Rudolf Agricola

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Agricola door Lucas Cranach
Rudolf Agricola

Rudolf Agricola (ook Rodolphus Agricola Phrisius), eigenlijk Roelof Huesman of Huisman [met variaties] (Baflo, 17 februari 1444 (of 23 augustus 1443) — Heidelberg, 27 oktober 1485), was een van de belangrijkste vroeg-humanistische geleerden van de noordelijke Lage Landen.

Leven en werk[bewerken]

Agricola schreef in een soepel (neo)Latijn, beheerste het Grieks uitstekend, en hij leerde tegen het einde van zijn leven Hebreeuws om de Psalmen in hun oorspronkelijke taal te kunnen lezen; hij tekende, componeerde muziek voor fluit en speelde orgel; hij was zeer geïnteresseerd in zang. Van de liederen op Middelnederlandse tekst die hij heeft gecomponeerd en waarvan onder meer de briefwisseling met componist Jacobus Barbireau en opmerkingen van latere auteurs getuigenis afleggen, is echter niets bewaard gebleven. Hij was eveneens ontwerper van orgels, waaronder het orgel van de Martinikerk te Groningen. Hij stond, ook in Italië, bekend als een uitstekend redenaar en was daarnaast een fervent bokser. Hij nam deel aan de zogenaamde Aduarder kring van humanistisch ingestelde geleerden, die onder de aegis van abt Hendrik van Rees samenkwamen in het Cisterziënzer St Bernardusklooster te Aduard, ca 5 km buiten Groningen.

Roelof Huesman werd geboren nabij Baflo. Zijn vader Hendrik was persona van Baflo, en werd kort na de geboorte van Roelof benoemd tot abt van het Klooster Selwerd. Zijn moeder Zycka trouwde later met een kleermaker. Hij studeerde te Erfurt, Keulen, Leuven, Pavia en te Ferrara. Daarna verbleef hij in Ferrara aan het hof van hertog Ercole d'Este. Zijn opleiding werd betaald door het klooster van Selwerd.

In 1479 keerde Agricola terug naar de stad Groningen, waar hij secretaris van de stad werd. Toch bleef hij veel reizen. In 1482 was hij de vertegenwoordiger van de stad Groningen aan het hof van keizer Maximiliaan I. Ergens in deze jaren heeft Erasmus in Deventer een lezing van hem bijgewoond, die hij later als een van de hoogtepunten uit zijn leven omschreef.

In 1484 haalde Johann von Dalberg, bisschop van Worms en kanselier van de Keurpalts, Agricola naar Heidelberg. Daar gaf hij ook les. De latere “poeta laureatus” Conrad Celtis behoorde tot zijn leerlingen. Na een reis naar Rome overleed hij in 1485 in Heidelberg.

Agricola vertaalde talrijke Griekse werken in het Latijn. Hij was een van de eersten ten noorden de Alpen die het antieke Grieks beheersten (kennis van die taal was beperkt tot een handje vol geleerden: o.a. Nicolaus Cusanus, Wessel Gansfort, Regiomontanus, Adolphus Occo, Alexander Hegius van Deventer, Johannes Reuchlin, Konrad Celtis, Willibald Pirckheimer, Erasmus). Hij zette zich in voor de studie van de antieke Hebreeuwse, Griekse en Latijnse cultuur. Zijn magnum opus, de De inventione dialectica (1479) (“Over de dialectische denkmethode”) werd in 1539 in drie delen gedrukt. In hetzelfde jaar bezorgde Alardus van Amsterdam een bloemlezing uit zijn geschriften onder de titel Rudolphi Agricolae lucubrationes (“Rudolph Agricola’s overpeinzingen”). Agricola leerde later in zijn leven Hebreeuws en was van plan zich verder aan Bijbelstudies te wijden, toen hij jong overleed.

Betekenis[bewerken]

Rudolf Agricola was de grondlegger van het humanisme in Noord-Europa. Hij introduceerde er de Italiaanse methoden van humanistische tekstbehandeling en gebruikte zijn aanzien om anderen te inspireren tot studie van het klassieke Latijn en Grieks en tot beoefening van de nieuwe kritische filologie.[1] Er verschenen diverse levensbeschrijvingen van hem en hij werd door Erasmus, die hem in 1484 nog een voordracht had horen houden, aangewezen als fons et origo.

Bijnaam[bewerken]

Agricola werd in zijn tijd Frisii soli spes decusque (Latijn: hoop en sieraad van de Friese bodem) genoemd. De aanduiding Fries sloeg in die periode niet alleen op de huidige provincie Friesland.

Trivia[bewerken]

Standbeeld van Agricola in Baflo
  • In verschillende steden zijn er straatnamen naar Agricola genoemd, zoals in Sittard, Groningen, Nijmegen en Amsterdam. De naam Agricola wordt door de plaatstelijke bevolking soms uitgesproken met de klemtoom op "-co-".
  • In Baflo staat een standbeeld van Agricola.
  • Agricola staat aan de basis van de legende dat de Hollanders afstammen van de door Tacitus geloofde Batavieren.[2]

Tekstuitgaven[bewerken]

  • Rodolphus Agricola, De inventione dialectica. Lucubrationes, (facsimile van de editie Keulen: Gymnich, 1539) Nieuwkoop: De Graaf, 1967.
  • Rudolf Agricola, De inventione dialectica libri tres / Drei Bücher über die Inventio dialectica, Kritisch herausgegeben von Lothar Mundt, Tübingen: Niemeyer, 1992.
  • Rodolphe Agricola, Ecrits sur la dialectique et l'humanisme. Choix de textes, introduction, édition, traduction et notes par Marc van der Poel, Paris: Champion, 1997.
  • Rudolph Agricola, Letters, ed. and transl. Adrie van der Laan, Fokke Akkerman, Assen: Van Gorcum, 2002.

Literatuur[bewerken]

  • G.C. Huisman, Rudolph Agricola. A Bibliography of Printed Works and Translations, Nieuwkoop: De Graaf, 1985.
  • G. Ihm, Der Humanist Rudolph Agricola, sein Leben und seine Schriften, Paderborn, 1893.
  • H.E.J.M. van der Velden, Rodolphus Agricola (Roelof Huusman). Een Nederlandsch humanist der vijftiende eeuw, Leiden: Sijthoff, 1911.
  • F. Akkerman, A.J. Vanderjagt, (ed.), Rodolphus Agricola Phrisius (1444-1485). Proceedings of the International Conference at the University of Groningen 28-30 October 1985, Leiden: E.J. Brill, 1988.
  • Marc van der Poel, Over dialectica en humanisme: Rudolf Agricola, Baarn: Ambo, 1991
  • K.H. Binnendijk, Meer academie dan klooster: Aduard en de verspreiding van het humanisme, Aduard: Museum Sint Bernardushof, 2002.
  • F. Akkerman, G.C. Huisman, A.J. Vanderjagt, (ed.), Wessel Gansfort (1419-1489) and Northern Humanism, Leiden: E.J. Brill, 1993.
  • F. Akkerman, A.J. Vanderjagt, A.H. van der Laan, (ed.), Northern Humanism in European Context, 1469-1625. From the ‘Adwert Academy’ to Ubbo Emmius, Leiden: Brill, 1999 (ISBN 90-04113142), 373 pp.
  • P. Mack, Renaissance Argument. Valla and Agricola in the Traditions of Rhetoric and Dialectic, Leiden: E.J. Brill, 1993.
  • W. Kühlmann, (ed.), Rudolf Agricola: 1444 – 1485, Protagonist des nordeuropäischen Humanismus, zum 550. Geburtstag, Bern 1994.
  • F. Akkerman, A.J. Vanderjagt, A.H. van der Laan, (ed.), Northern Humanism in European Context, 1469-1625. From the 'Adwert Academy' to Ubbo Emmius, Leiden: E.J. Brill, 1999.
  • Arjo Vanderjagt,‘Wessel Gansfort (1419-1489) and Rudolph Agricola (1443?-1485): Piety and Hebrew’, in: R. Liebenberg, H. Munzert, G. Litz, (ed.), Frömmigkeit – Theologie – Frömmigkeitstheologie: Contributions to European Church History. Festschrift für Berndt Hamm zum 60. Geburtstag, Boston: Brill 2005, 159-172 (ISBN 90 04 14335 1).
  • Rudolph Agricola: Letters, A. van der Laan, F. Akkerman eds., Assen: Van Gorcum 2002 (ISBN 90 232 3808 7)
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Jonathan Israël (1996), De Republiek (1477-1806), ISBN 9051941315, Vol. I, p. 47
  2. I. Schöffer (1981), "The Batavian myth during the sixteenth and seventeenth centuries," in P. A. M. Geurts en A. E. M. Janssen, Geschiedschrijving in Nederland, p. 84-109