Almohaden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
الموَحدون
 Kalifaat van de Fatimiden
 Almoraviden
1121 — 1269
Kaart
Algemene gegevens
Hoofdstad Marrakesh, Sevilla
Talen Arabisch, Mozarabisch, Berbertalen
Religie(s) Soennisme (voornamelijk) Rooms-katholiek, Ibidisme, Soefisme, Jodendom
Voorgaande en opvolgende staten
 Kalifaat van de Fatimiden
 Almoraviden

Kroon van Aragon 
Koninkrijk Portugal 
Kroon van Castilië 
Meriniden 
Nasriden 
Hafsiden 

Marokkaanse dynastieën
Idrisiden (780-974) (Arabisch)
Maghrawaden (987-1070) (Berbers)
Almoraviden (1073-1147) (Berbers)
Almohaden (1147-1269) (Berbers)
Meriniden (1258-1420) (Berbers)
Wattasiden (1420-1547) (Berbers)
Saadidynastie (1554-1659) (Arabisch)
Alaouidynastie (1666-huidig) (Arabisch)

De dynastie der Almohaden (afgeleid van het Arabische الموحدون al-Muwahhidun, "de monotheïsten" of "de unitaristen") was een Berberse moslimdynastie die in de 12e en 13e eeuw over de Maghreb en Spanje regeerde.

Inhoud

[bewerken] Ontstaan

De dynastie is ontstaan uit een islamitische beweging die was gesticht en geïnspireerd door Mohammed ibn Toemart (ca. 1078–1129), een Berber uit de Anti-Atlas. Deze formuleerde een doctrine die een zuivering van het islamitische geloof inhield, en verdedigde een strenge opvatting van de eenheid Gods. Toen Ibn Toemart in Marokko tegen de heersende Almoraviden begon te prediken, moest hij vluchten; hij trok zich terug in het Atlasgebergte. Daar stichtte hij een soort Berberstaat.

Hij riep zichzelf uit tot mahdi en zondeloos imam en verklaarde zich absoluut meester van zijn gemeente, zowel in wereldlijk als in godsdienstig opzicht (1121–1122). Omdat de Almoraviden in zijn ogen waren afgeweken van het rechte pad van het geloof, verklaarde hij hun de heilige oorlog. Hij behaalde echter weinig militaire successen en sneuvelde tijdens een mislukte aanval op Marrakesh (1129).

[bewerken] Machtsuitbreiding

Ibn Toemart werd opgevolgd door zijn belangrijkste volgeling, Abd al-Moe’min (gest. 1163), die de titels aannam van khalifatoe l-mahdi (= plaatsvervanger van de mahdi) en amir al-moe’minin (= bevelhebber van de gelovigen), welke laatste was voorbehouden aan de kalief. In 1139 begon hij een zevenjarige veldtocht tegen de Almoraviden. Na een lang beleg werd in 1147 de stad Marrakesh ingenomen, die de hoofdstad van de Almohaden werd en waar de laatste Almoravidenvorst, Isjak, de dood vond. In twee veldtochten (1151–1152 en 1159) veroverde Abd al-Moe’min ook Ifrikija en zijn gezag strekte zich uit tot in Tripolitanië en Cyrenaica. Zo bracht hij al de Berbers onder één heerschappij. Ondertussen intervenieerde hij met succes in Spanje, waar de Andalusische emirs sinds de val van de Almoraviden een zelfstandige politiek voerden en de christenen gebieden veroverden. Hij nam Sevilla (1147), Córdoba en Jaén (1148), Málaga (1153), Granada (1154) en Almería (1157). Abd al-Moe’min ontpopte zich als een groot organisator en administrator, herstelde de orde, breidde de vloot uit, onderhield stabiele betrekkingen met Genua en stichtte in 1157 de stad Gibraltar. Door zijn anti-joodse houding verlieten veel joden het land, o.a. de wijsgeer Maimonides, die de wijk nam naar Egypte; anderen vluchtten naar het christelijke Spanje, waar Toledo hun nieuwe centrum werd. Al-Moe'min bevorderde de bouwkunst en deed zich kennen als beschermer van wetenschap en kunsten.

Abd al-Moe’min werd opgevolgd door zijn zoon Jakoeb Joesoef (gest. 1184), die erin slaagde de rest van Moors Spanje te veroveren. Deze werd opgevolgd door zijn neef Aboe Joesoef Jakoeb al-Mansoer (gest. 1199), die o.m. een schitterende overwinning behaalde op Alfons VIII van Castilië (Alarcos, 19 juli 1195).

[bewerken] Neergang

Een kaart die het Iberische gebieden van de Almohaden toont en de aanvallen door Castillië(C), Aragon(A), Leon (L) en Portugal(P).

Deze nederlaag bewoog de christenen ertoe zich te verenigen in de strijd tegen de islam. In 1212 wisten de verenigde legers van Alfons VIII van Castilië, Peter II van Aragón en Sancho III van Navarra bij de Slag bij Las Navas de Tolosa (ten zuiden van de Sierra Morena) het leger van Mohammed III al-Nasir, de opvolger van Aboe Joesoef, te verslaan. Van toen af daalde de macht van de Almohaden, ondanks de verovering van Mallorca, en zowel in Spanje als in Noord-Afrika viel hun rijk uiteen. In 1269 vond de laatste Almohade, Aboe al-Oela Aboe Dabboes, de dood in de slag bij Duquela (Marokko), waarop de dynastie van de Meriniden zich in Marokko vestigde. Met de politieke macht van de Almohaden ging ook hun godsdienstige beweging, die al lang in haar oorspronkelijke zuiverheid aangetast was, ten onder.

[bewerken] Bouwkunst

Van de militaire bouwwerken uit de periode van de Almohaden zijn slechts enkele stadsbolwerken en ribats (versterkte derwisjkloosters) overgebleven. Van de zeer belangrijke religieuze bouwkunst getuigen in Marokko nog drie moskeeën, gebouwd in Tinmel, in Marrakesh (Koetoebia) en in Taza (alle drie uit de 12de eeuw). De minaret van de Koetoebia is wereldberoemd, evenals de toren van Hassan in Rabat en de Giralda in Sevilla, het enige overgebleven deel van de moskee die daar ca. 1171 werd gebouwd, maar plaats moest maken voor de kathedraal. Opvallend aan deze drie torens is de versiering van de gevels met veellobbige, scherpe bogen, die elkaar overlappen en ruitvormig schijnen.

[bewerken] Bronnen

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:


 
Persoonlijke instellingen
Boek maken