Garabogazköl

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De baai van Kara-Bogaz vanuit de ruimte, september 1995
De nauwe inlaat vanaf de Kaspische Zee (links) naar de Garabogazköl, de Adzji Darja (NASA, 2002)

De Garabogazköl of Kara Bogaz Gol (Turkmeens: Garabogazköl, Russisch: Кара-Богаз-Гол), is een vrijwel afgesloten baai in Turkmenistan gelegen aan de Kaspische Zee. De naam betekent "Zwarte Muil". De baai heeft een oppervlakte van 18.000 vierkante kilometer en bevat veel van het zout natriumsulfaat. Met een zoutgehalte van 35% is het water zouter dan de Dode Zee (33%) en veel zouter dan dat van de Kaspische Zee (1,2%). Water stroomt vanuit de Kaspische Zee de baai in, waar het met grote snelheid verdampt en het zout wordt gevormd. Door een lagere waterstand in de Kaspische Zee in de afgelopen decennia en daardoor een verminderde watertoevoer naar de Garabogazköl is deze bijna geheel veranderd in een zoutwoestijn.

De baai werd in 1847 ontdekt door de Russische cartograaf luitenant Zjerebtsov, hoewel de plaatselijke bevolking natuurlijk al langer wist van haar bestaan. Zjerebtsov wees naast de aanwezigheid van vele andere winbare mineralen op de goede kwaliteit van het ‘wonderzout’ Na_2SO_4 dat in de baai in grote hoeveelheden gevormd en afgezet werd. Het zout werd vanaf de jaren '20 op kleine schaal gewonnen vanaf de zuidelijke oever (nabij het toenmalige dorpje Kara Bogaz Haven), maar in de jaren '30 verplaatste de productie zich naar haar huidige locatie bij de stad Bekdasj, meer noordwestelijk. De Russische schrijver Konstantin Paustovski (Paoestovski) brak in 1932 door met het boek De Baai van Kara Bogaz waarin hij verhaalt van de Sovjet-pogingen om een fabriekscomplex voor zoutchemie bij de Garabogazköl op te zetten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden aan de Garabogazköl wolfraam en lithium gewonnen ten behoeve van de wapenindustrie. Na de oorlog werd de sulfaatwinning hervat, waarvoor Stalin vele ex-krijgsgevangen inzette. Vanaf de jaren '50 werd het grondwater weggepompt uit lagen onder de bodem, hetgeen hoogwaardiger zout opleverde. Tussen 1963 en 1973 werd bij Bekdasj een moderne fabriek gebouwd die niet langer afhankelijk is van de verdamping (het water van de Kaspische Zee en daarmee de Garabogazköl fluctueert met het seizoen) en zo het hele jaar door kan werken.

De Garabogazköl stond tot 1980 in open verbinding met de Kaspische Zee, maar in reactie op het dalende waterpeil van deze zee - als gevolg van grote onttrekking van water voor de katoenwinning in Centraal-Azië - werd de baai afgesloten met de redenatie dat het water uit de Kaspische Zee zo minder makkelijk kon wegvloeien. Het gevolg was echter dat de Garabogazköl binnen twee jaar droog kwam te staan en de opgehoopte metersdikke zoutlagen op de bodem ineens vrij konden verwaaien, waarbij het zout zich verspreide over grote delen van het Turkmeense grondgebied. Deze grote zoutstormen zorgden voor de verzilting van landbouwgronden. In 1992 werd de dam tussen de Garabogazköl en de Kaspische Zee daarom weer weggehaald. Inmiddels stijgt het waterpeil van de Kaspische Zee weer door toegenomen aanvoer vanuit de Wolga.[1]

Door het hoge zout- en zwavelgehalte sterven vissen die vanuit de Kaspische Zee door de Adzi Darja de Garabogazköl binnengesleurd worden spoedig. Het zoute water is dan ook vrijwel levenloos; alleen roodwieren en het daarop foeragerende pekelkreeftje Artemia salina komen er in grote aantallen voor. Het pekelkreeftje wordt gegeten door eenden en pelikanen, maar vooral door flamingo's die hun roze kleur danken aan het caroteen uit de roodwieren. Nadat de winning van glauberzout door teruglopende kwaliteit en mankracht (vooral goelag-gevangenen) rond 1990 was beëindigd werd de baai slechts geëxploiteerd door het Belgische bedrijf Artemia, dat een pekelkreeftjeseitjeswinning opzette ten behoeve van aquariumhouders en garnalenkwekers.[2]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Materialen: het milieu aan een zijden of katoenen draadje (Tentoonstelling Universiteitsbibliotheek RuG (On)veiligheid door technologische vooruitgang uit 2002)
  2. Westerman, F., Ingenieurs van de ziel, Atlas, Amsterdam, 2002.