Zoutmeer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een voorbeeld van een zoutmeer: Lac Rose in Senegal
De Bonneville-zoutpannen in Utah.

Een zoutmeer is een binnenmeer zonder uitstroomdebiet. Wanneer het gaat om een kunstmatig meer (kom) voor de zoutwinning wordt gesproken van een zoutpan. Doordat het water alleen kan verdwijnen door te verdampen, blijven de in het water opgeloste zouten in het resterende (vloeibare) water achter, waardoor uiteindelijk een meer met een hoge zoutconcentratie ontstaat. Afhankelijk van de hoeveelheid instromend (zoet) water kan de zoutconcentratie over de tijd grote schommelingen vertonen; hoe minder water instroomt, hoe zouter het water in het meer.

De grootste zoutmeren zijn de Kaspische Zee, het Aralmeer (Kazachstan/Oezbekistan), het Balkasjmeer (Kazachstan) en het Great Salt Lake (Verenigde Staten).

Andere voorbeelden zijn:

Als de aanvoer van water minder is dan de verdamping zal al het water uiteindelijk verdwijnen en blijft een zoutvlakte over.

Dergelijke meren worden gebruikt voor zoutwinning. Een zoutmeer kan ook kunstmatig voor dit doel zijn aangelegd, dan spreken we van zoutpannen. Zo zijn de zoutpannen van Bonaire en Curaçao al eeuwenlang belangrijke leveranciers van zout voor het pekelen van bijvoorbeeld vlees en vis voor de scheepvaart - in vroeger tijden de enige manier om producten langere tijd voor bederf te behoeden.

Icoontje WikiWoordenboek Zoek zoutmeer op in het WikiWoordenboek.