Alfons XIII van Spanje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alfons XIII
1886 - 1941
Roi Alfonso XIII.jpg
Koning van Spanje
Periode 1886 - 1931
Voorganger Alfons XII
Regentes: Maria Christina
Opvolger -
Vader Alfons XII van Spanje
Moeder Maria Christina van Oostenrijk

Alfons XIII Leon Ferdinand Maria Jacobus Isidoor Pascal Anton (Spaans: Alfonso León Fernando María Jaime Isidro Pascual Antonio de Borbón y Habsburgo-Lorena) (Madrid, 17 mei 1886Rome, 28 februari 1941) was vanaf zijn geboorte tot 1931 de koning van Spanje. Zijn moeder ging hem voor als koningin-regentes van Spanje. Zijn vader, Alfons XII, was koning van Spanje van 1875 tot diens plotselinge dood in 1885. Zijn grootmoeder is koningin Isabella II. Alfons XIII is de overgrootvader van de huidige koning Felipe VI van Spanje.

Jeugd en vroege regering[bewerken]

Zijn moeder, koningin Maria Christina was de dochter van aartshertog Karel Ferdinand (18181874), een kleinzoon van keizer Leopold II, en aartshertogin Elisabeth (18311903). Zij baarde Alfonso zes maanden na de dood van zijn vader koning Alfons XII. Kanonnen vuurden 21 saluutschoten af terwijl premier Práxedes Mateo Sagasta de nieuwe koning op een zilveren blad aan het hof presenteerde. Vijf dagen later werd Alfons in een plechtige processie met de Orde van het Gulden Vlies om zijn hals naar de koninklijke kapel gebracht om gedoopt te worden met speciaal uit de Jordaan overgebracht water. Alfons had twee oudere zussen: infanta Maria Mercedes (1880-1904) huwde prins Karel Maria van Bourbon-Sicilië, een achterkleinzoon van koning Ferdinand II der Beide Siciliën. En infanta Maria-Theresia (1882-1912) huwde prins Lodewijk Ferdinand van Beieren, een kleinzoon van koning Lodewijk I van Beieren. Alfons was een kleinzoon van koningin Isabella II en koning-gemaal Frans van Assisi van Bourbon.

Alfons bracht zijn eerste zeven levensjaren voornamelijk door in Madrid en de badplaats San Sebastian waar zijn moeder een paleis had. Maria Christina - die tot zijn zestiende jaar als regentes voor hem optrad - vreesde dat hij tuberculose van zijn vader kon hebben geërfd en zag erop toe dat hij veel tijd buiten doorbracht. Na zijn zevende verjaardag begon zijn opvoeding echt. Hij was een uitstekend student en kreeg les in Frans, Engels, Duits, Italiaans, natuurkunde, scheikunde, militaire en algemene geschiedenis, aardrijkskunde en literatuur. Ook was hij dol op paardrijden, zeilen, zwemmen en militaire oefeningen. Zijn culturele belangstelling was echter niet bijster groot.

Alfons als kind met zijn moeder, Maria Christina

Alfons werd in 1902 zestien en nam de regering op zich. Meteen na zijn inhuldiging riep hij het parlement bijeen en berispte de minister van oorlog, die militaire academies zou laten sluiten. Hij beloofde voor de regering lastig te worden, maar al zijn besluiten moesten ook door een minister worden ondertekend.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Ter ere van het bezoek in 1905 van de Spaanse koning aan Engeland gaf Eduard VII van het Verenigd Koninkrijk een diner . Daar ontmoette Alfons Eduards nichten, prinses Patricia Connaught, dochter van prins Arthur, hertog van Connaught en Strathearn, en prinses Victoria Eugénie van Battenberg (kleindochter van koningin Victoria). In eerste instantie deed de koning een huwelijksaanzoek aan prinses Patricia, die hem echter afwees. Hierna verschoof zijn interesse naar prinses Victoria Eugénie. Zijn moeder Maria Christina protesteerde tegen een huwelijk vanwege de morganatische en obscure herkomst van het geslacht Battenberg (zie ook: Alexander van Bulgarije) en Victoria's lage adellijke predicaat "Doorluchtige Hoogheid". Bovendien leden de broers van Victoria Eugénie, als zovele afstammelingen van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk, aan de erfelijke ziekte hemofilie, een risicofactor voor de mogelijke troonopvolger. Inderdaad bleken later tenminste 2 zonen van Victoria Eugénie van Battenberg aan deze ziekte te lijden.

Koningin Victoria Eugénie, met haar oudste drie kinderen. Van links naar rechts: infante Jaime, infanta Beatriz en infante Alfonso.

Het Spaanse koninklijk huis kondigde op 9 maart 1906 de verloving tussen Alfons en Victoria Eugénie aan. Veel Spanjaarden hadden hier bezwaar tegen vanwege Victoria's lage komaf en het feit dat ze protestants was. Beide bezwaren werden echter al snel ondervangen. Victoria - bijgenaamd Ena - liet zich katholiek herdopen en Eduard VII schonk haar het predicaat "Koninklijke Hoogheid" zodat ze van voldoende hoge adel was.

Op 31 mei 1906 traden de twee in het huwelijk in de kerk van de heilige Hiëronymus te Madrid. Toen het paar echter naar het koninklijk paleis terugkeerde wierp een anarchist genaamd Matteo Morral een bom naar de koets. Twaalf toeschouwers vonden de dood en nog eens honderd raakten gewond, alsmede enkele paarden. Alfons en Ena bleven echter ongedeerd en de plechtigheid ging gewoon door. De prins van Wales (de latere George V) dronk op hun gezondheid, maar bekende later dat het "niet gemakkelijk was geweest na alle emoties door die verschrikkelijke affaire veroorzaakt".

Het paar kreeg zeven kinderen:

Latere regering en aftreden[bewerken]

Alfonso XIII
(tekening door Willem van Schaik)

Spanje bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal, hoewel Alfons en Ena op persoonlijke titel de geallieerden steunden. Na de oorlog zond de koning het leger naar het protectoraat Marokko om de bevolking aldaar weer onder de duim te krijgen. De Spaanse troepen leden echter een vreselijke nederlaag, die de republikeinen de koning in de schoenen schoven. Naar het voorbeeld van Benito Mussolini beraamde generaal Miguel Primo de Rivera in 1923 een militaire staatsgreep. In september verzocht Rivera de koning om de regering te ontslaan en met behulp van het leger te regeren. De militaristische Alfons was enthousiast over het idee en voldeed snel aan het verzoek. Twee maanden later stelde hij Rivera op een staatsbezoek in Italië trots voor als "mijn Mussolini". Hij maakte zich hiermee bepaald niet populair en er werden vele samenzweringen tegen zijn leven ontmaskerd. Koningin Ena liet zich, als ze in zee ging zwemmen, altijd door twee gewapende soldaten vergezellen.

In 1930 werden de protesten tegen de monarchie steeds feller en de roep om democratie steeds groter. In 1931 werd Alfons gedwongen gemeenteraadsverkiezingen toe te staan, waarin de republikeinen overweldigend wonnen. Enorme mensenmenigtes gingen de straat op en eisten zijn aftreden. De koning zag zich geen andere keuze dan Spanje te verlaten, maar deed geen afstand van de troon. Op 14 april begon de Tweede Spaanse Republiek.

De Spaanse koninklijke familie verspreidde zich over Europa en Alfonso en Ena gingen uit elkaar. De ex-koning hield zich daarna vooral bezig met reizen en het voortzetten van zijn leven als playboy. Hij stierf op 28 februari 1941 en werd in Rome begraven. In januari 1980 werd zijn stoffelijk overschot alsnog overgebracht naar de koninklijk grafkelders in het Escorialklooster bij Madrid. De dood van Alfonso was echter niet het definitieve einde van de Spaanse monarchie: in 1969 wees generaal Francisco Franco Alfonso's kleinzoon aan als nieuwe koning. Deze Juan Carlos (zoon van Don Juan) regeerde van 1975 tot 2014.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Denis Judd Gevallen Tronen (Bussum: Unieboek 1976).