Qing-dynastie
| 大清 Qing-dynastie |
|||||
|
|||||
|
|
|||||
| Kaart | |||||
| 1892 | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Peking | ||||
| Bevolking | 1740: 140.000.000 1776: 311.500.000 1790: 300.000.000 1812: 360.000.000 1820: 383.100.000 1851: 436.000.000 1865: 255.960.000 1898: 319.720.000 |
||||
| Talen | Chinees, Mantsjoe | ||||
| Volkslied | Gong Jin'ou (1911) | ||||
| Munteenheid | Tael | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Monarchie | ||||
| Dynastie | Huis Aisin Gioro | ||||
| Staatshoofd | Keizer | ||||
|
Geschiedenis van China de traditioneel als legitiem beschouwde dynastieën zijn vet gedrukt |
||||||
| Chinese Prehistorie |
Mythische Tijd Xia-dynastie |
|||||
| Shang-dynastie | ||||||
| Zhou-dynastie | ||||||
| Westelijke Zhou | ||||||
| Oostelijke Zhou | ||||||
| Lente en Herfst | ||||||
| Strijdende Staten | ||||||
| Qin-dynastie | ||||||
| Han-dynastie | ||||||
| Westelijke Han | ||||||
| Xin-dynastie | ||||||
| Oostelijke Han | ||||||
| Drie Koninkrijken | ||||||
| Shu | ||||||
| Wu | ||||||
| Wei | ||||||
| Jin | ||||||
| Westelijke Jin | ||||||
| Oostelijke Jin | ||||||
| Zestien Koninkrijken | ||||||
| Zuidelijke en Noordelijke Dynastieën | ||||||
| Sui-dynastie | ||||||
| Tang-dynastie | ||||||
| Wu Zhou | ||||||
| Liao | ||||||
| Vijf Dynastieën | Tien Koninkrijken | |||||
| Noordelijke Song | Song-dynastie | |||||
| Jin | Westelijke Xia | Zuidelijke Song | ||||
| Yuan-dynastie | ||||||
| Ming-dynastie | ||||||
| Qing-dynastie | ||||||
| Republiek China | ||||||
| Volksrepubliek China | Republiek China (Taiwan) | |||||
| Portaal Portaal |
||||||
De Qing-dynastie (Chinees: 清; Standaardkantonees: Tsing Tsiew), ook wel Mantsjoe-dynastie, was de laatste keizerlijke dynastie van China. De keizers waren in deze periode afkomstig van de Mantsjoe, die rond 1644 de laatste inheemse dynastie, de Ming-dynastie, afloste. De korte Xinhai-revolutie in 1911 onder leiding van Sun Yat-sen maakte in 1912 een einde aan het keizerrijk.
De Mantsjoe-heersers van de Qing-dynastie waren etnisch verwant aan de Jurchen van de vroegere Jin-dynastie (1115-1234). Hun machtsbasis lag oorspronkelijk buiten de Chinese Muur, rondom het huidige Shenyang (tijdens de Qing Mukden genaamd) in Noordoost-China. De Mantsjoes waren nauw verwant aan de Mongolen. Zelfs hun schriftstelsels leken op elkaar. De Mantsjoe-staat vormde een sterke militaire macht en werd door de Ming pas als een bedreiging erkend toen het vrijwel te laat was. In 1636 ging de staat zich Qing noemen, en in 1644 werden de Qing door noordelijke generaals China binnengelaten om een burgeroorlog te beslechten.
De keizer had ten tijde van de Qing-dynastie absolute macht. Hij werd terzijde gestaan door een raad van invloedrijke ministers. De keizerlijke residentie was de Verboden Stad in Peking. Ook hield de keizer er een zomerpaleis op na. Beide zijn thans een museum.
De eerste jaren (1644-83) werden besteed aan de pacificatie van China. Met name in het zuiden verzetten de Ming-loyalisten zich en benoemden zelfs tegenkeizers, (de Zuidelijke Ming). In de jaren 1690-1711 werd een grote oorlog tegen de Mongolen uitgevochten die leidde tot de verovering van Mongolië en Tibet. Ook vonden schermutselingen plaats met Rusland, wat leidde tot het Verdrag van Nertsjinsk in 1689 en het verdrag van Kjachta in 1727.
De Qing voerden verschillende hervormingen door, waarbij Mantsjoe een voorkeurspositie kregen. Het bestuur werd efficiënter. Andere ontwikkelingen waren bevolkingsgroei en migratie. In 1740 waren er 180 miljoen Chinezen, in 1774 221 miljoen, in 1800 rond de 300 miljoen en in 1850 zelfs al 430 miljoen. Dit legde een enorme druk op de beschikbare hulp- en voedingsbronnen. De Chinezen begonnen dan ook naar het noordoosten te migreren, waardoor het voormalige Mantsjoe-land een Han-Chinese bevolking kreeg. De overbevolking leidde ook tot hongersnood en instabiliteit.
In de 19e eeuw nam de Europese invloed, mede als gevolg van de industriële revolutie, toe. De Qing moesten zogenaamde "concessies" aan buitenlandse mogendheden afstaan, invloedssferen erkennen en ongelijke verdragen tekenen. Aan de oost- en zuidkust oefenden West-Europese mogendheden hun commerciële en militaire invloed uit, in het noorden drongen de Russen op, wat werd vastgelegd in het verdrag van Aigun in 1858 en in de conventie van Peking in 1860. De binnenlandse stabiliteit werd steeds minder. Na de door de Britten geïnitieerde Opiumoorlog in de jaren 40 en de Taiping-opstand (1850-1871) bleek steeds duidelijker dat de Qing de uitdagingen van de moderne tijd niet aankon en op zijn laatste benen liep. De anti-Westerse, maar mislukte Bokseropstand (1899-1901) betekende ernstig gezichtsverlies voor het keizerrijk. Weliswaar trachtte men hervormingen door te voeren om zich aan de tijd aan te passen, maar deze versnelden het einde alleen maar. In 1912 werd de laatste keizer afgezet. De Qing-dynastie moest het veld ruimen voor de Republiek China.
Lijst van keizers [bewerken]
(De eerste twee keizers heersten nog tijdens de nadagen van de Ming-dynastie (1368-1644). Vanaf 1644 heerste de Qing ook formeel over het gehele Chinese keizerrijk.)
- 1616-1626: Nurhaci
- 1626-1643: Hong Taiji
- 1643-1661: Shunzhi
- 1661-1722: Kangxi
- 1722-1735: Yongzheng
- 1735-1795: Qianlong
- 1795-1820: Jiaqing
- 1820-1850: Daoguang
- 1850-1861: Xianfeng
- 1861-1875: Tongzhi
- 1875-1908: Guangxu
- 1908-1912: Xuantong
| Chinese dynastieën |
|---|
|
Xia · Shang · Zhou · Qin · Han · Drie Koninkrijken · Jin · Zuidelijke Dynastieën · Noordelijke Dynastieën · Sui · Tang · Vijf Dynastieën · Jin (Jurchen) · Song · Yuan · Ming · Qing |
| Zie de categorie Qing Dynasty van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |