Hmong

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Naam (taal-varianten)
Traditioneel 苗族
Vereenvoudigd 苗族
Hanyu pinyin Miáo
Thais แม้ว (Maew) of ม้ง (Mong)
Vietnamees người H’Mông,
người Hmông,
người Mông,
người Hơ-mông,
người Miêu,
người Mèo,
người Mẹo
Hmong/Miao
Flower Hmong vrouw met kinderen.
Totale bevolking 10 - 12 miljoen
Verspreiding Guizhou, Hunan, Yunnan, Tsjoengking, Guangxi in China en in Laos, Vietnam, Thailand

Overzees: Verenigde staten, Frankrijk, Frans-Guyana

Taal Hmong
Geloof Sjamanisme, Boeddhisme, Christelijk
Verwante groepen Yao, She
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken
Hmong in Laos
Miao in de Autonome Hani en Yi Prefectuur Honghe, provincie Yunnan, China

De Hmong, Mong of Miao (Internationaal Fonetisch Alfabet: [m̥ɔ̃ŋ]) worden door de Fransen ook wel Meo genoemd.

De oorsprong van dit volk ligt in het zuiden van China. Afstammelingen zijn verspreid over Noord- en Centraal-Laos, Zuid-China, Vietnam en Thailand. De meesten wonen in gebieden boven de 1000 meter op bergtoppen of heuvelruggen. Polygamie is toegestaan. De kleding is eenvoudig. Veelal worden zwarte jassen, zwarte pofbroeken en zilveren juwelen gedragen. De vrouwen dragen hun haar meestal in een knot. Een groot deel van de bevolking leeft van de ruilhandel, waarbij ijzer vaak dient als betaalmiddel. IJzer is een belangrijke grondstof voor het maken van kapmessen en eenvoudige geweren.

De voornaamste landbouwproducten zijn Rijst, Graan en Opium.

Inhoud

[bewerken] Subgroepen

De namen van de groepen refereren aan de kleding van de vrouwen:

[bewerken] Verspreiding

[bewerken] Geschiedenis

Er wordt over het algemeen aangenomen dat de Hmong ongeveer in de 18e eeuw naar de gebieden buiten zuid China zijn getrokken. In de geheime oorlog in Laos voerden de Hmong een bittere strijd voor hun bestaan tegen zowel de Pathet Lao als de overheid. Ze werden hierbij aangevoerd door de Hmong Generaal Vang Pao. Hun verzet werd voornamelijk gevoerd vanuit de provincie Xhieng Khuang. Financieel werden ze ondersteund door de CIA.

Na het verlies van de oorlog zijn veel Hmong naar Thailand gevlucht, van waaruit er 140.240 gerepatrieerd zijn naar andere landen, voornamelijk de Verenigde Staten. Tot in 2003 aan toe waren er nog Hmong Guerrillagroepen in Laos. Nieuws over deze groepen raakt slechts langzaam bekend in de buitenwereld. In 2003 sloot de regering van Laos enkele Westerse journalisten en een Amerikaanse Hmong priester op die de rebellen bezocht hadden. Een paar weken later verscheen er een nieuwsreportage over het lot van de Hmong's die nog steeds in Saisombun, Laos vechten.

[bewerken] Thailand

In Thailand is in 2003 nog 1 kamp met tussen de 14.000 en 20.000 Hmong vluchtelingen die nergens naartoe kunnen. Het kamp is bij Wat Tham Krabok in het Phra Buddhabart district in de provincie Saraburi. De Thaise regering heeft verscheidene pogingen gedaan om de Hmong te verdelen over het land, maar overal zijn er protesten van de lokale bevolking die aanvoeren dat de Hmong hun banen en land zullen afpikken en drugsmisbruik met zich meebrengen. Wat het niet makkelijker maakt is dat een gedeelte van de Hmongs claimt Thai te zijn een claim die ondersteund werd door de inmiddels overleden van de tempel, phra Chamroon Panchan. Volgens de monnik zijn deze Hmongs gekomen om hun familieleden te bezoeken of om van drugs af te kicken. De tempel is namelijk ook bekend als afkickcentrum. Wat de situatie verder bemoeilijkt is dat tot aan het einde van de jaren '90 van de 20e eeuw iedereen vrij was om te komen en gaan.

Veel van de problemen voor de Hmong en voor de bergvolken in het algemeen worden in Thailand veroorzaakt door de discriminatie van deze groepen. Door de meerderheid van de Thais worden ze gezien als onontwikkeld en veroorzakers van de drugsproblemen. De meeste lokale politici in de provincies waar de bergvolkeren wonen voeren vaak campagne tegen hun aanwezigheid en verspreiden ongefundeerde vooroordelen over deze bevolkingsgroepen. Ze worden regelmatig van hun land verdreven en ook wordt het Thaise staatsburgerschap afgenomen. Het enige waarvoor de bergvolkeren vaak goed zijn is om te dienen als attractie voor toeristen.

De Thaise koning Bhumibol en zijn vrouw koningin Sirikit trekken zich het lot van de bergvolkeren aan en zijn projecten gestart om hen te steunen en om de vooroordelen binnen de Thaise bevolking weg te halen. Zo is de koning een onderzoeksproject gestart om te kijken welke groenten en vruchten er in de bergachtige gebieden van het noorden willen groeien en genoeg geld opbrengen voor de bevolking. Dit om de bergvolkeren over te halen te stoppen met het verbouwen van Opium. Zo zijn er onder andere bloemen uit Nederland geïntroduceerd, maar ook appels, peren en aardbeien. Deze komen alle niet in Thailand voor en moesten geïmporteerd worden. In het voorjaar kan men nu echter verse aardbeien uit het noorden van Thailand op de markten van Bangkok vinden.

[bewerken] Waar naartoe?

In het begin van 2004 werd bekend gemaakt dat de regering van de Verenigde Staten had aangeboden om 14.000 van de overblijvende Hmong te repatriëren naar Amerika. Dit was niet de eerste keer dat dit werd aangeboden en de Thaise regering studeerde dan ook op alternatieven binnen Thailand zelf. Zo werd voorgesteld om ze naar een militair trainingskamp voor speciale oorlogvoering in de provincie Nakhon Ratchasima over te brengen. Het voordeel zou zijn dat dit gebied omgeven kon worden door hekken en in onbewoond gebied ligt, op ongeveer honderd kilometer van Pak Chong. Viceminister-president Generaal Chavalit had plannen gepresenteerd om ze te verplaatsen naar een kamp bij Baan Na Pho in Nakhon Phanom-provincie nabij de grens met Laos. De Laotiaanse regering diende hiertegen protest in, omdat zij de Hmongs zagen als een bedreiging van de staatsveiligheid. Generaal Vang Pao woont heden ten dage in de Verenigde Staten.

[bewerken] Repatriëring

In 2008 leven ongeveer 8.000 Hmong vluchtelingen uit Laos in een Thais vluchtelingenkamp in de provincie Petchabun. De Verenigde Staten en andere landen hebben asiel verleend aan vluchtelingen, echter de Thaise overheid verstrekt geen exit-visa.

Mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International hebben kritiek op de behandeling van de Hmong in Thailand en Laos. [1] In Laos zijn er vele verslagen van martelingen, verkrachtingen en moorden. In Thailand worden de vluchtelingen niet voorzien van basisvoorwaarden, zoals een redelijk onderdak of schoon drinkwater. De overheden weigeren onafhankelijke toeschouwers toe te laten. Zo kan de repatriëring van de Hmong in de Laotiaanse maatschappij niet gecontroleerd worden, waardoor hun veiligheid ernstig gevaar loopt. De Thaise overheid laat tot nu toe geen vertegenwoordigers van UNHCR toe, waardoor de vluchtelingenstatus niet kan worden vastgesteld.

[bewerken] Bekende Miao's

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen

  1. Amnesty International (2007) Hiding in the jungle: Hmong under threat, Londen: Amnesty International ASA 26/003/2007. (http://www.amnesty.org/en/library/asset/ASA26/003/2007/en/dom-ASA260032007en.pdf)


 
Persoonlijke instellingen
Boek maken