Glorious Revolution
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Glorious Revolution is de benaming van de troonsbestijging van de Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland door middel van een staatsgreep in Londen.
Inhoud |
[bewerk] Voorgeschiedenis
Nederland beleefde in 1672 het rampjaar waarbij het van alle kanten door Keulen, Münster, Frankrijk en Engeland werd aangevallen. De gebroeders De Witt, die de republiek in het het Eerste Stadhouderloze Tijdperk hadden geleid, werden door het volk verantwoordelijk gehouden en werden publiekelijk gelynchd in Den Haag. Het Eeuwig Edict, dat de Oranjes voorgoed van het stadhouderschap had moeten uitsluiten, werd herroepen en Willem III werd tot stadhouder benoemd van Holland en Zeeland (later zou hij nog stadhouder worden van Utrecht, Overijssel, Gelderland en Westerwolde). De Republiek wist onder leiding van de jonge stadhouder de Fransen met een wanhopige strijd vanaf de Hollandse Waterlinie terug te drijven en hun Engelse en Duitse bondgenoten als snel tot een afzonderlijke vrede dwingen; in 1678 kon de Republiek de Vrede van Nijmegen met Frankrijk sluiten, waarbij wel wat territoriale concessies moesten worden gedaan.
Willems echtgenote was Maria Stuart, de oudste dochter van koning Jacobus II van Engeland, die in 1685 aan de macht gekomen was. Tot de geboorte van Jacobus' zoon, Jacobus Frans Eduard Stuart, op 10 juni 1688 was zij de erfgename van de drie tronen van Engeland, Schotland en Ierland. Haar vader was katholiek en streefde een absolute monarchie na.
Inmiddels had Lodewijk de Republiek weer economisch de oorlog verklaard. Leiden kon zijn laken niet meer in Frankrijk verkopen. Het gevaar was dat Engeland, de grootste rivaal ter zee, opnieuw zou samenspannen met Frankrijk tegen de Republiek, wat tot een nieuw rampjaar zou kunnen leiden. Zo rijpte het vermetele plan van een unieke gelegenheid gebruik te maken om Engeland van vijand tot bondgenoot te maken. De dreigende geboorte van een katholieke erfgenaam van Jacobus II leidde ertoe dat de zowel de leidende Whigs als Tories met Willem samenzwoeren om Jacobus van zijn troon te stoten. De eerste contacten waren al gelegd in april 1687 omdat Jacobus de wettelijke discriminatie van katholieken wilde beëindigen. Toen Engeland in april 1688 een vlootverdrag sloot met Frankrijk, raakte Willem ervan overtuigd dat er een geheim bondgenootschap tegen de Republiek gevormd was en hij besloot tot een militaire interventie. Hij vroeg die maand om een uitnodiging om binnen te vallen; toen de nieuwe Prince of Wales geboren was en iedereen in Engeland dacht dat het een ondergeschoven kind betrof, besloten zeven waardigheidsbekleders, de Immortal Seven, inderdaad een brief te sturen die door schout-bij-nacht Arthur Herbert, vermomd als gewoon matroos, op 10 juli aan Willem in Den Haag overhandigd werd.
Willem was al begonnen een leger te verzamelen; hij haalde huursoldaten uit Duitsland om hier de grensvestingen te bemannen terwijl het Nederlandse leger Engeland binnenviel. De totale kosten van de operatie bedroegen zeven miljoen guldens, in eerste instantie geleend door Amsterdam, joodse bankiers en zelfs paus Innocentius XI, die door Lodewijk XIV aangevallen dreigde te worden. Toen de Franse koning de Staten-Generaal op 9 september bedreigde, maar tegelijkertijd aanstalten maakte de Duitse gebieden aan te vallen in plaats van door de Spaanse Nederlanden naar de Republiek op te rukken, besloten de Hoge Mogenden dat er nog net tijd was voor een preventieve aanval om Engeland aan de kant van de Republiek te brengen en keurden de operatie goed. Het was een wanhopige gok, want de Duitse huurlingen zouden niet in staat zijn een serieuze Franse aanval af te slaan; als het met de Nederlandse hoofdmacht in Engeland slecht zou aflopen, was de Republiek reddeloos verloren.
[bewerk] Invasie
Willem en Maria Stuart vertrokken met een leger van 14000 huursoldaten in Nederlandse dienst en 7000 anderen (onder meer Hugenoten, en Engelse en Schotse vrijwilligers) uit Hellevoetsluis naar Engeland op 11 november. De armada van Willem was, met 53 oorlogsschepen en een kleine 400 transportschepen, zo'n vier keer groter dan de Spaanse Armada van 1588. De snelheid waarmee de hele operatie werd opgezet maakte diepe indruk. Willem ging op 15 november bij Torquay in Devon aan land en spoedig werd duidelijk dat zijn leger sterker was dan dat van zijn neef en schoonvader. Deze laatste talmde omdat hij onzeker was over de trouw van zijn troepen en verloor daardoor alle steun. Eerst deed hij nog alsof hij wilde onderhandelen maar op 21 december poogde Jacobus, ervan overtuigd dat zijn Engelse vijanden hem wilden laten onthoofden, naar Frankrijk te vluchten. Hij gooide het Grootzegel al in de Theems maar werd door vissers gevangen genomen. De Engelse Lords vroegen Willem de orde te herstellen maar vroegen ook Jacobus nu serieus de onderhandelingen te hervatten. Dat zinde Willem niet en hij vroeg Jacobus om zich "voor zijn eigen veiligheid" uit Londen te verwijderen. Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen om zich terug te trekken. Hier werd veelal gevolg aan gegeven. Op 28 december trokken de toekomstige nieuwe koning en koningin van Engeland Londen binnen; vijf dagen later vluchtte Jacobus met medeweten van Willem naar Frankrijk.
Willem liet een Conventie bestaande uit verkozen parlementariërs bijeenroepen om de troonopvolging te regelen. Het Lagerhuis wilde Willem wel — zij het ten dele als gekozen koning vanuit het principe van de volkssoevereiniteit — maar de Lords wilden Willem alleen als regent of als prins-gemaal. Willem dreigde daarop zijn leger naar de Republiek terug te trekken, wat een burgeroorlog ten gevolge gehad zou hebben. Onder deze druk gaven de Lords toe en Willem en Mary werden gezamenlijk tot soeverein uitgeroepen nadat ze een Declaration of Rights hadden aangehoord.
[bewerk] Consolidatie
Londen werd daarna maandenlang door Nederlandse troepen bezet gehouden. Tot de Slag aan de Boyne in Ierland 1690 bleef Willems positie echter wankel en kon hij zich alleen door zijn buitenlandse troepen handhaven. Er was nog sterke steun voor Jacobus, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland zelf. In 1691 gaven de Ieren zich eindelijk over en in oktober werd het Verdrag van Limerick getekend. Willems bevelhebber, Godard van Reede (die in Engelse literatuur doorgaans als Ginkel wordt aangeduid), had de katholieken ruime voorwaarden toegestaan, maar later zouden deze niet nagekomen worden. Hiermee oefenden Ierse protestanten wraak voor de gebeurtenissen van 1641, toen zij door de katholieken belaagd waren.
[bewerk] Erfenis
De Glorious Revolution, zoals de parlementariër John Hampden de machtsgreep voor het eerst noemde in 1689, luidde een nieuwe fase in voor de parlementaire democratie in Engeland; de rechten van de koning werden wat beperkt en doordat Willems band met het land vrij zwak was wist het parlement een machtspositie te verwerven die het nooit meer zou afstaan. Overigens dacht Hampden zelf meer aan een "terugwenteling" naar de oude privileges en vrijheden; het woord had toen nog niet zijn moderne betekenis van "sociale vernieuwing".
King Billy is nog altijd de held van de protestantse Unionisten. In de 'troebelen' die Noord-Ierland sinds 1969 geplaagd hebben, speelt de herinnering aan de Glorious Revolution een grote rol. De Slag aan de Boyne wordt nog elk jaar in juli herdacht met orangistische marsen, die door de katholieken als provocerend worden ervaren.
Voor de Republiek had de nieuwe dubbelmonarchie in eerste instantie het gewenste resultaat. Tijdens twee oorlogen tegen Frankrijk, de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1713), waren de Republiek en Engeland, en vanaf 1707 het Verenigd Koninkrijk elkaars onmisbare bondgenoten. Aan het eind van die laatste oorlog, was de Republiek echter wel uitgeput en verloor zijn positie als grote mogendheid voorgoed. Bovendien verplaatsten na 1688 de grote handels- en bankiershuizen hun activiteiten ook steeds meer van Amsterdam naar Londen. Aan de economische rivaliteit tussen de Nederlanders en de Britten veranderde echter niets; in deze periode zou de Republiek zijn voorsprong op Engeland geleidelijk kwijtraken. Na 1713 werd het Verenigd Koninkrijk, waarin ook Schotland was opgenomen, de voornaamste rivaal van Frankrijk.
Voltaire stelde, dat zonder gebeurtenissen van 1685 die van 1688 niet zouden hebben plaatsgevonden.[bron?]

