Zoutmeer
Een zoutmeer is een binnenmeer zonder uitstroomdebiet. Wanneer het gaat om een kunstmatig meer (kom) voor de zoutwinning wordt gesproken van een zoutpan. Doordat het water alleen kan verdwijnen door te verdampen, blijven de in het water opgeloste zouten in het resterende (vloeibare) water achter, waardoor uiteindelijk een meer met een hoge zoutconcentratie ontstaat. Afhankelijk van de hoeveelheid instromend (zoet) water kan de zoutconcentratie over de tijd grote schommelingen vertonen; hoe minder water instroomt, hoe zouter het water in het meer.
De grootste zoutmeren zijn de Kaspische Zee, het Aralmeer (Kazachstan/Oezbekistan), het Balkasjmeer (Kazachstan) en het Great Salt Lake (Verenigde Staten).
Andere voorbeelden zijn:
- Dode Zee
- Etosha in Namibië
- Eyremeer in Australië
- Goud-e-Zereh in Afghanistan
- Lac Rose in Senegal
- Mar Chiquita in Argentinië
- Lob Nuur in China
- Qinghaimeer in China
- Turkanameer in Kenia en Ethiopië
- Tuz Gölü in Turkije
- Urmiameer in Iran
- Vanmeer in Turkije
Als de aanvoer van water minder is dan de verdamping zal al het water uiteindelijk verdwijnen en blijft een zoutvlakte over.
Dergelijke meren worden gebruikt voor zoutwinning. Een zoutmeer kan ook kunstmatig voor dit doel zijn aangelegd, dan spreken we van zoutpannen. Zo zijn de zoutpannen van Bonaire en Curaçao al eeuwenlang belangrijke leveranciers van zout voor het pekelen van bijvoorbeeld vlees en vis voor de scheepvaart - in vroeger tijden de enige manier om producten langere tijd voor bederf te behoeden.
| Zie de categorie Salt lakes van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Zoek zoutmeer op in het WikiWoordenboek. |