Lob Nuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lob Nuur
Meer in de Volksrepubliek China Vlag van China
Lob Nuur
Lob Nuur
Situering
Provincie (zìzhìqū) Sinkiang
Coördinaten 40° 5′ NB, 90° 5′ OL
Algemeen
Oppervlakte 2000 km²
Hoogte 810 m
Foto's
Satellietbeeld van het bassin van Lop Nur
Satellietbeeld van het bassin van Lop Nur
Portaal  Portaalicoon   China

Het Lob Nuur (Mongools nuur = meer), historisch ook Lop Nor genoemd, is een ondiep zoutmeer in China, in de autonome regio Xinjiang (新疆,"Nieuwe Gebieden", archaïsch: Sinkiang), aan het oosteinde van het Tarimbekken, aan de westrand van de Gobiwoestijn. Het heeft een oppervlakte van ongeveer 2000 km2, op 810 m hoogte.

Dit meer ontvangt onder andere water van de rivieren Tarim en Qiemo. Het huidige meer is het zuidelijke restant van een vroeger veel groter meer. In de omgeving liggen terreinen voor Chinese proefnemingen met kernwapens.

Geschiedenis[bewerken]

Vanaf ongeveer 1800 v.Chr tot de 9e eeuw ondersteunde het meer een bloeiende Tochaarse cultuur. Archeologen hebben langs de oude kustlijn de begraven resten van nederzettingen ontdekt, evenals een aantal van de Tarim-mummies.

De watervoorraden van de Tarimrivier verzorgden sinds de 2e eeuw v.Chr. het koninkrijk Kroraina, een oude beschaving aan de Zijderoute, gelegen aan het meer. Kroraina werd in 55 v.Chr. een vazal van het Chinese keizerrijk, onder de naam Shanshan.

De ontdekkingsreizigers Ferdinand von Richthofen, Nikolaj Przjevalski, Sven Hedin en Aurel Stein bezochtten en bestudeerden de omgeving. Het is ook waarschijnlijk dat de Zweedse soldaat Johan Gustaf Renat het gebied bezocht, toen hij in de achttiende eeuw de Dzjoengaren hielp om kaarten van het gebied te maken.

De Zweedse ontdekkingsreiziger Folke Bergman ontdekte in 1934 de Xiaohe-tombe in Lob Nuur.