtta (de dochter van Karel I van Engeland), met Louise de La Vallière en met Madame de Montespan, die hem maar liefst zeven kinderen schonk.

Na zijn breuk in 1680 met Montespan kreeg de koning een relatie met Madame de Maintenon, een vrome katholieke en intelligente vrouw, die aan het hof was gekomen als het kindermeisje voor Lodewijks onwettige kinderen bij Montespan. Zij zorgde voor toenadering tot zijn echtgenote en liet hem het katholieke geloof serieuzer nemen. De toenemende devotie van de koning leidde tot de herroeping van het Edict van Nantes en hernieuwde religieuze intolerantie tegenover de hugenoten. Madame de Maintenon werd aan het hof de spil van een kliekje, waartoe ook de dauphin (kroonprins) behoorde.[1] Deze vrome katholieken kregen steeds meer invloed op de ouder wordende koning. Na de dood van Maria Theresia in 1683 trouwde Lodewijk met Maintenon. Dit geheime morganatisch huwelijk werd wellicht door de biechtvader, Père la Chaise ingezegend.

De Zonnekoning werd geplaagd door ziektes (nierstenen en jicht). Bij het trekken van een kies kwam een groot deel van de bovenkaak mee, waarbij even voor zijn leven werd gevreesd. Deze en andere pijnlijke ingrepen doorstond hij. Fysieke moed kon hem niet ontzegd worden; tot zijn vijftigste ging hij zelf mee op veldtocht. Daarna kreeg hij veel last van zwaarlijvigheid.

In 1685 keek Lodewijk nog vanaf de zilveren troon van Versailles neer op de vernederde doge van de republiek Genua. Vier jaar later moest hij die troon wegens geldgebrek laten omsmelten. Hij zag zijn zoon Lodewijk en kleinzoon Lodewijk en diens vrouw Maria Adelheid van Savoye en twee van hun kinderen kort na elkaar sterven. Na het overlijden van de tweede kleinzoon Karel hing het voortbestaan van de dynastie af van één enkel achterkleinkind, de latere Lodewijk XV. Er dreigde een machtsstrijd tussen de Orléans-tak en de bastaarden (gesteund door Madame de Maintenon), ingeval ook de jonge erfgenaam zou sterven. Dat gebeurde niet, wellicht door toedoen van diens gouvernante, madame de Ventadour, die niet toeliet dat de koninklijke dokters de kleine behandelden (medische behandeling was in die tijd een belangrijke doodsoorzaak). Lodewijk werd in zijn laatste jaren geplaagd door allerlei pijnlijke kwalen zoals jicht. Hij bezweek tenslotte aan een geïnfecteerde wond die zich tot het zeer pijnlijke gangreen ontwikkelde. Lodewijk XIV overleed vier dagen voor zijn 77e verjaardag.

Politiek[bewerken]

Toen Lodewijk XIV in 1661 zelf ging regeren, riep hij zichzelf uit tot koning bij de gratie van God, plaatsvervanger van God op aarde; dit is het zogenaamde droit divin. Lodewijk meende dat de koning boven de wet stond. Om dit te verklaren gebruikte hij ideeën van het Romeinse recht, waarin dat vorstelijk absolutisme religieus verantwoord werd. De theoloog Bossuet goot deze absolutistische theorie in theologische vormen en werd beloond met een carrière als bisschop.

Voor een eerste minister met een positie zoals Mazarin had gehad, was er geen plaats. De superintendant van Financiën, Nicolas Fouquet, die op die post gehoopt had, werd met hulp van Jean-Baptiste Colbert beschuldigd van verduistering, waarna hij tot verbanning werd veroordeeld, hetgeen door Lodewijk werd omgezet in levenslange gevangenisstraf. De koning regeerde alleen.

Onder de absolute vorst hadden de Franse Parlementen (geen volksvertegenwoordigingen, maar (adellijke) rechtbanken, waarin de rechters konden protesteren tegen koninklijke beslissingen) en de Staten-Generaal, in feite geen macht en ook de ministers stonden volledig onder zijn gezag. Hij slaagde erin het remonstratierecht van de Parlementen op te schorten: de Parlementen konden nog wél protesteren, maar pas ná de registratie van de koninklijke edicten. Vermoedelijk heeft de traumatische ervaring van de Fronde, die deels in de Parlementen begonnen was, hierin een belangrijke rol gespeeld: Lodewijk wilde voorkomen dat anderen ooit zo veel macht zouden kunnen krijgen dat zij de rust in het koninkrijk konden bedreigen.

Lodewijk XIV regeerde met een sterk uitgebreid centralistische bestuursapparaat. Belangrijke posten werden toegekend aan mensen uit de burgerstand. Wie hem trouw diende, werd hier voor beloond en werd niet vervangen. Hij probeerde waar mogelijk de macht van de parlementen en gerechtshoven te beperken. Gouverneurs verloren hun reëel gezag over de provincies. Ze konden maar drie jaar deze functie uitoefenen en herbenoeming was niet vanzelfsprekend. Een nieuwe structuur met intendanten werd vervolgens toegepast. Hun macht was beperkt tot het controleren van de financiën van het gebied waar zij voor stonden.

Om zijn absolute macht in veiligheid te stellen probeerde Lodewijk de adel, zijn voornaamste binnenlandse rivaal, uit te schakelen. De edelen dienden voortdurend aan het hof aanwezig te zijn; de belangrijksten kregen er een appartement. Hovelingen moesten optreden als figuranten in ingewikkelde rituelen waarvan de koning het centrum was. Zij moesten zich rond zijn persoon verdringen om titels, eerbewijzen, functies en geld te ontvangen. Wegblijven kon het koninklijk ongenoegen opwekken. De zonen en dochters van de beruchte "frondeurs" kibbelden wie het Koninklijk Ontwaken mocht bijwonen, wie het Koninklijke Hemd mocht aanreiken en wie voorrang had, dat wil zeggen wie vóór wie in de stoet mocht lopen. (Hierover werden processen gevoerd, door Saint-Simon tegen de hertog van Luxemburg.)

Aan Lodewijk XIV wordt wel de uitspraak "L'état, c'est moi" ("De staat, dat ben ik") toegeschreven, maar dat is historisch niet juist. Maar de koning heeft wel "Quand on a l'état en vue, on travaille pour soi"[2] gezegd. Bossuet stelde "tout l'état est en lui".[3] Een protestants criticus stelde in een pamflet dat "Le Roi a pris la place de l'état".[4] Hierin klinkt de kritiek dat de koning door zijn autocratische bestuur de Franse constitutie schond.

Lodewijk werd ook met God vereenzelvigd. Hij was een "image vivante de Dieu".[5] Hij werd ook als de Heilige Lodewijk afgebeeld en zo in processies meegedragen. Deze idolatrie werd in het buitenland, met name in Rome en in de protestantse naties, afgekeurd. Als uitvloeisel van zijn met chrisma gezalfde koningschap ging Lodewijk na zijn kroning ook de hand opleggen om huidziekten te genezen.[6]

In 1671 werd Lodewijk XIV op een in Parijs geslagen penning voor het eerst "LOUIS LE GRAND" genoemd. Het werd tijdens zijn regering gebruikelijk om de naam van de koning en dit epitheton (eretitel) steeds in hoofdletters te drukken, ook wanneer de rest van de tekst in onderkast (kleine letters) was gezet. Deze persoonsverheerlijking nam gedurende de succesvolle periode van het regime tot ongeveer 1690 steeds grotere vormen aan. De bijnaam "De Grote" beklijfde niet. Lodewijk wordt nog wel als "De Zonnekoning" aangeduid. In Parijs herinnert het Lycée Louis-le-Grand aan de koning. Veel van zijn monumenten werden in de Franse Revolutie verwoest.

Om zijn macht te versterken en de rust te bewaren gingen Lodewijk XIV en minister Colbert per edict van 1667 over tot een hervorming van de politie. Onder luitenant-generaal van Politie Gabriel Nicolas de La Reynie werden de vier concurrerende politiemachten onder controle gebracht. Een netwerk van spionnen (mouches en moutons) voorzag sindsdien de Franse koningen van informatie. La Reynie controleerde met harde hand de drukpers en voerde de Lettres de cachet uit.

Lodewijk XIV trekt bij het Tolhuis bij Lobith de Rijn over in 1672, door Adam Frans van der Meulen
Lodewijks aankomst tijdens het Beleg van Maastricht in 1673, door Adam Frans van der Meulen

Het eerste deel van zijn regeerperiode werd Lodewijk XIV gezien als een heel goede koning, die Frankrijk vooruit hielp op allerlei vlakken. Lodewijks minister Colbert slaagde er in door middel van zijn politiek van het mercantilisme de economische slagkracht van Frankrijk aanzienlijk te verbeteren ten opzichte van de twee belangrijkste concurrenten, Engeland en de Nederlanden, destijds een machtige handelsnatie. Desalniettemin leidden de dure hofhouding en de vele oorlogen tot grote financiële problemen, zeker na Colberts dood in 1683.

De Hollandse Oorlog brak in 1672 uit omdat de Republiek weigerde mee te werken aan het plan van Lodewijk om de Spaanse Nederlanden te verdelen tussen Frankrijk en de Republiek. (Al in de jaren dertig had Frankrijk hierop aangedrongen, maar de Republiek had ook toen al liever een bufferzone onder controle van het verzwakte Spanje dan een grens met het steeds machtiger wordende Frankrijk.) Het jaar 1672 ging vooral wegens de Franse invasie als het Rampjaar voor de Nederlandse Republiek de geschiedenis in. Het stadhouderloze regentenregime van Johan de Witt stortte in en prins Willem III van Oranje kwam als stadhouder aan de macht. Hij zou de rest van zijn leven een anti-Franse politiek voeren. Lodewijk bereikte in die oorlog het hoogtepunt van zijn macht, mede dankzij zijn bekwame ministers Jean-Baptiste Colbert (financiën en handel) en de markies de Louvois (defensie).

Aan beide zijden hadden zowel protestantse als katholieke mogendheden hun eigen redenen om mee te doen. De Republiek kreeg voormalig aartsvijand Spanje nu ineens als bondgenoot. Voor Engeland leek deze oorlog een geschikte gelegenheid om af te rekenen met de belangrijkste rivaal ter zee, zodat de Derde Engels-Nederlandse Oorlog tegelijk met de Hollandse oorlog uitbrak. Het prinsbisdom Münster liep in 1674 over van het Franse naar het anti-Franse kamp. In datzelfde jaar werd Franciscus van den Enden in Parijs opgehangen, omdat die betrokken zou zijn bij een coup. Bij de Vrede van Nijmegen in 1678 lijfde Frankrijk de Franche-Comté in en speelde Lodewijk voor scheidsrechter tussen andere Europese mogendheden. Rond 1681 veroverde hij de Elzas en in 1683 en 1684 had hij succes met de verovering van een deel van de Spaanse Nederlanden. Lodewijk had zich ondertussen in heel Europa wel de status van de grote boeman verworven. Er werden steeds succesvollere coalities tegen hem gesmeed, waarin prins Willem III een hoofdrol speelde.

De laatste 25 jaar van zijn regering liepen de zaken daarom heel wat minder. Colbert en Louvois waren gestorven (1683 en 1691) en de koning had geen bekwame vervangers gevonden. De Negenjarige Oorlog (1688-1697) barstte los, 'alleen maar', omdat Lodewijk zich bemoeide met de opvolging van de bisschop van Keulen, die ook keurvorst van het Heilige Roomse Rijk was. De Liga van Augsburg tegen Frankrijk kreeg hierdoor vaste vorm; deze bestond uit maar liefst zeven mogendheden, drie protestantse en vier katholieke. Hieruit bleek eens temeer dat het beteugelen van de Franse hegemonie in Europa de hoogste prioriteit had gekregen. Er werden vooral in de Zuidelijke Nederlanden en in het Duitse Rijnland geweldige verwoestingen aangericht. De afloop, vastgelegd als de Vrede van Rijswijk, werd als een gelijkspel beschouwd, dat zowel volgens Frankrijk als haar vijanden een vervolg eiste. Dat vervolg kwam er, toen Lodewijk probeerde een van zijn kleinzonen op de in 1700 vacant geworden Spaanse troon te krijgen. Frankrijks tegenstanders, zowel protestanten als katholieken, vreesden dat vereniging van Frankrijk en Spanje zou leiden tot een geheel onbeheersbare hegemonie van Frankrijk, waarmee de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) onvermijdelijk werd. De inmiddels ook koning van Engeland geworden stadhouder Willem III speelde hierin tot zijn dood in 1702 weer de rol van tegenspeler van Lodewijk. In deze oorlog leed Frankrijk vanaf 1704 een aantal zware nederlagen in veldslagen, wat het sinds 1643 niet meer gewend was. Frankrijks hoofddoel in die oorlog, het verenigen van de Spaanse en Franse kroon, werd niet bereikt al kwam Lodewijks kleinzoon en daarmee een tak van het Huis Bourbon, wel op de Spaanse troon als Filips V van Spanje. Alle oorlogvoerenden raakten uitgeput, maar Frankrijk was nog steeds het machtigste land van Europa. Het in 1707 verenigde Koninkrijk Groot-Brittannië was nog het minst tevreden; het had zich tot belangrijkste rivaal van Frankrijk ontwikkeld, mede door het voortschrijdende verval van Spanje en het beginnende verval van de Nederlandse Republiek.

Religie[bewerken]

Op religieus gebied probeerde de koning de Kerk in zijn macht te krijgen, en hij versterkte het Gallicanisme, een doctrine die onafhankelijkheid de paus van de Franse katholieke Kerk benadrukte. Lodewijk was betrokken bij de veroordeling door het Vaticaan van de Spaanse mysticus Miguel de Molinos. Hij bestreed afwijkingen zoals het jansenisme en hij draaide de (relatieve) religieuze tolerantie voor een groot deel terug. Een belangrijke stap in dit verband was het herroepen van het Edict van Nantes in 1685, wat gepaard ging met pesterijen (zoals dragonnades) van afwijkende stromingen en kerkgenootschappen. Veel hugenoten vluchtten naar de Nederlandse Republiek, Pruisen en de Palts. Om een eind te maken aan de jansenistische controverses in de Franse katholieke Kerk drong de op zijn eigen manier steeds vromer wordende koning bij paus Clemens XI aan het jansenisme te veroordelen, waarbij echter al te veel inmenging in de interne aangelegenheden van de Gallicaanse Kerk vermeden diende te worden. Dit leidde in 1713 tot de bul Unigenitus. Deze zaaide niettemin grote verdeeldheid in de Franse katholieke Kerk en verstoorde de relatie met het Vaticaan. De aartsbisschop van Parijs, kardinaal Louis Antoine de Noailles, die met het jansenisme sympathiseerde, werd met afzetting bedreigd en ook de relatie tussen Lodewijk en de Parlementen werd verstoord. Bij Lodewijks dood in 1715 was de kwestie nog niet opgelost.

Na 1690, toen tegen de verwachting en bedoeling in de Negenjarige oorlog was uitgebroken, ontstond steeds meer kritiek op de absolutistische politiek van de zonnekoning. Aartsbisschop François Fénelon, een van de voorlopers van de Verlichting uitte in besloten kring sinds 1699 en vooral rond 1710, toen de Spaanse Successieoorlog al negen jaar duurde en voor Frankrijk niet goed verliep, zijn ongenoegen en bekritiseerde de oorlogszuchtige koning.

Frankrijk na de dood van Lodewijk XIV

Financiële chaos[bewerken]

Lodewijk is voor zijn tijd oud geworden, 77 jaar minus 4 dagen. Hij liet bij zijn dood zijn land achter in een desastreuze toestand. De vele oorlogen hadden aanvankelijk wel terreinwinst opgeleverd, maar er waren duidelijk kosten aan verbonden en hij heeft het land met een enorme schuld opgezadeld. De belastingheffing was gebrekkig en onrechtvaardig: de adel en geestelijkheid betaalden vrijwel niets. Het corrupte systeem belette goed bestuur en bracht het volk meer dan eens op de rand van de hongerdood. Een reeks van hongersnoden (onder meer in 1709) had de bevolking gedecimeerd.

De luxe van Versailles stak schril af tegen de situatie van het volk, waardoor aan het eind van zijn bewind de mening overheerste dat Lodewijk te ver was gegaan in het wegwerken van tegenstanders, het verbieden van boeken waarin de staat en de kerk werden bekritiseerd, maar vooral het uitbuiten van land en volk voor zijn persoonlijke eerzucht.

Op zijn sterfbed biechtte hij toch nog één grote zonde op: "J'aimais trop la guerre" (ik hield te veel van de oorlog). Lodewijk XIV werd opgevolgd door zijn achterkleinzoon Lodewijk XV die nog maar 5 jaar oud was.

Samenvatting[bewerken]

Lodewijk profiteerde van en moedigde het werk aan van vooraanstaande politieke, militaire en culturele figuren zoals Jules Mazarin, Jean-Baptiste Colbert, Henri de La Tour d'Auvergne en Sébastien Le Prestre de Vauban, maar ook Molière, Jean Racine, Nicolas Boileau, Jean de La Fontaine, Jean-Baptiste Lully, Charles Le Brun, Hyacinthe Rigaud, Louis Le Vau, Jules Hardouin-Mansart, Charles Perrault, Claude Perrault en André le Nôtre. Samenvattend kan gesteld worden dat Lodewijks absolutistische manier van regeren niet alleen maar negatieve gevolgen had. De hoge belastingdruk en de militaire nederlagen waren voor Frankrijk toen nog wel overkomelijk. Frankrijk was nog niet zo uitgeput als Spanje aan het eind van het bewind van Filips II. Het land had een grotere veerkracht en zou nog tot ver in de 19e eeuw een voortdurende bron van zorg voor andere Europese mogendheden blijven.

Ondanks vierenvijftig jaar autoritair bestuur was Lodewijk er niet in geslaagd de saboterende en vaak opstandige Parlementen te hervormen. De kansen die Lodewijk XIV had laten liggen om de situatie recht te trekken, het land beter te besturen en de Parlementen te verpletteren bleven zich na zijn dood nog steeds voordoen.

De nagedachtenis van Lodewijk XIV[bewerken]

Lodewijk XIV werd gebalsemd en opgebaard in Versailles. Tijdens de tocht naar de koninklijke grafkelder in Saint-Denis werd de koning bespot en uitgescholden. Lodewijk XIV had zichzelf en zijn regime overleefd en zich daarbij niet geliefd gemaakt. De Franse bevolking was er in 1715 ellendig aan toe, maar het Hof liet desondanks een glanzende uitvaartplechtigheid organiseren. Er werden door vooraanstaande geestelijken 50 grafredes geschreven, waarin in een aantal gevallen ook het amoureuze leven van de jonge koning werd veroordeeld. De katholieke geestelijken spraken hun lof uit over het voorbeeldige christelijke sterfbed van Lodewijk XIV.[6].

In 1720 liet Watteau het portret van Lodewijk XIV op een schilderij in een kist vol stro inpakken. De symboliek van het schilderij is dat de Fransen de Zonnekoning wilden vergeten[7]

In het buitenland, met name in de protestantse landen, werd Lodewijk ook na zijn dood gehekeld als een rokkenjager, een wrede tiran, een slecht christen[8] en een vorst die onrechtvaardige oorlogen voerde tegen zijn buurlanden. Zie het voorbeeld uit de correspondentie van de gouverneur-generaal van de VOC te Batavia en de Heren XVII te Amsterdam:

Het overlijden van Louis de 14*, Koning van Vrankrijk, is te geloven, dat aan de ruste in Europa niet nadeelig sal wesen, hoewel het ook noyt gebreeken sal aan geesten, die genegen sullen zijn deselve te stooren.[9]

Het eerherstel van Lodewijk begon met Voltaires Le siècle de Louis XIV, dat in 1751 verscheen. Voltaire besteedde nog niet veel aandacht aan Lodewijks invloed op de kunsten[6]. Toen de verschrikkelijke armoede waarin Lodewijk Frankrijk had gestort weer enigszins was vergeten, kwam er waardering voor zijn bevordering van de Franse taal en cultuur.

Op maandag 14 oktober 1793 werd de eikenhouten kist met het lichaam van Lodewijk XIV in opdracht van het revolutionaire Franse parlement uit de grafkelder in Saint-Denis gehaald. Buiten de kerk werd de kist geopend. Daarbinnen bevond zich een loden kist. Het lijk van de koning was goed bewaard gebleven maar inktzwart geworden. Het gelaat met de uitgesproken neus imponeerde ook in de dood. Er waren geen grafgiften, maar het lichaam droeg een lange sjaal om de hals. Het lichaam werd naast de resten van Lodewijk XIII en Lodewijk XII in een kuil aan de noordzijde van de kerk geworpen. Men wierp de gemummificeerde resten van Lodewijk XIV bovenop de goedbewaarde resten van zijn grootvader Hendrik IV.[10]

In 1815 werd de kuil met de koninklijke resten weer leeggehaald. De onder ongebluste kalk bewaardgebleven botten van meer dan honderd koningen, prinsen en belangrijke veldheren zoals Turenne konden niet meer worden geïdentificeerd en werden in een nieuw graf in de muur van de kerk bijgezet. Later werd de loden plaat met de naam en gegevens van Lodewijk XIV die op de kist was bevestigd in een keuken in Saint-Denis teruggevonden. Henri-Martin Manteau wist een nagel van Lodewijk XIV te redden. Deze nagel werd na de Restauratie in een speciale kast, "L'armoire des coeurs" in de kelder geplaatst.[11] Daar rust ook het hart van Lodewijk XIV.[12]

Kunst[bewerken]

Lodewijk XIV als beschermer van de kunsten, 1667

Lodewijk meende als absolute monarch dat hij zich ook intensief en inhoudelijk met cultuur moest bemoeien. In dit kader richtte hij de Koninklijke academie voor beeldhouw- en schilderkunst op. Hij was zelf een geschoold danser en trad op als Mars en de Zon in de balletten bij de opera, geschreven door Francesco Cavalli, dat ter gelegenheid van zijn huwelijk in het Palais des Tuileries werd opgevoerd. In die jaren zijn de uitdraai en de vijf basisposities van het klassieke ballet ontwikkeld. Dit zijn onnatuurlijke houdingen. Behalve dat het lenigheid vereist om de benen hoog op te tillen, staat dit ook symbool voor iets diepers: men wilde laten zien dat men de natuur naar eigen hand kon zetten.

Lodewijk liet zijn roem vereeuwigen in standbeelden, triomfpoorten en bronzen of marmeren standbeelden waarin hij als ruiter was afgebeeld. De medailles die de koning liet slaan waren belangrijk voor het vereeuwigen van de daden van de vorst. De inscripties op deze bronzen gedenkpenningen werden door de Kleine Academie zorgvuldig geformuleerd. Ze zijn altijd in het Latijn, de koning volgde daarin het voorbeeld van de Romeinse keizers.

Alles moest dienen tot meerdere glorie van hemzelf; hij duldde geen tegenspraak op het gebied van kunst en cultuur. Hij drukte een groot cultureel stempel op het Europa van de 17de eeuw, dat van de Lodewijk XIV-stijl in het bijzonder en van de Franse Barok in het algemeen; het was de gouden eeuw van Frankrijk. Hij profiteerde van de opsluiting van minister van Financiën Nicolas Fouquet om diens kunstverzameling én kunstenaars in te pikken. Vele talenten liet hij naar Versailles komen, o.a. André le Nôtre, Charles Le Brun, Jules Hardouin-Mansart, Molière, Jean-Baptiste Lully, Hyacinthe Rigaud, Jean Racine.

De somberte, de financiële problemen, devotie en ziekte die zijn laatste jaren kenmerkten, hadden ook hun weerklank in de kunst. De schitterende opera's en balletten van Lully waren voorbij. Aan het hof werd bescheidener gemusiceerd, kenmerkend zijn bijvoorbeeld de melancholische Concerts Royaux rond 1713 van François Couperin.

Wetenschap[bewerken]

Lodewijk XIV brengt in 1671 een bezoek aan de Académie.
  • In 1663 werden alle boeken van René Descartes verboden in Frankrijk
  • Oprichting van de Academie van Wetenschappen in 1666
  • Christiaan Huygens en Leibniz houden zich op in Parijs. Huygens kreeg een appartement in de bibliotheek tot zijn beschikking waar ook de zittingen plaatsvonden van het geleerde gezelschap. In het observatorium van Parijs zette Huygens zijn sterrenkundige waarnemingen voort. Hij stimuleerde onder meer het wiskundig onderzoek van Leibniz, die in 1672 langs kwam. Leibniz vertrok om nog niet opgehelderde redenen, toen Frankrijk niet van zin was Egypte aan te vallen. In 1678 introduceerde Huygens Nicolaas Hartsoeker aan Franse geleerden als Nicolas Malebranche en Antoine Arnauld.
  • In 1672 stuurde Giovanni Cassini zijn collega Jean Richer naar Cayenne, Frans-Guyana, terwijl hijzelf in het Observatorium van Parijs bleef. De twee hebben gelijktijdig observaties gedaan van Mars, om de parallax te bepalen. Hierdoor waren zij de eersten die de werkelijke grootte van het zonnestelsel maten. Cassini was ook de eerste die het lukte om metingen te maken van de lengtegraad volgens de methode van Galileo, door verduisteringen van de manen van Jupiter te gebruiken als klok. Deze ontdekking leidde tot de instelling van de Meridiaan van Parijs
  • In 1681 werd de protestantse academie van Sedan opgeheven. De filosoof Pierre Bayle vertrekt uit Frankrijk en vestigt zich in Rotterdam

Kinderen[bewerken]

Wettige nakomelingen[bewerken]

De Franse koninklijke familie in 1670. De Bourbons zijn als olympische goden afgebeeld. Van links naar rechts: koningin Henriëtta Maria, hertog Filips van Orléans als Pluto, zijn dochter Marie Louise, zijn vrouw Henriëtta Anne als Flora, de koningin moeder Anna van Oostenrijk als Gea, drie dochters van hertog Gaston van Orléans, koning Lodewijk XIV als Zeus, zijn zoon Lodewijk als Amor, de koningin Maria Theresia als Hera en Anne Marie, tweede dochter van de hertog van Orléans als Diana.
De zes generaties van de dynastie der Bourbons in 1711. Hendrik IV en Lodewijk XIII als borstbeelden. Lodewijk XIV zittend. Naast hem de grand dauphin en de hertog van Bretagne. De kleine jongen is dus niet de latere Lodewijk XV. De dame is de hertogin de Ventadour, gouvernante van de hertog van Bretagne en opdrachtgeefster van het portret. Staande rechts, Lodewijk, zoon van de grote dauphin en vader van het kind.

In 1660 trouwde Lodewijk XIV met Maria Theresia van Spanje (1638-1683), bij wie hij zes kinderen kreeg:

  • Lodewijk (1 november 1661 - 14 april 1711), beter bekend als le grand dauphin.
  • Anne Elisabeth (18 november 1662 - 30 december 1662).
  • Marie Anne (16 november 1664 - 26 december 1664).
  • Marie Thérèse (2 januari 1667 - 1 maart 1672), la petite madame.
  • Filips Karel (5 augustus 1668 - 10 juli 1671), hertog van Anjou.
  • Lodewijk Frans (14 juni 1672 - 4 november 1672), hertog van Anjou.

Buitenechtelijke kinderen[bewerken]

Lodewijk XIV had ook vele verschillende kinderen bij meerdere maîtresses, waaronder vier bij Louise de La Vallière:

  • Karel (19 november 1663 - 1665)
  • Filips (7 januari 1665 - 1666)
  • Marie Anne (2 oktober 1666 - 3 mei 1739), mademoiselle de Blois, huwde Lodewijk Armand de Bourbon, Prins van Condé.
  • Lodewijk (3 oktober 1667 - 1683), graaf van Vermandois.

Zeven kinderen bij Madame de Montespan:

De zonen die Lodewijk XIV had bij Madame de Montespan werden allen vernoemd naar beroemde heersers. Lodewijk August naar keizer Augustus, Lodewijk Caesar naar Julius Caesar en Lodewijk Alexander naar Alexander de Grote. En hun voornaam hebben ze natuurlijk te danken aan hun vader, ook een beroemd heerser. De betachterkleinzoon van Françoise Marie van Bourbon, Lodewijk Filips, was de laatste koning van Frankrijk.

Lodewijk had ook een kind bij Marie Angélique de Scoraille de Roussille:

  • Een zoon (1679).

In 1684 hertrouwde Lodewijk na de dood van koningin Maria Theresia met Françoise de Maintenon. Uit dit huwelijk kwamen geen kinderen voort.

Het omstreden testament[bewerken]

Het regentschap viel rechtens toe aan de hertog van Orléans, zoon van 's konings broer kleinzoon van Frankrijk en eerste prins van den bloede, maar in het koninklijke testament en een vlak voor het overlijden geschreven codicil legde de koning vast dat zijn bastaardzonen, de hertog van Maine en de graaf van Toulouse beiden lid van de regentschapsraad werden en in de rij van troonopvolgers werden opgenomen. De hertog van Maine kreeg ook het toezicht over de opvoeding en de huishouding van de jonge koning. De regent kon het Parlement van Parijs en de prinsen van den bloede ertoe te brengen het testament en het codicil niet te registreren. Zo werd het testament niet van kracht en konden de bastaarden buiten de regering worden gehouden. Door de noodzaak om het Parlement bijeen te roepen en de kwestie van het niet constitutionele testament aan hen voor te leggen versterkte de regent de positie van dat instituut. Meer specifiek werd Lodewijk XIV's beslissing van 1673 teruggedraaid: de regent gaf het Parlement het remonstrantierecht terug, waardoor het Parlement kon protesteren tegen koninklijke beslissingen.

Madame de Maintenon was al voor het overlijden van haar man naar het klooster van Saint-Cyr vertrokken. Zij bemoeide zich niet met de nalatenschap van de Zonnekoning.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Lodewijk XIV van Frankrijk
Overgrootouders Anton van Bourbon (1518-1562)
∞ 1548
Johanna van Albret (1528-1572)
Francesco I de' Medici (1541-1587)
∞ 1565
Johanna van Oostenrijk (1547-1578)
Filips II van Spanje (1527-1598)
∞ 1570
Anna van Oostenrijk (1549-1580)
Karel II van Oostenrijk (1540-1590)
∞ 1571
Maria Anna van Beieren (1551-1608)
Grootouders Hendrik IV van Frankrijk (1553-1610)
∞ 1600
Maria de' Medici (1575-1642)
Filips III van Spanje (1578-1621)
∞ 1599
Margaretha van Oostenrijk (1584-1611)
Ouders Lodewijk XIII van Frankrijk (1553-1610)
∞ 1600
Anna van Oostenrijk (1601-1666)

Trivia[bewerken]

Lodewijks heerschappij, van 1643 tot zijn dood in 1715, begon toen hij vier jaar oud was en duurde tweeënzeventig jaar, drie maanden en achttien dagen. Als zodanig is het één van de langste gedocumenteerde heerschappijen van een Europese vorst.

In 1704 werd zijn eerste achterkleinzoon geboren. Daarmee was voor het eerst in de wereldgeschiedenis een regerend vorst overgrootouder.

Multimedia[bewerken]

  • Musical Le Roi Soleil: In 2005 werd in Frankrijk de musical "Le Roi Soleil" geschreven die twee jaar lang door Frankrijk trok en een enorm succes was. In deze musical wordt gefocust op de periode tussen de opstand ('La Fronde') en zijn huwelijk met Madame de Maintenon.
  • Film Le Roi Danse (2002): Deze film van de bekende cineast Gérard Corbiau focust op het danstalent van de jonge Lodewijk.
  • BBC, Versailles, The dream of a king (2011)

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De historicus Saint-Simon noemt die hofkliekjes "cabale".
  2. "Wanneer men voor de staat werkt, werkt men voor zich" J. Lognon, Mémoires, 1927/1983
  3. Vertaling: "In hem is geheel de staat"
  4. Vertaling: "De koning heeft de plaats van de staat ingenomen", citaat uit de anoniem uitgegeven "Soupirs de la France esclave" (vertaling: "De tranen van het geknechte Frankrijk"), Een pamflet tegen Lodewijk XIV. 1689, Blz. 89
  5. G. Lacour Gayet,"L'éducation politique de Louis XIV, 1898, Blz. 306 en 357
  6. a b c Peter Burke
  7. Peter Burke, "Het Beeld van een Koning, de propaganda van Lodewijk XIV", Amsterdam 1991
  8. Vanwege zijn verbond met de sultan van Turkije
  9. Brief van Gouverneur-Generaal Van Swoll ea aan de Heren XVII, 30 november 1716, Nationaal Archief, VOC 1764, fol. 667.
  10. "Tout à coup, dit-il, on apporta et on déposa sur l’herbe un grand cercueil qui en couvrait un autre; l’un était de chêne l’autre était de plomb; l’inscription fixée sur le haut de la partie latérale à gauche et que j’ai lue, annonçait le corps de Louis XIV. À l’ouverture de ce cercueil, on reconnut ce monarque. Sa haute taille, son âge au temps de sa mort et les mêmes traits caractéristiques que les arts ont fait revivre; le corps, bien conservé, était d’une couleur d’ébène. On développa une très longue bandelette qui entourait le cou pour mieux assujettir la tête; il semblait que ce prince commandait encore le respect et que, par la sévérité de ses traits, il menaçait alors ses profanateurs. Incertains quelques instants et bientôt indignés de cette majesté survivante à elle-même, ils s’empressèrent de précipiter le corps dans la fosse commune. Il tomba sur celui de Henri IV, le couvrit presque tout entier et lui servit comme de rempart pour le dérober à de nouveaux outrages. Nos deux plus grands princes furent ainsi réunis: ce fut une consolation pour leurs ombres"
  11. Le 14 octobre à Saint-Denis par un Laonnais op
  12. Afbeelding op