Sevilla (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sevilla
Gemeente in Spanje Vlag van Spanje
BanderaSevilla1.svg   Escudo de Sevilla.svg
Sevilla (stad)
Sevilla (stad)
Situering
Autonome regio Andalusia
Provincie Sevilla
Coördinaten 37° 22′ NB, 5° 59′ WL
Algemeen
Oppervlakte 109 km²
Inwoners (1-1-2012) 37.741 (346 inw/km²)
Burgemeester Juan Ignacio Zoido (PP, 2011)
Provincie- en gemeentecode 41.069
www.sevilla.org
Portaal  Portaalicoon   Spanje
Andalusië
Giralda
Sevilla
Patio de las Doncellas in het Alcázar (koninklijk paleis)
Palmtuinen in het Alcázar
Gepolychromeerde azulejos op Plaza de España

Sevilla is een gemeente en de hoofdstad van de Spaanse autonome regio Andalusië, en van de provincie Sevilla. Het is de belangrijkste stad van Zuid-Spanje op het gebied van cultuur, politiek, economie en kunst. In 2013 had de stad 700.169 inwoners, en in de agglomeratie Sevilla wonen 1.519.639 mensen.

Sevilla ligt aan de rivier Guadalquivir, die voor niet al te grote zeeschepen bevaarbaar is tot in de stad. Sevilla heeft het grootste historische centrum van Europa, waarin de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad, de kathedraal van Sevilla met de toren Giralda, het Alcázar en de Torre del Oro zich bevinden. De Sevillaanse wijk Triana wordt beschouwd als de geboorteplaats van de Spaanse dans- en muziekstijl flamenco. De stad staat in Spanje ook bekend om het niet-officiële, maar zeer afwijkende dialect dat er gesproken wordt. Door de uitspraak zijn de “sevillanos” zelfs voor andere Spanjaarden niet altijd te verstaan. De burgemeester van Sevilla was tot mei 2011 Alfredo Sánchez Monteseirín (PSOE). Na de verkiezingen van 22 mei 2011 is Zoido (PP) tot burgemeester verkozen.

Geschiedenis[bewerken]

De Grieken en Romeinen[bewerken]

Volgens de Griekse en Romeinse mythologie werd de stad gesticht door Herakles toen hij de Hesperiden bezocht. Door opgravingen weet men dat de stad rond 1000 v.Chr. in het gebied van Tartessos lag. Volgens sommigen wás Sevilla oorspronkelijk zelfs Tartessos. De Feniciërs en Carthagenen veroverden de stad rond 600 v.Chr. In deze tijd werd Sevilla gebruikt als handelscentrum voor het zuiden van het Iberisch Schiereiland, totdat het land werd veroverd door de Romeinen. Zij noemden de stad “Colonia Iulia Romula Hispalis” of kortweg “Hispalis”, hoofdstad van de toenmalige provincie Hispania Baetica. Vlakbij stichtten de Romeinen de kolonie Italica, en van hieruit werd Zuid-Spanje grondig geromaniseerd. Na de val van het West-Romeinse Rijk werden de Visigoten de baas totdat de Moren Spanje in de 8e eeuw veroverden. De Moren gaven de stad de naam “Isbiliya”. In 891 kwamen in de stad grootschalige pogroms voor, gericht tegen christenen.[bron?] In de 13e eeuw werd Sevilla tijdens de Reconquista ingenomen door de Spanjaarden.

De Visigoten[bewerken]

In het jaar 426 werd de stad ingenomen door de Vandalen, onder leiding van Gunderic, en in het jaar 441 door de Sueben onder leiding van Koning Rechila. Ongeveer 100 jaar later werden zij uit de stad verdreven door de Visigoten en hun koning Leovigild. Daarna volgde de opstand van zijn zoon, Hermenegild, die zich katholiek verklaarde, en daardoor een vijand van zijn eigen vader werd. Koning Leovigild werd dan ook opgevolgd door zijn andere zoon, Reccared I, die in 586 de troon overnam, waarna goede tijden voor Sevilla aanbraken.

De Moren en Vikingen[bewerken]

In het jaar 712 werden Sevilla, Medina-Sidonia en Mérida veroverd door de Moren onder leiding van koning Musa en zijn zoon Abd al-Aziz ibn Mussa. Vanaf dat moment veranderde Sevilla, samen met Córdoba in een van de belangrijkste steden ter wereld. Op 844 werd het Moorse Sevilla aangevallen door de Vikingen, die na hun mislukte aanvallen op Asturië, Galicië en Lissabon verder naar het zuiden waren afgedaald. Zij bestormden de stad gedurende zeven dagen, zonder succes, en verscholen zich daarna op het nabijgelegen eiland Isla Menor in de rivier Guadalquivir, wachtend op hulptroepen. Het machtige Moorse kalifaat van Córdoba was hen echter voor, en op 11 november 844 begon een rampzalige strijd, waarin met name de Vikingen duizenden mannen verloren en zich uiteindelijk moesten overgeven. Zij die het overleefden, installeerden zich als boeren in nabijgelegen dorpen als Carmona en Coria del Río. De Vikingen probeerden overigens verschillende keren Sevilla alsnog te veroveren, in 859, 966 en 971, zonder succes.

De Moren gaven Sevilla de Arabische naam Ishbiliya, dat later veranderde in Shbiya, en waar ook het huidige Sevilla van is afgeleid. Onder het Moorse bewind groeide de stad zowel cultureel als economisch gezien enorm, en werd met dank aan de islamitische cultuur een van de belangrijkste steden van het rijk Al-Andalus, samen met Córdoba. Sevilla was hoofdstad van een van de vele taifarijken, en was daarvan van 1023 tot 1091 het machtigste. Rondom het jaar 1063 begon echter langzaam maar zeker de katholieke opkomst, en al snel werd de stad voor het eerst afhankelijk van het Rijk van Castilië. In de tijd van de Almohaden bouwde men in Sevilla onder andere de Giralda en het Alcázar. Aan het einde van de 11e eeuw werd de stad bewoond door de Almoraviden, die zorgden voor verdere economische groei. In 1248 werd Sevilla officieel terugveroverd door Castilië, onder leiding van de katholieke koning Ferdinand III.

De Joden van Sevilla[bewerken]

Tot de inwoners van Sevilla behoorden ook Spaanse Joden (Sefardim). Zij woonden daar al sinds Romeinse tijden en mogelijk zelfs eerder. Net als in de rest van Moors Spanje konden zij na de Moorse verovering van Sevilla in 712 in relatieve vrijheid leven, alhoewel hieraan een einde kwam ten tijde van de heerschappij van de Almohaden. De Joodse bevolking van Sevilla verwelkomde de Reconquista van Sevilla in 1248. Na de Reconquista konden de Joden van Sevilla in het begin in relatieve vrijheid leven. Maar naarmate de tijd vorderde, raakten zij steeds meer in de verdrukking. In 1391 sloeg het noodlot toe: nagenoeg de hele Joodse bevolking van Sevilla werd het slachtoffer van een pogrom. In 1492 werden de overgebleven Joden van Sevilla gedwongen Spanje te verlaten indien zij zich niet tot het christendom bekeerden. Zij die zich bekeerden, werden conversos of nieuwe christenen genoemd. Zij die ervan verdacht werden in het geheim hun Joodse geloof te blijven belijden, werden door de Inquisitie vervolgd. In 1502 werden de overgebleven Moren van Sevilla eveneens tot bekering gedwongen. Zij die zich bekeerden, werden morisken genoemd.

De wijk “Santa Cruz” staat bekend als de oude Joodse wijk van Sevilla.

De Spaanse kolonisatie van Amerika[bewerken]

De Spaanse kolonisatie

De ontdekking van de Nieuwe Wereld door Christoffel Columbus in 1492 en het begin van de Spaanse kolonisatie was een zeer belangrijke gebeurtenis voor Sevilla. Vanaf dat moment werd het namelijk de belangrijkste haven tussen Europa en Amerika en de thuisbasis van de beroemde zilvervloot. Sevilla was al een van de belangrijkste havens van Spanje voor de handel met Vlaanderen en Italië. Een aantal jaar later werd de Real y Supremo Consejo de Indias in Sevilla gesticht door de Katholieke Koningen. Vanuit dit centrum werden alle ontdekkingsreizen, het transport van eventuele schatten en handelsrelaties met de Nieuwe Wereld georganiseerd. Door deze belangrijke rol groeide de stad, en telde rond het jaar 1500 al meer dan 100.000 inwoners. Het werd een van de meest ontwikkelde steden van Spanje, met mooie stenen straten en huizen. De stad trok handelaren, ontdekkingsreizigers en consuls aan vanuit heel Europa, de stad was nu immers de beste plek om te profiteren van de rijkdommen uit Amerika. Het archief van de Consejo wordt bewaard in het Archivo General de Indias. Door deze multiculturele invloeden groeide de stad ook op creatief gebied, met name de schilder- en beeldhouwkunst en literatuur droegen bij aan de Spaanse Gouden Eeuw. Ook industrieel groeide Sevilla, door de productie van nieuwe producten als zijde, zeep en keramiek, en de komst van meer dan 50 fabrieken.

De 17e eeuw[bewerken]

Door de grote wereldwijde macht van Spanje kwam in het jaar 1615 Hasekura Tsunenaga naar Sevilla, een Japanse ambassadeur. Zijn doel was handelsrelaties tussen Japan en Spanje aan te gaan. Aan het begin van de 17e eeuw begon de macht van Sevilla echter af te nemen, onder andere omdat het “Archivo General de Indias” werd overgenomen door de haven van Cádiz. Ook ondervond de stad last van de financiële crisis die zich over heel Europa verspreidde en werd geteisterd door verschillende overstromingen en de pestepidemie, waardoor naar schatting 60.000 mensen overleden, bijna de helft van de stadsbevolking. Op religieus gebied ontwikkelde Sevilla zich echter als nooit te voren, en in 1671 waren er meer dan 45 kloosters, bewoond door onder andere franciscanen, dominicanen, augustijnen en jezuïeten. Vanaf dat moment stond Sevilla wereldwijd bekend als “Tierra de María Santísima”, oftewel “Grond van de Heilige Maria”.

De 18e en 19e eeuw[bewerken]

De Franse invasie van het Iberisch Schiereiland strekte zich ook uit tot Sevilla, en de stad werd in 1810 bezet door Jozef Bonaparte, broer van Napoleon Bonaparte. Deze verovering verliep echter zonder gevechten en verlies van mensenlevens, maar baseerde zich op onderhandelingen. In 1812 kwam echter al een einde aan de Franse bezetting, door de tegenaanvallen van zowel Spanje als Engeland. De Franse koning verliet de stad, echter nadat generaal Soult Sevilla beroofde van een groot aantal kunstschatten. In de 19e eeuw werd begonnen aan het aanleggen van een spoorlijn in Sevilla, hiervoor was de vernietiging van het grote aantal stadsmuren nodig, en in deze periode begon dan ook de geografische stadsuitbreiding.

Een van de centrale straten
NO8DO

De 20e en 21e eeuw[bewerken]

In 1929 organiseerde de stad de Ibero-Amerikaanse Tentoonstelling, waarvoor het beroemde “Plaza de España” werd aangelegd. Sevilla werd ook slachtoffer van de Spaanse Burgeroorlog en de bezetting van dictator Francisco Franco, zij het in mindere mate dan Madrid en Barcelona.

Wat recenter, in 1992, organiseerde Sevilla een prestigieuze Wereldtentoonstelling. Een deel van de installaties die hiervoor werden gebouwd zijn veranderd in het grootste technologische wetenschapspark van Andalusië, het pretpark Isla Mágica en de beroemde brug Puente del Alamillo, ontworpen door Santiago Calatrava. Al sinds een groot aantal jaren wordt gewerkt aan de aanleg van een metronet in Sevilla.

In juni 2002 was Sevilla gaststad voor de Europese Raad; als reactie hierop ontstonden er verschillende protesten tegen de intensieve samenwerking binnen de Europese Unie. Sevilla is een politiek socialistische stad (PSOE). Na de Spaanse verkiezingen van 2004 had de socialistische partij een voorsprong van maar liefst 30,4% op haar rivalen; dat was hoger dan in alle andere Spaanse steden. Tot grote schok van de PSOE is hieraan in mei 2011 een einde gekomen. Door de economische crisis in Spanje ontstond grote ontevredenheid onder de bevolking. Hierdoor werden de gemeentelijke verkiezingen voor de PSOE een nederlaag. Zelfs in het PSOE-bolwerk Sevilla won de PP (Partido Popular).

Motto van Sevilla[bewerken]

Het motto van Sevilla is “NO8DO”, waarbij de 8 een knot wol (in het Spaans: madeja) voorstelt. De rebus moet dus gelezen worden als "NO MADEJA DO", een informele uitspraak van "No me ha dejado", wat in het Spaans “Zij heeft me niet verlaten” betekent. Volgens de legende is deze spreuk in de 13e eeuw gebezigd door Alfons X die daarmee vaststelde dat Sevilla ("Zij") hem niet in de steek heeft gelaten bij zijn strijd tegen zijn zoon Sancho IV. De spreuk wordt echter ook toegeschreven aan Ferdinand III, die dit zei in 1248 bij de bevrijding van Sevilla van de Moren. Dit motto is niet alleen terug te vinden in de vlag van Sevilla (zie afb.) maar ook op veel putdeksels en wordt altijd verwerkt in de poort ("La Portada") van de Feria de Abril.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Districten van Sevilla

Seville bestaat uit 11 districten, onderverdeeld in 108 buurten.

Klimaat[bewerken]

Klimaatgrafiek van Sevilla

Sevilla staat bekend om zijn extreem hete klimaat; de gemiddelde jaartemperatuur is dan ook 18,6 graden Celsius. Dit maakt Sevilla een van de warmste steden van Europa. De winters zijn zeer mild; in januari, de koudste maand van het jaar, is de gemiddelde maximumtemperatuur 16 graden Celsius. De zomers zijn erg heet, droog en lang; van maart tot en met november kan de temperatuur de 30 graden bereiken. In de maand juli is de gemiddelde maximumtemperatuur maar liefst 35,3 graden en de 40 graden-grens wordt met grote regelmaat overschreden. De gevoelstemperatuur kan soms oplopen tot boven de 50 graden. De officiële recordtemperatuur werd gemeten op 1 augustus 2003: 47,2 graden Celsius. Gemiddeld kent de stad slechts 41 dagen regen per jaar, waarvan de helft te verwaarlozen is, omdat er maar een paar millimeter neerslag valt.

Geografie[bewerken]

Sevilla ligt voor Spaanse begrippen erg laag, op slechts 20 meter boven zeeniveau, in een erg grote vallei aan de rivier Guadalquivir. De stad grenst onder andere aan de rijstvelden van “Las Marismas”, het Nationaal park Doñana en de “Aljarafe”, een conurbatie met meer dan 350.000 inwoners.

Afstanden naar andere steden[bewerken]

Ligging van Sevilla

Demografische ontwikkeling[bewerken]

Bron: INE; 1857-2011: volkstellingen
Opm: Bevolkingscijfers in duizendtallen

Bezienswaardigheden[bewerken]

Kathedraal
Een van de vele historische straten
La Campana
La Maestranza, stierenvechtarena
Giralda en kathedraal

Sevilla wordt door velen een ‘openluchtmuseum’ genoemd, en staat vol met historische monumenten, kerken, parken en palmtuinen, overblijfselen van vele verschillende culturen.

Een van de bekendste gebouwen van de stad is de kathedraal Maria de la Sede, het grootste kerkgebouw van Europa na de Sint-Pieter in Rome en de St Paul's Cathedral in Londen en de grootste gotische kathedraal ter wereld. Het symbool van de stad, de “Giralda”, maakt er deel van uit. Deze 96 meter hoge klokkentoren was oorspronkelijk een Moorse minaret, ooit de hoogste ter wereld. Volgens de legende mogen er in Sevilla geen hogere gebouwen gebouwd worden. Op dit moment (juni 2011) is dan ook veel ophef ontstaan over bouwplannen in La Cartuja, waar het eerste gebouw zal verrijzen dat hoger is dan La Giralda. Een ander boegbeeld van Sevilla is het 14e-eeuwse paleis Alcázar, een belangrijk voorbeeld van Mudéjar-architectuur. Samen met het Archivo General de Indias staan de kathedraal van Sevilla en het Alcázar sinds 1987 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

De belangrijkste musea zijn het Archeologisch Museum (Museo Arqueológico), het Museum voor Schone Kunsten (Museo de Bellas Artes) met belangrijke werken van kunstenaars uit Sevilla, zoals Bartolomé Murillo en Francisco Zurbarán, en het genoemde museum Archivo de Indias, dat waardevolle documenten over de geschiedenis van het Amerikaanse continent bewaart. Een maritiem museum bevindt zich in de Torre del Oro (Goudtoren), een 13e-eeuwse wachttoren.

Een architectonisch monument is het beroemde Plaza de España, net buiten het historisch centrum, dat in 1929 werd aangelegd ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling (Exposición Iberoamericana). Op het plein vindt men tweeënvijftig fresco’s, waarvan elk beschilderd is met typische afbeeldingen van de tweeënvijftig Spaanse provincies. Sevilla was in 1992 gaststad van Expo '92.

Andere bezienswaardigheden[bewerken]

  • Alameda de Hércules: een van de oudste lanen van de stad
  • Antigua Audiencia
  • Caños de Carmona: de resten van een Romeins aquaduct
  • Casa de Pilatos: een klein Andalusisch paleis
  • De wijk ”Santa Cruz”: een historische wijk vol met rustige en kleine pleintjes, bloemen en pittoreske gebouwen
  • Hospital de la Santa Caridad: een liefdadigheidsinstelling met een kerk in barokstijl, bekend vanwege de serie schilderijen van Murillo
  • Monasterio Santa María de las Cuevas: een klooster
  • Murallas de Sevilla: stadsmuren
  • Palacio Arzobispal: aartsbisschoppelijk paleis
  • Palacio de las Dueñas: woonpaleis van de Hertogin “Cayetana de Alba”, de rijkste vrouw van Spanje
  • Parlamento de Andalucía
  • Plaza de América
  • Plaza de Toros: “La Maestranza”, de grootste stierenvechtarena van Spanje, gebouwd in 1749
  • Metropol Parasol, klaarblijkelijk de grootste houten constructie ter wereld die de omgeving van Plaza de Encarnación nieuw leven moet inblazen

Kerken[bewerken]

  • Basílica de la Esperanza Macarena
  • Iglesia de la Anunciación
  • Iglesia de la Magdalena
  • Iglesia de El Salvador
  • Iglesia de Santa Ana
  • Iglesia de Santa Catalina
  • Iglesia de San Luis de los Franceses
  • Iglesia de Santa Marina

Parken en palmtuinen[bewerken]

  • Jardines del Real Alcázar
  • Parque de María Luisa
  • Parque de los Príncipes
  • Parque del Alamillo
  • Jardines de las Delicias
  • Jardín de la Cartuja
  • Jardines de Cristina
  • Jardines de la Buhaira
  • Jardines del Prado
  • Jardines del Valle
  • Jardines Chapina

Musea[bewerken]

Traditionele vieringen[bewerken]

Andalusië is van oudsher een van de meest katholieke regio's van Spanje. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal praktiserende gelovigen ook hier drastisch is gedaald sinds de val van het Franco-bewind in de jaren zeventig. Toch staat Sevilla sinds jaar en dag bekend om de grote religieuze viering van de Semana Santa, oftewel de Heilige Week.

De Semana Santa in Sevilla wordt traditioneel gevierd in de lente, tijdens de eerste volle maan, niet alleen in Sevilla. Tijdens de Heilige Week wordt de stad overspoeld door bedevaarders en toeristen. De religieuze viering wordt traditioneel afgesloten met een groot feest, waar jaarlijks honderdduizenden Spanjaarden op afkomen. Daarnaast zijn er het hele jaar door processies van kleine broederschappen. Ook Sacramentsdag en Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart zijn dagen waarop plechtige processies door de straten trekken. De verering van de Moeder Gods is voor de Sevillanen een trots, overal is zij aanwezig in de stad.

Een aantal weken na de Semana Santa vindt een ander belangrijk festival in Sevilla plaats, de jaarlijkse “Feria de Abril”, oftewel het “Festival van April”. Tijdens deze viering van het begin van de lente, zet de bevolking van de stad verschillende tenten op waar een week lang in wordt gedanst en gedronken met de hele familie. De vrouwen dragen dan traditionele flamencojurken en de mannen lopen in de chicste pakken. Het festivalterrein wordt altijd opgebouwd als een soort dorp, waarin elke straat de naam krijgt van een beroemde torero, oftewel stierenvechter. De Feria de Abril trok in 2005 meer dan één miljoen bezoekers. Eén van de leukste anekdotes van de Feria de Abril is dat koning Willem-Alexander en koningin Máxima elkaar hier hebben leren kennen.

Onderwijs[bewerken]

Sevilla telt twee universiteiten; de openbare universiteit van Sevilla (Universidad de Sevilla) en de privé instelling Universidad Pablo de Olavide.

De universiteit van Sevilla (Universidad de Sevilla) werd opgericht in het jaar 1505 en is de op één na grootste universiteit van Spanje met ongeveer 75.000 studenten in 2005, het jaar waarin het vijfhonderdjarige bestaan van de universiteit werd gevierd. Het hoofdgebouw van de universiteit is de vroegere tabaksfabriek, waar honderden vrouwen sigaren rolden. Georges Bizet baseerde zijn opera Carmen op deze sigarenrolsters. In 1997 opende in Sevilla de tweede universiteit, de “Pablo de Olavide Universiteit”, die in 2005 ongeveer 9000 studenten had. Deze tweede instelling werkt nauw samen met een groot aantal Zuid-Amerikaanse universiteiten en profileert zichzelf als de ‘Deur naar Latijns-Amerika’.

Vervoer[bewerken]

Estación de Santa Justa

Autoverkeer[bewerken]

Autorijden in de binnenstad van Sevilla is lastig, het centrum bestaat namelijk uit vele kronkelende eenrichtingsstraten. Verder is het historische stadscentrum beperkt toegankelijk: auto's mogen maximaal 45 minuten in het gebied aanwezig zijn of een parkeerplaats tot hun beschikking hebben. Op de ringweg van de stad ontstaan soms files, maar het stadsverkeer is vrij rustig in vergelijking met andere Spaanse steden zoals Madrid en Barcelona.

Luchtvaart[bewerken]

Op tien kilometer afstand van de stad bevindt zich het internationale vliegveld San Pablo.

Spoorwegen[bewerken]

De stad kan per trein worden bereikt vanuit vrijwel alle andere Spaanse steden met de verschillende lijnen van Renfe, onder andere vanuit Madrid, Córdoba, Barcelona en Málaga. Het centrale treinstation van de stad heet “Santa Justa”. De eerste hogesnelheidslijn die in Spanje werd geopend in kader van de wereldtentoonstelling van 1992 in de stad, was de Madrid - Sevilla hogesnelheidslijn. Deze lijn had een tijdelijk station, Sevilla expo, naast het tentoonstellingsterrein met een zeildak.

Stads- en streekvervoer[bewerken]

Tram in de stad

Het stadsvervoer in Sevilla is in handen van TUSSAM. Deze vervoersmaatschappij verzorgt buslijnen, tramlijnen en vanaf 2008 ook metrolijnen in Sevilla.

Al sinds 1999 is men bezig met de aanleg van een metronetwerk, dat zal bestaan uit vier grotendeels ondergrondse lijnen. In 2006 is er een begin gemaakt met aanleg van de twee tramlijnen die in het centrum zullen gaan rijden. In 2007 is Tramlijn 1 (T1) opgeleverd. Deze lijn gaat van Plaza Nueva naar het bus- en metrostation Prado San Sebastian. In 2009 is Metrolijn 1 in gebruik genomen, met belangrijke haltes in Nervión, Puerta de Jerez, Plaza de Cuba en Blas Infante.

Eten en drinken[bewerken]

Sevilla staat bekend om haar gevarieerde keuken, de grote hoeveelheid restaurants, barretjes en kroegjes en ook om het feit dat ze twee keer per dag een warme maaltijd nuttigen. De Sevillianen nemen echt de tijd voor het eten en houden van een apertitief en/of tapa vooraf.

Beroemd zijn "pescaito frito" (gebakken vis) "gazpacho" (koele soep met tomaten, komkommer, paprika, azijn, olijfolie en knoflook), "cola de toro" (gestoofde stierenstaart), "caracoles" ( slakken met saus) en "papas aliñás" ( gekookte aardappelen en eieren met uien, azijn en olijfolie).

De Sevillianen houden van zoet, lekkernijen zoals "torrijas" (gebakken brood met kaneelpoeder en honing), pestiños (gebakken deeg met honing) en "tortas de aceite" ( koeken met anijskorels en olijfolie).

Opvallend is dat de Sevillianen bijna allemaal tussen twee en drie uur eten en ook vaak gezamenlijk. De gewoonte is om na het middageten even te rusten, dat is de zogenaamde siesta en wordt (in de zomer) gehouden tot ongeveer zes uur.

Sport[bewerken]

Sevilla is de thuisbasis van twee voetbalteams: Real Betis Balompié en Sevilla FC, beiden spelen in "Primera División" (Eredivisie van Spanje), het laatste van deze twee won in 2006, 2007 en 2014 de UEFA Cup.

Sevilla was kandidaat-stad voor de Olympische Spelen van 2004 en 2008, maar zonder succes, de eer ging respectievelijk naar Athene en Peking. In 1999 organiseerde de stad het wereldkampioenschap atletiek, in 2002 het wereldkampioenschap roeien en het wereldkampioenschap kanovaren, in 2003 de finale van de UEFA Cup, en in 2004 de finale van de Davis Cup.

Een zijtak van de Guadalquivir is tijdens de wintermaanden een populaire trainingslocatie voor roei- en kanoploegen van over de hele wereld, inclusief de Nederlandse.

Films[bewerken]

Sevilla is o.a. te zien in de volgende films:

Stedenbanden[bewerken]

Geboren[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Sevilla (stad).