Bokseropstand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bokseropstand
Boksers in Tianjin
Boksers in Tianjin
Datum 18991901
Locatie China
Resultaat Overwinning van de Achtlandenalliantie
Verdrag Bokserprotocol
Strijdende partijen
Achtlandenalliantie:
Flag of Russia.svg Rusland
Merchant flag of Japan (1870).svg Japan
Flag of the United Kingdom (3-5).svg Verenigd Koninkrijk
Flag of France.svg Frankrijk
US flag 45 stars.svg Verenigde Staten
Flag of the German Empire.svg Duitsland
Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
Flag of Italy (1861-1946).svg Italië
China Qing Dynasty Flag 1889.svg Nieuwe Leger (Chinese anti-Boxer troepen)
Yihetuan flag.png Boksers
China Qing Dynasty Flag 1889.svg China
Commandanten
Flag of the United Kingdom.svg Edward Seymour
Flag of the German Empire.svg Alfred von Waldersee
China Qing Dynasty Flag 1889.svgYuan Shikai
China Qing Dynasty Flag 1889.svg Keizerin Cixi
Troepensterkte
50.255 (expeditieleger) 50.000-100.000 Boksers
70.000 keizerlijke soldaten
Verliezen
2.500 soldaten,
526 buitenlanders,
enkele duizenden Chinese christenen
20.000 keizerlijke soldaten
18.952 burgers
Portaal  Portaalicoon   China
Amerikaanse troepen bij Peking
Een lid van de Vuisten der Gerechtigheid
De coalitie viert zijn overwinning in de Verboden Stad

De Bokseropstand (Chinees: 義和團運動, Yìhétuán Yùndòng) (soms Bokseroorlog) was een opstand van een Chinese nationalistische beweging, gericht tegen de invloed van de westerse imperialistische mogendheden (1899-1901) en hun invloed op het vlak van handel, politiek, religie en technologie.

Vooraf[bewerken]

China was een grootmacht in verval. De westerse mogendheden profiteerden hiervan door hun commerciële belangen te gelde te maken in het land. Zo bedongen westerse mogendheden onder meer mijnconcessies en vrije handelstoegang tot de havens.

Toenemende sociaal-economische ontwrichting leidde tot grote onvrede bij ontwortelde en verpauperde groepen van de agrarische bevolking, die in de ban kwamen van rebellerende, half religieuze organisaties. Een dergelijk geheim politiek/religieus genootschap, de Yihetuan of Vuisten der Gerechtigheid en Eensgezindheid (vandaar de westerse benaming Boksers) opereerde in Sjan-toeng. De Boksers kenmerkten zich door hun ongenoegen over de Westerse inmenging en de Chinese keizerlijke dynastie die maar liet betijen. De aanhangers beoefenden een oude, taöistisch geïnspireerde vorm van scherm- en verdedigingskunst, met blote vuisten of met lansen en lange messen. Deze oefeningen werden gekoppeld aan primitieve religieuze opvattingen, tegen de moderne techniek gerichte sentimenten, een magisch geloof in onkwetsbaarheid voor kogels en haatgevoelens tegen vreemdelingen en christenen. Ze propageerden dan ook het verdrijven van zowel de westerse kolonisten als de keizerlijke dynastie. Daar ze door de gouverneur van Sjan-toeng beschermd en heimelijk aangemoedigd werden, konden ze uitgroeien tot een soort volksmilitie.

De conservatieve Mantsjoe-hofkliek, onder leiding van de bijgelovige keizerin-regentes Cixi, die vijandig tegenover zelfs geringe "westerse" vernieuwingen stond, was ook helemaal niet zo gelukkig met de Westerse invloeden in haar land. Ze slaagde erin de anders anti-dynastieke vreemdelingenhaat op de buitenlanders af te wentelen en de Boksers voor haar te winnen in oktober 1899. Zo vormden Hof en opstandelingen een front tegen het Westen. Cixi vaardigde maatregelen uit die de Boksers beschermden, wat tot grote onrust leidde bij de Westerse diplomaten.

De opstand[bewerken]

De destructieve activiteiten van de benden sloegen over op de provincies Tsjeli (Hopei) en Sjensi en tot in de hoofdstad Peking. Spoorwegen werden opgebroken, telegraafverbindingen verbroken en kerken vernield, zendelingen en Chinese christenen werden aangevallen. In Shandong kreeg de opstand geen voet aan de grond door effectief verzet van het Nieuwe Leger van Yuan Shikai.

In januari 1900 startten de Boksers hun agitatie op grote schaal. Westerlingen, Japanners en Chinese christenen werden aangevallen en hun goederen geplunderd. Er werden zo'n 500 buitenlanders, vooral zendelingen en missionarissen, vermoord, onder wie de Nijmeegse bisschop Ferdinand Hamer († 15 juli 1900). In juni was de toestand al zodanig uit de hand gelopen, dat er sprake was van een effectieve opstand. Toen de Boksers nog eens samen gingen met delen van het keizerlijke leger, was het hek helemaal van de dam.

Yuan Shikai, sinds 1895 opperbevelhebber van het Chinese leger, bevond zich ondertussen bij het zogenaamde Nieuwe Leger in Shandong. Dit was een troepenmacht van 7.000 man sterk, uitgerust met Westerse wapens. Het was de enige volledig gemoderniseerde Chinese divisie en deed in gevechtskracht niet voor Westerse landen en Japan onder. Shikai sloeg de Bokseropstand in Shandong effectief neer en weigerde te gehoorzamen aan orders van Cixi toen zij opriep tot samengaan met de Boxers.

Tianjin en Peking werden aangevallen, en de Duitse gezant in Peking, Freiherr Klemens von Ketteler, werd tijdens onderhandelingen op 20 juni door de opstandelingen vermoord. Dit was de aanleiding tot de interventie van de internationale troepenmacht. Na de moord op de Duitse gezant omsingelden en belegerden de Boksers de diplomatenwijk in de hoofdstad. Het beleg zou 55 dagen duren, van 20 juni tot 14 augustus 1900. In totaal hadden 473 buitenlandse burgers, 409 soldaten uit acht verschillende landen en ongeveer 3.000 Chinese christenen zich verschanst in de diplomatenwijk. De verdediging werd geleid door de Britse gezant Claude Maxwell MacDonald die de wijk beschermde met geïmproviseerde barricaden van meubilair en zandzakken.

Internationale interventie[bewerken]

Een internationale interventiemacht werd naar China gestuurd om de buitenlandse gezantschappen in Peking te ontzetten. Dit gebeurde pas op 14 augustus 1900. De Achtlandenalliantie bestond uit Japanse, Russische, Britse, Franse, Amerikaanse, Duitse, Oostenrijks-Hongaarse en Italiaanse troepen, en was zo'n 50.000 man sterk. Ook Shikai's Nieuwe Leger sloot zich bij de Alliantie aan en ging, tegen de orders van het Keizerlijk Hof in, door met de bestrijding van de Boksers.

De internationale troepenmacht versloeg de opstandelingen bij Tianjin op 14 juli en bij Peking op 14 augustus. De Boksers hadden gedacht door het uitvoeren van taoïstische rituelen onkwetsbaar in de strijd te zijn. Het hof vluchtte naar de oude hoofdstad Xi'an in Shaanxi. De geallieerden zonden strafexpedities naar de gebieden waar aanvallen en moorden op buitenlanders en christenen waren bedreven. Hierbij werd hardhandig en willekeurig opgetreden, niet slechts zoals nadien gesuggereerd door Duitse troepen.

Aandeel van Duitsland in de Bokseroorlog[bewerken]

Duitsland was vertegenwoordigd in de Achtlandenalliantie met het Ostasiatisches Infanterie-Regiment. Door de dood van de Duitse gezant werd wraak één van de motieven voor de tegenactie die Kaiser Wilhelm II zijn vertrekkende troepen voorhield. Op 27 juli 1900, toen een contingent in Bremerhaven stond aangetreden voor verscheping overzee, sprak Wilhelm de hoop uit dat zijn troepen zich dezelfde reputatie in China zouden verwerven als destijds de horden van Etzel (Attilla) in Europa, en wel zodanig dat geen Chinees het ooit meer zou wagen een Duitser scheef aan te kijken... Tegenstanders van het Reich zagen in deze "Hunnenrede" van de keizer een bewijs voor het krijgszuchtige karakter van de Pruisen en in beide wereldoorlogen zouden de Duitsers bij de geallieerden als huns te boek staan. Wilhelms Ostasiatisches Infanterie-Regiment kwam overigens te laat in China aan om nog van enige invloed op het krijgsverloop te zijn.

Na de opstand[bewerken]

Het Boksergenootschap werd opgedoekt en door de keizerlijke steun aan hen, kwam de Qing-dynastie in opspraak. Ze was verplicht het Bokserprotocol te ondertekenen op 7 september 1901, waarbij er 10 vertrouwenspersonen die gelinkt waren aan de Boksers moesten worden terechtgesteld, China voor 450 miljoen taels (meer dan 300 miljoen euro) aan herstelbetalingen moest doen en de geallieerden het recht verkregen om de legaties door buitenlandse troepen te mogen beschermen.

Deze afgang van de keizerlijke hoogheden zou de steun van de bevolking helemaal doen wegkwijnen. Bovendien zouden de teruggedraaide hervormingen door Cixi (zie: de Honderddagenhervorming) het besef doen groeien dat China enkel uit het slop zou kunnen raken door een republiek te worden.

Nadien zou het in China nooit meer helemaal rustig worden. Shikai's Nieuwe Leger vormde nadien voor de Qing-dynastie en later voor de Republiek China de enige betrouwbare legereenheid. Hierdoor groeide de macht van Shikai aanzienlijk, tot hij in 1912 als president aan de macht kwam en zelfs zichzelf in 1915 tot keizer probeerde te benoemen.

Latere verwijzingen[bewerken]

  • De film 55 days at Peking (1963) van Nicholas Ray geeft een beeld van de gebeurtenissen. De titel refereert aan de 55 dagen durende belegering van de Westerse ambassades.

Zie ook[bewerken]