Taklamakan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Taklamakan
Taklamakan
De Taklamakan bij Yarkand
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 塔克拉瑪干沙漠
Vereenvoudigd 塔克拉玛干沙漠
Hanyu pinyin tǎkèlámǎgānshāmò
Jyutping (Standaardkantonees) taap3 hak1 laai1 maa5 gon1 saa1 mok6
Standaardkantonees T'áap Hák Láai Mǎa Kôn Sáa Môok

De Taklamakan of Taklimakan is een zandwoestijn in Centraal-Azië, gelegen in de autonome regio Sinkiang, in China.

De woestijn beslaat een oppervlakte van 270.000 km² in het Tarimbekken. Aan west- en noordzijde liggen de bergmassieven Pamir en Tiensjan (de berg Imeon uit de oudheid), aan zuidzijde ligt de bergketen Kunlun.

Langs de noordelijke en zuidelijke rand ervan lopen twee takken van de zijderoute. Langs de rand van de woestijn liggen enkele oases met steden als Kashgar, Yarkand, Hotan in het zuidwesten, en Kuqa en Turpan in het noorden.

De rivier de Tarim, de grootste van Centraal-Azië, eindigt in de Taklamakan.

In het zand van de Taklamakan zijn ruïnes begraven, waarin archeologische schatten gevonden zijn van veel verschillende beschavingen, zoals de Tochaarse, met Hellenistische, Indiase en Boeddhistische invloeden. De avontuurlijke zoektocht naar deze schatten is op levendige wijze beschreven door de ontdekkingsreiziger Sven Hedin en anderen.

Er zijn in dit gebied veel mummies gevonden, waarvan sommige 4000 jaar oud zijn. Vele volkeren zijn door dit gebied getrokken. Veel van de mummies hebben een Europees uiterlijk en zijn wellicht afkomstig van het volk der Tocharen, dat een Indo-Europese taal sprak.

In latere tijd werd de Taklamakan bewoond door Turkse volkeren, zoals de Oeigoeren. Vanaf de Tang-dynastie hebben de Chinezen van tijd tot tijd hun macht uitgebreid over de oase-steden van de Taklamakan, omdat zij de belangrijke zijderoute door Centraal-Azië wilden beheersen. Perioden van Chinees bewind werden afgewisseld met perioden waarin het gebied werd overheerst door Turkse, Mongoolse en Tibetaanse volkeren. De huidige bevolking bestaat in de landelijke gebieden grotendeels uit twee Turkstalige volkeren, de Oeigoeren in het zuiden en de Kazachen in het noorden, terwijl in de grotere steden de meerderheid van de bevolking uit Han-Chinezen bestaat.