Ferdinand II van Aragón

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Ferdinand II van Aragon)
Ga naar: navigatie, zoeken
Ferdinand II van Aragón
1452 - 1516
Ferdinand II
Koning van Aragon
Koning van Sicilië
Koning van Sardinië
Periode 1479 - 1516
Voorganger Johan II
Opvolger Karel I / II / I
Koning-gemaal van Castilië-León
Periode 1474 - 1504
Voorganger Johanna van Portugal
Opvolger Filips van Habsburg
Koning van Napels
Periode 1500 - 1516
Voorganger Frederik I
Opvolger Karel IV
Vader Johan II van Aragón
Moeder Johanna Enríquez

Ferdinand II (Sos, 10 maart 1452 - Madrigalejo, 23 juni 1516) was koning van Aragon 1479 tot 1516, samen met zijn vrouw, Isabella, heerser over Castilië van 1474 tot 1504 (als Ferdinand V), koning van Napels (als Ferdinand III), van 1504 tot 1516 en sinds 1471 koning van Sicilië. Hij was de zoon van Johan II van Aragón en Johanna Enríquez.

Ferdinand wordt ook wel Ferdinand de Katholieke genoemd, in het Spaans: Fernando El Católico. In 1469 huwde hij Isabella I van Castilië, halfzuster en erfgename van koning Hendrik IV van Castilië. Ferdinand en Isabel gingen de geschiedenis in als het 'katholieke koningspaar' (Spaans: los Reyes Católicos), vanwege het religieuze beleid dat tot uitvoering werd gebracht. Het huwelijk bezegelde de eenheid van Spanje en verenigde de Aragonese ambities in de Middellandse Zee met de Atlantische expansie van Castilië. Uit dit huwelijk werden 5 kinderen geboren:

Zijn beleid, dat vaak moeilijk te scheiden is van dat van zijn echtgenote, werd gekenmerkt door de versteviging van het koninklijk en geestelijk gezag binnen de grenzen van zijn rijk. Met maatregelen als het verbod op privéoorlogen, en de voorrang voor de koninklijke rechtspraak, onderwierp hij de hoge adel en veroverde het koninkrijk Napels. Ferdinand voltooide voorts de Reconquista door de verovering van Granada (1492) op de Moren. Tenslotte legde hij ook nog de macht van de Cortes, de Spaanse Hofraad, aan banden.

De koloniale expansie in Amerika kwam vooral tot stand op initiatief van Isabella. Op godsdienstig terrein wakkerde Ferdinand de sociale wrok en de religieuze haat tegen de joden en Moren aan om de nationale eenheid te bevorderen. Het tribunaal van de inquisitie richtte zich eerst tegen de joden (1478), die in 1492 werden verdreven en daarna tegen de niet-bekeerde Moren, die in 1502 uit Castilië werden verbannen.

Na de dood van (koningin) Isabella (1504) en van zijn schoonzoon (regent) Filips de Schone (1506) werd Ferdinand tijdens de minderjarigheid van zijn kleinzoon keizer Karel regent van Castilië in de plaats van zijn dochter Johanna de Waanzinnige van Castilië. De latere Karel V, die ondertussen koning van Castilië was geworden, erfde na de dood van Ferdinand eveneens de kroon van Aragón.

In 1512 veroverde Ferdinand met hulp van de Beaumonteses het koninkrijk Navarra.

Ferdinand werd na zijn dood samen met Isabella bijgezet in een praalgraf in de Koninklijke Kapel naast de Kathedraal van Granada.

 
Persoonlijke instellingen