Cambrai

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie Cambrai (Australië) voor het kleine plaatsje in Australië
Cambrai
Gemeente in Frankrijk Vlag van Frankrijk
Wapen van Cambrai
Cambrai
Cambrai
Situering
Regio Nord-Pas-de-Calais
Departement Noorderdepartement (59)
Arrondissement Cambrai
Kanton hoofdplaats van 2 kantons: Cambrai-Ouest en Cambrai-Est
Coördinaten 50° 10' NB, 3° 14' OL
Algemeen
Oppervlakte 18,12 km²
Inwoners (1 jan. 2011) 32.770 (1.808,5 inw/km²)
Hoogte 41 - 101 m
Overig
Postcode 59400
INSEE-code 59122
Foto's
Campanile hôtel de ville Cambrai.JPG
Portaal  Portaalicoon   Frankrijk

Cambrai of Kamerijk (Latijn: Cameracum) is een stad in Frankrijk, in het Noorderdepartement in de regio Nord-Pas-de-Calais. De gemeente telt bijna 35.000 inwoners.

De stad ligt aan de bovenloop van de Schelde en het oude centrum is gebouwd op de rechteroever die opklimt naar de heuvel in het oosten waarop vandaag de citadel staat. De stad is de historische hoofdstad van het Kamerijkse (Cambrésis), een heel vruchtbare streek met löss-bodem en van oudsher een belangrijke graanleverancier van de verstedelijkte Nederlanden.

In de gemeente ligt spoorwegstation Cambrai.

Geschiedenis[bewerken]

Oudheid[bewerken]

Kamerijk wordt voor het eerst vermeld als Camaraco op de Tabula Peutingeriana, een middeleeuwse kopie van een Romeinse kaart uit de 4e eeuw; later duiken ook de namen Camaracum en Cameracum op. De stad is wellicht ontstaan als een bevoorradingsplaats op de kruising van twee belangrijke heerwegen: die van Bavay naar Amiens en van Atrecht naar Reims. Deze plek lag net buiten het gebied van de Nerviërs, dat na de verovering een Romeinse administratieve entiteit of civitas vormde (civitas Nerviorum). Oorspronkelijk was Bavay de hoofdstad, maar in de 3e eeuw is een duidelijke inzinking van de Romeinse aanwezigheid in Noord-Gallië merkbaar en in de late oudheid verschijnen nieuwe administratieve en militaire centra: Kamerijk vervangt Bavay als hoofdplaats van de civitas Nerviorum (zoals Doornik in dezelfde periode Kassel vervangt als centrum van de civitas Menapiorum). De perifere ligging van Kamerijk in de civitas is wellicht te verklaren vanuit een koloniale functie: de plek was via belangrijke heerwegen goed bereikbaar en vormde een bruggenhoofd naar de rest van het territorium.

Bij de inval van de Franken in de eerste helft van de 5e eeuw werd Kamerijk veroverd door de Frankische hoofdman Chlodio die een Frankisch rijkje stichtte met Doornik als hoofdstad. Dit gebied vormde kort daarna het kernland van het Frankische rijk onder Clovis. Men vermoedt dat Bavay reeds een christelijk centrum was en dat dit in de late oudheid verhuisde naar Kamerijk, dat een bisschop kreeg. De eerste met naam bekende bisschop is Sint-Vedastus (†540), die tegelijk bisschop van Atrecht was; de eerste bisschop die ook in Kamerijk resideerde, was Sint-Gorik (Latijn: Gaugericus, Frans: Saint-Géry). De grenzen van het bisdom Kamerijk hernamen ongeveer die van de Romeinse civitas Nerviorum en omvatten de rechter Scheldeoever van de bron tot niet ver van de monding, ten noorden van Antwerpen.

Middeleeuwen en nieuwe tijden[bewerken]

Het Frankische rijk raakte na de dood van Lodewijk de Vrome verdeeld en bij het Verdrag van Verdun werd Kamerijk in 843 onderdeel van het Middenrijk of Lotharingen. In 870 kwam het door het Verdrag van Meerssen (870) bij het Oost-Frankische Rijk, het latere Heilige Roomse Rijk. In dit oostelijke rijk ontwikkelde zich een stelsel waarbij kerkelijke waardigheidsbekleders wereldlijke macht kregen uit handen van de keizer. Zo gaven de Roomse keizers de bisschop van Kamerijk in 947 de wereldlijke (grafelijke) macht over de stad Kamerijk en in 1007 ook over het Kamerijkse. Hierdoor ontstond een tweeslachtige situatie: de graaf-bisschop van Kamerijk was politiek een vazal van de 'Duitse' keizer, terwijl hij kerkelijk ondergeschikt was aan de aartsbisschop van Reims was, die traditioneel de Franse koningen zalfde. Tegelijk vormde het bisdom Kamerijk een personele unie met het bisdom Atrecht (tot de 11e eeuw), dat tot het Franse koninkrijk behoorde. De relatie tussen de graaf-bisschop en de stedelingen van Kamerijk was vaak gespannen. Door de Investituurstrijd raakte het bisschopsambt verzwakt en konden de burgers in 1077 gemeentelijke privileges van hun graaf-bisschop afdwingen, zoals overal elders in het Duitse rijk gebeurde. Dit maakte Kamerijk tot een van de oudste stadsgemeenten in wat nu Frankrijk is. Aan het begin van de 13e eeuw zou de graaf-bisschop zijn greep op de stad opnieuw versterken, wat herhaaldelijk tot confrontaties en financiële crises leidde.

In 1123, 1129, 1145 en 1148 vonden in Kamerijk grote stadsbranden plaats.

Voor de middeleeuwse economie was vooral de textielproductie van belang, alsook de handel in graan. Als bisschopszetel kende de stad haar hoogtepunt in de 11e eeuw, maar ze groeide daarna nauwelijks nog en kende niet de demografische en stedelijke ontwikkeling van de noordelijker steden in het 'Franse' graafschap Vlaanderen en het 'Duitse' graafschap Henegouwen.

Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Kamerijk (voormalige abdijkerk van de Heilig-Grafabdij, 18e eeuw)

Aan het einde van de middeleeuwen kwam de stad steeds sterker onder invloed van de Bourgondische hertogen, die door hun expansiepolitiek de stad territoriaal haast omsingelden. In 1543 voegde keizer Karel V de stad bij de Habsburgse Nederlanden. Hij liet aan de rand van de stad een nog bestaande citadel bouwen, op de heuvel waar vroeger de Sint-Goriksabdij stond, om de stad tegen de dreiging vanuit Frankrijk te verdedigen. In 1559 werd de kerkelijke indeling in de Nederlanden hertekend (als een maatregel van de katholieke contrareformatorische politiek na het Concilie van Trente). Kamerijk werd, naast Utrecht en Mechelen de zetel van een aartsbisdom, meer bepaald voor bijna alle Franstalige Nederlandse provincies.

Tijdens de expansieoorlogen van Lodewijk XIV van Frankrijk werd Kamerijk belegerd en ingenomen. De Vrede van Nijmegen in 1678 maakte de stad definitief een deel van Frankrijk en tegelijk verloor de aartsbisschop zijn wereldlijke macht en zijn zetel in de Rijksdag van het Heilige Roomse Rijk.

Franse Revolutie[bewerken]

De Franse Revolutie vormde een keerpunt in de geschiedenis en de aanblik van de stad. Niet alleen werd het aartsbisdom afgeschaft, maar een groot aantal kerken en kloosters werden afgebroken, zo ook de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal die bekendstond als Wonder der Nederlanden. Uiteindelijk bleven in de huidige stad slechts twee voormalige abdijkerken en één kloosterkerk over (er waren oorspronkelijk 8 parochiekerken en ca. 20 kloosterkerken). Deze uitzonderlijk zware tol is vermoedelijk te wijten aan de grote macht van de kerkelijke instellingen, die tot 40% van de grond in Kamerijk en het Kamerijkse bezaten.

19e en 20e eeuw[bewerken]

Kamerijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, schilderij van Jules André Smith

Kamerijk heeft maar zeer beperkt deel gehad aan de Industriële revolutie, die nochtans kenmerkend is voor het Noorderdepartement.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog viel Cambrai in 1914 in Duitse handen. Tussen 20 november tot 3 december 1917 werd bij de stad de Slag bij Cambrai uitgevochten. Het was het eerste succesvolle gebruik van tanks.

In 1971 werd de gemeente Morenchies bij Cambrai aangehecht.

Naam[bewerken]

Zoals veel plaatsen in Noord-Frankrijk heeft Kamerijk een Nederlandse en een Franse benaming. De namen Kamerijk en Cambrai zijn beide apart ontwikkeld uit de Gallo-Romeinse naam Camaracum. Niettemin is Kamerijk vanaf de Romeinse tijd steeds een Romaanse, Franstalige stad geweest. Dat er een aparte Nederlandse naam bestaat, is te danken aan de belangrijke rol die de stad speelde in de geschiedenis van de Nederlanden als hoofdstad van een bisdom (civitas nerviorum) dat in de middeleeuwen reikte tot diep in Nederlandstalig gebied (o.a. Zuid-Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Brussel, de Kempen).

Demografie[bewerken]

Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Grafiek inwonertal gemeente

Bêtises[bewerken]

Verschillende bêtises de Cambrai, rechts het origineel

De stad is bekend door de bêtise de Cambrai, een karamelsnoepje dat volgens de overlevering is ontstaan omstreeks 1850 door een vergissing in de bereiding. Deze lekkernij kreeg wereldwijde bekendheid door het Asterix-verhaal De ronde van Gallia, waarin de stripheld bêtises koopt om aan te tonen dat hij in Cambrai is geweest.

Geboren[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • "Cambrai", in: Dictionnaire du Nord et du Pas-de-Calais (Pays et terres de France), p. 182-183. Parijs, 2001.
  • "Cambrai", in: Lexikon des Mittelalters. Deel 8, 1408-1409. Stuttgart: 1977-1999.

Zie ook[bewerken]