Droit divin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel I van Engeland wordt gekroond door een hand uit een wolk, mogelijk God.

Het droit divin (goddelijk recht) is een term die gebruikt wordt om aan te geven hoe de absolute christelijke vorsten van de 17e eeuw over zichzelf dachten. Zij geloofden dat God hen had aangesteld om over hun onderdanen te regeren. Hierdoor waren ze van mening dat ze aan geen enkel ander mens verantwoording hoefden af te leggen. Deze overtuiging is kenmerkend voor het absolutisme.

De theocratische theorie van het droit divin kent slechts één vrij persoon, de vorst die legibus solutus is (niet gebonden aan wetten); wat aan zijn onderdanen toegestaan is, danken zij aan zijn genade.

Een goed voorbeeld van een absolute vorst is de Franse koning Lodewijk XIV. De aan hem toegeschreven spreuk "L'État, c'est Moi" (De Staat, dat ben Ik) heeft hij waarschijnlijk nooit gezegd; historici denken dat dit hoogstwaarschijnlijk een uitspraak is van politieke tegenstanders om de situatie van absolute heerschappij goed weer te geven.[bron?]