Peking

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Peking
北京 / Běijīng
Stad in de Volksrepubliek China Vlag van China
China Beijing.svg
Situering
Autonome stad Peking
Algemeen
Oppervlakte 16808 km²
Inwoners (2010) 19.612.368
Burgemeester Guo Jinlong (郭金龙)
Overig
Postcode 100000 t/m 102599
Netnummer 010
Website ebeijing.gov.cn
Portaal  Portaalicoon   China
Peking
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 北京
Vereenvoudigd 北京
Hanyu pinyin Běijīng
Wade-Giles Pei-ching
Jyutping (Standaardkantonees) bak1 ging1
Gwoyeu Romatzyh Beeijing
Standaardkantonees Pák Kíng
Yale (Standaardkantonees) bak1 ging1
Dapenghua Pák Káng
Taiwan-Hakka Pet-kîn
Minnanyu Pak-kiaⁿ
Mindong Báe̤k-gĭng
Shanghainees [poʔ ʨiŋ]
Keizerlijke paleizen van de Ming-en Qing-dynastieën in Peking en Shenyang
Werelderfgoed cultuur
Forbidden City Courtyard.jpg
Land Vlag van China China
UNESCO-regio Azië en de Pacific
Criteria i, ii, iii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 439
Inschrijving 1987 (11e sessie)
Uitbreiding 2004
UNESCO-werelderfgoedlijst

Peking (of Beijing Geluidsfragment [peɪ˨˩ tɕɪŋ˥˥] (info / uitleg)) is de hoofdstad van China en een van de vier stadsprovincies.

Samen met Chongqing, Shanghai, Kanton (Guangzhou) en Tianjin is Peking sinds 2005 een van de vijf Chinese nationale stedelijke gebieden die dezelfde status hebben als een provincie. De gemeente Peking grenst in het noorden, westen en zuiden aan de provincie Hebei. In het oosten grenst het ook voor een klein stuk aan deze provincie (grensgebied tussen Peking en Tianjin). In het zuidoosten grenst Peking aan de gemeente Tianjin.

Na Shanghai is Peking met een inwonertal van net geen 20 miljoen (census 2010) de grootste stad van de Volksrepubliek. De stad is een belangrijk knooppunt voor verschillende vormen van vervoer met vele spoorwegen, autowegen en autosnelwegen die in en uit de stad gaan. Peking wordt vooral gezien als het belangrijkste centrum voor bestuur, onderwijs en cultuur. De economische hoofdsteden van China zijn echter Shanghai en Hongkong. Peking is een van de vier historische hoofdsteden van China.

Namen[bewerken]

In lijn met de tradities die gelden in Oost-Azië, waar de naamgeving 'hoofdstad' expliciet in de naam van de stad voorkomt, is Peking als zodanig benoemd. Beijing (北京) betekent "noordelijke hoofdstad" (北 (běi) = noorden; 京 (jīng) = grote stad), in tegenstelling tot Nanjing ((南京); Nanking), dat "zuidelijke hoofdstad" betekent. Tonkin (het huidige Hanoi) en Tokio, betekenen beide "oostelijke hoofdstad". Kioto (京都) in Japan en Gyeongseong (京城; het huidige Seoel) in Zuid-Korea, betekenen beide simpelweg "hoofdstad".

De naam Peking vindt zijn oorsprong bij een groep Franse missionarissen van 400 jaar geleden: het is de naam voor de hoofdstad in de taal Yue (Kantonees). Het correspondeert met een archaïsche uitspraak die geen rekening houdt met de klankverandering van 'k' naar 'j' in Mandarijn, die optrad gedurende de Qing-dynastie. In de Nederlandse taal is Peking het woord voor deze stad, maar steeds vaker wordt ook de naam Beijing gebruikt.[1]

In China heeft de stad vele namen gehad. Tussen 1911 en 1949, stond de stad bekend als Beiping (北平 Wade-Giles Peip'ing) of "Noordelijke Vrede". De naam werd veranderd omdat de regering van de Kuomintang de hoofdstad verplaatste naar Nanking (Nanjing), waardoor Peking niet langer de hoofdstad van China was. Ook werd ermee aangegeven dat de regering gevormd door krijgsheren niet de legitieme regering van China was.

In 1949 werd de naam Beijing hersteld door de Communistische Partij van China om aan te geven dat de stad weer de hoofdstad van China was. De regering van de Republiek China op het eiland Taiwan heeft dit formeel nooit erkend omdat zij zich zien als legitieme vertegenwoordiger van heel China, gedurende de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw was het heel gebruikelijk dat er in Taiwan gesproken werd over Beiping (Peiping), tegenwoordig gebruikt bijna heel Taiwan (inclusief de regering) de naam Beijing.

Yanjing (Wade Giles: Yenching) is en was een andere populaire naam voor Peking, het is een referentie aan de oude staat Yan die bestond tijdens de Zhou-dynastie. Deze naam komt terug in het lokaal gebrouwen Yanjing bier en in Yenching University, een instituut voor hoger onderwijs dat voorheen in Peking was gevestigd.

Peking werd door Marco Polo aangeduid met Cambaluc (Khanbalik).

Geschiedenis[bewerken]

Er waren al steden in de buurt van Peking in het 1e millennium v.Chr. De hoofdstad van de staat Yan (燕), een van de machten tijdens de Warring States Period, werd gesticht te Ji (T: 薊 / S: 蓟), nabij het moderne Peking. Ji wordt vaak gezien als het begin van Peking, maar voor de 6e eeuw werd de stad verlaten. De exacte locatie van de stad is tot op heden onbekend, ondanks dat er veel moeite is gestoken in het vinden van de plaats.

Gedurende de Sui- en Tang-dynastieën, bestonden er enkele kleine nederzettingen in de buurt van het huidige Peking. Vele oude dichters kwamen hierheen om te rouwen om het verlies van Ji.

In 936, tijdens de Late Jin-dynastie (regeerperiode 936-947) stond de dynastie een deel van Noord-China (inclusief een groot deel van de noordelijke grens en het huidige Peking) af aan de Khitan Liao-dynastie. In 938 zette deze dynastie een tweede hoofdstad op in wat nu Peking is. In 1125 annexeerden de Jurchen het gebied. De hoofdstad van de Jin-dynastie werd in 1153 verplaatst naar de voormalige hoofdstad van de Liao, waarbij de naam werd gewijzigd in Zhongdu (中都), of "de centrale hoofdstad".

Mongoolse troepen brandden de stad Zhongdu tot de grond toe af in 1215 en herbouwden op deze plek hun "grote hoofdstad", Dadu (大都, Wade-Giles: Ta-tu), in 1267, wat het begin is van het huidige Peking. De Mongoolse heerser, Koeblai Khan, die keizer van China wilde worden, vestigde in Dadu, dat dicht tegen zijn machtsbasis in Mongolië lag, zijn hoofdstad. Dadu was gelegen ten noorden van het moderne Peking. Het centrum lag bij het noordelijke stuk van de tweede ringweg, en strekte zich in noordelijke richting uit naar de derde en vierde ringweg. Resten van de stadsmuur uit de Mongoolse tijd staan nu nog overeind.

Cambaluc of Chan-Balik ("Stad van de Heerser"; 汗八力) is de naam waar het huidige Peking onder bekendstond tijdens de Mongoolse overheersing van China. Veroverd in 1215 door Dzjengis Khan, werd het in 1284 door Koeblai Khan tot hoofdstad van het rijk gemaakt en bleef dat tot 1368, toen de Mongolen verdreven werden door de Ming-dynastie.

De stad stond in het Chinees bekend als Dadu, de "Grote Hoofdstad", en is beschreven door Marco Polo. Het was toen een van de grootste steden ter wereld, met vermoedelijk een paar miljoen inwoners. Cambaluc of Cambalu is de westerse verbastering van de oorspronkelijke Mongoolse naam, welke laatste in Mongolië nog steeds voor Peking gebruikt wordt. In 1307 werd het een bisschopszetel.

In 1403 verplaatste de derde Ming-keizer Yongle (朱棣) de hoofdstad van Nanking naar Peking. Hij gaf de stad ook zijn huidige naam. De huidige vorm van de binnenstad werd eveneens gelegd door de Ming-dynastie. De stadsmuur uit het Ming-tijdperk liep op de plaats wat nu de tweede ringweg is.

Ligging van de Verboden stad in het vroegere Peking

De Verboden Stad (Zijin Cheng) werd gebouwd tussen 1406 en 1420, gevolgd door de Hemeltempel (1420) en verscheidene andere bouwwerken. Tiananmen (Poort van de Hemelse Vrede), wat het staatssymbool van de Volksrepubliek is, brandde tot twee keer toe af. De laatste keer werd het herbouwd in 1651.

Nadat de Mantsjoes de Ming-dynastie omver geworpen hadden en hun eigen Qing-dynastie stichtten, bleef Peking de hoofdstad van het Keizerrijk China.

Na de revolutie in 1911, gericht om het feodale keizerrijk om te vormen tot een republiek, zou oorspronkelijk de hoofdstad worden verplaatst naar Nanking. Nadat de hoge Qing-officier Yuan Shikai de laatste Qing-keizer (Pu Yi) tot aftreden had gedwongen, en hiermee het succes van de revolutie had verzekerd, accepteerden de revolutionairen in Nanking dat hij president van de Republiek China werd, en dat de hoofdstad Peking zou blijven.

De staatsman Yuan consolideerde meer en meer macht, wat in 1915 uitmondde in een kortstondig nieuw keizerrijk onder zijn leiding. Deze gebeurtenis was erg impopulair. Zijn bewind viel echter met zijn dood in 1916. Hierna grepen in China de krijgsheren de macht en vochten onderling verschillende oorlogen uit die ook Peking bedreigden.

Na het succes van de Noordelijke expeditie door de Kuomintang, waarbij de noordelijke krijgsheren werden gepacificeerd. Nanking werd in 1928 officieel de hoofdstad van de Republiek China, waarmee de naam Peking werd veranderd in Peiping.

Tijdens de Tweede Chinees-Japanse oorlog, viel Beiping in Japanse handen op 29 juli 1937. Tijdens de bezetting werd de stad weer aangeduid met Peking, en het werd het bestuurlijk centrum van de Noord-Chinese Uitvoerende Raad (North China China Executive Comité) (T: 華北政務委員會 / S: 华北政务委员会), een vazalstaat bestuurd door Japan dat de bezette gebieden bestuurde in Noord-China. Met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 werd deze staat beëindigd en werd de naam weer Peiping.

Op 31 januari 1949, tijdens de Chinese Burgeroorlog, veroverden de Communistische strijdkrachten Peiping zonder gevechten de stad. Op 1 oktober van dat jaar riep de Communistische Partij van China, onder leiding van Mao Zedong, de Volksrepubliek China uit vanaf de Poort van de Hemelse Vrede (Tiananmen). Enkele dagen daarvoor was Peiping gekozen tot hoofdstad, waarmee de oude naam Peking in ere werd hersteld.

Indeling van de stad[bewerken]

Bestuurlijke indeling van de gemeente Peking

██ Binnen de tweede ringweg (stadscentrum)

██ Buiten de tweede ringweg

██ Buitenwijken

██ Landelijke gebieden

Boekwinkel in Xidan
Het gebied Beijing CBD
De Wangfujing-kathedraal

Buurten[bewerken]

Noot: Men (门) betekent "poort", terwijl de letterlijke betekenis van cun (村) "dorp" is.

Belangrijke buurten in het stedelijk gebied (urban Beijing) zijn onder andere:

NB: Buurten kunnen enkele districten omvatten (voor de districten zie onder)

Steden[bewerken]

Steden binnen de gemeente Peking (北京市), maar buiten het stedelijk gebied zijn:

Bestuurlijke gebieden[bewerken]

De gemeente Peking bestaat uit zestien districten en twee arrondissimenten.

De districten zijn verdeeld in acht stedelijke en acht suburbane districten.

De stedelijke districten zijn:

De overige acht zijn verder buiten het stadscentrum gelegen en omvatten voorsteden, satellietsteden en enkele plattelandsgebieden:

De twee counties van Peking besturen de gebieden aan de uiterste grenzen van de gemeente, deze zijn:

Deze 18 bestuurlijke gebieden worden nog verder onderverdeeld in 273 administratieve eenheden op gemeente niveau: (119 grote gemeentes, 24 gemeentes, 5 etnische gemeentes' en 125 subdistricten.

Hutongs[bewerken]

Een binnenplaats van een hutong

Hutongs (胡同), wat letterlijk steegjes betekent, zijn opgebouwd uit siheyuans (四合院). Een siheyuan is een gebouwencomplex van vier gebouwen (woningen met meerdere gezinnen, werkplaatsen en winkeltjes) rond een centraal pleintje, omgeven door een muur. De wegen in een hutong zijn vaak oost-west aangelegd, zodat de deuren in een noord-zuidrichting geplaatst kunnen worden. Deze bouwwijze komt voort uit de filosofie Feng Shui en is ook toegepast bij de bouw van de Verboden Stad.

Vroeger waren ze talrijk, maar de siheyuans en hutongs verdwijnen in een hoog tempo. De vrijgekomen grond wordt volgebouwd met hoogbouw. De inwoners van de steegjes wordt vervangende woonruimte geboden in appartementencomplexen, minimaal het aantal vierkante meters dat de oude woning groot geweest is. Velen klagen echter dat de traditionele gemeenschapszin van de hutong in deze grote complexen verdwijnt. Met het oog op de Olympische Zomerspelen van 2008 worden deze oude en gezichtsbepalende buurten afgebroken of verborgen achter muren, de regering vindt de hutongs een schande voor Peking. Er blijven er wel enkele (2 tot 3) hutongs over om te dienen als openluchtmuseum. Zo wordt bijvoorbeeld de hutong in Nanchizi gespaard. Toeristen worden met een riksja langs de overgebleven hutongs gevoerd.

Demografie[bewerken]

Het gebied in de buurt van Wangjing in Chaoyang, staat bekend om zijn hoge concentratie Zuid-Koreaanse expats
Bevolkingsontwikkeling van Peking

Bevolking[bewerken]

De bevolking van de gemeente Peking bedraagt 19,6 miljoen inwoners volgens de census van 2010. Bij de cijfers van 2000 ging het nog maar om bijna 15 miljoen legale en een onbekend aantal illegale bewoners, schattingen van lokale deskundigen liepen toen nog uiteen van 16 tot 18 miljoen inwoners. De definitie van inwoner van Peking wordt gerelateerd aan mensen die zes of meer maanden per jaar legaal in Peking wonen. In de stedelijke gebieden woonden in 2000 12 miljoen mensen, de rest woont op het platteland. Er waren toen 11,6 miljoen permanente vestigingsvergunningen (hukou) door de overheid verstrekt. De rest van de legale inwoners heeft tijdelijke vestigingspapieren.

Meer dan 95% van de bevolking van Peking wordt gevormd door Han-chinezen. Kleinere groepen van Mantsjoes, Hui en Mongolen wonen in Peking. Recentelijk zijn grote groepen buitenlandse arbeiders (de expatriates) uit Zuid-Korea in Peking gaan wonen, voornamelijk voor handel en studie. Het merendeel woont in de buurten Wangjing en Wudaokou. Er bestaat in Peking een Tibetaanse school voor mensen met Tibetaanse afstamming.

Etnische groepen in Peking (2000)
Nationaliteit Inwoneraantal Percentage1
Han-chinezen 12.983.696 95,69%
Mantsjoes 250.286 1,84%
Hui 235.837 1,74%
Mongolen 37.464 0,283%
Koreanen 20.369 0,15%
Tujia 8.372 0,062%
Zhuang 7.322 0,054%
Hmong 5.291 0,039%
Oeigoeren 3.129 0,023%
Tibetanen 2.920 0,022%

Bron: 2000年人口普查中国民族人口资料,民族出版社,2003/9 (ISBN 7-105-05425-5)
1: Alleen staatsburgers van de Volksrepubliek China. Bevat niet het aantal leden van het Volksbevrijdingsleger in actieve dienst.

Taal[bewerken]

Het Beijinghua wordt het meest gesproken in het stedelijk gebied van Beijing. Het is de basis voor de standaardtaal van China: het Standaardmandarijns. Hoewel het dialect van Beijing en het standaardmandarijns erg op elkaar lijken, zijn er toch duidelijke verschillen die voor Chinezen makkelijk herkenbaar zijn.

Toerisme/bezienswaardigheden[bewerken]

Tempel van de Hemel
Plein van de Hemelse Vrede met het mausoleum van Mao

Ondanks het roerige bestaan van Peking in de 19e en 20e eeuw — inclusief schade veroorzaakt door de Tweede Opiumoorlog, de Tweede Chinees-Japanse Oorlog, de Culturele Revolutie en de recente urbanisatie en afbraak van de hutongs, heeft Peking nog vele toeristische attracties die rijk aan historie zijn.

Gebouwen, monumenten en bekende plaatsen[bewerken]

Tempels, kathedralen en moskeeën[bewerken]

Wansongpagode

Parken en tuinen[bewerken]

Winkelen en handel[bewerken]

Cultuur[bewerken]

De Verboden Stad huisvest tegenwoordig het Paleismuseum

Musea[bewerken]

Children's Palace[bewerken]

Getalenteerde kinderen mogen al op jeugdige leeftijd extra lessen krijgen in het Children's Palace. Ze komen hier na school, ook in de weekends. Er wordt les gegeven in muziek (zang, viool), ballet, toneel, calligraferen, tekenen, schilderen, sport en diverse technische vakken. Er is ook een Children's Palace in Shanghai.

Evenementen[bewerken]

Peking organiseerde de Olympische Spelen van 2008 in onder meer het Nationale Stadion (het "Vogelnest"), wat leidde tot een golf van nationale trots in heel China.

Eten en drinken[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Chinese keuken en Chinese gerechten.

Thee speelt net als in heel China in Peking een belangrijke rol. Thee heeft veel positieve eigenschappen voor de gezondheid. In Peking bevinden zich veel theehuizen, waar verschillende soorten thee kunnen worden gedronken, op de traditionele manier bereid.

In Peking worden de gerechten bereid volgens de Mandarijnse keuken. Pekingeend is een lokaal beroemd gerecht, dat inmiddels over de gehele wereld in Chinese restaurants kan worden gegeten. Een ander bekend gerecht is het Manhan Quanxi ("Mantsjoe-Han-chinees banket"), wat een traditioneel banket is van de Mantsjoekeizers van de Qing-dynastie; ook tegenwoordig blijft het copieus (en zeer prijzig).

Economie[bewerken]

Grote bedrijven vestigen ook hun buitenlandse werknemers in Peking. Zij leven vooral in het stedelijk gebied in het noorden, noordoosten en oosten. Het zuiden en zuidwesten van Peking zijn veel minder bewoond.

Ten tijde van de vorming van de Volksrepubliek bestond Peking alleen uit het stadscentrum en enkele voorsteden in onmiddellijke nabijheid van de stad. Het stadscentrum was verdeeld in vele kleine districten. Dit gebied ligt geheel binnen de Tweede ringweg van Peking en de Derde ringweg van Peking. Sindsdien zijn vele counties buiten de stad geannexeerd door de gemeente Peking om de stad zijn huidige oppervlak te geven.

Volgend op de economische hervormingen die zijn doorgevoerd onder leiding van Deng Xiaoping, is het stadscentrum van Peking erg uitgebreid. Het oorspronkelijke stedelijk gebied van Peking strekt zich nu uit tot de Vijfde ringweg van Peking.

In en rond het gebied Guomao is het zakendistrict Beijing CBD ontwikkeld; de Beijing Financial Street is een omvangrijk financieel centrum. Wangfujing en Xidan zijn uitgegroeid tot bloeiende winkelgebieden, terwijl Zhongguancun een belangrijk fabricagecentrum is van elektronica.

Recentelijk heeft de expansie van Peking ook problemen naar voren gebracht, zoals urbanisatie, veel verkeer, slechte luchtkwaliteit, verlies aan historische buurten en immigratie uit armere delen van China. Begin 2005 werd er echter een plan aangenomen om de ongebreidelde uitbreiding van Peking in alle richtingen te stoppen. Thans wordt gedacht aan inbreilocaties net buiten het stadscentrum.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Het hoofdstation van Peking

Met de groei van de stad door de economische hervormingen van Deng Xiaoping, is Peking uitgegroeid tot hét verkeersknooppunt van China. In en rond de stad zijn 5 ringwegen (genummerd van 2 tot en met 6; ringweg 1 bestaat niet meer), 9 autosnelwegen en stadssnelwegen, 11 nationale wegen, 7 spoorroutes en een internationaal vliegveld aangelegd.

Spoorwegen[bewerken]

Peking is een van de grootste knooppunten van de Chinese spoorwegen. Vanuit Peking beginnen acht reguliere spoorlijnen: Peking -Shanhai (Jinghu), Peking – Guangzhou (Jingguang), Peking – Kowloon (Jingjiu), Peking - Harbin (Jingha), Peking - Baotou (Jingbao), Peking - Qinhuangdao (Jingqin), Peking – Chengde (Jingcheng) en Peking – Yuanping (Jingyuan). Daarnaast heeft Peking drie hogesnelheidslijnen: de hogesnelheidslijn Peking-Shanghai, in dienst sinds 2011, de hogesnelheidslijn Peking-Hongkong die commercieel uitgebaat wordt sinds 2012, en de Peking - Tianjin hogesneldheidlijn, die werd geopend in 2008.[2] Deze lijn was bij de opening op 1 augustus 2008 met 350 km/uur de snelste hogesneldheidslijn ter wereld.

De belangrijkste stations van Pelking zijn het Centraal Station, geopend in 1959, station Peking West, geopend in 1996, en station Peking Zuid, dat werd herbouwd in 2008 ten behoeve van de hogesnelheidslijn. Op 1 juli 2010 stopten er dagelijks resprectievelijk 173, 232 en 163 treinen. Ter vergelijking het station Peking Noord dat gebouwd is in 1909 en uitgebreid is in 2009 heeft per dag maar 22 treinen.

Kleinere stations in de stad zijn onder andere station Peking Oost en station Qinghuayuan en handelen voornamelijk het woon-werkverkeer af. Station Fengtai is gesloten voo renovatie. De buitenwijken en omliggende gebieden van Peking hebben ruim 40 stations.[3]

Wegen en snelwegen[bewerken]

Files zijn in Peking niet uitzonderlijk

Het Plein van de Hemelse Vrede wordt in China gezien als "kilometer 0" voor alle wegen. Rond de stad zijn 9 autosnelwegen en 11 autowegen aangelegd. Op dit moment wordt er gestudeerd of gebouwd aan nog eens 6 autosnelwegen. Binnen de agglomeratie Peking liggen 5 ringwegen (ze zijn echter eerder vierkant dan rond aangelegd).

Een van de grootste problemen van Peking zijn de permanente files die de stad teisteren. In 2012 telde de stad al vier miljoen personenauto's. In het stadscentrum staat in de spits het verkeer vaak muurvast. Zelfs buiten de spits blijven veel wegen erg druk met verkeer. De ringwegen en Chang'an Jie zijn hierom berucht.

Recentelijk zijn reconstructiewerkzaamheden begonnen om vanaf de 3e ringweg de kruisingen ongelijkvloers te maken om zodoende kruispunten met stoplichten overbodig te maken. Deze verbindingen worden aangeduid met "express routes". Hopelijk vergemakkelijkt dit de verkeersstromen naar de diverse ringwegen.

Berucht zijn ook de slechte handhaving van de verkeersregels en het horkerige verkeersgedrag door automobilisten. Volgens de autoriteiten behoort fileleed na de Olympische Zomerspelen tot het verleden. In het centrum zijn (eindelijk) busbanen aangelegd om de bussen sneller door het verkeer te laten stromen.

Vanuit Peking vertrekt onder meer de nationale weg G109.

Luchtverkeer[bewerken]

De luchthaven Peking Capital is het belangrijkste vliegveld van de stad

Het internationale vliegveld van Peking is het luchthaven Peking Capital (afkorting: PEK), dat ten noordoosten van het stadscentrum ligt. Het vliegveld wordt met de stad verbonden door o.a. de Airport Expressway (tolweg). Een rit met de taxi of auto duurt vanaf het stadscentrum 40-60 minuten, afhankelijk van de drukte in het centrum. In voorbereiding op de Olympische Zomerspelen van 2008 werd een extra autosnelweg en een lightrailsysteem aangelegd.

Andere vliegvelden in Peking zijn onder andere Liangxiang Airport, Nanyuan Airport, Xijiao Airport, Shahe Airport en Badaling Airport. Deze zijn bedoeld voor militair gebruik ter verdediging van de hoofdstad. Er zijn maar twee openbare vliegvelden

Openbaar vervoer[bewerken]

Een ander probleem dat de verkeersopstoppingen veroorzaakt is dat het autoverkeer sneller groeit dan het openbaar vervoer. Er wordt wel fors geïnvesteerd in uitbreiding van het metronet met een jaarlijkse groei van tientallen stations. In deze metropool, die ongeveer evenveel inwoners telt als geheel Nederland, zijn nu 10 metrolijnen, en er zijn verlengingen en nieuwe lijnen in aanbouw om het grote aantal mensen te kunnen verwerken en een groot aantal (ca. 600) (trolley)buslijnen.[4]

Het openbaar vervoer wordt dus sterk uitgebreid. De metro van Peking bestaat nu uit tien lijnen nl. lijn 1, 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 13 en 15. En er is een metroshuttle van en naar de Internationale luchthaven die direct verbonden is met het reguliere metronet. Er zijn voor de Olympische Spelen metrolijnen (lijn 10 & 8) gebouwd naar het Olympisch Park (waar het Nationaal Stadion van Peking staat). Taxi's zijn goed vertegenwoordigd aangezien het voor buitenlanders onverstandig is om hier in een auto rond te rijden. Maar buitenlanders kunnen wel fietsen. Er zijn hiervoor zelfs speciale fietsroutes ontwikkeld. De huurprijzen kunnen sterk variëren. In een hutong kan al een fiets worden gehuurd voor ¥20 (of 20 Renminbi). Dit is ongeveer 2 euro voor een hele dag.

Tarieven in de (trolley)bus is ¥1 voor de stad, en iets meer voor daarbuiten. Metrokaartjes kosten voor alle lijnen ¥2 voor een enkele reis, verder kan je voor alle lijnen en bus voor ¥20 een IC-kaart kopen, dat is een kaart die vergelijkbaar is met de OV-chipkaart.

Taxiprijzen beginnen met een starttarief van 10 yuan en na een bepaalde afstand wordt de prijs verhoogd met 1,20, 1,60, 2,00 of 2,50 yuan per kilometer, de toeslag per extra kilometer staat aangegeven op een sticker die zichtbaar geplakt is. Sommige taxi's accepteren eveneens de Yikatong card.

Geboren[bewerken]

Stedenbanden[bewerken]


Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Peking.