Tweede Chinees-Japanse Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweede Chinees-Japanse Oorlog
Onderdeel van Tweede Wereldoorlog
Door Japan bezet gebied in 1940
Door Japan bezet gebied in 1940
Datum 7 juli 1937- 2 september 1945
Locatie Vasteland van China, Birma
Resultaat Chinese overwinning als deel van de geallieerde overwinning in de oorlog in de Pacific
Strijdende partijen
Flag of the Republic of China.svg Republiek China
Flag of the Chinese Communist Party.svg CCP
Flag of the United States.svg Verenigde Staten
Flag of the Soviet Union.svg Sovjet-Unie
Flag of Japan.svg Japanse Keizerrijk

Met vazalstaten:
Flag of Manchukuo.svg Mantsjoekwo
Flag of the Mengjiang.svg Mengjiang
Flag of the Republic of China-Nanjing (Peace, Anti-Communism, National Construction).svg Japans-China
Commandanten
Flag of the Republic of China.svg Chiang Kai-shek
Flag of the Republic of China.svg Chen Cheng
Flag of the Chinese Communist Party.svg Mao Zedong
Flag of Japan.svg Hirohito
Flag of Japan.svg Hideki Tojo
Tweede Chinees-Japanse Oorlog
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 中國抗日戰爭
Vereenvoudigd 中国抗日战争
Hanyu pinyin Zhōngguó kàngrì zhànzhēng
Jyutping (Standaardkantonees) zung1 gwok3 kong3 jat6 zin3 zang1
Standaardkantonees Chong Kwôk K'ôong Yat Chien Chang

De Tweede Chinees-Japanse Oorlog (ook bekend als Tweede Sino-Japanse Oorlog) was een oorlog tussen China en Japan van 1937 tot 1945.

Begin jaren dertig ondervond Japan een groeiende invloed van ultra-nationalistische, expansionistische militairen. Deze leidde tot de invasie van Mantsjoerije, waar de Japanners de vazalstaat Mantsjoekwo stichtten, en een tweede Chinees-Japanse oorlog, die uiteindelijk deel zou gaan uitmaken van de Tweede Wereldoorlog.

Na de benoeming van generaal Hideki Tojo in 1937 tot opperbevelhebber van het Japanse Kanto-leger bedacht het Japanse leger een excuus om op 7 juli 1937 het Chinese garnizoen bij de Marco Polobrug, de strategische doorgang naar Peking, aan te vallen: het Japanse leger beweerde een soldaat te missen en eiste toegang tot de Chinese stad Wanping. De Chinezen weigerden dit. Na een Japans ultimatum werd Wanping door artillerie beschoten en reden er Japanse pantservoertuigen over de brug. De Tweede Chinees-Japanse Oorlog was begonnen.

Kort daarop werd Peking veroverd. Uiteindelijk zou een groot gedeelte van China tot het einde van de oorlog onder Japans bestuur vallen (Japans-China).

Een ander verzonnen excuus was aanleiding om in augustus Shanghai binnen te vallen. De bevelhebber van het Chinese leger, Chiang Kai-shek, wilde niet meer onderhandelen en viel de Japanners aan in Shanghai. Het Japanse garnizoen in Shanghai kreeg al snel versterkingen en namen het initiatief in de strijd over. De Chinese troepen moesten zich terugtrekken uit de belangrijke havenstad.

De wapenstilstand tussen de communisten en nationalisten werd ook door Tokio gezien als een uitdaging waarop gereageerd moest worden. Chiang Kai-shek wilde onder geen voorwaarde met de CCP samenwerken, maar was hier in december 1936 door zijn eigen nationalistische achterban toe gedwongen. Maarschalk Chiang Siue-Liang had Chiang Kai-shek hiervoor zelfs ontvoerd en gevangengezet, tot hij toegaf. Een wapenstilstand voor de duur van de oorlog werd overeengekomen. Een oorlogsverklaring was dit niet, maar de portee ontging de Japanners niet, en ze wachtten op een gelegenheid dit China in te peperen.

Het Japanse leger trok ondertussen naar Nanking, waarbij ieder dorp dat op de weg naar Nanking lag volgens het zogenaamde “drie-in-één” beleid (plunder, vermoord en verbrand alles) van het keizerlijke Japanse leger verwoest werd. Op 13 december 1937 viel de hoofdstad Nanking. De doorgeslagen Japanse soldaten verkrachtten vrouwen van alle leeftijden, weerloze burgers en Chinese krijgsgevangenen werden op brute wijze vermoord, en alles werd geplunderd en afgebrand. Dit bloedbad van Nanking duurde weken en heeft naar schatting aan 340.000 mensen het leven gekost. Deze zwarte bladzijde in de geschiedenis van China staat bekend als de “Verkrachting van Nanking” of “Nanking Incident” en zorgt tot op de dag van vandaag nog voor beroering tussen Chinezen en Japanners.

Nadat de Chinese troepen onder leiding van Chiang Kai-shek steeds meer genoodzaakt werden zich verder terug te trekken, besloot de nationalistische regering van China haar zetel in 1938 ver in het binnenland in Chongqing 重 庆 (provincie Sichuan) te vestigen. De Japanners maakten Nanking toen tot hoofdstad van Japans China. De Chinezen lieten in juni 1938 de Gele Rivier overstromen om de Japanners te blokkeren. Hierdoor hadden de Chinezen tijd om hun verdedigingen bij Wuhan voor te bereiden, maar de Japanners veroverden deze stad alsnog in oktober.

Chinese soldaten in stedelijke gevechten in Tai'erzhuang

De bezette Chinese gebieden werden door de Japanse legerleiding met hulp van collaborerende Chinezen voorzien van marionettenregeringen. De nationalistische aanhang was intussen afgebrokkeld, nadat generaal Wang Ching-Wei in 1940 besloot vanuit Nanking met de Japanners te collaboreren. De Chinese Communistische Partij (CCP) slaagde er onder leiding van Mao Zedong in om een gedisciplineerde troepenmacht op te zetten, waarmee hij een guerrillaoorlog begon. Het communistische leger bood hevig verzet op het platteland.

Aanvankelijk behaalden de Japanse soldaten overwinning op overwinning op de slechter bewapende en verdeelde Chinezen. Het strenge landklimaat, de koppige Chinese weerstand en guerrilla-aanvallen, en ziekten eisten hun tol. Veel soldaten raakten vergiftigd door bedorven drinkwater, hoewel ze slechts uit meren en rivieren dronken als de vissen nog leefden. Japan, waar de soldaten vandaan kwamen, was een vrij modern land, terwijl in China in veel gebieden nog middeleeuwse toestanden heersten. De aanval liep vast, op dezelfde manier als de eerdere veldtochten van Napoleon in Rusland, de Grieken in Anatolië, en de latere Duitse veldtocht in Rusland ook vastliepen. Hitler had er een les uit kunnen leren.

Na de Japanse aanval op het Amerikaanse Pearl Harbor op 7 december 1941 kon China rekenen op Amerikaanse steun en stond het er niet meer alleen voor in de strijd tegen Japan. Het leeuwendeel van het Japanse landleger was en bleef immers in China. De USSR weigerde transport van oorlogsmateriaal over zijn gebied, zodat de enige bevoorradingsroutes naar China over de ijzige en moeilijk begaanbare passen van de Himalaya liepen. De Japanners wisten aanvankelijk zelfs een succes in China te boeken: ze wisten een corridor te veroveren van de veroverde gebieden van China naar bezet Indo-China en bondgenoot Siam. Voordat een succesvol offensief kon worden gestart moest men wachten op de Japanse overgave in 1945.

De steun van Amerikaanse kant bestond uit leningen en wapenleveranties in het kader van een “Lend-Lease Act”-overeenkomst, maar kwam echter uitsluitend ten goede aan de regering in Chongqing. In januari 1943 brachten de drie geallieerden (VS, Groot-Brittannië en China) de verklaring van Caïro uit. De verklaring schreef voor dat Japan na overgave aan de geallieerden Mantsjoerije, Formosa en de Pescadores-eilanden aan China moest teruggeven en Korea moest vrijgeven voor onafhankelijkheid. Voordat de oorlog ten einde kwam door middel van atoombommen op Japan werden de Japanners via de Verklaring van Potsdam, waar China overigens niet bij aanwezig was, gewaarschuwd voor de complete verwoesting van het Japanse thuisfront, tenzij Japan zich onvoorwaardelijk over zou geven. Vervolgens werd er op 6 augustus 1945 een atoombom op Hiroshima geworpen, waarbij uiteindelijk 140.000 mensen zijn omgekomen.

Op 8 augustus 1945 verklaarde de Sovjet-Unie Japan de oorlog. De Russische troepen rukten snel op en omsingelden het verraste bezettingsleger van Mantsjoerije. Marionettenkeizer Pu Yi werd gearresteerd toen Russische parachutisten Moekden bezetten. De Russen rukten op tot bij Peking en tot in Korea, en speelden daarbij buitgemaakte wapenvoorraden door aan de communisten. Tot in de jaren '50 zou Mantsjoerije door Russische troepen bezet blijven.

Op 9 augustus 1945 viel de tweede atoombom, maar nu op Nagasaki, waarop de Japanse keizer Hirohito een radioboodschap uitzond waarin hij het volk meldde dat Japan zich zou overgeven. Op 2 september 1945 werd het overgavedocument getekend en was de capitulatie van Japan en het einde van de Tweede Wereldoorlog en dus ook van de tweede Chinees-Japanse oorlog een feit.

De Chinese verliezen waren enorm geweest. Het totale aantal militaire en civiele dodelijke slachtoffers bedroeg meer dan 15 miljoen.

Het leed was voor China nog niet voorbij: de wapenstilstand tussen Kwomintang en CCP werd verbroken, en de slotfase van de Chinese Burgeroorlog begon.

Zie ook[bewerken]