Charles de Batz de Castelmore

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charles de Batz de Castelmore (d'Artagnan), gravure uit 1704

Charles de Batz de Castelmore, graaf van Artagnan (Frans: comte d'Artagnan) (Lupiac (Gers), 1611 - Maastricht, 25 juni 1673) was een 'eerste musketier' in het leger van de Franse koning Lodewijk XIV. Hij werd geromantiseerd in de boeken van Alexandre Dumas, en werd hierdoor bekend onder de naam d'Artagnan. Hij stierf tijdens het beleg van Maastricht (1673).

Hij was een zoon van Bertrand de Batz-Castelmore en Françoise de Montesquiou, een dochter van de heer van Artagnan. Toen Charles' broer overleed erfde hij de titel Graaf van Artagnan (Comte d'Artagnan).

Vroege jaren[bewerken]

geboortehuis in Lupiac

Charles de Batz werd geboren in Lupiac. In die tijd was zijn vader hoofdelijk gardeleider onder koning Hendrik IV van Frankrijk, maar hij werd gedood tijdens zijn dienst toen hij de koning wilde redden tijdens een aanslag. D'Artagnan wilde net als zijn broers zijn vader opvolgen in de garde, die sinds 1622 "de Musketiers" heette. Toen hij zich omstreeks 1640 aanmeldde werd hij eerst geweigerd, omdat hij geen militaire achtergrond had. Maar door de inspanningen van de graaf van Troisville, kapitein van de Musketiers en een goede vriend van zijn vader, kreeg d'Artagnan toch een plaats in het regiment van diens zwager in het elitekorps van de koninklijke Gardes-Françaises in Fontainebleau.

Carrière[bewerken]

Brief met handtekening van d'Artagnan.
Beeld van d'Artagnan door Gustave Doré (1883), Place du Général Catroux in Parijs

D'Artagnan doorliep een omvangrijke loopbaan binnen het hof. In 1644 trad hij door toedoen van kardinaal Mazarin toe tot de Musketiers, die in hoger aanzien stonden dan de Gardes-Françaises. De Musketiers werden door Mazarin ontbonden in 1646, maar d'Artagnan kreeg andere opdrachten. In de jaren na de eerste Fronde (1648-1649) was hij onder andere informant voor de kardinaal. De jonge koning Lodewijk XIV vertrouwde hem nadien ook belangrijke opdrachten toe die volledige discretie behoefden. Tijdens de tweede Fronde vluchtte Mazarin naar Brühl en d'Artagnan volgde hem. Deze trouw werd beloond. In 1652 werd d'Artagnan luitenant bij de Gardes-Françaises, in 1655 promoveerde hij tot kapitein. In 1657 werd het eerste korps van de Musketiers terug opgericht met een aantal van 150 manschappen. D'Artagnan werd onder-luitenant en voerde het eigenlijke commando; de officiële chef was een neef van Mazarin. Bij de dood van de kardinaal in 1661 werd zijn regiment musketiers bij dat van de koning gevoegd.

In 1659 huwde d'Artagnan in Vincennes met barones Charlotte de Chanlecy (1624-1683), de rijke weduwe van kapitein Léonard de Damas, die was omgekomen bij het beleg van Arras. Het paar kreeg twee zonen. Maar d'Artagnan toonde zich een wispelturige echtgenoot en Charlotte, die het Parijse leven niet kon verdragen, keerde terug naar haar baronie in Sainte-Croix in Bresse.

Lodewijk XIV zou op 9 juni 1660 in het Baskische kustplaatsje Saint-Jean-de-Luz in het huwelijk gaan treden met de Spaanse prinses Maria Theresia. De koning maakte van deze gelegenheid gebruik om de zuidelijke streken van zijn rijk te bezoeken en tijdens deze lange reis werd hij vergezeld door d'Artagnan en zijn musketiers. Tijdens de halte in Vic-Fezensac bezocht d'Artagnan het ouderlijke kasteel van Castelmore in Lupiac.

D'Artagnan werd belast met de arrestatie in 1661 van Nicolas Fouquet, Frans minister van Financiën. Fouquet had onder Mazarin een enorm fortuin en een machtsbasis opgebouwd, en de koning, geïnformeerd door Jean-Baptiste Colbert had besloten Fouquet van de macht te verwijderen. Hij gaf d'Artagnan de delicate opdracht om Fouquet in Nantes op te pakken en hem de volgende jaren te vergezellen naar zijn verschillende gevangenissen. Het zou de musketier van het kasteel van Angers naar de donjon van Vincennes, de Bastille en tenslotte Pinerolo brengen. Hij zorgde er telkens persoonlijk voor dat de hooggeplaatste gevangene niets tekort kwam.

Zijn volgende taak was het gouverneurschap over de stad Rijsel, die in 1667 veroverd was tijdens de Devolutieoorlog. Hij was geen populaire gouverneur en zelf verlangde hij terug op het slagveld te dienen. Hij kreeg zijn kans toen Lodewijk XIV ten oorlog trok tegen de Republiek der Nederlanden in de Frans-Nederlandse Oorlog.

Standbeeld van d'Artagnan in het Aldenhofpark te Maastricht

Zijn dood[bewerken]

In 1673 leidde de 62-jarige d'Artagnan als gardeofficier van Lodewijk XIV persoonlijk de belegering van Maastricht. Toen de Franse musketiers de stad bestormden kwam hij bij de Tongersepoort om het leven door een musketkogel door zijn keel. Op deze plek staat in het stadspark van Maastricht een standbeeld ter nagedachtenis aan hem. D'Artagnans graf is onbekend, maar de Franse historica Odile Bordaz, auteur van een biografie over D'Artagnan[1] en directrice van het museum van Vincennes, beweerde in 2008 dat hij mogelijk begraven ligt op de begraafplaats van de Sint-Peter-en-Pauluskerk in Wolder, dat tegenwoordig als wijk deel uitmaakt van Maastricht. De bewering was dat officieren zo begraven werden (en vaak ook in een massagraf); ook zou het Franse kamp in Wolder hebben gestaan. Bordaz heeft een aanvraag ingediend voor een opgravingsvergunning, maar tot op heden is deze nog niet afgegeven.[2]

In fictie[bewerken]

De drie musketiers, boekillustratie; houtgravure van Jules Huyot, naar een tekening van Maurice Leloir.

De memoires van d'Artagnan werden opgetekend door Gatien de Courtilz de Sandras, onder de titel Les Memoires de M. d'Artagnan. In de negentiende eeuw bracht Alexandre Dumas zijn wereldberoemde trilogie (ook wel de Artagnan kronieken genoemd) uit: Les Trois Mousquetaires , Vingt Ans après en Le vicomte de Bragelonne (waarin het verhaal van de man in het ijzeren masker voorkomt) . Ze werden vele malen verfilmd, de eerste keer al in 1916.

Acteurs die de rol van D'Artagnan ooit speelden:

Trivia[bewerken]

  • Op 10 maart 2005 werd in Tilburg een studentenvereniging opgericht die naar hem is vernoemd: T.S.V. D'Artagnan.

Referenties[bewerken]

  1. Odile Bordaz: Sur les chemins de D‘Artagnan et des Mousquetaires – Lieux et itinéraires, Balzac Éditeur, Collection:L’Envers du décor, 2005
  2. Limburgs dagblad, 18 november 2008