Octrooi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Octrooibewijs

Een octrooi of patent is een exclusief (uitsluitend) recht tot het industrieel maken of verkopen van een product of anderszins het exploiteren van een uitvinding. Een octrooi kan door de rechthebbende worden gebruikt als een monopolie op een bepaald stuk techniek.

Een octrooi geeft de octrooihouder het recht om anderen te verbieden de uitvinding bedrijfsmatig toe te passen (bijvoorbeeld te vervaardigen, in te voeren, te gebruiken, in voorraad te hebben enzovoorts). Het is echter geen actieve bescherming: de octrooihouder dient zelf stappen te ondernemen als hij vermoedt dat zijn rechten worden aangetast.

Een octrooihouder heeft niet automatisch op basis van het verleende octrooi het recht om de uitvinding toe te passen. In veel gevallen zijn daarvoor nadere vergunningen nodig, bijvoorbeeld op grond van de warenwet of op grond van de milieuwetgeving. Het is ook mogelijk dat octrooirechten van anderen toepassing van de uitvinding in de weg staan.

Definitie[bewerken]

Een octrooi is het exclusieve recht om anderen te verbieden een uitvinding toe te passen. Als iemand een octrooi heeft, wil dat nog niet zeggen, dat hij/zij de uitvinding ook mag toepassen. Dat kan in strijd zijn met wetgeving of inbreuk maken op andermans rechten. Een octrooi is het recht om anderen te verbieden te doen wat in het octrooi in de conclusies (claims) staat beschreven.

Een uitvinder krijgt daarmee voor een bepaalde tijd (in de meeste landen maximaal twintig jaar, te rekenen van de indieningsdatum van de octrooiaanvraag) het exclusieve recht op het uitbaten van zijn uitvinding. Voor het geldig blijven van het octrooi dient in de meeste landen jaarlijks octrooibelasting te worden betaald. Wordt dit niet (meer) gedaan of zijn de twintig jaar voorbij, dan is het exclusieve recht niet langer geldig en kan anderen niet verboden worden om de uitvinding toe te passen of te kapitaliseren.

Doel[bewerken]

Het octrooisysteem is bedoeld om de technische ontwikkeling vooruit te helpen. In ruil voor de openbaarmaking van de uitvinding krijgt de aanmelder octrooi. Voor de aanmelder kan dat interessant zijn om investeringen in onderzoek en ontwikkeling te beschermen. Het idee is dat zonder octrooibescherming een concurrent een product zou kunnen namaken zonder mee te betalen aan onderzoek en ontwikkeling, waardoor hij de uitvinder uit de markt zou kunnen concurreren - met het gevolg dat niemand meer in onderzoek en ontwikkeling zou investeren. Soms is geheimhouding een alternatief, maar vaak ook niet, bijvoorbeeld als de constructie van een geoctrooieerd apparaat eenvoudig kan worden achterhaald door het uit elkaar te halen. Ondanks de openbaarmaking bij de octrooiverlening is de uitvinding toch beschermd, maar kan wel ter informatie dienen voor verder onderzoek. Octrooien kunnen ook gebruikt worden als ondersteuning bij de verkoop van producten en processen.

Een octrooi bemachtigen[bewerken]

Een octrooi geldt voor één land. Om in meerdere landen tegelijk een octrooi te verkrijgen, hebben sommige landen een gezamenlijk systeem opgezet. In Europa is een groep landen tot de oprichting van het Europees Octrooibureau gekomen, dat een centrale verleningsinstantie is voor de staten die er lid van zijn. Daar kan men in één van drie talen (Frans, Duits, Engels) octrooi aanvragen voor alle of een deel van de lidstaten. Na verlening valt het octrooi uiteen in nationale octrooien. Ze krijgen in het desbetreffende land geldigheid wanneer het verleende octrooi in dat land wordt ingeschreven en jaarlijkse instandhoudingstaksen worden betaald. Met betrekking tot de voorheen bijna altijd vereiste vertaling in de taal van het land, heeft het recente (april 2008) Londen protocol bepaald dat landen die een van de drie talen van het Europees Octrooibureau als officieel erkende taal hebben geen vertaling meer mogen verlangen. Een aantal andere landen, waaronder Nederland, heeft besloten dat wanneer het octrooi verleend is in een gespecificeerde taal van de drie talen, alleen de octrooiconclusies nog vertaald moeten worden. Nederland heeft gekozen voor Engels. Wanneer het octrooi in het Duits of het Frans verleend is, moet bovendien de beschrijving in het Nederlands of Engels vertaald worden.

Voorwaarden aan het octrooi[bewerken]

Alleen uitvindingen zijn octrooieerbaar. Een octrooibureau zal dus allereerst kijken of een octrooiaanvraag wel een uitvinding betreft. Ontdekkingen als zodanig zijn bijvoorbeeld geen uitvindingen.

De basiseisen voor een octrooieerbare uitvinding zijn als volgt:

  • De uitvinding moet nieuw zijn.
  • De uitvinding moet uitvindinghoogte hebben, dat wil zeggen: niet voor de hand liggen voor een "deskundige".
  • De uitvinding moet industrieel toepasbaar zijn.

Een uitvinding[bewerken]

Octrooien worden alleen verleend op uitvindingen. Deze eis dient ter onderscheid met andere vormen van intellectueel eigendom. Vooral wordt met de eerste bepaling onderscheid gemaakt tussen octrooi en auteursrecht (maar ook gemeenschapsmodellen, merkenrecht en dergelijke).

De vraag blijft wat een "uitvinding" nou precies is. Er is geen duidelijke definitie, al vinden de meeste deskundigen in Europa dat een uitvinding een stuk techniek moet betreffen. Sinds eind 2007 bepaalt het Europees Octrooiverdrag, en ook de Nederlandse octrooiwet, dat octrooien worden verleend "op alle gebieden van de techniek". Hiermee heeft de wetgever willen bevestigen dat alleen octrooi wordt verleend op techniek, iets wat (in Europa) al veel langer werd aangenomen, als een regel van gewoonterecht die bovendien wordt bevestigd door de taal van de wet. In de Rijksoctrooiwet 1995 blijkt dit techniek vereiste bijvoorbeeld uit de bepaling over nieuwheid, die luidt 'Een uitvinding wordt als nieuw beschouwd, indien zij geen deel uitmaakt van de stand van de techniek.' Een puur abstract iets, zoals een foto of een stuk tekst, is geen techniek en kan dus niet met een octrooi beschermd worden.

De octrooiwet bevat een negatieve definitie: een aantal zaken wordt expliciet genoemd als geen octrooieerbare uitvinding. Zo zijn wiskundige methodes en ontdekkingen (bijvoorbeeld op natuurkundig vlak) uitgesloten. Een ontdekking is op zich nog geen uitvinding, maar kan wel de basis vormen van een uitvinding. De ontdekking dat een metaal stroom geleidt, kan worden gebruikt om een nieuwe elektriciteitsdraad uit te vinden.

Ook sluit de octrooiwet puur geestelijke activiteiten, werkwijzen voor het zakendoen en computerprogramma's uit van octrooi. Volgens de octrooiwet zijn deze uitsluitingen echter beperkt tot de genoemde zaken als zodanig. Een uitvinding die meer is dan een computerprogramma als zodanig mag wel worden geoctrooieerd. Hoe dit precies moet worden uitgelegd, was de afgelopen jaren onderwerp van een heftige discussie rondom softwarepatenten. In oktober 2008 zijn in dit verband een aantal vragen voorgelegd aan de Grote Kamer van Beroep van het EOB. In mei 2010 heeft deze Kamer echter om formele redenen beslist niet bevoegd te zijn hierover te oordelen, en daarbij laten doorschemeren dat dit eigenlijk meer op het terrein van de politiek ligt.

Artikel 53 somt op waarvoor geen octrooirecht kan worden verleend. Dit zijn uitvindingen waarvan commerciële exploitatie zich kant tegen de openbare orde of moraliteit. Daarnaast kunnen planten- en dierenvariëteiten, en processen die in essentie van biologische aard zijn, niet worden geoctrooieerd. Ook behandelmethoden van een menselijk of dierenlichaam door operatie of therapie en diagnostische methodes die op deze worden uitgevoerd, zijn uitgesloten, met uitzondering van producten die hierbij helpen.[1]

In 2010 oordeelde het Enlarged Board of Appeal dat voor niet-microbiologische processen voor de productie van planten – die uit stappen bestaan voor het seksueel kruisen van gehele genomen van planten en het opvolgend selecteren van planten – in principe geen octrooi kan worden verleend, omdat het in strijd is met de essentiële biologische aard.[2][3]

Uitvinding moet nieuw zijn[bewerken]

De eerste eis is dat een uitvinding nieuw moet zijn. Een octrooi mag niet worden verleend op iets dat al bekend was. Dat klinkt logisch, maar het is meestal de grootste hindernis bij het octrooi.

Een uitvinding is nieuw als ze nog niet openbaar gemaakt is. De manier waarop dat gebeurt, is niet relevant. Een artikel in een dorpskrantje telt net zo zwaar als publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Ook mondelinge publicaties (voordrachten, lezingen, discussies in het openbaar) tellen.

Nieuwheid is een enorme horde binnen het octrooiwezen, omdat het een overzicht vergt van de hele wereldliteratuur. De verschillende octrooibureaus beschikken over enorm uitgebreide bibliotheken van alles en nog wat en indices erbij om onderwerpen op te kunnen zoeken. Toch worden octrooien na verlening regelmatig aangevochten bij de rechter omdat ze niet nieuw zouden zijn.

Redelijk vaak wordt zo'n aanvechting gewonnen, want de "stand van de techniek" (de verzameling van alles wat bekend is in de wereld) is enorm en niemand heeft het volledige overzicht. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat er alleen rechtszaken over de geldigheid van een octrooi worden aangespannen als het niet evident is of het octrooi geldig is of niet.

Overigens zijn er twee uitzonderingen voor openbaarmakingen die geschieden kort voor de aanvraag ingediend wordt. Indien een uitvinding zonder toestemming wordt gepubliceerd met het doel de octrooiaanvraag te saboteren, of als er sprake is van expositie bij een Wereldtentoonstelling (dus niet een gewone vakbeurs), telt dit niet als publicatie mits de aanvraag binnen 6 maanden daarna wordt ingediend. In bijvoorbeeld de VS geldt overigens sowieso een termijn van een jaar, ook na geldige openbaarmaking door de uitvinder zelf in bijvoorbeeld een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift.

Uitvinderwerkzaamheid[bewerken]

De belangrijkste eis bij een octrooi is echter niet nieuwheid, maar uitvinderwerkzaamheid. Dit noemt men ook wel "uitvindinghoogte", alhoewel dat eigenlijk een germanisme is. Een octrooi mag geen kleine en/of voor de hand liggende variant op een al bekend apparaat, product of werkwijze zijn.

Als men een paperclip heeft, kan men een paar papieren bij elkaar houden. Las twee paperclips aan elkaar en men kan twee stapeltjes papier bij elkaar houden. Alleen ontstaat dan de vraag of zo'n dubbele paperclip nou echt een uitvinding is of niet.

In Nederland wordt voor het bepalen van de inventiviteit van een uitvinding gebruikgemaakt van de "problem-solution approach". In het Verenigd Koninkrijk gebruikt men bijvoorbeeld een andere benadering. Om te bepalen of een uitvinding inventief is wordt uitgegaan van de “gemiddelde vakman” (die tevens een team van vakmensen kan zijn).

Industriële toepasbaarheid[bewerken]

De laatste eis is dat een uitvinding industrieel toepasbaar moet zijn. Dit betekent min of meer dat een uitvinding waarop octrooi aangevraagd wordt, gebouwd moet kunnen worden, toegepast moet kunnen worden en moet werken.

"Industrieel toepasbaar" wil niet zeggen dat alleen hightech of alleen machines geoctrooieerd kunnen worden. Maar de uitvinding moet wel geschikt zijn om gemaakt te worden in de industrie.

H.G. Wells schreef ooit een verhaal over een vliegmachine die werkte met een metaal dat de zwaartekracht ophief. Daarop is geen octrooi mogelijk, want een dergelijk metaal bestaat niet en dus kan de uitvinder niet uitleggen hoe de uitvinding gebouwd kan worden. Een perpetuum mobile is in strijd met de natuurwetten en kan daarom ook niet worden geoctrooieerd (al blijven uitvinders het regelmatig proberen).

En het laatste punt zal ook duidelijk zijn: een uitvinding die gewoon niet werkt, is niet octrooieerbaar.

In de praktijk speelt het vereiste van industriële toepasbaarheid nauwelijks nog een rol. Tot voor kort was dat anders, toen - bij wijze van wettelijke fictie - methoden voor behandeling en diagnostiek uitgevoerd aan het menselijk of dierlijk lichaam niet voor industriële toepassing vatbaar werden geacht, maar tegenwoordig worden die zonder deze ingewikkelde omweg uitgesloten.

Het recht op het octrooi[bewerken]

In principe mag iedereen octrooi aanvragen – een gewoon persoon of een rechtspersoon. Over het algemeen komt het octrooi toe aan de uitvinder, of aan alle uitvinders gezamenlijk als het een groep betreft. Octrooi op uitvindingen gedaan door personen in dienst van een ander, komen toe aan de werkgever (bedrijven als Philips en IBM bezitten veel octrooien). Wie het octrooi ook bezit, de echte uitvinder moet op het octrooi genoemd worden ("ere wie ere toekomt").

Een aparte situatie doet zich voor in het geval van "botsing": als twee personen of instanties tegelijkertijd hetzelfde uitvinden. In dat geval geldt de regel "wie het eerst komt, het eerst maalt". Dat wil zeggen: de eerste persoon die octrooi aanvraagt en waarvan de octrooiaanvraag gepubliceerd wordt, heeft het recht op octrooi. Degene die als eerste de uitvinding doet, heeft dus niet noodzakelijk het recht op octrooi – het recht op octrooi gaat naar de eerste die erom vraagt (uiteraard wel naar een echte uitvinder; men kan niet iemands octrooi stelen door als eerste naar het octrooibureau te gaan en de uitvinding te claimen). Tot mei 2013 vormden de Verenigde Staten hierop de enige uitzondering. Daar werd het systeem van de eerste uitvinder gehanteerd,[4] en in het geval van een "botsing" was de uitvinder die het eerste succesvol was in het testen van zijn uitvinding in de praktijk degene die recht had op het octrooi. Met de America Invents Act is ook in de VS, voor nieuwe octrooiaanvragen, het principe van de eerste aanvrager ingevoerd.[5]

Octrooi op groenten en fruit[bewerken]

In Europa is het onder het Europees Octrooiverdrag verboden om essentieel biologische processen in de klassieke veredeling te octrooieeren. In maart 2015 oordeelde de Hoge Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau dat dit niet van toepassing is op producten die hieruit voortkomen, waardoor zaden, planten en vruchten wel geoctrooid kunnen worden.[6]

Maatschappelijke plaatsing van het octrooi[bewerken]

Octrooien kunnen op gespannen voet staan met vrije marktwerking, de octrooihouder kan immers zijn concurrenten verbieden soortgelijke producten op de markt te brengen. Octrooien zijn te rechtvaardigen als de optelsom van de mogelijk negatieve effecten op concurrentiewerking en de positieve effecten op innovatie resulteren in een netto voordeel voor de maatschappij. Bovendien betreffen octrooien per definitie nieuwe producten of toepassingen, die vaak nog de weg moeten vinden naar een markt die vóór de uitvinding werd gedaan nog niet bestond. In een dergelijke nieuwe markt kan überhaupt geen sprake kan zijn van marktwerking.

Het uitzicht op het verkrijgen van een beloning in de vorm van een octrooi is bedoeld om bedrijven te prikkelen investeringen te verhogen waar uiteindelijk de gemeenschap baat bij heeft. In tegenstelling tot het bedrijfsgeheim is een octrooi publiek te raadplegen met het doel anderen te inspireren.

De octrooihouder kan een licentie verschaffen aan anderen en daarmee inkomsten genereren. Octrooien kunnen ook strategisch worden ingezet, met het doel de concurrentie te dwarsbomen en te verzwakken. Agressief strategisch gebruik vraagt om defensief strategisch gebruik door concurrenten. Dat kan tot een kostbare wapenwedloop leiden waar uiteindelijk niemand beter van wordt, behalve octrooigemachtigden en advocaten. De Amerikaanse literatuur heeft het in dit verband zelfs over "mutually assured destruction", een kreet uit de tijd van de kernwapenwedloop, met de strekking dat als iemand het in zijn hoofd zou halen een concurrent voor inbreuk aan te klagen, hij zelf meteen teruggepakt zou worden.

In Nederland rapporteerde de commissie Giskes in 2005 aan staatssecretaris Karien van Gennip: "Het is de Adviescommissie gebleken in haar rondgang dat er grote maatschappelijke onvrede heerst over de kwaliteit van octrooien in het algemeen en op het gebied van software in het bijzonder, in die zin dat men van mening is dat octrooien worden verleend op triviale of marginale uitvindingen. De Adviescommissie beveelt aan dat Nederland zijn invloed aanwendt in de Administrative Council van de Europese Octrooiorganisatie (EOO) om dit kwaliteitsprobleem te adresseren en zich er voor in zet dat de kwaliteit van verleende octrooien, in het bijzonder in het geval van software, wordt verhoogd. Dit zou kunnen door de norm voor inventiviteit aan te scherpen." Het EOB is een internationale organisatie en valt niet onder EU-wetgeving; wel kan de Europese Octrooiorganisatie EU wetgeving overnemen, wat bijvoorbeeld in 1999 is gedaan voor wat betreft biotechnologische uitvindingen: Regels 26 t/m 34 EPC2000 zijn gebaseerd op EU richtlijn 98/44/EG. De Administrative Council bestaat uit door de lidstaten aangewezen leden.

In de praktijk blijken multinationals onderling vaak een juridische wapenstilstand te hebben waarbij op grote schaal kruislicenties verschaft en verkregen worden zonder geldelijke stromen. Voor grote bedrijven zijn octrooien een middel om kleinere spelers in de markt onder druk te zetten, maar de praktijk van de afgelopen jaren leert dat kleine spelers ook grote bedrijven met succes kunnen aanklagen wegens octrooi-inbreuk, bijvoorbeeld Eolas versus Microsoft.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen
  • Pieters, H. (2009) National Geographic: Uitvinders in Nederland. Den Haag: Nationaal Archief

  1. (en) Article 53 - Exceptions to patentability, The European Patent Convention, European Patent Offices. Bekeken op 14 juni 2013.
  2. (en) Case G2/07 - Decision of the Enlarged Board of Appeal, 9 december 2010
  3. (en) Case G1/08 - Decision of the Enlarged Board of Appeal, 9 december 2010
  4. Octrooicentrum.nl: Octrooien: een inleiding voor gebruikers, mr. H.W. Raven, 2011, pagina 14 en 15
  5. Nathan Hurst, How the America Invents Act Will Change Patenting Forever, Wired Magazine, 15 maart 2013
  6. Europees Octrooi Bureau acht octrooiverbod niet van toepassing op producten uit veredeling. Agriholland.nl, 27 maart 2015, bekeken op 30 maart 2015