Eerste Opiumoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eerste Opiumoorlog
Onderdeel van de Opiumoorlogen
De Nemesis vernietigt Chinese jonken
De Nemesis vernietigt Chinese jonken
Datum 1839-1842
Locatie Azië: China, Zuid-Chinese Zee, Oost-Chinese Zee
Resultaat Britse overwinning, Verdrag van Nanking (1842)
Casus belli In beslagneming en vernietiging van de Britse voorraad opium
Territoriale
veranderingen
Hongkong naar Verenigd Koninkrijk
Strijdende partijen
China Qing Dynasty Flag 1889.svg Chinese keizerrijk Flag of the British East India Company (1801).svg Britse Oost-Indische Compagnie
Commandanten
China Qing Dynasty Flag 1889.svg De Daoguang Keizer
China Qing Dynasty Flag 1889.svg Lin Zexu
Flag of the British East India Company (1801).svg Charles Elliot
Flag of the British East India Company (1801).svg Anthony Blaxland Stransham
Eerste Opiumoorlog
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 第一次鸦片战争
Vereenvoudigd 第一次鴉片戰爭
Hanyu pinyin dìyīcì yāpiànzhànzhēng
Standaardkantonees Taj Yat Chie Ngáa P'íen Chien Chang

De Eerste Opiumoorlog (Ook: Eerste Engels-Chinese Oorlog) was een oorlog tussen Groot-Brittannië en het Chinese keizerrijk tussen 1839 en 1842 met als doel om China te forceren om Brits opium in te voeren. Deze oorlog wordt vaak gezien als begin van de Europese hegemonie in China.

Voorgeschiedenis[bewerken]

In de 16e eeuw vonden verschillende Europese landen hun weg naar Azië, als eerste Spanje en Portugal. In de 17e eeuw kwamen de Nederlanders en de Engelsen. De Engelse Oost-Indische Compagnie zond in 1699 haar eerste schip naar de stad Kanton. De officiële contacten van de westerlingen met de Chinese autoriteiten verliepen volgens het Kantonsysteem waarbij de hong (officieel geautoriseerde bedrijven) een bevoorrechte positie hadden gekregen en verantwoordelijk waren voor de goede gang van zaken in het contact met de buitenlanders. China liet buitenlandse handel slechts mondjesmaat toe en hield er een ferme grip op. Alleen in de Dertien Factorijen in Kanton werd beperkte handel toegestaan.

Lange tijd schikten de Europeanen zich in deze strikte handelsvoorwaarden. De Engelsen kochten naast porselein en lakwerk vooral thee, de Chinezen hadden daarentegen weinig interesse voor Westerse producten. Ze importeerden alleen wat specerijen, katoenen weefsels en Europese vuurwapens. Zo was de Europese handelsbalans in de 17e en 18e eeuw ten opzichte van China behoorlijk negatief. Engeland gaf veel geld uit in China, maar kreeg er relatief weinig inkomsten van de Chinezen voor terug. Na 1800 veranderde dit, doordat de Engelsen steeds meer Indische opium in China gingen invoeren. Deze gevaarlijke stof zorgde ervoor dat tegen 1830 zeker 12 miljoen mensen verslaafd waren. Hierdoor veranderde de handelsbalans voor de Engelsen al snel van negatief naar positief.

De Chinese overheid werd zeer ongerust over het overvloedige opiumgebruik. Om sociale redenen was in de 18e eeuw al een verbod tegen de opiumhandel uitgevaardigd en wat later werd ook het opiumschuiven strafbaar gemaakt. Maar ook door het wegstromen van zilver dat als betaalmiddel voor de opium diende en waardoor de Chinese economie in grote moeilijkheden raakte, ging de regering serieus werk maken van de bestrijding van opium.

De oorlog[bewerken]

Lange tijd bleven de verbodsbepalingen echter een dode letter, omdat de met toezicht belaste Chinese functionarissen zich lieten omkopen. Toen in maart 1839 de nieuwe keizerlijke inspecteur Lin Zexu eiste dat de Britse handelaren hun hele opiumvoorraad zonder vergoeding moesten inleveren, dachten de Britse kooplieden dan ook aanvankelijk dat Lin opnieuw over de "baksjisj" wilde onderhandelen. Maar het was dit keer menens: een hele jaarvoorraad opium werd in beslag genomen en vernietigd te Humen. De schade voor de Britse kooplui bedroeg ongeveer £ 3.000.000 (ongeveer 300 miljoen euro tegen de huidige koopkracht). Lin en de keizer hadden geen idee gehad hoe fel de Britse regering zou reageren op deze inbeslagneming.

De strikte handelsvoorwaarden die de Chinezen hanteerden waren al geruime tijd moeilijk aanvaardbaar geweest voor Engeland, dat een open en vrije handel met China ambieerde. Toen de Engelsen in Kanton werden gedwongen hun opiumvoorraad af te staan en geen opium meer te smokkelen, werd dat door de Britse regering beschouwd als een casus belli. Moderne oorlogsschepen uit Brits-Indië voeren naar China. Hoewel ze veruit in de minderheid waren, waren ze technologisch veel beter en China werd door de Engelsen verslagen.

Verdrag van Nanking[bewerken]

Er volgde een verdrag, het Verdrag van Nanking, waarbij alle Engelse eisen werden ingewilligd. Ze kregen Hongkong met zijn natuurlijke haven en vijf andere havens werden opengesteld voor de handel, waaronder die van Guangdong, Shanghai en Fuzhou. Verder eisten ze vrije handel, lage invoerrechten en werd de ‘meest begunstigde natie clausule’ opgenomen, wat inhield dat alle rechten die China aan andere landen gaf, Engeland ook zou krijgen. In het verdrag stond niets over opium (buiten dan een door China te betalen schadevergoeding van 6.000.000 dollar in verband met de vernietigde opium), en de opiumhandel bleef gestaag groeien.