Aartsbisdom Kamerijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aartsbisdom Kamerijk

Het aartsbisdom Kamerijk (Latijn: Archidioecesis Cameracensis voorheen dioecesis nerviorum) is een suffragaan aartsbisdom van het aartsbisdom Rijsel. Het aartsbisdom Kamerijk beslaat het grondgebied van de arrondissementen Kamerijk, Avenne aan de Helpe, Dowaai en Valencijn.

Sticht[bewerken]

Het sticht Kamerijk binnen de Nederlanden (14e eeuw)

De bisschop was ook wereldlijk heer van een sticht van het Heilige Roomse Rijk. Het was een vooruitgeschoven punt van het Rijk, op een boogscheut van Parijs. Dat wereldlijk gebied was veel kleiner dan het bisdom, dat tot in Antwerpen reikte. Het sticht was beperkt tot Kamerijk en het Kamerijkse. Militair werd de bisschop ook elders in Lotharingen door de keizers ingezet. Het landsheerschap ging in de 15e eeuw over op de Bourgondische hertogen.

Bisdom Kamerijk[bewerken]

Het aartsbisdom Kamerijk vóór Super Universas (1559)

Kamerijk, dat tot het laat-Romeinse bisdom Atrecht behoorde, werd eerst bisschopsstad toen Sint-Vedulfus (+ 580 ?) zijn zetel om onbekende redenen van Atrecht naar hier overbracht (vermoed wordt dat hij verhuisde omdat het oorspronkelijke Atrecht, dat zich nog steeds binnen de Romeinse muren bevond, werd verwoest en verlaten). Zijn opvolgers zouden bisschoppen van Kamerijk-Atrecht blijven, tot paus Urbanus II per pauselijke bul van 23 maart 1094 een deel van het territorium afsplitste om een nieuw bisdom te creëren, met als zetel het nieuwe Atrecht, dat rond de abdij van Sint-Vaast buiten de oude Romeinse stad was ontstaan. Kamerijk ressorteerde onder het aartsbisdom Reims en omvatte tot de bisdomshervorming van 1559 zes aartsdiaconaten : Kamerijk, Valencijn, Henegouwen (het oude graafschap Bergen), Brabant (westelijk deel van het oude gouwgraafschap Brabant, ongeveer tussen Schelde en Dender), Brussel en Antwerpen. Dit gebied kwam enigszins overeen kwam met het vroegere civitas van de Nerviërs.

Aartsbisdom Kamerijk[bewerken]

Aartsbisschop Charles de Saint-Albin (1698-1764), door Hyacinthe Rigaud in 1723

Met de Super universashervorming in 1559 werd Kamerijk een aartsbisdom dat met zijn vier suffraganen nagenoeg alle Franstalige gebieden in de Nederlanden omvatte. Die vier suffraganen werden Atrecht, Sint-Omaars, Doornik en Namen. Het aartsbisdom moest de Nederlandstalige gebieden wel laten vallen voor de nieuwe bisdommen Antwerpen, Gent en een nieuw aartsbisdom in Mechelen.

Bisdom Kamerijk[bewerken]

Kamerijk behield deze status tot in 1801, toen het Concordaat van Napoleon het degradeerde tot gewoon bisdom, suffragaan van het aartsbisdom Parijs. Omdat het de bedoeling was dit bisdom overeen te laten komen met het in 1790 opgerichte Noorderdepartement, verloor het alle gebieden ten noorden van de huidige Frans-Belgische grens, maar won het stukken van de opgeheven bisdommen Ieper en Sint-Omaars.

Aartsbisdom Kamerijk[bewerken]

Op 1 oktober 1841 volgde opnieuw de verheffing van Kamerijk tot aartsbisdom, met Atrecht als suffragaan. Maar het groeiend socio-economisch belang van Rijsel leidde er uiteindelijk toe dat op 25 oktober 1913 het nieuwe bisdom Rijsel werd afgesplitst. Dat omvat de twee arrondissementen Rijsel en Duinkerke; Kamerijk beslaat de vier arrondissementen Cambrai, Douai, Valenciennes en Avesnes-sur-Helpe. In 2008 volgde een nieuwe klap, toen op 29 maart van dat jaar Rijsel werd verheven tot metropolitaan aartsbisdom : de aartsbisschop van Kamerijk is dus niet langer het hoofd van de gelijknamige kerkprovincie, met de bisschoppen van Rijsel en Atrecht onder zich; we hebben voortaan te maken met de kerkprovincie Rijsel, met het aartsbisdom Kamerijk en het bisdom Atrecht als suffraganen.

Priesters en gelovigen[bewerken]

Sinds 2000 is de oud-bisschop van Luçon, François Garnier, aartsbisschop. Het aartsbisdom telde in 1980 1.015.000 katholieken (96,7% van de bevolking). In 2003 telde het nog 980.000 katholieken (93,3% van de bevolking). In 1980 waren er 508 priesters beschikbaar, in 2003 nam dit aantal af tot 320. Daarentegen nam het aantal permanente diakens in dezelfde periode toe van 1 tot 32. Het aantal parochies bleef nagenoeg stabiel.

Bronnen[bewerken]

  • Les évêques d'Arras - Leurs portraits, leurs armoiries, leurs sceaux: door abbé Jean Lestocquoy (Fontenay-le-Comte, 1942).
  • Iconographie des évêques et archévêques de Cambrai: door René Faille; in de Mémoires de la Société d'Émulation de Cambrai - Deel XCIV (Kamerijk, 1974).

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]