Chauken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van het Romeinse Rijk in 125 onder Hadrianus, met het leefgebied van de Chauci in in het tegenwoordige Noord-Duitsland

De Chauken (Latijn: Chauci) waren een Germaanse stam in het Noord-Duitse gebied tussen de Eems en de Elbe. In eerste instantie waren ze bondgenoot van de Romeinen en leverden ze hulptroepen aan Germanicus in diens veldtocht tegen Arminius. Dit blijkt niet alleen uit historische bron, maar ook uit vondsten uit een ruiterkamp op de Hunerberg bij Nijmegen.

Later (47 n.Chr.), na de opstand van de Friezen (28 n.Chr.), deden ze onder leiding van de Caninefaat Gannascus invallen in Germania Inferior en plunderden de kusten van Gallia Belgica. Corbulo probeerde Gannascus te vermoorden door een missie naar de Groot Chauken te sturen, maar dit leidde tot grote ophef onder de Chauken. Claudius verbood daarop, kort en goed, Corbulo verdere acties te ondernemen in Germania Transrhenanum, aangezien een nieuwe opstand dreigde.

In 58 n.Chr. verdreven de Chauken hun buurstam de Ampsivariërs uit het gebied van de Eemsmonding.

Tijdens de Opstand van de Bataven was "een van de vurigste cohorten" waarop Civilis kon bouwen samengesteld uit Friezen en Chauken en gestationeerd in Tolbiacum (Zülpich, bij Keulen). Deze eenheid werd echter door de inwoners dronken gevoerd, waarna hun onderkomen in brand werd gestoken. Ook stuurden de Chauken Julius Civilis versterking, zonder dat dit echter doorslaggevend was.

De Angrivariërs zouden later een deelstam van de Chauken zijn geworden. In de vierde eeuw n.Chr. werden de Chauken zelf een deelstam van de Saksen.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen