Albrecht van Oostenrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Albrecht, Aartshertog van Oostenrijk
1559-1621
Albert de Habsbourg.jpg
Flag - Low Countries - XVth Century.png Heerser over de Zeventien provinciën
(in de praktijk alleen de Zuidelijke staten)
Periode 1598-1621 + Isabella van Spanje
Voorganger Filips II
Opvolger Filips IV
Graaf-gemaal van Vlaanderen
Periode 1598 - 1621
Voorganger Anna van Oostenrijk
Opvolger Elisabeth van Frankrijk
Vader Maximiliaan II van Oostenrijk
Moeder Maria van Spanje

Albrecht VII van Oostenrijk (Wiener Neustadt, 15 november 1559Brussel, 13 juli 1621), ook Albert of Albertus genoemd, was landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden van 1595 tot 1598. Na zijn huwelijk met de Infante Isabella regeerde hij in haar naam de Habsburgse Nederlanden als soeverein van 1598 tot zijn dood in 1621.

Portret van Albert Van Oostenrijk (1599-1600), door Frans Pourbus (II), klooster van Las Descalzas Reales van Madrid.

Albrecht was een van de vele zonen van keizer Maximiliaan II en van de Infante Maria van Spanje. Vanaf zijn elfde verbleef hij aan het Spaanse hof, waar zijn oom Filips II over zijn opvoeding waakte. Aanvankelijk was het Filips' bedoeling dat Albrecht een kerkelijke loopbaan zou volgen. Op zijn achttiende werd hij benoemd tot kardinaal (1577) en kreeg de Santa Croce in Gerusalemme als titelkerk. Filips II wilde hem op termijn het aartsbisdom Toledo bezorgen, maar de toenmalige aartsbisschop, Gaspar de Quiroga, leefde veel langer dan verwacht. Ondertussen kreeg Albrecht alleen de lagere wijdingen.

Na de aanhechting van Portugal werd Albrecht in 1583 de eerste onderkoning van Portugal en het daarbij horende overzeese imperium. Daarnaast was hij ook pauselijk legaat en groot-inquisiteur. Als onderkoning was hij mede verantwoordelijk voor de uitrusting van de Grote Armada (1588) en sloeg hij in 1589 een Engelse tegenaanval op Lissabon af. In 1593 werd hij door Filips II naar Madrid teruggeroepen om er een leidende rol in het bestuur van de Spaanse monarchie op te nemen.

Hij was niet de eerste keuze van koning Filips II voor het huwelijk met zijn dochter Isabella. Albrecht was een volle neef van Isabella en omdat hij kardinaal was moest er pauselijke toestemming voor het huwelijk komen. Maar aangezien er geen andere acceptabele huwelijkskandidaten waren, koos Filips II voor Albrecht. Het echtpaar kreeg van Filips II de Nederlanden cadeau bij de Akte van Afstand op 6 mei 1598: in de praktijk alleen de Zuidelijke Nederlanden aangezien de Noordelijke Nederlanden de Spaanse vorst sinds 1581 niet meer erkenden. Door het overlijden van Filips II in 1598 werd het huwelijk een jaar uitgesteld tot 1599.

Er waren wel strenge voorwaarden aan het huwelijk verbonden: zo zouden de Nederlanden weer onder een Spaanse vorst komen als het echtpaar kinderloos zou overlijden en mochten eventuele kinderen alleen met toestemming van de Spaanse koning trouwen en moesten de eventuele dochters met Spaanse prinsen trouwen.

Albrecht en Isabella werden enthousiast ontvangen door de bevolking van de zuidelijke Nederlanden. Zij namen hun intrek in het Paleis op de Koudenberg in Brussel. Albrecht was als legeraanvoerder aanvankelijk geen succes: zijn eerste slag (de Slag bij Nieuwpoort) werd verloren; zelf raakte hij in die slag gewond aan zijn keel. Koning Filips III stuurde daarop Pedro Téllez-Girón en de ervaren minister Ambrogio Spinola, die de opstandelingen enkele gevoelige nederlagen toebracht (waaronder de verovering van Oostende in 1604). In 1605 gaven Albrecht en Isabella de opdracht om een basiliek te bouwen in het bedevaartsoord Scherpenheuvel.

In 1609 slaagde Albrecht erin een bestand te sluiten met de opstandelingen in het Noorden, waarvoor hij Ambrosio Spinola naar Rotterdam had gestuurd. De onderhandelingen vonden plaats op 31 januari 1608 op de locatie van de Rotterdamse admiraliteit. Dit bestand zou twaalf jaar standhouden (zie Twaalfjarig Bestand). Deze twaalf jaren waren voor Albrecht en Isabella gelukkige jaren: ze verbleven veel op hun buitenverblijven Tervuren en Mariemont, waar ze hun favoriete sport, de jacht, beoefenden.

Vooral Isabella was populair onder de bevolking: de wat verlegen en soms in de omgang wat stijve Albrecht minder. Albrecht leed de laatste jaren van zijn leven aan jicht en weigerde om die reden zijn broer keizer Matthias op te volgen. Hij overleed in 1621. De drie kinderen die uit zijn huwelijk met Isabella waren geboren, waren alle drie zeer jong gestorven. Albrecht werd als vorst van de Zuidelijke Nederlanden opgevolgd door Filips IV, die de inmiddels overleden Filips III was opgevolgd als koning van Spanje. Zijn weduwe Isabella moest echter tegen haar zin aanblijven als zaakwaarnemer met minder bevoegdheden dan een gewone landvoogd.

Zie ook[bewerken]

Jeton met dubbelportret van Albrecht van Oostenrijk en Infanta Isabella van Spanje, geslagen te Antwerpen in 1612.
Voorzijde: portretten van Albert en Isabella.
Keerzijde: Adelaar met balans, datum 1612.

Externe link[bewerken]