Vandalen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Vandalen plunderen Rome, Heinrich Leutemann (1824-1904)

De Vandalen waren een Oost-Germaanse stam die in 429 n. Chr. onder leiding van koning Genserik Afrika binnentrok. Tegen 439 n. Chr. hadden ze in Noord-Afrika een koninkrijk gesticht met als kern de voormalige Romeinse provincie Africa met de hoofdstad Carthago. Later kwamen daar als aanvullende veroveringen nog bij Sicilië, Corsica, Sardinië, Malta en de Balearen. In 455 plunderden ze de stad Rome. Hun koninkrijk stortte ineen in de Vandaalse oorlog, waarin keizer Justinianus I de Africa provincie wist terug te veroveren op de Vandalen voor het Oost-Romeinse rijk (ook wel Byzantijnse Rijk). De term vandalisme komt voort uit de manier waarop in de Renaissance en vroege moderne tijd naar de Vandalen werd gekeken, namelijk dat zij barbaarse plunderaars waren die het Romeinse culturele erfgoed vernietigden. Tegenwoordig zijn de meeste historici het erover eens dat de Vandalen juist belangrijke voortzetters waren van de Romeinse cultuur.[1]

Naam[bewerken]

De naam Vandalen wordt vaak in verband gebracht met de Zweedse provincie Vendel, Uppland dit zou hun oorspronkelijke woongebied kunnen zijn. Dit is tevens een eponiem, voor de Vendel-periode van de Zweedse prehistorie. Waarmee de periode vanaf de Late ijzertijd tot aan de Vikingtijd wordt bedoeld. De naam kan ook afgeleid zijn van het Germaanse woord voor wandelen (Engels: wend, Duits: wandeln) R. Much suggereert dat de naam kan wijzen op aanbidding van een Germaans mythologisch figuur genaamd Aurvandil. Wat vrij vertaald 'ochtend wandelaar" betekent.[2]

Geschiedenis[bewerken]

Oorsprong[bewerken]

De migratie van de Vandalen

De Vandalen worden door veel archeologen en historici als deel van de Oost-Germaanse Przeworsk-cultuur. Er heerst controverse over een mogelijke connectie tussen de Vandalen en een andere stam, de Lugiërs, die weer een mengeling zouden zijn van Germaanse en Keltische volkeren. Deze Lugiërs bewoonden namelijk hetzelfde gebied, volgens Romeinse schrijvers.

Bij de Przeworsk-cultuur was het gebruikelijk de doden te cremeren, inplaats van te begraven. Jordanes beschrijft de Vandalen als sprekers van de Gotische taal en gelijkenissen in de namen van de twee volken ondersteunen dat het Vandaals nauw verwant is aan het Gotisch.

Aan de Vandalen worden verschillende oorsprongsgebieden toegeschreven, gebaseerd op overeenkomsten tussen de plaatsnamen en de naam Vandalen. Hieronder vallen Noorwegen (Hallingdal), Zweden (Vendel), Denemarken (Vendsyssel) Het wordt aangenomen dat de Vandalen de Oostzee zijn overgestoken rond de 2e eeuw v. Chr, waarna ze het huidige Polen introkken. Zij hebben zich vervolgens in ongeveer 120 v. Chr. gevestigd in Silezië.

Introductie in het Romeinse Rijk[bewerken]

De Vandalen waren verdeeld in twee stammen, de Silingi en Hasdingi. De Silingi woonden in het gebied wat Tacitus beschrijft als Germania Magna. In de 2e eeuw leidde de twee koningen Raus en Raptus, de Hasdingi in een invasie van het Romeinse Rijk in het gebied rond de benedenloop van de Donau. Om het middenloop gebied te beschermen sloot keizer Aurelianus vrede met de Vandalen in ruil voor een deel van West-Dacië en Pannonië. Hier vestigden zij zich, tot ze in de tijd van Constantijn de Grote in conflict kwamen met de Gothen. De vandalen waren in deze tijd omsingeld. In het oosten door de Gothen, in het westen door de Marcomannen, in het noorden door de Hermanduren en in het zuiden door de Hister. Na een aanval door de Gothen waarbij hun koning Wisimar sneuvelde, migreerden de Vandalen naar Pannonië. Later, ongeveer in het jaar 330, schonk keizer Constantijn ze land op de rechterbank van de rivier de Donau waar ze zestig jaar lang leefden. Rond deze tijd waren de Hasdingi al bekeerd tot het Christelijke geloof. Tijdens de regeerperiode van keizer Valens (364-78) werden de Vandalen bekeerd tot het Arianisme, een aftakking van het Christelijk geloof. In 400 of 401, waarschijnlijk door aanvallen van de Hunnen, trokken de Vandalen naar het westen Romeins grondgebied in. Dit gebeurde samen met de geallieerde stammen van de Sarmatiaanse Alanen en Germaanse Sueben. Een deel van de Silingi volgde hen later. In de winter van 401-402 plunderden de Vandalen de Romeinse provincie van Raetia. De historicus Peter Heather concludeert hieruit dat de Vandalen zich in deze tijd bevonden in het gebied rond de midden en bovenloop van de rivier de Donau.[3]

In Gallië[bewerken]

In 406 rukten de Vandalen op vanuit Pannonië westwaarts, langs de Donau. Dit lukte ze met weinig tegenstand. Toen ze de Rijn bereikten stuitten de Vandalen op tegenstand van de Franken, die de heerschappij hadden over de geromaniseerde gebieden van noordelijk Gallië. Dit mondde uit in een veldslag waarin twintigduizend Vandalen, waaronder koning Godigisel, sneuvelden. Maar met hulp van de Alanen lukte het ze toch om de Franken te verslaan. Op 31 december van het jaar 406 staken de Vandalen de Rijn over, waarna ze Gallië binnevielen. Hier lieten ze een spoor van verwoesting achter. Al plunderend trokken de Vandalen verder westwaarts en daarna zuidwaarts door Aquitanië.

In Hispanië[bewerken]

Op 13 oktober, 409 staken de Vandalen de Pyreneeën over, het Iberisch schiereiland op. Eenmaal daar aangekomen kregen de Hasdingi land van de Romeinen, als 'foederati'. Ook de Silingi en de Alanen kregen land, de Silingi in Hispania Baetica en de Alanen in Lusitanië en het gebied rondom Carthago Nova. In het jaar 418 vielen de Visigoten het Iberisch schiereiland binnen, waarbij de Alanen een zware nederlaag leden. Attaces, hun koning sneuvelde.[4] In de nasleep van deze gebeurtenis vroegen de resterende Alanen aan de Vandaalse koning Gunderik om ook hun koning te worden. Later zouden de koningen van de Vandalen in Noord-Afrika zich dan ook Rex Wandalorum et Alanorum (Koning van de Vandalen en de Alanen) noemen.

Koninkrijk in Noord-Afrika[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Vandaalse Rijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Vandal alan kingdom 526.png

In het jaar 429 maakten de Vandalen, onder hun nieuwe koning Genserik, de oversteek naar Noord-Afrika.[5] Het is niet precies bekend hoe groot het aantal mensen was die deze oversteek maakten. Gebaseerd op Procopius' aanname dat de groep van Vandalen en Alanen uit ongeveer 80.000 mensen bestond[6], maakt Peter Heather de schatting dat ze een leger van 15.000 tot 20.000 man sterk op de been konden brengen.[7] Volgens Procopius kwamen de Vandalen op verzoek van Bonifatius, een militair leider van het gebied,[8] maar mogelijk hoopten ze er veilig te zijn voor de Romeinen. Deze hadden de Vandalen in 422 aangevallen en de onderhandelingen over een vredesverdrag waren mislukt. Oprukkend langs de kust, belegerden de Vandalen de ommuurde stad Hippo Regius in het jaar 430.[5][9] Deze stad was de thuisbasis van Augustinus van Hippo, die, na drie maanden belegering, op 8 augustus 430 stierf. Na 14 maanden belegering werden zowel de inwoners van de stad als de Vandalen buiten de muur geteisterd door hongersnood en ziektes. Er werd in 435 een vredesverdrag getekend tussen het Romeinse Rijk en de Vandalen, waarbij de Vandalen de controle kregen over een deel van de kust van Numidië.

In 439 koos koning Genserik er voor om dit vredesverdrag weer te verbreken door de Romeinse provincie Africa Proconsularis binnen te vallen en de stad Carthago te belegeren. De stad werd ingenomen zonder veldslag, terwijl het merendeel van de bevolking de paardenraces bijwoonde in het Hippodroom. Genserik riep Carthago uit tot zijn hoofdstad, en noemde zich de koning der Vandalen en Alanen. Hij bouwde zijn rijk uit tot een machtige staat, en nam Sicilië, Sardinië, Corsica en de Balearen in.

Het idee van antieke bronnen als Victor Vitensis en Quodvultdeus dat de verovering van Carthago gepaard ging met verregaande vernielingen, wordt niet gestaafd door recent archeologisch onderzoek. Hoewel het Odeon van Carthago werd vernield, bleef het straatpatroon intact en werden ook een paar publieke gebouwen gerenoveerd. Er ontstonden in deze periode nieuwe industriële centra. Historicus Andy Merrills gebruikt de grote hoeveelheid Afrikaanse rode-slipaardewerk uit de Vandaalse periode dat gevonden werd in Noord-Afrika en Sicilië als bewijs dat deze periode niet een van economische stilstand was, zoals eerder werd aangenomen. Toen de Vandalen in 440 Sicilië binnenvielen was het West-Romeinse Rijk te zwaar belast door de oorlog in Gallië om te reageren. Keizer Theodosius II van het Oost-Romeinse Rijk zond een expeditie uit om de Vandalen tegen te houden. Deze haalde het maar tot Sicilië. In 442 wist keizer Valentinianus van het West-Romeinse Rijk een vredesverdrag te sluiten met de Vandalen, waarbij de Vandalen controle verkregen over Byzacena, Tripolitania en een deel van Numidië. Tevens werd hun controle over Africa Proconsularis vastgelegd.

Plundering van Rome[bewerken]

Vandals plundering.jpg

Gedurende de volgende vijfendertig jaar, roofden de Vandalen de kusten van het Oost- en West-Romeinse rijk. Na de dood van Atilla de Hun, overigens, konden de Romeinen zich weer richten op de Vandalen. Als een poging om invloed te krijgen op de Vandalen, bood keizer Valentinianus III zijn dochter's hand in het huwelijk aan met koning Genserik. Voordat deze overeenkomst gesloten kon worden, zorgden de Romeinse politiek voor één van de vele blunders van het Rijk. Petronius Maximus vermoorde keizer Valentinianus III om de macht over het Rijk te verkrijgen. De onderhandelingen tussen de twee facties werden afgebroken en met een brief van keizerin Licinia Eudoxia, waarin ze Genserik's zoon smeekt om haar te bevrijden, besloten de Vandalen Rome in te nemen. Na plundering van de stad vertrokken de Vandalen met talloze waardevolle goederen. Ook keizerin Eudoxia en haar dochter Eudocia werden meegenomen naar Noord-Afrika.

Consolidatie[bewerken]

Door de Vandaalse plundering van Rome werd het voor de Romeinen een belangrijk streven het rijk van de Vandalen te vernietigen. Zowel het West- (468) als het Oost-Romeinse Rijk (460) stuurden vloten tegen de Vandalen. De West-Romeinse vloot werd door de Vandalen ingenomen en de Oost-Romeinse vloot werd vernietigd door Vandaalse vuurschepen. Als antwoord op de laatste aanval vielen de Vandalen de Peloponnesos binnen. Hier werden zij met zware verliezen weggedreven door de Manioten, bij Kenipolis. Als vergelding gijzelden de Vandalen 500 bewoners van het eiland Zakynthos, hakten ze in stukken, en gooiden ze overboord op de weg terug naar Carthago.

In de jaren 470 namen de Romeinen afstand van het streven naar oorlog met de Vandalen, de West-Romeinse generaal Ricimer sloot een verdrag met ze. In 476 lukte het Genserik ook om een verdrag van "langdurige vrede" te sluiten met Constantinopel. De verhoudingen tussen de twee rijken werd rustiger. Vanaf 477 begonnen de Vandalen tevens hun eigen munten, alleen brons en zilver. Hoewel de Vandalen aanvallen van de Romeinen hadden weten af te slaan en de West-Mediterraanse eilanden wisten te verbinden, waren zij minder succesvol in het weerstaan van aanvallen van de Berbers. Deze Noordafrikaanse stammen wisten de Vandalen tussen 496 en 530 tweemaal een zware nederlaag toe te brengen.

Teloorgang[bewerken]

De in 1913 uitgegeven Catholic Encyclopedia had het volgende te zeggen over de dood en opvolging van koning Genserik: "Op 25 januari 477 stierf Genserik, een van de machtigste personen uit de tijd van de volksverhuizingen. Volgens de wet van opvolging die hij had vastgelegd, zou de oudste man uit het koninklijk huis hem opvolgen. Hij werd daartoe opgevolgd door zijn zoon Hunerik (477-484). Deze was aan het begin tolerant tegenover katholieken, uit angst voor Constantinopel. Na 482 begon hij met het vervolgen van katholieken en aanhangers van het manicheïsme. Zijn neef en opvolger, koning Gunthamund (484-496), wilde de interne orde in het rijk behouden en beëindigde de vervolging van religieuze minderheden. Na de dood van Genserik nam de macht van de Vandalen sterk af. Ze verloren dan ook grote delen van Sicilie aan de Ostrogoten en moesten de druk weerstaan van de autochtone Moren. Na de dood van Gunthamund nam Thrasamund (496-523), één van de twee nog levende kleinkinderen van Genserik, de macht over. Thrasamund maakte zich wederom schuldig aan het vervolgen van katholieken, weliswaar zonder bloedvergieten, volgens de Catholic Encyclopedia.

Het turbulente einde[bewerken]

Een denarius uit de tijd van Hilderik

Hilderik (496-523) was de Vandaalse koning die het meest tolerant was tegenover de katholieke kerk. Hij had ook weinig interesse in oorlog en liet dit over aan een familielid genaamd Hoamer. Toen deze een nederlaag onderging tegenover de Moren, kwam het Ariaanse deel van de koninklijke familie in opstand. Ze verklaarden het Arianisme tot nationale godsdienst en kroonden Hilderik's neef Gelimer tot koning. De Oost-Romeinse keizer Justinianus I verklaarde oorlog aan de Vandalen, met als intentie om Hilderik's macht over de troon te herstellen. Toen er een Oost-Romeinse expeditie op weg was naar Noord-Afrika, was een groot deel van het Vandaalse leger op weg naar Sardinië op daar af te handelen met een volksopstand. De consequentie hiervan was dat de Oost-Romeinse legers, onder leiding van generaal Belisarius, ongehinderd aan konden landen op 16 kilometer van Carthago. Gelimer verzamelde een leger en trok ten strijde tegen de Oost-Romeinen in de Slag bij Ad Decimum. De Vandalen leken de veldslag te gaan winnen, totdat Gelimers broer Gibamund sneuvelde in de strijd. Hierop sloeg Gelimer op de vlucht. Belisarius nam Carthago in terwijl de overlevende Vandalen door streden. Op 15 december 533 troffen Gelimer en Belisarius elkaar weer in de Slag bij Tricameron. Het Oost-Romeinse leger wist ondanks de inzet van het Vandaalse leger door de linies heen te breken en rukte op naar Hippo Regius, de tweede stad van de Vandalen. In 534 gaf Gelimer zich over aan de Oost-Romeinse veroveraars en het Vandaalse rijk werd opgeheven. Africa Proconsularis werd wederom een Romeinse provincie en de Vandalen werden uit deze provincie gezet. Veel van de Vandalen trokken naar Saldea (tegenwoordig Béjaïa in Noord-Algerije) en integreerden met de Berbers. Ook een groot deel van de Vandalen ging in dienst van het Romeinse leger of vluchtte naar de twee Gotische rijken (Ostrogoten en Visigoten). In een aantal gevallen trouwden Vandaalse vrouwen met Romeinse soldaten en bleven zij in Noord-Algerije of Tunesië. De meest bekwame krijgers van het Vandaalse leger werden gevormd tot in totaal vijf cavalerie eenheden, de Vandali lustiniani. Deze werden gestationeerd aan de Perzische grens. Sommige krijgers gingen in persoonlijke dienst van Belisarius. De Catholic Encyclopedia stelt dat "Gelimer eervol behandeld werd en grote stukken land geschonken kreeg in Galatië. Hij kreeg ook de status van patriciër aangeboden, maar moest dit aanbod afslaan vanwege zijn Ariaanse geloof".

Lijst van Vandaalse koningen[bewerken]

Vandalisme[bewerken]

Naar het volk der Vandalen is etymologisch het verschijnsel vandalisme genoemd. Mensen die vandalisme plegen, worden ook wel vandalen genoemd. Dit woord is afkomstig uit het Frans en in 1794 gehanteerd door bisschop Henri Grégoire van Blois, om de gewelddadige acties en vernielingen, aangericht door het Parijse gepeupel, te kenschetsen tijdens de Franse Revolutie. Het herinnerde volgens hem aan de plundering van Rome door de Vandalen in het jaar 455. Vermeldenswaard is trouwens dat ten tijde van de verovering van Rome door de Vandalen er inderdaad door hen geplunderd werd, maar de (arme) onderlaag van de Romeinse bewoners deed hieraan zelf enthousiast mee. Wat bovendien in hun voordeel pleit is dat ze Carthago intact overnamen en daarbij heel snel ook de Romeinse luxueuze levenswijze. Zo vrijwaarden zij zelfs het culturele erfgoed aldaar, in tegenstelling tot wat hun naam doorgaans oproept.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • H. Schreiber, De Vandalen, Zegetocht en ondergang van een Germaans volk, Amsterdam/Brussel, 1979.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Contrasting articles in Frank M. Clover and R.S. Humphreys, eds, Tradition and Innovation in Late Antiquity (University of Wisconsin Press) 1989, highlight the Vandals' role as continuators: Frank Clover stresses continuities in North African Roman mosaics and coinage and literature, whereas Averil Cameron, drawing upon archaeology, documents how swift were the social, religious and linguistic changes once the area was conquered by Byzantium and then Islam.
  2. R. Much, Wandalische Götter, Mitteilungen der Schlesischen Gesellschaft für Volkskunde 27, 1926, 20-41. "R. Much has brought forth a relatively convincing argument to show that the very name Vandal reflects the worship of the Divine Twins." Donald Ward, The divine twins: an Indo-European myth in Germanic tradition, University of California publications: Folklore studies, nr. 19, 1968, p. 53.
  3. Heather, 2005. p.195
  4. Vasconcellos 1913, p. 551
  5. a b Collins, 2000, p.124
  6. Procopius Wars 3.5.18–19 in Heather, 2005, p.512
  7. Heather, 2005, p.197–198
  8. Procopius Wars 3.5.23–24 in Collins, 2004, p.124
  9. Newadvent.org