Desiderius Erasmus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Desiderius Erasmus
Desiderius Erasmus door Hans Holbein de Jonge
Desiderius Erasmus door Hans Holbein de Jonge
Algemene informatie
Volledige naam Desiderius Erasmus
Geboren Rotterdam/Gouda, 28 oktober 1466/1467/1469
Overleden Bazel, 12 juli 1536
Nationaliteit Nederlands
Beroep Filosoof, humanist, auteur, theoloog
Belangrijkste interesses Christelijke filosofie, renaissancistisch humanisme
Overige informatie
Religie Christelijk
Portaal  Portaalicoon   Filosofie
Afgietsel van een schedel, vermoedelijk die van Erasmus
Grafsteen van Erasmus in de Münster van Bazel

Desiderius Erasmus (Rotterdam, 28 oktober 1466, 1467 of 1469Bazel, 12 juli 1536) was een Nederlandse priester, augustijner kanunnik, theoloog, filosoof, schrijver en humanist.

Levensloop[bewerken]

Geboorte[bewerken]

Erasmus werd als Geert Geerts (ook Gerhard Gerhards of Gerrit Gerritsz) geboren,[1] de naam Erasmus dankt hij aan de in de 15e eeuw populaire heilige Erasmus van Formiae.[2] Zijn geboorteplaats is Rotterdam alhoewel er geen vermelding van zijn doop in doopregisters is aangetroffen. Op een bekend houten borstbeeld staat Goudæ conceptus, Roterodami natus (Latijn: in Gouda verwekt; in Rotterdam geboren). Volgens een notitie van historicus Renier Snooy (1478-1537), zou Erasmus in Gouda zijn geboren.

Erasmus zelf schreef echter (in het Latijn): 'Ik ben geboren in Rotterdam. Mijn moeder was de dochter van een medicijnmeester uit Zevenbergen, mijn vader had heimelijk met haar een verhouding, in de hoop haar te trouwen. Hij was van tien broers op één na de jongste en men besloot dat een van hen, mijn vader, aan God gewijd zou worden.'

Erasmus was een onwettig kind; in die tijd sprak men van een defectus natalis (geboortedefect). Zijn vader was een priester in Gouda en zijn moeder diens huishoudster. De moeder van Erasmus, Margaretha, die als familienaam Rogerius (Rutgers) zou hebben gehad, was een dochter van een chirurgijn uit Zevenbergen. Haar zwangerschap heeft zij waarschijnlijk in Rotterdam doorgebracht om het 'ongelukje' te verbergen. Een jaar voor de geboorte van Erasmus kregen zijn ouders al samen een kind: Pieter. Ook van deze broer zijn geen officiële doopgegevens overgeleverd.

Erasmus heeft drie jaar in Rotterdam gewoond en is toen vertrokken naar Gouda. Zijn leven lang heeft hij het idee over zijn onwettige geboorte moeten torsen en de gevolgen moeten dragen van de 'geestelijke' status waarin hij door zijn opvoeding was terechtgekomen. Pas rond zijn vijftigste (1517) werd Erasmus dankzij pauselijke dispensatie van de ernstige maatschappelijke gevolgen van zijn onwettige geboorte verlost. Hij heeft nogal met zijn levensverhaal gehaspeld, waarbij hij in zijn brieven aan de paus gebruik heeft gemaakt van een achternaam die wellicht van zijn moederszijde stamt. Al doende heeft hij zijn jeugdjaren gemystificeerd en zijn geboortejaar met onzekerheden omhuld.

Opleiding[bewerken]

Tussen 1473 en 1478 was Erasmus leerling van de parochieschool - de voorloper van de Latijnse school en het Coornhert Gymnasium - in Gouda, waar hij les kreeg van zijn oom Pieter Winckel (de latere onderpastoor van de Sint-Janskerk).[3] Het is in deze periode dat Erasmus in Utrecht, hoofdstad van het gelijknamige bisdom, les zou krijgen in o.a. muziek bij de zangmeester en componist Jacob Obrecht.

Na 1478 volgde hij de lessen aan de door de Broeders des Gemenen Levens in humanistische zin beïnvloede Latijnse school te Deventer, sub-hoofdstad van het bisdom Utrecht, die met de Latijnse school in Zwolle bekendstond als de beste onderwijsinstellingen van de noordelijke Nederlanden. Hij kreeg daar eerst typisch middeleeuws onderwijs met relatief veel Latijn. Vanaf 1483 was de humanist Alexander Hegius rector in Deventer. Hegius voerde een belangrijke curriculumvernieuwing door: hij voegde er Grieks aan toe, een vak dat tot dan toe alleen op universiteiten (Leuven, Keulen) als verdere specialisatie werd gegeven. Op die manier kreeg Erasmus zijn eerste lessen Grieks. Ook zag en hoorde hij hier Rudolf Agricola, die hij zijn leven lang als een voorbeeld en inspirator is blijven zien. Wegens een pestuitbraak ontvluchtte Erasmus in 1485 de stad Deventer. Hij studeerde verder aan de Latijnse school in 's-Hertogenbosch.

Onder druk van zijn voogden deed Erasmus in 1487 zijn intrede in het Klooster te Stein bij Gouda. Hier schreef hij zijn declamatio (oefenspeech) en De contemptu mundi, een oprecht pleidooi voor het kloosterleven. Erasmus had namelijk geen kritiek op het ideaal, maar wel op de pietluttige regeltjes en de beknotting van de menselijke vrijheid. Een tweede, later uitgegeven jeugdwerk verried zijn grote kennis van de antieke en humanistische literatuur. Het thema is de verhouding tussen profane literatuur en christelijke vroomheid en kreeg de titel Liber Antibarbarorum (Antibarbari). Het werk is hoogstwaarschijnlijk tot stand gekomen voorjaar 1495 in het kasteel van Halsteren of kasteel van Borgvliet in Bergen op Zoom waar hij regelmatig verbleef met vriend Jacobus Battus (1465-1502).

De priesterwijding van Erasmus op 24 april 1492 (feestdag van de evangelist Marcus) door de toenmalige wijbisschop Jan van Tiel in de Dom van Utrecht bond hem meer aan het geestelijke leven, maar bood hem ook meer mogelijkheden tot studie. Hij mocht in 1495 in Parijs een theologiestudie beginnen. Het onderwijs werd beheerst door de Scotisten, scholastieke theologen die zich verloren in eindeloze spitsvondigheden hetgeen volgens Erasmus weinig meer met de christelijke basisgeschriften gemeen had. Wel leerde hij de nestor der Parijse humanisten, Robert Gaguin, kennen. Doordat hij ook les gaf, leerde hij veel mensen kennen.

Zo kwam hij in Engeland, waar hij een half jaar verbleef, in aanraking met het zoontje van de Engelse koning, de latere Hendrik VIII en met belangrijke humanisten als John Colet en Thomas More, de auteur van 'Utopia'. Terug in Parijs schreef hij in 1500 zijn eerste boek, een verzameling Adagia, spreekwoorden. De eerste bestseller in de jonge geschiedenis van de boekdrukkunst na een grote tegenvaller: hij zat wanhopig verlegen om geld nadat Engelse douanebeambten al het Engelse geld in zijn bagage in beslag hadden genomen.

Humanist[bewerken]

In 1502 kreeg Erasmus op voorspraak van de theoloog Adriaan Boeyens, de latere paus Adrianus VI, een post aangeboden op de universiteit van Leuven, die hij echter niet aanvaardde. Hij legde zich toe op vertalingen uit het Grieks.

In 1506 vertrok Erasmus voor drie jaar naar Italië. Op de terugweg (richting Engeland) schreef hij zijn Lof der Zotheid. Door uit te gaan van een zot als spreker kon hij in deze declamatio de spot drijven met de misplaatste ernst waarmee alle mensen, ongeacht beroep, stand, of positie, hun eigen belangen najoegen, en de groteske kortzichtigheid, waarmee zij klaar stonden met hun oordeel over elkaar.

De kopij van de Adagia-herdruk kwam per abuis bij de Bazelse drukker Johannes Froben terecht. Erasmus vond diens werk zo keurig dat hij naar Bazel reisde en daar ook zijn twee grote filologische werken, de tweetalige uitgave van het Nieuwe Testament en zijn editie van de brieven van de kerkvader Hiëronymus, schreef (vertaalde) en uitgaf. Bij zijn terugkeer werd hij benoemd tot raadsheer van keizer Karel V en vestigde hij zich in de Nederlanden (1516-1521) waar hij in Antwerpen, Brugge, Leuven en Mechelen verbleef. In 1521 woonde hij ook enige tijd in Anderlecht, als de gast van zijn vriend Pieter Wyckman.

Tijdens deze Nederlandse periode vervulde Erasmus het plan van zijn vriend Jeroen van Busleyden, de stichting van het Leuvense Collegium Trilingue. Dit college zou bijdragen tot de verspreiding van Erasmus' opvattingen over de studie van de klassieke talen.

Erasmus onderhield een uitgebreide briefwisseling met verschillende vooraanstaande humanisten, waaronder Viglius van Aytta. De laatste jaren van zijn leven bracht hij door te Freiburg im Breisgau in Duitsland. In 1535 keerde hij terug naar Bazel in Zwitserland, waar hij een jaar later op 70-jarige leeftijd overleed.

Erasmus overleed op 12 juli 1536 in Bazel. Zijn graf is daar te vinden in de plaatselijke domkerk. Zijn laatste woorden waren volgens de overlevering: 'Lieve God'.

Houding en gedachtegoed[bewerken]

Erasmus en de Hervorming van Luther[bewerken]

In 1517 zette Maarten Luther met zijn 95 stellingen op de kerkdeur van Wittenberg een proces in gang, dat de wereld voorgoed veranderde: de protestantse Reformatie. De bestrijders van de Reformatie verweten Erasmus dat hij voor Luther de weg had geplaveid.

Alhoewel Erasmus in principe sympathiek stond tegenover Luthers actie, had hij als vredelievende en relativerende humanist van het begin af aan bezwaren tegen diens optreden. Erasmus bleef in eerste instantie liever afzijdig in twisten tussen de reformatoren en de Kerk. Na veelvuldig aandringen pakte Erasmus in 1524 echter de pen op tegen Luther in het geschrift De libero arbitrio diatribe sive collatio (collatie over de vrije wil). In dit geschrift trok Erasmus de leer van Luther in twijfel omtrent de verlossing van de mens. Luther zou volgens Erasmus de rol van de vrije wil van de mens onderschatten ten opzichte van de rol van de goddelijke genade.[4] Ondanks de afgewogen uitspraken in zijn boek bleef zowel vanuit de roomsgetrouwen als vanuit de reformatoren kritiek op Erasmus bestaan.

Keer op keer pleitte Erasmus voor tolerantie tussen de diverse opvattingen. Het mocht echter niet baten; wederzijdse verkettering, vrijheidsbeperking en de brandstapel waren een feit. Wel legden zijn pleidooien de basis voor de tolerantiegedachte van latere 16e-eeuwers als Coornhert en Willem van Oranje. Overigens ging het bij de tolerantie voor Erasmus niet zozeer om de vrijheid voor de enkeling (voor Joden wees Erasmus die zelfs af), maar meer om de vrijheid van wetenschap en ideeën. Het moderne tolerantiebegrip (vrijheid voor de enkeling) is bij Erasmus niet te vinden.

Erasmus en de Joden[bewerken]

De zestiende eeuw kenmerkte zich door een duidelijk antisemitische cultuur, waar het humanisme zich principieel tegen verzette. Studie van de joodse cultuur was een van de doelstellingen van het Collegium Trilingue, dat door Erasmus in Leuven gesticht is. De katholieke hebraïst Johannes Reuchlin bepleitte als een van de weinigen gelijke burgerrechten voor de Joden. In reactie op Reuchlins studie van de kabbalistiek schreef Erasmus toen Reuchlin door de Inquisitie vervolgd werd: 'Ik ben geen Reuchlinist, zoals ik van niemand de partijganger ben'. Niettemin verdedigde hij Reuchlins pleidooi voor de joden in een brief aan de inquisiteur Hoogstraten. Hij koesterde grote bewondering en vriendschap voor hem, zoals blijkt uit zijn Colloquium 'Apotheosis Capnionis' (Capnio is de Griekse vorm van de naam Reuchlin). Over de Joden deed Erasmus (polemist en satiricus als hij was) krasse uitspraken. Frankrijk was voor hem het bloeiendste deel van de christenheid omdat dat land niet met 'Joden en half-joodse maranos is geïnfecteerd'. De joodse godsdienst zag hij als de 'verderfelijkste plaag en bitterste vijand van de leer van Jezus Christus'. Zijn bezwaar tegen de joden lag in het rituele karakter van hun godsdienst, waarmee volgens hem de vroomheid werd ondermijnd en van Christus werd afgedwaald.[5] Erasmus was desnoods bereid geweest om het Oude Testament op te geven als heilig boek voor de christenheid, als hij daarmee de invloed van het jodendom had kunnen indammen. Maarten Luther ging op dit punt veel verder.

Erasmus als christen[bewerken]

Erasmus nam de christelijke naastenliefde heel serieus. Dogmatische standpunten en onverdraagzaamheid, die daarmee in strijd waren, verwierp hij. Het gezonde verstand stelde hij boven dogmatische spitsvondigheden. Dat was de reden dat hij door vele fanatici als ketter werd beschouwd.

Hij wordt als wegbereider voor de Reformatie beschouwd. Niettemin is hij nooit tot de gelederen der protestanten toegetreden. Hij vond dat Maarten Luther te hard van stapel liep. Hij vond dat men moest proberen de eenheid der Kerk te bewaren, door meer te letten op wat de christenen met elkaar deelden dan op wat hen scheidde.

Werk[bewerken]

Algemeen[bewerken]

In 1523 maakte Erasmus een catalogus van al zijn tot dan toe verschenen werken. Hij maakte een driedeling:

  1. de culturele vorming inclusief taal: onder andere de Colloquia (gesprekken), de Adagia (spreekwoorden) en zijn eigen brieven
  2. de ethische vorming: onder andere de Lof der Zotheid
  3. de godsdienstige vorming: onder andere het Enchiridion (handboek voor een christen)

Erasmus is vooral bekend gebleven door de Lof der Zotheid en het Enchiridion waarin hij zijn ideeën over wat christendom werkelijk voor de mens zou moeten betekenen uiteenzet. De Lof der Zotheid is een satire op allerlei misstanden van zijn tijd, waarin hij de allegorische Zotheid allerlei dingen laat zeggen, die hij zelf - van de Kerk - eigenlijk niet mocht zeggen.

Hij heeft ook vele opvoedkundige en onderwijsgeschriften op zijn naam staan. Een invloedrijk werk is De ratione studii uit 1511, over het inrichten van de studie en het lezen en verklaren van auteurs. In De pueris instituendis beschrijft Erasmus het onderwijs dat beperkt blijft tot het aanleren der antieke talen en het lezen en interpreteren van de klassieke auteurs.

Het meest populaire opvoedkundig werkje is De civilitate morum puerilium 1530 ofwel in het Nederlands Goede manierlijcke seden, Hoe die Jonghere gaen, staen, eten, drincken, spreken, swijghen, ter tafelen dienen, ende die spijse ontghinnen sullen.

In zijn verhandeling De recta Latini Graecique sermonis pronunciatione (De juiste uitspraak van de Latijnse en Griekse taal, Bazel 1528) geeft Erasmus een reconstructie van de uitspraak van het Grieks en het Latijn in de Oudheid. In zijn tijd was men gewend het Oudgrieks uit te spreken met de uitspraak van de toen in Griekenland gesproken taal (itacisme), terwijl men het Latijn min of meer op zijn Italiaans uitsprak. Door de bestudering van leenwoorden van Grieks naar Latijn en van Latijn naar Grieks kwam Erasmus tot de conclusie dat dat onjuist was. Erasmus maakte een reconstructie die weliswaar niet volmaakt was, maar veel beter dan de op dat moment gangbare uitspraak van de beide oude talen.

Vertaling en uitgave van het Nieuwe Testament in het Grieks[bewerken]

Erasmus sprak en schreef Latijn. Hij was een bijzonder geleerd man die al bij zijn leven in geheel Europa als een van de grote denkers van zijn tijd werd erkend. Zijn eerste Oudgrieks had hij op de Latijnse school in Deventer geleerd, dat daar toen voor het eerst in Noord-Europa als vak in het curriculum was opgenomen. Dat maakte dat hij bij het begin van zijn studie op de universiteit in Leuven een flinke voorsprong had op vele andere studenten, die hij behield en uitbreidde. Door zijn kennis van deze taal raakte hij ervan overtuigd dat bepaalde delen van de Bijbel in de Latijnse Vulgaat niet goed vertaald waren. Hij besloot om het Griekse Nieuwe Testament opnieuw te redigeren en in druk uit te geven. Dit kwam hem op felle kritiek te staan van het leidende intellectuele centrum van de Nederlanden van die dagen, de Leuvense (katholieke!) universitaire wereld, waaronder zich ook een aantal goede vrienden van hem zoals Van Dorp bevonden. De taal van de Kerk was tenslotte Latijn en niet Grieks. Aan dit gegeven tornen zou het toch al wankelende gezag van de Kerk van die dagen nog verder ondermijnen. Ook de jonge Vlaamse exegeet Frans Titelmans kwam hierover in de jaren 1527-1530 met Erasmus in aanvaring. Erasmus' versie van het Nieuwe Testament was volgens Titelmans niet correct. In de inhoud ontbraken volgens hem delen die in de Griekse tekst wel degelijk aanwezig waren en de stijl leek volgens hem te veel op het klassieke Latijn van Cicero en dus niet op de oorspronkelijke, volgens het dogma van de Katholieke Kerk, door God geïnspireerde eenvoudige stijl.

Voor zijn Griekse Nieuwe Testament kon Erasmus beschikken over zes Griekse handschriften. Hij vertaalde deze handschriften opnieuw in het Latijn om daarmee het verschil met de Vulgaat te laten zien. Later heeft de Leidse drukkersfamilie Elsevier de Griekse tekst van Erasmus gebruikt, die intussen de bijnaam van de Textus receptus had gekregen.

Erasmus legde met zijn Griekse uitgave van het Nieuwe Testament een grondslag van de Hervorming van Luther. Luther gebruikte de door Erasmus geredigeerde en uitgegeven Griekse tekst van het Nieuwe Testament (en niet het Latijse Vulgaat) voor zijn vertaling van de Bijbel naar het Duits en kon daarmee directe kritiek van de Kerk op zijn vertaling omzeilen. Ook dat werd Erasmus door de Kerk verweten. Maar op het verwijt dat hij het ei van de ketterij had gelegd, antwoordde hij dat hij liever iets anders had uitgebroed: hij vond de versplintering van de Kerk maar niets.

Erasmuscollectie[bewerken]

Alle werken van Erasmus zijn te bekijken in de Erasmuszaal van de Gemeentebibliotheek Rotterdam, die de eigenaar is van een van de grootste Erasmuscollecties ter wereld: een unieke en oude verzameling met honderden boeken uit de zestiende en zeventiende eeuw. Zo’n negentig werken zijn er in de eerste druk aanwezig. Tot de collectie behoren ook 3.000 brieven van zijn hand. En er zijn bijzondere edities van zijn bekendste boek ‘Lof der Zotheid’ -- veel vertalingen in alle mogelijke talen en veel geïllustreerde edities (onder meer van Frans Masereel). De bibliotheek heeft ook veel literatuur over Erasmus. Deze collectie is een onmisbaar instrument voor de lopende uitgave van de "Opera Omnia" van Erasmus, die vanaf 1969 onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen wordt uitgegeven. De Bibliotheek Rotterdam heeft een website met als titel Schatkamers. Veel afbeeldingen uit boeken van Erasmus en portretten van Erasmus zelf zijn daar te zien en te downloaden. Vijftien boeken van Erasmus plus de uitgave van zijn verzamelde werk (1538-1540) zijn online beschikbaar.

Erasmus in de 21e eeuw[bewerken]

Erasmus mag dan een van de beroemdste Nederlanders zijn; toch laat zijn nationale bekendheid te wensen over. Sommige buurtenquêtes suggereren dat hij wordt aangezien voor de ontwerper van de Erasmusbrug of oprichter van een Rotterdams ziekenhuis. Om de blijvende invloed van Erasmus in de huidige tijd te belichten is in Rotterdam de stichting Erasmushuis opgericht en zijn nieuwe rituelen gestart om aandacht aan de filosoof te schenken. Zo wordt in Rotterdam sinds 2006 jaarlijks zijn geboortedag gevierd (28 oktober), wordt het uitbrengen van Lof der Zotheid elke 1e april herdacht en is er jaarlijks op 11 juli (zijn sterfdatum) de Nacht van Erasmus.

Vernoemingen, verkiezingen en afbeeldingen[bewerken]

Standbeeld van Erasmus in Rotterdam
Erasmus in Gouda, door Hildo Krop
Houten beeldje afkomstig van De Liefde

Standbeeld in Rotterdam[bewerken]

Het beeld van Erasmus was het eerste bronzen standbeeld van Nederland. Een houten versie verrees in 1549 in de Wijde Kerksteeg ten behoeve van de intocht van Prins Filips. Na het bezoek werd het verplaatst naar de West-Nieuwlandsche brug. In 1557 werd het houten beeld vervangen voor een blauw arduinstenen beeld, dat in 1572 kapot geschoten en in de gracht geworpen werd door het Spaanse leger onder leiding van Graaf van Bossu. Eenmaal weer boven water heeft het beeld tot 1621 daar gestaan, totdat men de beeldhouwer Hendrick de Keyser opdracht gaf een bronzen beeld te maken. Dit werd in 1622 door de Rotterdamse bronsgieter Jan Cornelisz. Ouderogge gegoten en geplaatst op de Groenmarkt.

In mei 1940 kwam het ongeschonden uit het bombardement van Rotterdam en is het door de gemeentelijke Dienst Kunstbescherming van z'n sokkel gehaald en onopvallend naar Museum Boijmans Van Beuningen gebracht. Daar werd het op de binnenplaats onder betonplaten en zandzakken verborgen. Na vele omzwervingen door de stad heeft het beeld in 1964 een plaats gekregen op het Grotekerkplein voor de Grote of Sint-Laurenskerk. Het beeld staat op een kopie van de sokkel uit 1677. De oude sokkel is op 23 februari 1965 naar het Erasmiaans Gymnasium vervoerd. In 1996 werd het beeld door onbekenden omver getrokken. In 1997 werd het beeld gerestaureerd waarna het in 1998 weer op zijn sokkel werd gehesen.[6]

In Brooklyn staat op het terrein van de Erasmus High School een levensgrote kopie van dit beeld.[7]

Op de campus Woudestein van de Erasmus Universiteit Rotterdam staat in het A-gebouw (waar de verdedigingen plaatsvinden) een gelijkend beeld van polystyreen. Op 8 november 2008 werd een bronzen versie onthuld welke aangeboden werd door de VMI Group, een autobandenfabriek uit Epe. De president van het bedrijf, J.J. Spanjer, vond tijdens de verdediging van zijn zoon dat het gebruik van polystyreen "universiteit onwaardig".[8][9]

Overige afbeeldingen[bewerken]

  • Een buste van Erasmus door de beeldhouwer Hildo Krop bevindt zich op een piëdestal in de vorm van twee boeken, ontworpen door Menno Meijer, in het Willem Vroesenpark te Gouda, nabij de Sint-Janskerk. Het beeld is via Indonesië, Amsterdam en Paramaribo in Gouda terechtgekomen. Daar werd het eerst geplaatst in de tuin van het MuseumgoudA en later tegen de muur van de Agnietenkapel, alvorens het in 2009 werd verplaatst naar de huidige locatie.
  • Er staan vier standbeelden van Erasmus in Rotterdam. Een zoals hierboven beschreven naast de Sint-Laurenskerk, een op de kop van Zuid (in 2001 gemaakt door Willem Verbon).
  • Een enorm wandmozaïek siert het Holbeinhuis, eveneens in Rotterdam. Het mozaïek heeft talloze verwijzingen naar Erasmus en is gemaakt door Louis van Roode in 1954 in opdracht van het Basler Transport Versicherungs Gsf.
  • In de gevel van het stadhuis van Rotterdam staat, naast een aantal andere personen, ook een afbeelding van Erasmus, vermoedelijk vervaardigd door Lambertus Edema van der Tuuk.
  • Er staat een standbeeld van Erasmus in Leuven bij het begin van de Mechelsestraat. Dit beeld is in 1979 geplaatst en gemaakt door beeldhouwer René Rosseel.
  • Er staat een standbeeld van Erasmus in Amsterdam bij het Vossius Gymnasium.
  • Erasmus komt voor in het boek "Het Geheim van Rotterdam" van Thea Beckman.
  • Erasmus is afgebeeld op het Nederlandse bankbiljet van 100 gulden uit de jaren vijftig.
  • In het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam staan meerdere beelden van Erasmus; er is tevens een glas-in-loodraam met zijn gestalte.
  • De afbeelding van een schrijvende Erasmus is terug te vinden in een snijraam boven de ingang van de Latijnse School te Deventer.
  • Een houten beeld van Erasmus, afkomstig van het schip De Liefde, bevindt zich in het Nationaal Museum in Tokio, Japan.
  • Een bronzen plaquette van Erasmus hangt in Tredozio (Italië). Hij is daar afgebeeld samen met de Italiaanse humanist en kunstenaar Faustino Perisauli.

Verkiezingen[bewerken]

  • In 2004 eindigde Erasmus op de vijfde plaats in de verkiezing van De grootste Nederlander.
  • In de verkiezing voor De Grootste Belg, een jaar later, eindigde hij op de 11de plaats in de Vlaamse versie.
  • In 2005 werd Erasmus door lezers van het dagblad "Rijn en Gouwe" uitgeroepen tot Grootste Gouwenaar.
  • In 2009 werd Erasmus door bezoekers van de website van Gemeentearchief Rotterdam voor een jaar uitgeroepen tot Grootste Rotterdammer.[10]

Erasmus als naamgever[bewerken]

Erasmus is de naamgever van onder meer

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Adrian Room, Dictionary of Pseudonyms: 13,000 Assumed Names and Their Origins, blz. 165
  2. Erasmus, Cornelis Augustijn, Amsterdam, 1986, blz. 22
  3. Erasmus en Gouda, Tidinghe van die Gouda, Gouda, 2006, blz. 133 en 167
  4. Johan Huizinga (1924) Erasmus, blz. 219-225
  5. Jonathan I. Israel (2008) De Republiek 1477 - 1806 (ISBN 978-90-5194-337-5), blz. 50
  6. Standbeelden van Erasmus in Rotterdam: 1549-2008. Stichting Erasmushuis Rotterdam. Bezocht op 19 maart 2014.
  7. Simon Miedema, de ontwerper van de façadebeelden van het Witte Huis
  8. 'Chinese' Erasmus onthuld Erasmus Alumnieuws, Februari 2009, 51/1
  9. Eerst groen, dan blauw, dan rood, dan weer groen. Erasmusmagazine.nl, 8 november 2008
  10. Erasmus grootste Rotterdammer, NU.nl, 16 oktober 2009
Wikiquote Op Wikiquote staan citaten van Desiderius Erasmus.
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Desiderius Erasmus op de Nederlandstalige Wikisource.