Filips II van Spanje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Filips II
1527 - 1598
King PhilipII of Spain.jpg
Koning van Spanje
Koning van Sicilië
Koning van Napels
Koning van Sardinië
Periode 1556 - 1598
Voorganger Karel V
Opvolger Filips III / II
Koning van Portugal
Periode 1580 - 1598
Voorganger Hendrik
Opvolger Filips III
Hertog van Luxemburg
Periode 1556 - 1598
Voorganger Karel II
Opvolger Isabella
Prins van Asturië
Periode 1516 - 1556
Voorganger Karel I
Opvolger Carlos van Spanje
Heer der Nederlanden
Periode 1555 - 1581
Voorganger Karel
Opvolger geen, de Nederlanden worden bestuurd door Isabella van Spanje
Koning van Engeland
Periode 1554-1558
Voorganger Maria I
Opvolger Elizabeth I
Vader Karel V
Moeder Isabella van Portugal
Wapen van Filips II, Koning van Spanje en Portugal, heerser over de Nederlanden en tijdelijk ook over Engeland.

Filips II (Valladolid, 21 mei 1527 - San Lorenzo de El Escorial, 13 september 1598) was heerser over Castilië, Aragón (welke landen tezamen Spanje vormen), Napels, Sicilië, de Spaanse Nederlanden en Portugal. Door deze personele unies had Filips dynastiek verschillende volgnummers, maar hij staat het bekendst onder de naam Filips II die verwijst naar zijn koningschap over Castilië.

Hij was heerser van het grootste koloniale rijk in de 16e eeuw, dat in 1580 bovendien Portugal annexeerde, destijds de enige andere koloniale mogendheid. Daardoor had hij veel geld beschikbaar voor de strijd tegen de islamitische Ottomanen en inmenging in de Europese godsdiensttwisten; daartoe kan ook de Nederlandse Opstand gerekend worden, hoewel daarin ook andere motieven een rol speelden. Samen met zijn tweede echtgenote Maria I van Engeland was hij, tot haar dood, gedurende vier jaar ook koning van Engeland, in de hoop een katholieke troonopvolger te kunnen verwekken die zou heersen over Engeland en over de Nederlanden. Pas bij zijn vierde en laatste vrouw kon hij de gewenste mannelijke troonopvolger voor Spanje verwekken. Onder zijn bewind bereikte Spanje het hoogtepunt van zijn macht, maar Filips zette zijn land op een spoor van economische uitputting en cultureel verval, hetgeen na zijn dood gevolgen zou hebben voor Spanjes status als grote mogendheid.

Machtspositie[bewerken]

Filips was de enige zoon van keizer Karel V (als Karel I koning van Spanje) bij zijn wettige echtgenote Isabella van Portugal. Hij kreeg een goede opleiding en kan als een intellectueel behoorlijk ontwikkeld vorst beschouwd worden, die wel wat Latijn kon lezen. Reeds in 1549 was hij vanaf 17 maart een aantal maanden in de Nederlanden geweest, om er op uitnodiging van zijn vader met zijn toekomstige onderdanen te komen kennismaken. Op het eerste zicht had hij niets van een Spanjaard met zijn blonde haren en baard, blauwe ogen en blanke huid. Toch was hij een geboren en getogen Spanjaard, die vanwege zijn Portugese moeder ook Portugees sprak, maar geen Engels, Frans of Duits, iets wat in zijn positie een handicap was.

Vanaf 1539, na de dood van zijn moeder, trad hij in Spanje al op als regent voor zijn vader, die vrijwel voortdurend op reis was in zijn uitgestrekte rijk. Van 1554 tot 1556 regeerde hij samen met zijn tweede vrouw, de Engelse koningin Maria Tudor over Engeland, maar kon niet langer blijven wegens zijn vele verplichtingen elders. In 1555 volgde hij zijn vader op als heer der Nederlanden. Anders dan zijn in Gent geboren en in Mechelen opgegroeide vader had hij geen persoonlijke band met de Nederlanden. Hij verfoeide merkbaar de vrijmoedigheid en ongedwongen houding van de bewoners. De Spaanse troon verkreeg hij nadat zijn vader in 1556 als koning van Spanje aftrad. Daarnaast kreeg hij gebieden in de Franche-Comté en Italië, die door hun geografische positie eveneens bijdroegen aan de omsingeling van Frankrijk door de Habsburgers.

Tijdens bijna zijn hele bewind viel zijn grootste rivaal Frankrijk ten prooi aan godsdiensttwisten (de Hugenotenoorlogen). Eind jaren 1550 kon hij Frankrijk een paar verpletterende nederlagen toebrengen en zo de reeds tientallen jaren slepende Italiaanse Oorlogen tussen Frankrijk en de Habsburgers in 1559 voordelig beslechten met de Vrede van Cateau-Cambrésis.

Na de dood van Karel V in 1558 splitsten de Duitse en Oostenrijkse gebieden van het tot onbeheersbare proporties uitgebreide Habsburgse Rijk zich af en vielen toe aan zijn oom, keizer Ferdinand I, die de Duitse tak van het Habsburgse Huis voortzette. Er was een anti-Filips lobby ontstaan onder de naam Liga van Heidelberg. Filips werd namelijk door veel Duitse keurvorsten te Spaans en te katholiek bevonden. Van Ferdinand, hoewel ook katholiek, kon verwacht worden dat hij het relatief tolerante godsdienstbeleid in de geest van de Godsdienstvrede van Augsburg zou voortzetten. Het streven van Karel V om zijn Spaanse en Duitse gebieden onder één keizerskroon te verenigen was hiermee mislukt.

Als koning van Spanje kreeg Filips uiteraard het Spaanse koloniale rijk. Spanje en Portugal hadden toen nog als enige Europese mogendheden koloniën, die toen alleen al dankzij de goud- en zilvervloten uit Centraal- en Zuid-Amerika zeer winstgevend waren. Andere Europese mogendheden moesten in 1556 nog beginnen met hun koloniale expansie. In 1580 kon Filips, met een beroep op zijn Portugese moeder en eerste gemalin, zich mengen in de opvolgingscrisis in Portugal, en met enige moeite dit land met de bijbehorende koloniën verwerven, wat zijn slagkracht nog verder vergrootte.

Filips kon vooral in de eerste helft van zijn 42-jarige bewind het beste leger van Europa op de been houden en dus de machtigste man van Europa zijn, zoals zijn vader Karel V ook was geweest. Spanje was ook de grootste maritieme mogendheid van de 16e eeuw en moest dat ook zijn, om het koloniale rijk bijeen te kunnen houden en uit te breiden. Zelfs de rampzalige expeditie van de Armada van 1588 heeft die positie niet wezenlijk veranderd.

Gelderse munt uit 1566
Gelderse 1/5 Philipsdaalder, geslagen in 1566.
Voorzijde: PHS.D.G.HISP.Z.REX.DVX.GEL / Borstbeeld van Philips II naar rechts
Keerzijde: DOMINVS MIHI ADIVTOR / Gekroond wapen op Bourgondisch kruis tussen twee vuurijzers

Economie en bestuur[bewerken]

De aanhoudende oorlogen en de financiële problemen eisten vanaf de jaren 1570 hun tol; het Spaanse leger was over zijn hoogtepunt heen. Behalve de militaire problemen speelden hierbij ook de politieke en economische inrichting van Spanje een rol. Spanje kende geen centrale regering, maar alleen regionale regeringen, die de instructies van de koning uitvoerden. Filips II had in principe de absolute macht in zijn rijk, maar hij had de neiging zich te veel met details bezig te houden, ten koste van de grote lijnen. Hierdoor verliep het dagelijks bestuur niet efficiënt.

Het economische beleid had ernstige tekortkomingen: de landbouw werd verwaarloosd, waardoor Spanje afhankelijk werd van import, die betaald werd met het uit Amerika geïmporteerde goud en zilver, terwijl de adel en kerk vrijgesteld bleven van belasting. Dit leidde tot hyperinflatie. Het uitzetten van joden en Moren, waardoor Spanje geschoolde vaklui en handelslieden verloor, deed de economie ook geen goed. Spanje hield wel de façade van een grote mogendheid op, maar leed aan intern verval. Ter zee kreeg Spanje te maken met opkomende maritieme mogendheden Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Vier huwelijken en nageslacht[bewerken]

Filips II trouwde in 1543 met prinses Maria van Portugal. Zij kregen in 1545 een zoon, Don Carlos van Spanje (1545–1568). Maria overleed vier dagen na de geboorte.

Filips probeerde zijn macht verder uit te breiden door in 1554 te trouwen met de katholieke Engelse koningin Maria Tudor. Filips deed dit om Engeland als bondgenoot te krijgen in de sinds 1494 voortslepende Italiaanse Oorlogen tegen Frankrijk en om Maria een katholieke troonopvolger te bezorgen en daarmee haar protestantse jongere zuster Elizabeth van de troon weg te houden. Maria was het vooral om dat laatste te doen. In 1555 en 1556 verwierf dit koninklijk paar in Engeland beruchtheid met felle vervolgingen van protestantse ketters. Het leverde Maria Tudor de bijnaam 'Bloody Mary' op, maar had geen blijvend effect op het opkomende protestantisme. Filips moest in 1556 vertrekken wegens zijn verplichtingen als heer der Nederlanden en als koning van Spanje. Hij had wel Engeland als onwillige bondgenoot tegen Frankrijk gekregen, waarbij Engeland Calais zou verliezen aan Frankrijk in 1558, het jaar waarin Maria kinderloos stierf. Elizabeth was toen haar wettige erfgename. Filips had al voor Maria's dood geprobeerd Elizabeth over te halen tot een huwelijk. Om een aantal redenen ging dit niet door (zoals trouwens alle volgende huwelijksaanzoeken aan Elizabeth). Elizabeth maakte na haar aantreden zo snel mogelijk een eind aan het bondgenootschap met Spanje tegen Frankrijk. Filips geloofde dat zijn zoon Don Carlos achter het mislukte huwelijksaanzoek zat. Deze Carlos, Filips' wettige opvolger in Spanje, zou tekenen van waanzin en razernij hebben vertoond. In 1568 kon de jonge prins niet verkroppen dat zijn vader de Hertog van Alva in zijn plaats had benoemd tot landvoogd over de Nederlanden en hij zou zijn vader daarop hebben willen vermoorden. Toen dit uitkwam probeerde hij uit Spanje te vluchten, maar hij werd door zijn vader gevangen en opgesloten. In hetzelfde jaar stierf hij op mysterieuze wijze. Boze geruchten dat hij zou zijn vermoord op last van zijn vader zijn nooit bewezen.

In 1559 beëindigde Spanje met de Vrede van Cateau-Cambrésis een in 1494 begonnen reeks van elf Italiaanse Oorlogen met Frankrijk. Dit land voelde zich in de 16e en 17e eeuw omsingeld door de Duitse en de Spaanse Habsburgers; Franse invloed in Italië had voor Frankrijk niet alleen economische betekenis, maar ook als geostrategisch voordeel dat die omsingeling daarmee bemoeilijkt werd. Spanje kon echter voorlopig als winnaar beschouwd worden en behield aanzienlijke invloed in Italië. Tot in de jaren 1570 zou de Spaanse hegemonie in Europa onaantastbaar zijn. Het onmiddellijke gevolg van dit verdrag was dat beide katholieke mogendheden de handen vrij kregen om godsdiensttwisten uit te vechten, wat nog zou leiden tot Spaanse inmenging in de Franse Hugenotenoorlogen.

Als onderdeel van het vredesverdrag (van Cateau-Cambrésis) huwde Filips met de 14-jarige dochter van de Franse koning Hendrik II, Elisabeth van Valois. Zij was eerder beloofd geweest aan Filips' destijds 14-jarige zoon Don Carlos. Bij Elisabeth kreeg hij twee dochters, Isabella (1566) en Catharina (1567), maar geen zonen. Elisabeth stierf na een aantal miskramen in 1568.

In 1570 huwde hij zijn vierde vrouw, zijn 22 jaar jongere nichtje Anna van Oostenrijk, dochter van keizer Maximiliaan II, die tot diens dood in 1568 ook al beloofd was geweest aan Don Carlos. Bij deze vrouw kreeg hij eerst drie zonen die heel jong stierven en pas in 1578, Filips was toen bijna 51 jaar oud, kreeg hij de zoon die hem zou opvolgen als Filips III van Spanje. Daarna kreeg hij nog een dochter die op 3-jarige leeftijd stierf.

Geloof als motivatie voor zijn beleid[bewerken]

Standbeeld uit 1753 van Filips II in Madrid

Zoals veel van zijn tijdgenoten was Filips II overtuigd van de goddelijke oorsprong en voorzienigheid inzake het koningschap, maar meer nog dan andere machthebbers van zijn tijd zette hij zich in voor godsdienstige kwesties, in zijn geval voor het verdedigen van de katholieke Kerk tegen zowel de toen zeer machtige en expansieve islamitische Ottomanen als tegen het opkomende protestantisme.

Filips II zag zichzelf onder andere als de leider van de contrareformatie, de reactie van de Rooms-katholieke Kerk op het opkomende protestantisme in Europa. Voor Filips II bestond er geen verschil tussen de belangen van de katholieke Kerk en die van Spanje. Hij trok daarbij een hardere lijn dan zijn vader, die aan het eind van zijn bewind in het Duitse deel van zijn rijk bij de Vrede van Augsburg het beginsel cuius regio, eius religio had moeten accepteren, waarbij een lokale machthebber in het eigen gebied zijn (of haar) eigen protestantse of katholieke religie aan de onderdanen mocht opleggen. Filips bestreed niet alleen in zijn eigen rijk elke afwijking van het katholicisme, maar probeerde ook daarbuiten herhaaldelijk protestantse vorsten en troonpretendenten ten val te brengen om zo hun land te kunnen behouden voor het katholieke geloof.

Zijn angst om eventuele misstappen te moeten verantwoorden voor God, maakte dat hij iedere kwestie haarfijn bestudeerde, waarbij zijn raadgevers belangrijke invloed op zijn beleid konden uitoefenen. Dit leverde hem de bijnaam 'Rey prudente' (= voorzichtige koning) op, maar het werkte vertraging in de hand, terwijl de 16e-eeuwse communicatiemiddelen toch al ontoereikend waren om zijn rijk, niet alleen in verschillende delen van Europa, maar ook in Noord- en Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië onder controle te houden.

Zijn toewijding aan het katholicisme en de groeiende rijkdom uit de koloniën deden Filips II steeds meer inzetten op koloniale expansie, die nodig was om zijn inmenging in allerlei Europese godsdienstoorlogen te bekostigen. Ondertussen verwaarloosde hij echter de economische ontwikkeling van zijn eigenlijke machtsbasis, het Iberisch Schiereiland. Spanje kon zich desondanks het beste leger in Europa veroorloven en had een betrekkelijk stabiele, machtige regering, terwijl openlijke godsdiensttwisten zoals in Frankrijk, Duitsland en de Nederlanden geen kans kregen. De macht van Spanje breidde zich in zijn beginjaren steeds verder uit.

Oorlog met het Ottomaanse Rijk[bewerken]

Slag bij Lepanto, 1571

Niet alleen het katholieke Spaanse Rijk, maar ook het islamitische Ottomaanse of Turkse Rijk stond destijds op het hoogtepunt van zijn macht. In 1558 hadden de Ottomanen de Balearen veroverd en geplunderd en deden zelfs aanvallen op de Spaanse kust. De zuidkust van de Middellandse Zee en de Balkan waren in de decennia daarvoor al grotendeels veroverd; vooral de Balkan kon nu worden gezien als springplank naar Italië. Na de Ottomaanse verovering in 1571 van Cyprus op de Venetianen kreeg paus Pius V het eindelijk voor elkaar dat een 'Heilige Liga' zich effectief te weer ging stellen, waarbij Filips II zich opwierp als verdediger van het christelijke Europa tegen de islam.

Op 7 oktober 1571 bracht de vloot van Spanje en een aantal Zuid-Europese bondgenoten, gecommandeerd door Juan van Oostenrijk, een halfbroer van Filips, de Ottomanen bij Lepanto aan de westkust van Griekenland een zware nederlaag toe. Dit is nog steeds een van de grootste zeeslagen uit de geschiedenis, die tot op de huidige dag in katholieke landen herdacht wordt met het luiden van het Angelus. De zege werd evenwel niet volledig uitgebuit omdat de Liga vrij snel weer uit elkaar viel wegens interne tegenstellingen. Het zou nog ruim een eeuw duren voordat het Ottomaanse Rijk definitief op de terugtocht werd gedwongen. Spanje kampte inmiddels met een ander probleem in Europa: de Opstand in de Nederlanden.

Opstand in de Nederlanden[bewerken]

Sinds Filips' definitieve vertrek uit de Nederlanden in 1559 was de politieke situatie daar steeds verder verslechterd. Filips kon de aartsbisschop van Mechelen, Granvelle, niet langer handhaven als hoogste raadsheer van de toenmalige landvoogdes, Filips' halfzuster Margaretha van Parma en riep hem in 1564 voorgoed terug. Hij werd door de Nederlandse edelen en de Staten-Generaal te veel gezien als zetbaas, die namens de koning aan de touwtjes trok, naast de onervaren Margaretha. Het ging de edelen echter niet in de eerste plaats om de persoon Granvelle, maar om de hoge belastingdruk, de inbreuken op de traditionele bevoegdheden van de gewesten en om de al uit de tijd van Karel V daterende anti-ketterse plakkaten. Vooral in de Noordelijke Nederlanden had het protestantisme flink wortel geschoten. Filips probeerde in zijn brieven uit het bos van Segovia in oktober 1565 duidelijk te maken dat hoop op verzachting van de anti-ketterse maatregelen ijdel was.

In 1566 werd desondanks het Smeekschrift der Edelen ingediend bij de betrekkelijk populaire landvoogdes, met het verzoek de Inquisitie op te heffen. De circa 200 edelen werden door haar adviseurs weggehoond en uitgemaakt voor 'gueux' (bedelaars). Margaretha stemde echter in met een voorlopige opschorting van de activiteiten van de Inquisitie, zodat de edelen handtekeningen konden verzamelen, die dan met het Smeekschrift bij Filips II zelf zouden kunnen worden ingediend. Daar zou het echter nooit van komen. Zodra de repressie in 1566 na tientallen jaren opgeschort was, braken het doperse en het calvinistische protestantisme door in het publieke leven, in de vorm van massaal bezochte hagenpreken en op gewelddadige wijze in de beeldenstorm.

Fernando Álvarez de Toledo, door Anthonis Mor van Dashorst

Daarop stuurde Filips II de reeds geduchte hertog van Alva om orde op zaken te stellen. Tegen het keiharde optreden van Alva brak al spoedig fel protest uit. Margaretha van Parma trad zelfs uit protest af en vertrok naar Italië, waarna Alva tot landvoogd werd benoemd. De graven Egmont en Hoorne, twee der voornaamste edelen, werden onthoofd op de markt in Brussel en Willem van Oranje ontsnapte maar net op tijd naar Duitsland, net als vele andere edelen. De combinatie van enerzijds militaire en godsdienstige repressie en anderzijds een verzwaring van de belastingen (de "Tiende penning"), verhardde de tegenstellingen alleen maar; zelfs veel katholieken keerden zich tegen het bewind. Vanaf 1568 was de Nederlandse Opstand een feit en zou uitlopen op de Tachtigjarige Oorlog.

Veldslagen volgden elkaar op in Oosterweel, Heiligerlee en Jemmingen en een Slag op de Zuiderzee met de Watergeuzen. De watergeuzen hadden van Willem van Oranje kaperbrieven gekregen en namen in 1572 Den Briel in. Ook Vlissingen viel in handen van de opstandelingen, die daar een naaste adviseur van Alva in het openbaar ophingen. Een moordpartij in Mechelen door Spaanse troepen in oktober 1572 bracht de Zuidelijke Nederlanden weer enigszins in het gareel, maar gelijksoortige maatregelen in Naarden en Zutphen (nov./dec. 1572) hadden het tegengestelde effect in de noordelijke Nederlanden. In 1573 werd Haarlem door de Spanjaarden ingenomen en zwaar gestraft, maar Alkmaar doorstond in dat jaar een beleg. In december van dat jaar werd Alva ontslag verleend als landvoogd, officieel om gezondheidsredenen. Hij had inderdaad een zwakke gezondheid, maar het was wel duidelijk dat zijn missie, orde op zaken stellen, niet gelukt was. Luis de Zúñiga y Requesens werd als opvolger benoemd. Deze slaagde er niet in Leiden in te nemen en nam een wat mildere houding aan, want hij schafte de gehate Tiende Penning af. Zijn houding verhardde echter weer toen de onderhandelingen van Breda mislukten. In maart 1576 overleed De Requesens plotseling.

De strijd in de Nederlanden, de toenemende spanningen met Engeland en de voortdurende invasiedreiging van Ottomaanse zijde legden een forse druk op de staatskas. De komende tientallen jaren zou Spanje enkele malen bankroet worden verklaard. Achterstallige betaling van soldij aan zijn soldaten leidde op 4 november 1576 tot een rampzalige plundering van Antwerpen, die bekend geworden is als de Spaanse Furie.

De Grote Markt van Antwerpen met het Stadhuis tijdens de Spaanse furie, een muiterij die uitbrak wegens achterstallige soldij voor de Spaanse troepen

De anti-Spaanse sentimenten in de Nederlanden werden hierdoor aanzienlijk versterkt, ook onder katholieken. Willem van Oranje kon daardoor op 8 november van dat jaar een groot politiek succes boeken, de Pacificatie van Gent, die zijn ideaal van bestuurlijke eenheid van de Nederlanden op basis van godsdienstvrijheid dichterbij bracht. De nieuwe landvoogd Juan van Oostenrijk, die inmiddels De Requesens was opgevolgd, bereikte een moeizaam compromis met de bij de pacificatie verenigde gewesten in de Unie van Brussel.

De eenheid onder de gewesten en het compromis met de nieuwe landvoogd bleken slechts tijdelijk. Twee jaar later bracht landvoogd Don Juan de opstandige gewesten een verpletterende nederlaag toe in de Slag bij Gembloers. Daarna boekten de resterende opstandige gewesten op 1 augustus 1578 in de Zuidelijke Nederlanden nog een redelijk succes in de slag bij Rijmenam, omdat de Spanjaarden nog steeds wanhopig krap bij kas zaten. Bovendien overleed Juan van Oostenrijk datzelfde jaar op 31-jarige leeftijd. In 1579 vielen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden toch weer uiteen in de protestantse Unie van Utrecht en de katholieke Unie van Atrecht. De Opstand had in de Noordelijke Nederlanden inmiddels vaste politieke vorm gekregen, die in 1581 leidde tot het Plakkaat van Verlatinghe, waarmee de noordelijke Staten-Generaal Filips II ‘verlaten’ (afgedankt) verklaarde van zijn macht. Aanvankelijk was het hun bedoeling om de soevereiniteit over te dragen aan de Franse prins Frans van Anjou en daarmee Frankrijk als bondgenoot te werven, maar dit was geen succes. Zijn katholicisme was moeilijk te aanvaarden en er ontstonden competentiekwesties tussen de Franse prins en de Staten-Generaal. Nadat een "feestelijke intocht" van Anjous troepen in Antwerpen uitliep op de Franse Furie vertrok hij weer (1583).

De Hertog van Parma was een van de bekwaamste veldheren die Filips ooit gehad heeft

Filips benoemde na het overlijden van Juan van Oostenrijk een nieuwe landvoogd: de zoon van Margaretha van Parma, Alexander Farnese, die hertog van Parma zou worden. Deze bleek een bekwaam veldheer te zijn die een lange reeks militaire successen tegen de noordelijke Nederlanden boekte. Spanje kreeg in 1580 Portugal en de bijbehorende koloniën in bezit, waardoor het met de Spaanse financiën weer wat beter ging. In 1585 werd de deling van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden bezegeld door Parma's inname van Antwerpen en de daarop volgende blokkade door de Noordelijke Nederlanden van de Westerschelde en de massale migratie van protestanten naar het noorden. Willem van Oranje, de inspirator van de Opstand, op wiens hoofd Filips een prijs had gezet, werd in 1584 door Balthasar Gerards vermoord. Daarna zochten de opstandelingen in arren moede aansluiting bij Engeland en gingen zelfs zover dat zij koningin Elizabeth de soevereiniteit over de noordelijke Nederlanden aanboden. Zij was tenminste protestant en was vanaf 1585 ook in oorlog met Spanje. Zij schrok daarvoor terug, want dit zou de oorlog nog verder doen escaleren, terwijl de Nederlandse opstandelingen als bondgenoten niet veel voorstelden. Zij stuurde in 1587 wel haar vertrouweling Robert Dudley, graaf van Leicester, om de leiding te nemen. Hij was dan wel protestant, maar evenals bij Frans van Anjou liep de samenwerking stuk op de machtsvraag. De noordelijke Staten-Generaal konden het dilemma tussen het binnenhalen van een machtige bondgenoot en het verlies van soevereiniteit niet oplossen en gingen dus maar alleen verder; Johan van Oldenbarnevelt werd de politieke leider van de Opstand, de jonge prins Maurits van Oranje de militaire. In de jaren 1590 maakten prins Maurits en Oldenbarnevelt gebruik van de versnippering van de Spaanse macht (door interventie in de Franse Hugenotenoorlogen) om de oorlog een definitieve wending in hun voordeel te geven. Aan het eind van de 16e eeuw kon Spanje ten noorden van de grote rivieren geen serieuze bedreiging meer voor de Opstand vormen.

In 1598, het jaar van zijn dood, tekende Filips II de Akte van Afstand, waarmee hij zijn dochter Isabella van Spanje en haar man groothertog Albrecht van Oostenrijk het landvoogdijschap der Nederlanden als bruidsschat meegaf, hoewel dit in feite slechts de Zuidelijke Nederlanden betrof. Deze Akte was overigens geen afstand van soevereiniteit; de Spaanse koning bleef de bevoegdheid houden opvolgers voor de landvoogd te benoemen.

Oorlog met Engeland[bewerken]

Na de dood van Maria Tudor in 1558 was de verhouding met Engeland steeds verder verslechterd; niet alleen wilde Elizabeth I van Engeland niet met hem trouwen, zij bevorderde ook het protestantisme in haar eigen land; bovendien eisten Engelse kapers een zware tol van de Spaanse scheepvaart op de koloniën. De katholieke Schotse koningin Maria Stuart was door Maria Tudor in haar testament aangewezen als haar opvolger op de Engelse troon. Maria Stuart werd ook door Filips geschikt geacht om Elizabeths troon erbij te nemen. Zij kwam echter in eigen land ten val vanwege haar rampzalige keuzes van huwelijkspartners en moest daarom in 1568 naar Engeland vluchten en bescherming vragen aan haar aartsrivale Elizabeth. In 1585 brak de Spaans-Engelse Oorlog uit, waarvan noch Filips noch Elizabeth het einde zouden meemaken. Deze oorlog werd aanvankelijk vooral ter zee uitgevochten.

De executie van Maria Stuart in 1587, in opdracht van Elizabeth wegens staatsgevaarlijke intriges, alsmede Elizabeths steun in dat jaar aan de Nederlandse Opstand, brachten Filips II ertoe om een invasie in Engeland te wagen. Als Engeland eenmaal op de knieën was gedwongen, zou met de opstandelingen in de Nederlanden afgerekend kunnen worden. Met een enorme vloot, de Armada, stuurde hij in 1588 een groot leger naar Engeland, waarbij eerst de Hertog van Parma met zijn leger vanuit de Zuidelijke Nederlanden opgehaald moest worden ter versterking van de soldaten aan boord. Na een geslaagde landing zou het Engelse landleger weerloos zijn tegen zo'n overmacht. De Armada leed echter door ongunstige wind, ineffectieve tactiek van een onervaren admiraal en weinig geoefende kanonniers een nederlaag in de slag bij Grevelingen en kon niet eens Parma's troepen laten inschepen. Van een invasie in Engeland kwam niets terecht en hoogstens een derde van zijn schepen en manschappen keerde, na een rampzalige tocht om Schotland en Ierland naar Spanje terug. Elizabeths positie was in haar eigen land door deze externe dreiging sterker dan ooit. Filips nam de verantwoordelijkheid voor deze mislukking op zich en strafte zijn bevelhebbers nauwelijks. Hij zag de nederlaag als Gods straf voor zijn slechte levenswandel en ook in Engeland en in de Nederlandse Republiek werd Gods hand hierin gezien. Er werden daar herdenkingspenningen geslagen met het opschrift: 'Gods adem heeft hen verstrooid'. Twee andere invasievloten, in 1596 en 1597, bereikten door slecht weer evenmin hun doel.

Annexatie van Portugal[bewerken]

In 1580 ontstond in Portugal een opvolgingsprobleem, omdat de koninklijke familie van Portugal uitstierf. Filips' moeder was een Portugese prinses en Filips benoemde zichzelf op grond daarvan tot koning van Portugal. Dit werd in eerste instantie door de Portugese bevolking niet geaccepteerd, waardoor Filips II overging tot een invasie en bezetting van het land. Hij zette met succes de toen al oude 'ijzeren hertog' van Alva voor de laatste maal in. Portugal zou 60 jaar deel uitmaken van het Spaanse Rijk. De annexatie van Portugal leverde nieuwe koloniën en rijkdommen op, waardoor de financiële problemen van Filips enigszins verlicht werden.

Interventie in Frankrijk[bewerken]

Vanaf augustus 1589 mengde Spanje zich in de Hugenotenoorlogen in Frankrijk, omdat daar de protestant Hendrik van Navarra zich na de moord op Hendrik III van Frankrijk als wettig erfgenaam had uitgeroepen tot koning Hendrik IV en Parijs belegerde. Filips' beste veldheer, Alexander Farnese, de hertog van Parma, werd uit de Nederlanden weggeroepen om Parijs te ontzetten. Dat deed hij ook, maar raakte later gewond en stierf te Atrecht in 1592. De Opstand heeft hij dus nooit meer kunnen bestrijden. Het zou tot 1600 duren voordat Spanje in de Nederlanden een veldheer van vergelijkbare statuur kon inzetten in de persoon van Ambrogio Spinola. De interventie in Frankrijk verlichtte dus de druk op de Nederlanden, waar vanaf 1590 Maurits van Oranje zich ontwikkelde tot een bekwaam veldheer en het tij van de Tachtigjarige Oorlog definitief keerde. De Engelsen steunden de protestanten in Frankrijk, vanwege hun eigen conflict met Spanje. Filips schoof in 1593 zijn eigen dochter Isabella van Spanje, die een Franse moeder had, naar voren als pretendent voor de Franse troon. Dit viel echter in slechte aarde en Hendrik IV bekeerde zich enkele maanden later tot het katholicisme om zich aanvaardbaar te maken als koning. Zodoende kon hij het binnenlandse religieuze conflict omzetten in een bilateraal conflict met Spanje. In 1595 verklaarde hij openlijk de oorlog. Pas in het jaar van Filips' dood, 1598, werd in Frankrijk met het Edict van Nantes een religieus compromis bereikt, waarmee een eind kwam aan de Hugenotenoorlogen. Daarmee kwam ook een eind aan de Spaanse en de Engelse interventie.

Nalatenschap[bewerken]

Aan het einde van zijn leven had Filips II maar weinig van zijn doelen bereikt. Hij had de Ottomanen weerstaan, maar geenszins uitgeschakeld; Frankrijk was een katholieke mogendheid gebleven, maar werd geregeerd door de in religieus opzicht notoire opportunist Hendrik IV. Bij zijn (tweede) bekering in 1593 tot het katholicisme werden hem de gevleugelde woorden "Parijs is mij wel een mis waard" toegeschreven, terwijl hij een zekere godsdienstvrijheid aan de protestanten bleef gunnen. Door Filips' interventie in Frankrijk was hem de kans ontglipt af te rekenen met de protestantse opstandelingen in de Nederlanden.

Bij de katholieke Engelse koningin Maria Tudor had hij geen Engelse troonopvolger kunnen verwekken, wat aanzienlijk heeft bijgedragen aan de overwinning van het protestantisme in Engeland; na de ramp met de Armada in 1588 begonnen Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich te ontwikkelen tot wereldwijde maritieme mogendheden, die niet alleen weigerden zich te bekeren, maar bovendien zijn koloniën en scheepvaartroutes bedreigden. Zijn overgebleven Zuidelijke Nederlanden werden door de nieuwe Republiek der Nederlanden geplaagd met een blokkade van de haven van Antwerpen, terwijl Frankrijk vanuit het zuiden een potentiële dreiging vormde.

Toch zijn er ook successen te melden. De vereniging van de Portugese en de Spaanse troon, waardoor zijn koloniale rijk enorm werd uitgebreid, zou 60 jaar stand houden en het Spaanse koloniale rijk zou nog tot in de 19e eeuw het grootste ter wereld blijven, waardoor het katholicisme in Latijns-Amerika en in de Filipijnen vaste voet aan de grond kreeg en het Spaans een wereldtaal werd.

Wat hij zelf ongetwijfeld ook als een succes heeft beschouwd, was de afscherming van zijn rijk ten zuiden van de Pyreneeën van het protestantisme en van vroegmoderne intellectuele ontwikkelingen. Dit isolement is tot ver in de 20e eeuw merkbaar gebleven.

Filips II werd opgevolgd door zijn 20-jarige zoon Filips III, in wiens bekwaamheid hij geen vertrouwen had. Hij liet hem een dodelijk verarmd Spanje en het immense paleis Escorial nabij Madrid na. Cervantes' beroemde roman Don Quichot wordt wel beschouwd als een uiting van de desillusie die zich meester maakte van zijn meest loyale aanhangers.

Huwelijken en kinderen[bewerken]

Koning Filips II huwde viermaal en kreeg acht kinderen:

Titels[bewerken]

Lijfspreuk Filips II[bewerken]

De lijfspreuk van Filips II was DOMINVS MIHI ADIVTOR. Dat betekent De Heer is mijn helper. Deze lijfspreuk is terug te vinden op oude munten, ook op het glas-in-loodraam van de Grote of Sint-Janskerk (Gouda), het zogeheten Koningsglas. Dit raam werd vervaardigd door Dirck Crabeth in 1557 en is geschonken door Filips II en Mary Tudor.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Filips II van Spanje
Overgrootouders Keizer Maximiliaan I (1459–1519

Maria van Bourgondië (1457–1482)
Ferdinand II van Aragon (1452–1516)

Isabella I van Castilië (1451–1504)
Ferdinand van Viseu (1433–1470)

Beatrix van Portugal (1430–1506)
Ferdinand II van Aragon (1452–1516)

Isabella I van Castilië (1451–1504)
Grootouders Filips I van Castilië (1478–1506)
∞ 1496
Johanna van Castilië (1479–1555)
Emanuel I van Portugal (1469–1521)

Maria van Aragón (1482–1517)
Ouders Keizer Karel V (1500–1558)
∞ 1526
Isabella van Portugal (1503–1539)
Filips II van Spanje (1527–1598)

Literatuur[bewerken]

  • Vázquez de Prada, Valentin (1975) - Filips II. Heerser van een wereldrijk Bussum: Fibula-Van Dishoeck ISBN 9022839907