Burgerij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
La sortie du bourgeois, geschilderd door Jean Béraud (1889)

De burgerij of bourgeoisie (uitgesproken als: [boer-zjwaa-zie]) is een laag van de maatschappij. Het is een sociale klasse van mensen in de middenklasse en bovenklasse die hun macht of status ontlenen aan hun vermogen, opleiding en werk, anders dan de aristocraten, die hun status in eerste plaats aan hun familieachtergrond ontlenen.

"Burgerij" of het Franse bourgeoisie betekent letterlijk "de inwoners van een stad". Vandaag de dag is de term "burgerij" vaak synoniem met de burgers, dat wil zeggen inwoners, van een stad, gemeente of staat.

Geschiedenis[bewerken]

Middeleeuwen[bewerken]

Tijdens en na het verval van het Romeinse Rijk en de daaropvolgende 'donkere Middeleeuwen' gingen de meeste steden en dorpen in West-Europa, wat inwonertal betrof, sterk achteruit en werden soms zelfs helemaal verlaten. Tijdens de karolingische periode begon een langzaam herstel en begon de bevolking weer te groeien. Reeds voor het jaar 1000 werden weer verschillende nieuwe stadjes en steden opgericht, en sommigen kregen burg, burgh of bourg mee in hun naam, bijvoorbeeld Middelburg of Straatsburg. Een burg is een oud Germaans woord dat "versterkte plaats" betekent. In het Nederlands evolueerde dat tot borch, burch en later burcht. Het Latijnse woord burgus is het equivalent van burg, in het Frans is het bourg, in het Grieks purgos.

De burgerij begon zich in de Late Middeleeuwen in Europa te manifesteren. De klasse werd gevormd door de groep stedelingen die stadsrechten bezaten. Het waren, in tegenstelling tot de boeren, handwerkslieden en handelaars. Deze middenklasse had minder privileges, macht en aanzien dan de adel. In de 17e en 18e eeuw verving de bourgeoisie geleidelijk de aristocratie als belangrijkste machtsfactor in Europese samenlevingen, waardoor de klasse ook meer vrijheden begon op te eisen. In de meeste West-Europese landen vond de emancipatie van de burgerij echter pas tijdens en na de Franse Revolutie (eind 18e eeuw) plaats.

19e eeuw[bewerken]

Na de industriële revolutie in de 19e eeuw werd het begrip bourgeoisie of burgerij in engere zin gebruikt om de bovenklasse in het kapitalistisch systeem aan te duiden: rijke zakenlieden zoals grote fabriekseigenaren en bankdirecteuren. De petite bourgeoisie was een klasse tussen de bourgeoisie en onderklasse in zoals winkeliers, kantoorlieden, artsen en onderwijzers.

Het marxisme en andere socialistische ideologieën, gebaseerd op het denken van Karl Marx en Friedrich Engels, zag de bourgeoisie als een heersende klasse van eigenaren die door onderdrukking en uitbuiting profiteerde van het "proletariaat", de onderklasse die het werkelijke werk verrichtte. De term "bourgeois" of "burgerlijk" kreeg hierdoor een negatieve betekenis. De termen "gegoede burgerij" of "bourgeoisie" kregen een negatieve klank die een oneerlijke verdeling van de welvaart of een oppervlakkige, materialistische levensstijl aanduidt. Bovendien werd in Vlaanderen, waar de burgerij verfranst was, en dus vervreemd van het gewone volk, "bourgeois" soms synoniem van "franskiljon". De term "bourgeois" werd ook verbonden met een levensstijl van oppervlakkigheid, conservatisme en materialisme. Dit komt bijvoorbeeld naar voren in een liedje van Jacques Brel, Les Bourgeois, c'est comme les cochons ("De burgerij is als varkens").