Pseudoniem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een pseudoniem (Oudgrieks: ψευδώνυμον, letterlijk "valse naam"), alias (Latijn) of schuilnaam is de aangenomen naam van een of meerdere personen die duidelijk afwijkt van de corresponderende persoonsnaam of persoonsnamen. Het pseudoniem is een zelfgekozen naam en moet dus worden onderscheiden van een door anderen verleende bijnaam, zoals Willem de Zwijger (Willem van Oranje), en een door anderen gebezigde persoons- of auteursaanduiding, bijvoorbeeld De zwaan van de Avon (Shakespeare). Een pseudoniem wordt veelal aangenomen voor gebruik in de publieke ruimte. Een persoon kan één of meerdere pseudoniemen aannemen, maar ook kan een groep mensen onder één pseudoniem werken, zoals het wiskundecollectief Nicolas Bourbaki. Het pseudoniem bestond al voor de uitvinding van de boekdrukkunst.

Soms verwijst een pseudoniem als anagram of palindroom naar de echte naam van de kunstenaar, zoals Marc Sleen voor Marcel Neels. Ook kan het pseudoniem verwijzen naar een hoedanigheid van de persoon, zoals Multatuli, Latijn voor "ik heb veel geleden", een pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, of naar een beroep, zoals De Schoolmeester voor Gerrit Jz. van de Linde, die werkzaam was op een kostschool, of Lee Towers voor Leen Huizer, die van beroep torenkraanmachinist was.

Types pseudoniemen en verwante begrippen[bewerken]

Een pseudoniem van een artiest wordt meestal een artiestennaam genoemd. Die term wordt gebruikt in de kleinkunst, het theater, film en tv, de populaire muziek en de showbusiness. Voorbeelden van artiestennamen zijn Marilyn Monroe voor Norma Jean Baker en Drs. P voor Heinz Hermann Polzer. Een schrijverspseudoniem wordt ook wel een nom de plume genoemd; het woord plume, Frans voor "veer", verwijst naar de ganzenveer waarmee geschreven werd. Voorbeelden zijn J. Bernlef voor Hendrik Jan Marsman en Nescio voor Jan Hendrik Frederik Grönloh.

Er bestaan enkele andere begrippen die een zekere betekenisoverlap hebben met de term pseudoniem, maar toch niet snel een "pseudoniem" genoemd zullen worden. Voorbeelden:

  • Een deknaam of codenaam wordt aangenomen door (of toegewezen aan) speurders of spionnen die zich met het oog op hun geheime missie voordoen als een ander. Informanten van de Stasi van de voormalige DDR kregen een deknaam met daarvoor de letters "IM" voor Inoffizieller Mitarbeiter, onofficiële medewerker, zoals "IM Schubert", de deknaam van Holm Singer.
  • Een nom de guerre (Frans: oorlogsnaam) was oorspronkelijk de naam die een strijder in een oorlog aannam om daarmee faam te verwerven, maar de term wordt ook ruimer toegepast, bijvoorbeeld voor polemisten.
  • Een nickname is een zelfgekozen naam die de anonimiteit van de gebruiker op internetfora moet waarborgen. Een nickname kan vrij sterk afwijken van een gewone persoonsnaam, bijvoorbeeld omdat er cijfers of symbolen in voorkomen.

Redenen voor pseudonimiteit[bewerken]

Mary Ann Evans, beter bekend onder haar pseudoniem George Eliot

Er zijn veel verschillende redenen waarom voor een pseudoniem kan worden gekozen, waarom zogeheten pseudonimiteit gewenst wordt geacht:

  • om de persoonlijke identiteit voor verwanten, het publiek of de autoriteiten af te schermen, bijvoorbeeld vanwege censuur, auteursrecht of het clandestiene karakter van het werk. Voor zijn satirische anti-jezuïtische geschriften koos Blaise Pascal de naam A. Dettonville.
  • voor meer prestige, bijvoorbeeld de latinisering van de persoonsnaam, zoals Paracelsus voor Von Hohenheim.
  • uit onzekerheid over de waarde van het eigen werk.
  • om mogelijke vooroordelen tegen te gaan, zoals vrouwen die een mannennaam aannemen omdat hun werk anders niet naar waarde werd geschat, bijvoorbeeld George Sand voor Amandine Dupin, Currer Bell voor Charlotte Brontë, George Eliot voor Mary Ann Evans en Annie Caroline Pontifex Fernhout-Toorop die schilderde als Charley Toorop.
  • voor het maken van onderscheid tussen ongelijksoortige werkzaamheden, zoals tussen iemands persoonlijke en artistieke of publieke leven, bijvoorbeeld het schrijven van romans naast het bedrijven van wetenschap.
  • uit afkeer van de eigen naam, wegens alledaagsheid of belachelijke of hatelijke betekenis of oorsprong. David Bowie die in werkelijkheid David Robert Jones heet is daar een voorbeeld van.
  • om te verbergen of juist voor te wenden dat men van exotische oorsprong is of tot een etnisch-culturele minderheid behoort. Een buitenlandse achternaam kan reden voor discriminatie of juist modieus interessant zijn. Musici gaven zich uit voor Italianen en migranten passen vaak hun naam aan aan de autochtone taal.
  • om een familieband te verhullen, zoals de acteur Nicolas Cage, die geboren werd als Nicolas Coppola, maar niet wenste te profiteren van zijn beroemde familienaam.
  • Uit gemak, omdat de eigen naam te lang is om het werk mee te signeren. Jonkheer Berthil Cornelis Alex Iwan Pauw van Hanswijck de Jonge gebruikt daarom het pseudoniem Plopatou.

Zie ook[bewerken]