Matteo Ricci

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Matteo Ricci
Matteo Ricci
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 利瑪竇
Vereenvoudigd 利玛窦
Hanyu pinyin Lì Mǎdòu
Jyutping (Standaardkantonees) lei6 maa5 dau6
Standaardkantonees Leej Maa-Tauw
Andere benamingen Xītài 西泰

Matteo Ricci (San Severino Marche, 6 oktober 1552 - Peking, 11 mei 1610) was een Italiaanse jezuïet en missionaris. Hij stichtte de jezuïetenmissie in Peking, die lange tijd het belangrijkste contact tussen Europa en China vormde. "...Door het Christendom herkenbaar te maken en te laten aansluiten bij het Confucianisme, hoopte hij de Chinese literaten voor zijn leer te kunnen winnen".[1]

In 2010, Ricci's vierhonderdste sterfjaar, is een begin gemaakt met wat moet leiden tot zijn zaligverklaring.

Biografie[bewerken]

Ricci's vader had hem naar Rome gestuurd om rechten te studeren, maar studeerde ook wiskunde en astronomie bij Christoph Clavius. Ricci was gezegend met een fotografisch geheugen.[2] Ricci sloot zich aan bij de Jezuïeten. In 1577 besloot hij zich bij de missie in India te voegen, en in september 1578 kwam hij aan in Goa, waar hij vier jaar lang theologie studeerde en onderwees. Daarna werd hij naar Macau gezonden. In 1582 kwam hij aan.

Met een mede-jezuïet, Michele Ruggieri, verbleef Ricci zeven jaar in Chao-ch'ing (Zhaoqing), ten westen van Kanton en kleedde zich als een Chinees. Nadat hij door de dorpsbewoners werd verworpen en zijn missiepost aangevallen, trok hij in 1601 noordwaarts naar Peking.

Een half jaar lang werden Ricci en zijn medewerkers gevangen gehouden, maar daarna accepteerde de keizer plotseling zijn geschenken; vooral de moderne Europese klokken vielen in de smaak.

De eerste Chinees die Ricci kon bekeren was de mandarijn Xu Guangqi (1562 - 1633), die gedoopt werd met de naam Paulus en later zijn persoonlijke secretaris werd. Samen vertaalden ze een werk van Euclidius in het Chinees (1607).[3]

Ricci was de eerste Europeaan die in de Verboden Stad binnen mocht en de eerste die de Gesprekken van Confucius in het Latijn (en daarmee de eerste westerse taal) heeft vertaald.

Ricci is opgevolgd door Niccolo Longobardi.

Werken[bewerken]

Ricci in Chinese hofkleding

Ricci staat bekend om zijn vertaalwerk, zowel van het Chinees naar het Latijn als andersom en om zijn werk als cartograaf, dat veel bewondering oogstte, omdat Chinezen zich nauwelijks bewust waren dat er zoiets als andere landen en volken bestonden. Des te opvallender is dat hij zijn carrière in China begint met het werkje Over de vriendschap. Ricci gaf in samenwerking met een aantal Chinese cartografen voor keizer Wanli een aantal wereldkaarten uit, waaronder de eerste Chinese wereldkaart in de traditie van de Europese geografen; de Kunyu Wanguo Quantu, een invloedrijke wereldkaart in zowel China als later ook in Japan.

De definitieve doorbraak van de jezuïeten kwam overigens pas in 1629, bijna 20 jaar na de dood van Ricci. In tegenstelling tot de Chinese geleerden, slaagden de jezuïeten erin tijdstip en duur van de zonsverduistering van 21 juni correct te voorspellen. De jezuïeten werden gevraagd een nieuwe kalender te ontwerpen, en werden vertrouwelingen van de keizer. Diverse westerse boeken over wiskundige en wetenschappelijke onderwerpen werden naar het Chinees vertaald. [4]

Verdacht[bewerken]

Van meet af aan was Ricci niet alleen verdacht in China. Even goed bestond er in Europa verdenking tegen hem dat hij het ware katholieke geloof in China uitwisselde voor een syncretistische (religievermengende) variant daarvan, beter aangepast aan wat voor Chinezen aanvaardbaar was, met voorbijgaan aan het unieke karakter van de christelijke boodschap. [5] Ricci benadrukte de rationele kanten van het geloof op een meer humanistische dan religieuze wijze en accepteerde de Chinese riten. Hij kon de voorouderverering niet afwijzen want dat zou neerkomen op majesteitsschennis.[6] De bekeerlingen konden hun huisaltaar behouden.[7]

Wantrouwen[bewerken]

Vlak na de dood van Ricci zou de discussie losbranden, die leidde tot de Ritenstrijd en voortduurde tot 1742 en betrekking had op de terminologie, en met name op een uitdrukking voor 'god' en op de verenigbaarheid van de Chinese rituelen, de voorouderverering, met het Christelijke geloof. De oostwaarts gerichte expansiedrift van het Westen zou tot een Chinees wantrouwen leiden dat tot op heden duurt.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Zürcher, E. (1995) Over het werk van Jonathas D. Spence, p. 36. NWO/Huygens lezing.
  2. Zürcher, E. (1995) Over het werk van Jonathas D. Spence, p. 34. NWO/Huygens lezing.
  3. Spence, J. D. (1995) Chinees-Westerse culturele betrekkingen, p. 15. NWO/Huygens lezing.
  4. Daniel Boorstin: The discoverers
  5. Matteo Ricci - Wijsheid en vriendschap, in Jezuïeten, kwartaalschrift Nederlandse en Vlaamse Jezuïeten, Lente 2010.
  6. Leibniz. Over de Natuurlijke Theologie van de Chinezen, p. 22. Vertaald en ingeleid door Karel L. van der Leeuw (2006).
  7. Zürcher, E. (1995) Over het werk van Jonathas D. Spence, p. 37. NWO/Huygens lezing.