Idrisiden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Idrisiden (Arabisch: الأدارسة) waren de eerste Al Baitdynastie (nakomelingen van de moslimprofeet Mohammed) in de westelijke Maghreb. Ze behielden de macht van 788 tot 985. Na 924 bestuurden zij enkel gebieden in het westelijke Rif, terwijl Fes en de rest van Marokko onder het bewind kwam van het Fatimiden en hun Miknasa bondgenoten. Tot hun gebieden behoorden ook de huidige Spaanse exclave van Ceuta. De dynastie werd vernoemd naar de stichter, Idris I. De Idrisiden waren sjiieten.

De maximale omvang van het koninkrijk van de Idrisiden (oranje) en hun invloedssfeer (gestreept). Haar directe buren: de Barghawata (paars), het Koninkrijk van Nekor (geel) en het Midrar-koninkrijk van Sijilmasa (groen). In het oosten werd het begrensd door de Abbasiden en later de Fatimiden

Geschiedenis[bewerken]

De stichter van de dynastie was Idris ibn Abdallah (788-791), die meende een afstammeling te zijn van Fatima, de dochter van Mohammed. Maar als afstammeling van Mohammed werd hij vervolgd door de Abbasiden en vluchtte naar de Maghreb in 786, waar hij toevlucht zocht bij de Berbers. Sinds de Maysara opstand tegen de Arabische overheersing (739-742), nam de macht van het Kalifaat af in Noord-Afrika.

In 789 kwam hij aan in Volubilis, wat bevolkt werd door de machtige Awraba Berber stam. De stam zag in Idris een ideale vertegenwoordiger en benoemde hem tot imam. Uit deze stam huwde hij Kenza, die hem vlak na zijn dood zijn enige zoon en opvolger schonk. Idris, en zijn nakomelingen, zouden snel door de plaatselijke Berberse stammen erkend worden als heersers van het land. De dynastie maakte een sterke proces van 'berberisering' door.[1] Hoewel zij konden wijzen op hun directe afstamming van de Profeet, werden zij door tijdgenoten niet altijd beschouwt al Arabieren. Zo werden de Hammudiden (heersers van Cordoba in de 11e eeuw), een aftakking van de Idrisiden, in de Andalusische literatuur beschouwt als Zenata Berbers. Ibn Khaldun beschouwde het bewind van de Idrisiden niet als een Arabische heerschappij, omdat volgens hem de macht bij de Berbers lag en gedurende hun bewind nauwelijks Arabieren in het land waren.[2] Hij beschouwde hun dan ook als een logisch gevolg van de strijd van de Berbers tegen Arabische heerschappij in de Maghreb.

Zijn zoon Idris II (791-828) ontwikkelde de streek van Fes, dat al door zijn vader veroverd was, tot koninklijke verblijfplaats en hoofdstad. Door de toevlucht van nieuwe bewoners uit Andalusië werd de stad al snel het belangrijkste centrum voor islamisering van Noord-Afrika. Rond dezelfde tijd, werd een alternatieve zomer-hoofdstad gebouwd met de naam Basra (naar de bekende Zuid-Iraakse stad).

Het sultanaat werd uitgebreid door militaire campagnes te voeren in het hoge Atlasgebergte. Met als gevolg dat het de meest aanzienlijke macht werd in Marokko. Onder Mohammed ibn Idris (828-836) werd het sultanaat verdeeld onder acht broers, waarbij verschillende Idrissiden staatjes gevormd werden. Dit had als gevolg het verzwakken van de dynastie door interne machtsstrijd. De Awraba (en een coalitie van machtige Berberstammen) maakten hier tijdelijk een einde aan door trouw te zweren aan de 9-jarige prins van Fes, Ali ibn Mohammed. Na een 13-jarig vreedzame heerschappij stierf Ali ibn Mohammed en viel het koninkrijk weer uiteen. Zelfs na de hereniging door Yahya IV (904-917) verloor het zijn aanzien door interne turbulentie en aanvallen door de Fatimiden, die zich hadden geallieerd met de lokale Miknasa.

Na verslagen te zijn door de Fatimiden in 917-920 werden de Idrissiden uit Fes verjaagd en werd de controle over de stad overgedragen aan de Berbers van Miknasa. Hassan I al Hajam kon de macht slecht enkele jaren behouden maar was de laatste van de dynastie die de controle over de stad uitoefende. Alleen met de steun van het Omajjaden Kalifaat van Córdoba konden de Idrissiden weerstaan aan de druk van de Fatimiden en hun bevriende staten. Na 926 verlieten de Idrissiden Fes voor goed en vestigden zich in de valleien van het Rif gebergte, waar ze een versterkte burcht hadden opgericht nabij Hajar an Nasar.

De laatste Idrissid maakte de fout toenadering te zoeken tot de Fatimiden, waardoor hij door de Omajjaden werd afgezet en geëxecuteerd in 985. De Idrissiden werden in Marokko opgevolgd door de Berberse Maghrawa dynastie.

Heersers[bewerken]

  • Idris I - (788-791)
  • Idris II - (791-828)
  • Mohammed ibn Idris - (828-836)
  • Ali ibn Idris, ook "Ali I" - (836-848)
  • Yahya ibn Mohammed, ook "Yahya I" - (848-864)
  • Yahya ibn Yahya, ook "Yahya II" - (864-874)
  • Ali ibn Omar, ook "Ali II" - (874-883)
  • Yahya ibn Al-Qassim, ook "Yahya III" - (883-904)
  • Yahya ibn Idris ibn Omar, ook "Yahya IV" - (904-917)
  • Fatimiden overheersing - (922-925)
  • Hassan I al Hajam - (925-927)
  • Fatimidenoverheersing - (927-937)
  • Al Qasim Gannum - (937-948)
  • Abu l-Aish Ahmad - (948-954)
  • Al Hassan ben Kannun, ook "Hassan II" - (954-974) (niet te verwarren met Hassan II, geboren in 1929)

Referenties[bewerken]

  1. The Fall of the Caliphate of Cordoba (pagina 94)
  2. Almuqaddimah, Ibn Khaldun (pagina 284)