Chiang Kai-shek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Voor het naar hem genoemde geweer, zie Chiang Kai-shek (geweer).
Chiang Kai-shek
Chiang Kai-shek
Jiang Jieshi
蔣介石
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 蔣介石
Vereenvoudigd 蒋介石
Hanyu pinyin Jiǎng Jièshí
Jyutping (Standaardkantonees) zoeng2 gaai3 sek6
Standaardkantonees Chěung Kaai-Sek
Minnanyu Chiúⁿ Kài-se̍k
Andere benamingen 蔣中正 (pinyin:Jiang Zhongzheng; Kantonees: Chěung Chong-Ching; Minnan: Chiúⁿ Tiong-chèng)

Chiang Kai-shek (jiaxiang: Jiangsu, Yixing 江苏宜兴) (Fenghua, 31 oktober 1887Taipei, 5 april 1975), ook gespeld als Tsjang Kai-Sjek of Jiang Jieshi, was een Chinees nationalistisch politicus. Hij was afkomstig uit de gezeten burgerij. Hij sloot zich aan bij de Revolutionaire Liga van Sun Yat-sen, die later werd omgedoopt (1911) tot Kwomintang (in het Westen dikwijls afgekort als KMT).

Vroege carrière[bewerken]

Chiang nam actief deel aan de Xinhai-revolutie die zich in twee stadia voltrok: in 1911 werd China een constitutionele monarchie en in 1912 een republiek. Sun Yat-sen werd de eerste president, maar moest dit ambt spoedig afstaan aan de laatste premier van de Qing-dynastie, generaal Yuan Shikai.

Yuan Shikai bleek niet in staat het land krachtig te leiden en spoedig na diens aantreden viel China uiteen in diverse kleinere en grote gebieden onder leiding van krijgsheren. Dat waren voormalige generaals en officieren die in dienst stonden van de keizer of soms ook opstandige revolutionairen. Yuan overleed in 1916. Zijn opvolgers bleken ook zwakke leiders.

Plaatsvervanger van Sun Yat-sen[bewerken]

Sun Yat-sen had inmiddels contact opgenomen met de Sovjet-Unie die bereid was de Kwomintang aan de macht te brengen, mits leden van de Chinese Communistische Partij tot de Kwomintang mochten toetreden. Sun ging hiermee akkoord en er kwam een verenigd front met de communisten tot stand. Sun werd generalissimo van de nationalistische legers en partijleider. Chiang Kai-shek werd zijn plaatsvervanger en naar Moskou gestuurd voor een militaire training aan een Militaire Academie (1923).

Inmiddels wist Sun met behulp van de nationalistische legers en de logistieke steun van de Sovjets zuidelijk China op de krijgsheren te veroveren. In 1924 keerde Chiang naar China terug en werd directeur van de 'Whampoa Militaire Academie'. Chiang, sinds zijn verblijf in de Sovjet-Unie een heftige anticommunist geworden, indoctrineerde zijn studenten met anticommunistische en nationalistische propaganda.

Voorzitter van de Kwomintang en regeringsleider[bewerken]

Na de dood van Sun in 1925 nam de invloed van Chiang in de Kwomintang toe. Chiang werd opperbevelhebber van de nationalistische legers en leidde - nog steeds met communistische steun - de Noordelijke Campagne. Dit werd een groot succes voor de nationalistische legers: de meeste noordelijke krijgsheren gaven zich over of sloten pacten met Chiang en de nationalisten. In 1928 werd Chiang voorzitter van de nationalistische regering te Nanking (de voorlopige hoofdstad) en voorzitter van de Kwomintang. In datzelfde jaar verbrak hij de coalitie met de communisten en begon een heksenjacht tegen hen. Na zijn echtscheiding van Mao Fumei in 1927 hertrouwde Chiang met Soong Mei-ling, afkomstig uit een methodistisch christelijke familie en de jongere zuster van Soong Ching-ling, de weduwe van Sun Yat-sen. In 1930 werd Chiang ook methodistisch christen.

Verenigd Front met de communisten tegen de Japanse Legers[bewerken]

Generalissimo Chiang Kai-shek met vrouw en generaal Stilwell in Birma (1942)

Vanaf het begin van de jaren dertig trachtten de Japanners hun invloed in Noord-China (Mantsjoerije) te vergroten. Na het zogenoemde 'Mukden-incident' in 1931, viel Mantsjoerije voor een groot deel in Japanse handen. De Japanse regering installeerde aldaar een marionettenregering. Hetzelfde deden ze bij het Mongoolse grensgebied, dat de Japanners ook controleerden.

Veel generaals die Chiang trouw waren, zagen de bestrijding van de Japanners als de topprioriteit, en wensten de strijd tegen de communisten uit te stellen. In 1936 wist de noordelijke krijgsheer en tevens maarschalk in Chiangs leger, de jonge Zhang Xueliang, hem te Xi'an te gijzelen en een verenigd front met de communisten af te dwingen. Na een paar dagen wist Chiang - nadat zijn agenten hadden onderhandeld met Zhang - zonder kleerscheuren vrij te komen en werd Zhang onder huisarrest gesteld (hij werd de langst gevangenzittend politieke gevangene van de twintigste eeuw).

In 1937 verklaarde Japan China officieel de oorlog. Chiang zag nu in dat een verenigd front met de communisten noodzakelijk was en hij nam contact op met communistenleider Mao Zedong. Samen met de communisten wisten de nationalisten tot 1945 in een nationaal front de Japanners te bevechten waarbij beide partijen overigens elkaar gevaarlijker vonden dan Japan. De Chinese Communisten hebben nauwelijks tegen de Japanners gevochten maar des te meer tegen de Kwomintang. In 1943 werd Chiang Kai-shek president van China. Hij ontving veel onderscheidingen waaronder de Amerikaanse Army Distinguished Service Medal. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1945, vielen beide kampen elkaar weer aan. Het leek er aanvankelijk op dat Chiangs nationalistische legers als overwinnaars uit de strijd tevoorschijn zouden komen, echter in 1946 wisten de Chinese Communisten een belangrijke doelstelling te bereiken n.l. materieel contact te maken met de Russen in het noorden van China in de provincie Mantsjoerije die de spoorwegverbindingen met en binnen het Communistische gebied herstelden. Stalin voorzag de Chinese Communisten tijdens een door generaal Marshall eenzijdig aan de Kwomintang opgelegde wapenstilstand van 4 maanden middels de spoorverbindingen direct van Japanse, Duitse en Russische zware wapens, vliegtuigen en moderne training. Daardoor leden de Nationalisten reeds in 1948 enorme nederlagen tegen Mao's legers en wisten de Chinese Communisten uiteindelijk de overhand te behalen.

President van Republiek China op Taiwan[bewerken]

In 1948 trad Chiang af als president en werd vervangen door de liberale Li Tsung-jen. Li trachtte tevergeefs via onderhandelingen vrede te sluiten met de communisten. In 1949 vluchtte Chiang naar het eiland Taiwan, waar hij en ongeveer 2 miljoen volgelingen die hem achterna waren gekomen, zich vestigden. De Republiek China bleef voortbestaan op Taiwan, en de de facto zetel van Nationalistisch China werd Taipei (de jure was Nanking nog steeds de hoofdstad). In 1950 werd Chiang opnieuw als president van China "verkozen". Met de hulp van de Verenigde Staten wist Chiang zich te handhaven op Taiwan. Hij bouwde het leger opnieuw op met de hoop om het vasteland van China te heroveren op de communisten. Tot 1971 werd de regering van de Republiek China als de enige legitieme vertegenwoordiger van China gezien door de grote mogendheden. Pas in 1971 erkende de VS de Volksrepubliek China als soeverein land, ruim 20 jaar na de stichting van de Volksrepubliek in 1949. Toen pas nam de communistische regering in Peking de permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in. Deze was tot op dat moment door de regering in Taipeh bezet. De protesten van de regering van de Republiek China mochten niet baten.

Kai-shek overleed in 1975 op Taiwan. Zijn zoon Chiang Ching-kuo volgde hem op als hoofd van de Kuomintang en werd premier en later president van Republiek China (Taiwan).

Zie ook[bewerken]