Al-Andalus
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Al-Andalus (Arabisch الأندلس) is de naam die de Moorse veroveraars gaven aan het door hun bezette gedeelte van het Iberisch Schiereiland. De naam heeft niet alleen specifiek betrekking op het Emiraat (756 - 929) en Kalifaat van Córdoba (929 - 1031) en de latere taifa-gebieden, maar is ook van toepassing op het gehele gebied onder Moorse overheersing (711 - 1492) in het algemeen.
Gedurende de jaren van de Reconquista werd met Al-Andalus het door de Moren beheerste gebied bedoeld in de vroegere Romeinse provincies Hispania Baetica, Hispania Lusitania en Hispania Tarraconensis, waarbij de noordgrens met de jaren steeds zuidelijker kwam te liggen. Al-Andalus komt van "Al-Wandaluz" en is een verbastering van de Arabische naam voor gebied van de Vandalen. Dit was een Germaans volk dat zich strijdend vanuit het noordoosten richting zuidwest-Europa verspreidde. Zij trokken de straat van Gibraltar over en zijn uiteindelijk opgegaan in de Noord-Afrikaanse bevolking.
Toen de Moren de Visigothische overheersers verdreven ontstond vanaf 750 na Chr. een relatief tolerante staat onder leiding van Abd ar Rahmaan en zijn daarop volgende Oemajjaden dynastie. Córdoba werd de nieuwe hoofdstad van het gebied en werd langzaam maar zeker uitgebouwd tot een cultureel centrum dat wedijverde met Bagdad, de toenmalige hoofdstad van het Islamitische gebied. De Omajjaden legden het Jodendom en Christendom een aantal beperkingen op in hun godsdienstbeleving. Deze lagen vooral in het niet meer luiden van klokken, actief bekeren of het bouwen van nieuwe kerken of synagogen. Deze beperkingen hadden geen betrekking op het dagelijks leven en diverse Joden klommen op tot hoge posities binnen de heersende klasse van het Kalifaat en later de taifa's (stadstaten).
Al-Andalus mag niet worden verward met de huidige autonome regio Andalusië.
[bewerk] Externe links
[bewerk] Literatuur
- Maria Rosa Menocal, De gouden eeuw van Andalusië Bulaaq, Amsterdam , 2006 - ISBN 90 5460 095 0

