Staten
De staten (ook wel stenden of standen) waren een standenvergadering. In de staten waren de drie maatschappelijke lagen van de bevolking vertegenwoordigd, meestal:
- de geestelijkheid
- de adel
- de (gegoede) burgerij in de steden
Soms ook:
- de plattelandselite oftewel de (gegoede) boeren
Elk graafschap of elk hertogdom, elke "staat" zouden wij nu zeggen, had zijn eigen Staten. In de Nederlanden kwamen deze samen in de Staten-Generaal, die meestal in Brussel werden samengeroepen wanneer de regerende gezagsdrager(s) weer eens in geldnood zat en een bede moest toegekend worden. Deze gelegenheden werden dan vaak benut om nieuwe vrijheden te bepleiten; een reden waarom de heersers van de Lage Landen niet happig waren de Staten-Generaal bijeen te roepen en zich eerder richtten tot de Staten van iedere provincie. Met het Plakkaat van Verlatinghe verklaarden de Staten in 1581 de vorst vervallen (verlaten) van zijn macht.
Staten of Staten-provinciaal bleef de benaming voor het dagelijks bestuur in een gewest in de periode 1581-1795 tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Ook in de Zuidelijke Nederlanden bleven in die periode de Staten bestaan, alsook een "Zuidelijke" Staten-Generaal. In 1790 werd door die Staten-Generaal de onafhankelijkheid uitgeroepen en richtte men de Verenigde Nederlandse Staten op. Hetzelfde jaar nog hielden die op te bestaan toen de opstand door Oostenrijk werd neergeslagen.
Men kan de staten vergelijken met de hedendaagse wetgevende macht, zoals trouwens nu nog het geval is in de zelfstandige Britse Kroongebieden Jersey en Guernsey.
Zie ook [bewerken]
- Provinciale Staten
- Staten van Brabant
- Staten van Holland en West-Friesland
- Staten van Limburg en de Landen van Overmaas
- Staten van Vlaanderen
- Staten van Groningen
- Staten van Utrecht
- Staten van Zeeland
- Staten van Overijssel
- Staten van Suriname
- Staten van de Nederlandse Antillen
- Staten van Aruba
- Staten van Curaçao
- Staten van Sint Maarten
- Rijksstenden