Appel (vrucht)
| Appel | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||||
| Malus Mill. (1754) |
|||||||||||||||||
| Dwarsdoorsnede sterappel | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
Het geslacht Appel (Malus) bevat bomen die de algemeen bekende vruchten dragen, vooral op het noordelijk halfrond. Ook zijn er sierappels, die kleine appeltjes geven. De appel groeit in de gematigde streken.
De appel werd al 10.000 v.Chr. in Europa in het wild verzameld en al in het Nabije Oosten geteeld in 4000 v.Chr. Waarschijnlijk is de appel langs de oude zijderoute verspreid, omdat ook het genencentrum van de appel in de omgeving van deze route ligt. In Centraal-Azië komen meer dan 25 wilde appelsoorten voor, waarmee de gekweekte appel zich in de loop der eeuwen heeft gekruist. Geselecteerde rassen werden later in stand gehouden door de door Chinezen ontdekte techniek van enting. Ten tijde van de Oude Grieken en Romeinen tussen de achtste eeuw v.Chr. en de vijfde eeuw na Chr. was er een florerende teelt van appels. De Romeinen hebben deze rassen verder verspreid over West-Europa. Later is dit gevolgd door verschillende herintroducties vanuit het genencentrum. In de negentiende eeuw hadden vele steden in Europa en Nederland hun eigen rassen. Deze rassen waren zoet of halfzuur, verschillend gekleurd en met verschillende vormen en grootte. Enkele voorbeelden hiervan zijn Lunterse Pippeling, Brabantse Bellefleur, Groninger Kroon, Eijsdener Klumpke, Gronsvelder Klumpke enz. Vanuit Europa is de appel door kolonisten verder over de hele wereld verspreid. Met het verdwijnen van de hoogstamboomgaarden zijn veel rassen weer verloren gegaan. De verschillende pomologische verenigingen in Nederland proberen zo veel mogelijk oude rassen in stand te houden.
Inhoud |
Vrucht
De vlezige vrucht bestaat uit drie lagen, maar soms vormen twee of drie lagen één geheel en zijn ze afzonderlijk niet meer te herkennen. Zo zijn bij de appel het exocarp en mesocarp niet meer van elkaar te onderscheiden en vormen gezamenlijk met de opgezwollen bloembodem het vruchtvlees. Het klokhuis is het endocarp met daarin de zaadjes (pitjes) en in het midden de vaatbundel naar het steeltje.
De appel (Malus pumila) is de meest bekende soort en wordt vaak rauw genuttigd. Toepassingen in de keuken en bij bakrecepten komen ook veel voor, bijvoorbeeld in appeltaart of als garnering op pannenkoeken. Verschillende producten worden gemaakt van (onder andere) appels, zoals appelsap, appelcider, appelmoes en appelstroop.
De appel is er in vele verschillende smaken en/of aroma's.
In Nederland komt in het wild alleen de appel Malus sylvestris voor. De soort is te vinden in bossen en bermen, meestal verwilderd.
Rassen
Er bestaan duizenden appelrassen, terwijl er ook nog steeds nieuwe rassen verschijnen. Na de opsomming van de soorten volgt een summiere opsomming van rassen:
De bekendste variëteiten van Malus pumila zijn:
|
|
|
Nutritionele informatie
| appel met schil (per 100 g) |
|||
|---|---|---|---|
| water : 85,56 g | vezel : 2,4 g | energie : 218 kJ (52 kcal) | |
| proteïnes : 0,26 g | lipiden : 0,17 g | suikers : 10,39 g | |
| sporenelementen | |||
| calcium : 6 mg | ijzer : 0,12 mg | magnesium : 5 mg | fosfor : 11 mg |
| kalium : 107 mg | koper : 0,027 mg | natrium : 1 mg | zink : 0,04 mg |
| vitamines | |||
| vitamine C : 4,6 mg | vitamine B1 : 0,017 mg | vitamine B2 : 0,026 mg | vitamine B3 : 0,091 mg |
| vitamine B5 : 0,061 mg | vitamine B6 : 0,041 mg | vitamine B9 : 0 µg | vitamine B12 : 0,00 µg |
| vitamine A : 54 UI | retinol : 0 µg | vitamine E : 0,18 µg | vitamine K : 2,2 µg |
| vetzuren | |||
| verzadigde vetzuren : 0,028 g | mono-onverzadigde vetzuren : 0,007 g | poly-onverzadigde vetzuren : 0,051 g | cholesterol : 0 mg |
Ziekten en aantastingen
De bladeren kunnen aangetast worden door onder andere de schimmels meeldauw en schurft. De stam en de takken door kanker (Nectria galligena). De vruchten door onder andere Monilia-rot en Botrytis-rot.
Insecten tasten naast de bladeren en bloemknoppen ook de vruchten aan. Enkele insecten zijn de bladrollers (o.a. fruitmot Cydia pomonella), appelbloedluis, bladluis en appelzaagwesp.
|
Schurftaantasting op appelras 'Schone van Boskoop'
|
||
Symbolische betekenis
- Volgens een wijdverbreide anekdote bracht een vallende appel Isaac Newton, terwijl hij ook de maan zag, op het idee, dat zowel de appel als de maan aan dezelfde zwaartekracht onderhevig zijn. Dit markeerde dan een stap in zijn ontdekking van de algemene zwaartekrachtswet.
Trivia
- Er is in Gelderland een plaats met de naam Appel. In Oost-Vlaanderen is er een plaats met de naam Appels.
- Vanuit de gedachte dat snoepen ongezond is, is de leus: Snoep verstandig, eet een appel jarenlang zo populair geweest, dat het bijna een standaard uitdrukking is geworden in de Nederlandse taal.
- De appel is de belangrijkste vrucht in de geschiedenis van legendes en sprookjes: de appel van Adam en Eva, de appel van Willem Tell en de appel van Sneeuwwitje zijn de belangrijkste voorbeelden.
- De gemiddelde appel is ongeveer een derde smurf groot.
Fotogalerij
Externe link
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren - Appel (vrucht). |
| Zoek appel op in het WikiWoordenboek. |
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Malus domestica op Wikimedia Commons. |
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Malus op Wikimedia Commons. |
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Apple op Wikimedia Commons. |