Tarimbekken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Tarimbekken

Het Tarimbekken is één van de grootste geologische bekkens in de wereld. Het ligt in de autonome regio Sinkiang in het uiterste westen van China. Het wordt omsloten door drie hooggebergten: de Tiensjan in het noorden, de Pamir in het westen en de Kunlun in het zuiden. Een groot deel van het bekken wordt ingenomen door de Taklamakanwoestijn. Het laagste punt is Lop Nor in het oosten, een voormalig zoutmeer.

De naamgever van het bekken is de rivier de Tarim, die langs het noorden van het bekken stroomt er er ook eindigt: het Tarimbekken is een endoreïsch bekken en heeft dus geen afvoer naar zee.

Het zeer droge gebied is dunbevolkt. Er wonen Oeigoeren en andere Centraal-Aziatische volkeren. Ook wonen er Han-Chinezen. Veel van hen zijn immigranten uit andere delen van China die zich hier voornamelijk sinds 1949 zijn komen vestigen.

Geschiedenis[bewerken]

Vanaf het 2e millennium v.Chr. vestigden zich Indo-Europese volkeren in oases aan de rand van het bekken, waar zij staten als het koninkrijk Hotan en Kroraina vestigden.

De zijderoute splitst zich hier in twee routes, langs de noordelijke en zuidelijke randen van Taklamakan.

De Chinezen slaagden er aan het eind van de 1e eeuw na Christus in om controle van het bassin te verkrijgen.