Landvoogd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een landvoogd of landvoogdes (ook wel gouverneur-generaal, regent of regentes) is in het algemeen de functiebenaming voor een persoon die een land bestuurt als vertegenwoordig(st)er van de vorst of landsheer. In het bijzonder was de landvoogd degene die sinds het begin van de 16e eeuw in de Habsburgse Nederlanden deze laatste vertegenwoordigde wanneer die in het buitenland verbleef.

Ontwikkeling[bewerken]

Wegens de uitgestrektheid van het rijk van keizer Karel V en zijn vele verplichtingen in andere delen van zijn rijk verbleef de Nederlandse soeverein maar zelden in het land. Om de vorst te vervangen werd het ambt van de landvoogd gecreëerd. Dit begon toen de minderjarige Karel aartshertog werd, hij zou als regent zijn tante, Margaretha van Oostenrijk naast zich krijgen. In 1522 werd ze officieel als landvoogd aangesteld en werden haar bevoegdheden duidelijk omlijnd.

Na Margaretha van Oostenrijk benoemde Karel V zijn zuster Maria van Hongarije tot gouverneur-generaal. In 1530 zou ze haar intrek nemen in het oude paleis van de hertogen van Brabant op de Koudenberg te Brussel en vandaar de gebieden leiden.

Ook gedurende de regering van de Spaanse koning Filips II zetelden landvoogden in Mechelen of Brussel. Hun gezag werd bepaald door de volmachten die ze van de koning kregen. Dat bleek bijvoorbeeld toen de Staten-Generaal in 1578 weigerden Don Juan nog langer als landvoogd te erkennen na zijn aanval op Namen en Antwerpen. Als vervanger werd de jonge en totaal onervaren Matthias van Oostenrijk aangezocht. Die werd op zijn beurt niet door Filips II geaccepteerd. Ook de opvolger van Don Juan, Alexander Farnese, hertog van Parma, werd niet door de Nederlanden erkend.

Alles bij elkaar werden de Zeventien Provinciën gedurende drie eeuwen bestuurd door gouverneur-generaals of landvoogden, of regent(ess)en, omdat de 'natuurlijke prinsen' meestal buiten het grondgebied verbleven als hoofd van een machtig rijk.

Organisatie[bewerken]

De landvoogd of landvoogdes was de hoogste vertegenwoordig(st)er van de soeverein in de Nederlanden, en stond hierdoor ook formeel aan het hoofd van de Raad van State, die hij/zij dan ook kon samenroepen als het hem/haar uitkwam. Hij/zij stond ook aan het hoofd van de Collaterale Raden.

Onder Filips II stond de landvoogd(es) onder streng toezicht vanuit Madrid. Dit gebeurde door middel van continue briefwisseling. Deze brieven werd behandeld door de Secretarie van State. Naast de officiële briefwisseling waren er ook de nodige geheime instructies. Deze werden eerst door de privésecretaris van de landvoogd(es) behandeld. Later, omdat de invloed van deze persoon te groot was, zou deze taak worden overgenomen door de Secretarie van State en Oorlog.

Bevoegdheden[bewerken]

De landvoogd(es) was de volwaardige plaatsvervang(st)er van de soeverein en had bij deze ook al zijn bevoegdheden. Hij was ook de opperbevelhebber van de troepen. In geval van een vrouwelijke landvoogd werd deze functie overgelaten aan een ervaren militair. Natuurlijk was dit slechts de theorie. De vorst zou de teugels in handen proberen houden en de bewegingsvrijheid van de landvoogd zo veel mogelijk indammen. Adellijke benoemingen, benoemingen van bisschoppen, beheer van het kroondomein en vele andere belangrijke bevoegdheden bleven onofficieel in handen van de vorst, die de landvoogd slechts om advies vroeg bij deze zaken. Desondanks kwam het vaak tot een botsing tussen Brussel en Madrid. Door de afstand tussen beide territoria kon de landvoogd(es) vaak heel autonoom optreden. De vorst kon niet van alles op de hoogte zijn en moest zich dan ook vaak beperken tot de brede lijnen van het beleid. De landvoogd(es) kon binnen deze grenzen naar eigen goeddunken handelen.

Lijst van landvoogden[bewerken]

Een overzicht van landvoogden is hier te vinden: Lijst van landvoogden van de Nederlanden.