Flavius Julius Valens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Valens
156 Valens.jpg
Geboortedatum 328
Sterfdatum 9 augustus 378
Tijdvak Valentiniaanse dynastie
Periode 364-378
Voorganger Valentinianus I
Opvolger Theodosius I
Staatsvorm Dominaat
Medekeizer Valentinianus I (364-375)
Procopius (365-366)
(tegenkeizer)
Marcellus (366)
(tegenkeizer)
Gratianus (367-383)
Valentinianus II (375-392)
Persoonlijke gegevens
Naam bij geboorte Flavius Julius Valens
Naam als keizer Flavius Julius Valens Augustus
Zoon van Gratianus de Oudere
Vader van Valentinianus Galates
Carosa
Anastasia
Gehuwd met Albia Domnica
Broer van Valentinianus I
Oom van Gratianus
Valentinianus II
Romeinse keizers
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

Flavius Julius Valens[1] (328 - 9 augustus 378) was van 28 maart 364 tot 9 augustus 378 keizer van het Romeinse Rijk.

Valens werd door zijn oudere broer Valentinianus op 28 maart 364 tot medekeizer benoemd, nadat deze kort daarvoor keizer was geworden. Hij zou het oosten van het rijk gaan besturen en Valentinianus het westen. Valens had een duidelijk ondergeschikte rol in deze overeenkomst. Valens werd in de zomer van 378 verslagen en gedood in de slag bij Adrianopel.

Afkomst en familie[bewerken]

Valens werd in 328 geboren in Cibalae, in het zuiden van Pannonia (het huidige Vinkovci in het tegenwoordige Kroatië).[2] Zijn vader was Gratianus de Oudere, een bekende en gerespecteerde Illyrische generaal. Zijn oudere broer Valentinianus was zeven jaar ouder. De jongens groeiden op op de landgoederen die hun vader in Africa en Brittania had gekocht. Terwijl Valentinianus voorafgaand aan zijn benoeming tot keizer een succesvolle militaire carrière had doorlopen, was dit voor Valens niet het geval. Valens bracht een groot deel van zijn jeugd op de landgoederen van zijn familie door. Pas in de jaren 360 ging hij in het leger. Samen met zijn broer nam hij deel aan de Perzische veldtocht van keizer Julianus de Afvallige.

Met zijn vrouw Domnica had hij twee dochters Anastasia en Carosa, alsmede een op 18 januari 366 geboren zoon en erfgenaam Valentinianus Galates. Deze zoon werd in 369 tot consul benoemd, maar stierf al kort daarna.

Valens wordt keizer[bewerken]

In februari 364 kwam de regerend keizer Jovianus, die zich naar Constantinopel haastte om zijn claim op de troon veilig te stellen, door verstikking om het leven tijdens een overnachting in Dadastana, 100 mijl ten oosten van Ankara. Onder Jovianus' luitenanten was Valentinianus, een tribunus scutariorum. Valentinianus werd op 26 februari 364 uitgeroepen tot Augustus. Valentinianus voelde dat hij hulp nodig had om het grote en lastige keizerrijk regeren. Op 28 maart van hetzelfde jaar benoemde hij daarom zijn broer Valens tot medekeizer in het paleis van Hebdomon. De twee Augusti reisden samen via Adrianopel en Naissus naar Sirmium, waar zij hun personeel verdeelden. Valentinianus reisde vervolgens naar het Westen.

Valens verkreeg de oostelijke helft van het Rijk (Griekenland, Egypte, Syria en Anatolië tot aan de Perzische grens). Valens reisde in december 364 naar zijn hoofdstad Constantinopel.

Opstand van Procopius[bewerken]

Valens erfde het oostelijk deel van een Romeins rijk dat zich onlangs had moeten terugtrekken uit de meeste van haar provincies in Mesopotamië en Armenië. Dit als gevolg van een als smadelijk ervaren verdrag dat zijn voorganger Jovianus in ruil voor een veilige terugkeer van zijn leger had moeten sluiten met Shapur II van de Sassanidische Rijk. Na de winter van 365 was de eerste prioriteit van Valens om naar het oosten af te reizen in de hoop daar de situatie onder controle te krijgen en de oostelijke rijksgrens veilig te stellen. In de herfst van 365 had hij de Cappadocische stad Caesarea bereikt, toen hij vernam dat in Constantinopel een usurpator zich tot keizer had later uitgeroepen. Toen hij stierf had keizer Julianus de Afvallige één overlevend familielid achtergelaten, een neef van moederskant met de naam Procopius. Procopius was tijdens de Perzische expeditie belast met het toezicht op een noordelijke afdeling van het leger van Julianus de Afvallige. Hij was derhalve niet aanwezig geweest toen Jovianus tot diens opvolger werd benoemd. Hoewel Jovianus deze potentiële rivaal voor de troon tijdens zijn korte keizerschap tegemoet was gekomen, raakte Procopius tijdens het eerste jaar van Valens' regeerperiode steeds meer onder verdenking.

Na ternauwernood aan arrestatie ontkomen te zijn, dook hij onder. Hij kwam weer boven water in Constantinopel, waar hij op 28 september 365 in staat bleek om twee militaire eenheden op doortocht door de hoofdstad te overtuigen om hem tot keizer uit te roepen. Hoewel de eerste reactie in de stad lauw lijkt te zijn geweest, steeg Procopius snel in de gunst door effectief gebruik te maken van propaganda: hij sloot de stad af van rapporten uit de buitenwereld en verspreidde het gerucht dat keizer Valentinianus zou zijn overleden; hij begon met het slaan van munten waarop hij zich liet voorstaan op zijn connecties met de Constantijnse dynastie; deze link buitte hij verder uit door het inzetten van de weduwe en de dochter van Constantius II als pronkstukken voor zijn regime. Hiermee boekte hij enig succes, met name onder soldaten die loyaal waren aan de Constantijnse dynastie en onder Oosterse intellectuelen die zich onder de Valentinianen al snel vervolgd begonnen te voelen.

Toen het nieuws kwam dat Procopius in opstand was gekomen hem bereikte, stortte Valens in. Hij dacht er over na om afstand van de troon te doen en overwoog misschien zelfs om zelfmoord te plegen. Zelfs nadat hij besloten had toch te vechten, werden Valens' inspanningen om Procopius' opstand neer te slaan, bemoeilijkt door het feit dat de meeste van zijn troepen, toen hij van de opstand vernam, de Cilicischë poort al waren doorgetrokken op weg naar Syria. Niettemin stuurde Valens twee legioenen naar het westen om met Procopius af te rekenen. Tot Valens' frustratie slaagde Procopius er echter gemakkelijk in deze legioenen over te halen om naar hem over te lopen. Later dat jaar werd Valens zelf bijna gevangen genomen in een raid in de buuurt van Chalcedon. De problemen werden nog verergerd door de weigering van Valentinianus om meer te doen dan zijn eigen grondgebied tegen de troepen van Procopius te beschermen. Door het ontbreken van significant keizerlijk verzet in 365 kon Procopius grote stukken van het rijk onder zijn controle brengen. Aan het einde van jaar had hij de controle over de diocesen van Thracië en Asia.

Pas in het voorjaar van 366 had Valens genoeg troepen verzameld om Procopius effectief te kunnen bestrijden. Hij marcheerde vanuit Ancyra naar Pessinus. Vandaar trok Valens Frygië binnen, waar hij Procopius' generaal Gomoarius wist te verslaan in de slag bij Thyatira. Daarna ontmoette hij Procopius zelf in Nacoleia, waar hij diens troepen door omkoping ervan wist te overtuigen om Procopius in de steek te laten. Procopius werd op 27 mei 366 geëxecuteerd, waarna zijn afgehakte hoofd met als eindbestemming keizer Valentinianus in Augusta Treverorum (het huidige Trier) op tournee ging door het noordelijk deel van het Romeinse Rijk.

Procopius had een bondgenootschap gesloten met de Goten en Valens was daar logischerwijs niet erg blij mee. Daarom trok hij in 367 de Donau over om de bewuste groep Goten, onder leiding van iudex Athanarik een lesje te leren. De Goten vluchtten echter de Karpaten in. Valens trok zich terug over de rivier waar hij zijn leger forten liet bouwen. Twee jaar later kwam hij weer terug en werden de Goten verslagen. Er werd meteen vrede gesloten. Valens probeerde de Goten te isoleren en verbood hen nog handel te drijven met Rome. Hij zou er echter de wrange vruchten van plukken, want de Goten waren een grote bron van soldaten voor het leger.

Oorlogen met Perzië en andere problemen[bewerken]

Na deze vrede moest Valens snel weer naar de Perzische grens, waar koning Shapur II Armenia had veroverd. Na een hoop gedoe en getouwtrek werd er een soort vrede gesloten in 371, toen de Perzen zelf werden aangevallen in het oosten. De nieuwe koning van Armenia, een jongen genaamd Pap die door Valens met veel moeite op de troon was gezet, zorgde echter voor meer problemen. Hij executeerde de bisschop van Armenië en eiste de overdracht van Romeinse steden. Valens liet hem executeren. De Perzen waren daar weer niet blij mee, en zo kwam het bijna weer tot oorlog in 375. Datzelfde jaar kwamen echter ook de Saracenen en de Isauriërs in opstand, en het lukte Valens maar net om deze neer te slaan.

Valens' einde[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie slag bij Adrianopel (378) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Valens had sinds 374 een tekort aan troepen, omdat Valentinianus hem had bevolen er meer te sturen naar het westen. Een asielaanvraag van een groep Goten kwam dan ook mooi uit om het leger aan te vullen. Deze Goten waren door de Hunnen van hun land verjaagd. Door het troepentekort konden de soldaten de verhuizing echter niet onder controle houden, en zo werden de Goten al snel gevolgd door Hunnen en Alanen. De situatie escaleerde in 377 en de Goten marcheerden zonder veel tegenstand Thracië binnen. Valens vroeg om hulp aan Gratianus, de opvolger van de in 375 gestorven Valentinianus, maar besloot niet op hem te wachten. Hij viel de Goten aan op 9 augustus bij Adrianopel, en werd verpletterend verslagen. Valens stierf kort na de slag, omdat, zo gaat het gerucht, de boerderij waar hij naar was gevlucht, in brand was gestoken.

Nalatenschap[bewerken]

Aquaduct van Valens in Istanboel (het voormalige Constantinopel), hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk.

"Valens was volkomen onopvallend, nog steeds slechts een protector, en bezat geen aanleg voor militaire zaken: hij verried zijn minderwaardigheidscomplex door zijn nerveuze verdenking van complotten en zijn harde bestraffing van vermeende verraders", schreef A.H.M. Jones. Maar Jones geeft ook toe dat "hij een gewetensvolle administrator was, die voorzichtig omging met de belangen van de lagere klassen. Net zoals zijn broer was hij een oprecht Christen.".[3]

Het zo roemloos omkomen in de strijd kan worden beschouwd als het dieptepunt in een ongelukkige carrière. Dit geldt met name vanwege de ingrijpende gevolgen van Valens' nederlaag. De nederlaag bij Adrianopel bleek het begin van het einde voor de territoriale integriteit van het late Romeinse Rijk en dit feit werd als zodanig ook door tijdgenoten erkend. Ammianus Marcellinus begreep dat het de ergste nederlaag in de Romeinse geschiedenis sinds de slag bij Cannae was (31.13.19), en Tyrannius Rufinus noemde het "het begin van de kwade zaken, die het Romeinse rijk vanaf toen en daarna overkwamen."

Valens zou ook opdracht hebben gegeven een korte geschiedenis van de Romeinse staat te laten geschreven. Dit werk werd geschreven door Valens' secretaris Eutropius en staat bekend staat onder de naam Breviarium ab Urbe condita. Het vertelt de geschiedenis van Rome sinds haar stichting. Volgens sommige historici gaf Valens deze opdracht om zo in kort bestek op de hoogte te raken van de Romeinse geschiedenis, opdat hij, de keizerlijke familie en door hen benoemde personen zich beter zouden kunnen verhouden tot de Romeinse Senatoriale klasse.[4]

Voetnoten[bewerken]

  1. In Klassiek Latijn zou de naam Valens worden geschreven als FLAVIVS IVLIVS VALENS AVGVSTVS.
  2. Lenski, Noel Emmanuel, Failure of empire: Valens and the Roman state in the fourth century A.D. zie hier, 2002, University of California Press, ISBN 978-0-520-23332-4, blz. 88
  3. Jones, Arnold Hugh Martin, The Later Roman Empire, 284–602: A Social, Economic and Administrative Survey (Baltimore: Johns Hopkins University, 1986), blz. 139.
  4. Eutropius. Breviarium, red. H.W. Vogel, Liverpool University Press, 1993, blz. XIX.

Externe links[bewerken]