Philippe Noiret

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Philippe Noiret
NOIRET EN NORMANDIE.jpg
Algemene informatie
Geboren 1 oktober 1930
Overleden 23 november 2006
Land Frankrijk
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film


Philippe Noiret (Rijsel (Lille), 1 oktober 1930 - Parijs, 23 november 2006) was een bekende Franse acteur die aanvankelijk als toneelspeler en als cabaretier optrad en daarna hoofdzakelijk rollen in langspeelfilms vertolkte. Hij was bekend om zijn warme stem en om zijn vriendelijke elegantie.

Biografie[bewerken]

Vanaf het einde van de jaren veertig tot het begin van de jaren zestig was Philippe Noiret vooral op het podium te zien. Hij was actief in het destijds door de Franse toneelregisseur Jean Vilar geleide Théâtre National Populaire (gevestigd in Villeurbanne). Hij speelde in heel wat, al dan niet komische en veelal klassieke toneelstukken van Molière, Shakespeare (Macbeth), Victor Hugo en Bertolt Brecht. In diezelfde tijd deed hij ook aan cabaret. Hij vormde een succesrijk komisch duo met Jean-Pierre Darras.

In de loop van zijn carrière die duurde tot een jaar voor zijn overlijden speelde hij in ongeveer 150 films van diverse filmregisseurs zoals Bertrand Tavernier, Pierre Granier-Deferre, Yves Robert, Philippe de Broca, Robert Enrico en Claude Zidi. Zijn tegenspeelsters behoorden tot het kruim van de Franse actrices (beroemdheden als Catherine Deneuve, Romy Schneider, Annie Girardot, Simone Signoret, Isabelle Huppert en Sophie Marceau). Onder de acteurs gaven onder meer zijn goede vrienden Jean Rochefort en Jean-Pierre Marielle hem graag repliek.

In de jaren zestig stootte Noiret door in de filmwereld. Sleutelfilms waren het echtelijk misdaaddrama Thérèse Desqueyroux (Georges Franju, 1962) en de komedies La Vie de château (Jean-Paul Rappeneau, 1966) en Alexandre le bienheureux (Yves Robert, 1968). Zijn theateractiviteiten werden ondertussen tot nul herleid en dit gedurende ruim dertig jaar.

In de jaren zeventig werd hij pas echt een beroemd acteur. Heel wat prenten scoorden vaak uitstekend zoals de komedie La Vieille Fille (Jean-Pierre Blanc, 1972), het oorlogsdrama Le Vieux Fusil (Robert Enrico, 1975) en de schandaalfilm La Grande Bouffe (Marco Ferreri, 1973). Deze laatste film, met beroemde acteurs als Marcello Mastroianni, Michel Piccoli en Ugo Tognazzi, toont een groep mannen die zich in een afgelegen villa met een stel prostituees te buiten gaan aan groepsseks en een vreetpartij met fatale afloop. Op het in hetzelfde jaar gehouden filmfestival van Cannes leidde de film tot de nodige opschudding. Dankzij La Grande Bouffe werd Noiret echter een acteur die veel gevraagd werd door Italiaanse cineasten als Mario Monicelli, met wie hij 5 films draaide, Francesco Rosi en Ettore Scola. In die jaren ontmoette hij ook de jonge ambitieuze cineast Bertrand Tavernier, wat de start betekende van een langdurige vruchtbare samenwerking die resulteerde in 8 films.

In de jaren tachtig bouwde hij zijn carrière alsmaar verder uit. Hij speelde onder meer in de dramatische in koloniaal Afrika gesitueerde komedie Coup de torchon (1981) en in het oorlogsdrama La Vie et rien d'autre (1988), zijn twee meest succesvolle films met Bertrand Tavernier. In 1984 werd hij door Claude Zidi gevraagd om de hoofdrol te vertolken in diens politiekomedie Les Ripoux. De film werd zijn grootste commerciële succes en kende nog twee sequels. Voorts gooiden de mediathriller Masques (Claude Chabrol, 1987) en vooral de twee big budgetfilms Fort Saganne (Alain Corneau, 1984) en Chouans! (Philippe de Broca, 1988) hoge ogen bij de critici en aan de kassa.

In de jaren negentig bleef hij, ook buiten de Franstalige wereld, een bekende verschijning door zijn optredens in kassuccessen als Nuovo Cinema Paradiso (Giuseppe Tornatore, 1989), Uranus (Claude Berri, 1990), Le Bossu (Philippe de Broca, 1997) en Il Postino (Michael Radford, 1994) waarin hij de Chileense schrijver Pablo Neruda gestalte gaf. Pas in 1997 verscheen hij opnieuw op het podium. Hij maakte zijn comeback in Les Côtelettes van Bertrand Blier. Vanaf dan combineerde hij film- en toneelwerk, tot de kanker hem overwon.

Hij vond altijd tijd om te blijven spelen in buitenlandse producties : van The Night of the Generals (Anatole Litvak, 1967) en Topaz (Alfred Hitchcock, 1969) over zijn talrijke Italiaanse films en Who is Killing the Great Chefs of Europ? (Ted Kotcheff, 1978) tot Il Postino.

Philippe Noiret was sinds 1962 getrouwd met de Franse actrice en comédienne Monique Chaumette die hij tijdens zijn periode bij het Théâtre Nationale Populaire had leren kennen. Zij speelde onder meer een rol in La Grande Bouffe. Tijdens de laatste maanden van zijn leven schreef hij nog zijn autobiografie onder de titel Mémoire cavalière. Hij overleed in 2006 op 76-jarige leeftijd ten gevolge van kanker waaraan hij reeds geruime tijd leed. Hij ligt begraven op de Cimetière du Montparnasse.

Onderscheidingen[bewerken]

Filmografie (selectie)[bewerken]