Glorious Revolution

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem III, koning van Engeland, Schotland en Ierland, stadhouder van Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel en Westerwolde

De Glorious Revolution (in het Nederlands ook bekend als de Roemrijke omwenteling[1] en de Glorieuze overtocht) is de benaming van de machtsovername door de Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland in 1688–1689, op uitnodiging van een aantal protestantse leiders in Londen.

Voorgeschiedenis[bewerken]

De Restauratie in 1660 van het Engelse Huis Stuart na het republikeinse protectoraat van Oliver Cromwell leidde wel tot een culturele opbloei, maar niet tot een nationale verzoening tussen protestanten en katholieken. Het wantrouwen tegen de pro-Franse en katholiekgezinde koning nam toe in de jaren-1670, toen Karel II tegen de wil van de protestanten samenspande met Lodewijk XIV van Frankrijk tegen de Republiek der Verenigde Nederlanden. Men vreesde voor de toekomst, want Karel had geen wettige nakomelingen, en zijn broer Jacobus had een katholiek huwelijk gesloten en was zelf ook tot de Kerk van Rome overgegaan. Toen de koning in 1672 kwam met een Declaration of Indulgence (Tolerantieverklaring), volgens welke katholieken en protestantse 'dissenters' bijna volledige burgerrechten zouden krijgen, reageerde het Lagerhuis met de Test Act van 1673. Overheidsdienaren moesten voortaan belijdend lidmaat zijn van de Anglicaanse Kerk. Er volgde een periode van spanningen, kamerontbindingen en verkiezingen, waarna alles zich herhaalde.

De dood van Karel in 1685 en de opvolging door Jacobus II maakte de situatie nog moeilijker. Jacobus probeerde opnieuw een Tolerantiewet en een versoepeling van de Test Act aangenomen te krijgen. Toen dat niet lukte ontbond hij het Lagerhuis en ging hij 'dispensatie' verlenen aan katholieke bestuursambtenaren en legerofficieren. Hij stuurde ambtenaren het land in om de bevolking drie vragen voor te leggen over tolerantie, teneinde tot de verkiezing van een hem welgezind parlement te komen.

1688[bewerken]

De landing van Willem III met een Nederlands leger in Engeland.

In het voorjaar van 1688 volgden de gebeurtenissen elkaar snel op. De koning kwam met een nieuwe Tolerantieverklaring en eiste van de Anglicaanse bisschoppen, dat deze op zondag in alle kerken zou worden voorgelezen. De aartsbisschop, William Sancroft, stuurde een brief rond waarin hij het voorlezen van de brief verbood. Hij werd met zes andere bisschoppen voor de rechtbank gedaagd en omdat ze weigerden een borgsom te betalen werden ze in gevangenis van de Tower of London opgesloten.

De Whigs hadden al geheime contacten met de Nederlandse Republiek, waar de erfgename van de drie tronen van Engeland, Schotland en Ierland woonde als gemalin van de stadhouder.

Inmiddels had Lodewijk XIV de Republiek weer economisch de oorlog verklaard. Leiden kon zijn laken niet meer in Frankrijk verkopen. Het gevaar was dat Engeland, de grootste rivaal ter zee, opnieuw zou samenspannen met Frankrijk tegen de Republiek, wat tot een nieuw rampjaar zou kunnen leiden. Zo rijpte het vermetele plan van een unieke gelegenheid gebruik te maken om Engeland van vijand tot bondgenoot te maken. De dreigende geboorte van een katholieke erfgenaam van Jacobus II leidde ertoe dat de zowel de leidende Whigs als Tories met Willem samenzwoeren om Jacobus van zijn troon te stoten. De eerste contacten waren al gelegd in april 1687 omdat Jacobus de wettelijke discriminatie van katholieken wilde beëindigen. Toen Engeland in april 1688 een vlootverdrag sloot met Frankrijk, raakte Willem ervan overtuigd dat er een geheim bondgenootschap tegen de Republiek gevormd was en hij besloot tot een militaire interventie. Hij vroeg die maand om een uitnodiging om binnen te vallen; toen de nieuwe Prince of Wales geboren was en iedereen in Engeland dacht dat het een ondergeschoven kind betrof, besloten zeven waardigheidsbekleders, de Immortal Seven, inderdaad een brief te sturen die door schout-bij-nacht Arthur Herbert, vermomd als gewoon matroos, op 10 juli aan Willem in Den Haag overhandigd werd.

Willem was al begonnen een leger te verzamelen; hij haalde huursoldaten uit Duitsland om de grensvestingen te bemannen, terwijl het Nederlandse leger Engeland binnenviel. De totale kosten van de operatie bedroegen zeven miljoen guldens, in eerste instantie geleend door Amsterdam, joodse bankiers en zelfs paus Innocentius XI, die Lodewijk XIV ook als een bedreiging zag, voor hemzelf. Toen de Franse koning de Staten-Generaal op 9 september bedreigde, maar tegelijkertijd aanstalten maakte de Duitse gebieden aan te vallen in plaats van door de Spaanse Nederlanden naar de Republiek op te rukken, meenden de Hoog Mogende Heren van de Staten-Generaal dat er nog net tijd was voor een preventieve aanval om Engeland aan de kant van de Republiek te brengen en keurden de operatie goed. Het was een wanhopige gok, want de Duitse huurlingen zouden niet in staat zijn een serieuze Franse aanval af te slaan; als het met de Nederlandse hoofdmacht in Engeland slecht afliep, was de Republiek reddeloos verloren.

Invasie[bewerken]

Jacobus II, koning van Engeland en Schotland.

Willem en Maria Stuart vertrokken met een leger van 14000 huursoldaten in Nederlandse dienst en 7000 anderen (onder meer hugenoten, en Engelse en Schotse vrijwilligers) uit Hellevoetsluis naar Engeland op 11 november (Gregoriaanse kalender). De armada van Willem was, met 53 oorlogsschepen en een kleine 400 transportschepen, ruim drie keer groter dan de Spaanse Armada van precies 100 jaar tevoren. De snelheid waarmee de hele operatie werd opgezet maakte diepe indruk. Willem ging op 5 november (Juliaanse kalender) in Torbay in Devon aan land en spoedig werd duidelijk dat zijn leger sterker was dan dat van zijn neef en schoonvader. Deze laatste talmde omdat hij onzeker was over de trouw van zijn troepen en verloor daardoor alle steun. Eerst deed hij nog alsof hij wilde onderhandelen maar op 21 december poogde Jacobus, ervan overtuigd dat zijn Engelse vijanden hem wilden laten onthoofden, naar Frankrijk te vluchten. Hij gooide het Grootzegel al in de Theems maar werd door vissers gevangengenomen. De Engelse Lords vroegen Willem de orde te herstellen maar vroegen ook Jacobus nu serieus de onderhandelingen te hervatten. Dat zinde Willem niet en hij vroeg Jacobus om zich "voor zijn eigen veiligheid" uit Londen te verwijderen. Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen om zich terug te trekken. Hier werd veelal gevolg aan gegeven. Op 28 december trokken de toekomstige nieuwe koning en koningin van Engeland Londen binnen; vijf dagen later vluchtte Jacobus met medeweten van Willem naar Frankrijk.

Willem liet een uit verkozen parlementariërs bestaande Conventie bijeenroepen om de troonopvolging te regelen. Het Lagerhuis wilde Willem wel — zij het ten dele als gekozen koning vanuit het principe van de volkssoevereiniteit — maar het Hogerhuis wilde Willem alleen als regent of als prins-gemaal. Willem dreigde daarop zijn leger naar de Republiek terug te trekken, wat een burgeroorlog ten gevolge gehad zou hebben. Onder deze druk gaf het Hogerhuis toe en Willem en Mary werden gezamenlijk tot soeverein uitgeroepen nadat ze een Declaration of Rights hadden aangehoord.

Een groep Anglicaanse geestelijken weigerde de eed van trouw aan de nieuwe koning af te leggen en werd ontslagen. Ze werden Nonjurors (eedweigeraars) genoemd.

Consolidatie[bewerken]

Slag aan de Boyne

Londen werd daarna maandenlang door Nederlandse troepen bezet gehouden. Tot de Slag aan de Boyne in Ierland 1690 bleef Willems positie echter wankel en kon hij zich alleen door zijn buitenlandse troepen handhaven. Er was nog sterke steun voor Jacobus, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland zelf. In 1691 gaven de Ieren zich eindelijk over en in oktober werd het Verdrag van Limerick getekend. Willems bevelhebber, Godard van Reede (die in Engelse literatuur doorgaans als Ginkel wordt aangeduid), had de katholieken ruime voorwaarden toegestaan, maar later zouden deze niet nagekomen worden. Hiermee oefenden Ierse protestanten wraak voor de gebeurtenissen van 1641, toen zij door de katholieken belaagd waren.

Erfenis[bewerken]

De Glorious Revolution, zoals de parlementariër John Hampden de machtsgreep voor het eerst noemde in 1689,[2] luidde een nieuwe fase in voor de parlementaire democratie in Engeland; de rechten van de koning werden wat beperkt (Bill of Rights van 1689) en doordat Willems band met het land vrij zwak was wist het parlement een machtspositie te verwerven die het nooit meer zou afstaan. Overigens dacht Hampden zelf meer aan een "terugwenteling" naar de oude privileges en vrijheden; het woord had toen nog niet zijn moderne betekenis van "sociale vernieuwing".

King Billy is nog altijd de held van de protestantse Unionisten. In de 'troebelen' die Noord-Ierland sinds 1969 geplaagd hebben, speelt de herinnering aan de Glorious Revolution een grote rol. De Slag aan de Boyne wordt nog elk jaar in juli herdacht met orangistische marsen, die door de katholieken als provocerend worden ervaren.

Voor de Republiek had de nieuwe dubbelmonarchie in eerste instantie het gewenste resultaat. Tijdens twee oorlogen tegen Frankrijk, de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1713), waren de Republiek en Engeland, en vanaf 1707 het Verenigd Koninkrijk elkaars onmisbare bondgenoten. Aan het eind van die laatste oorlog, was de Republiek echter wel uitgeput en verloor zij haar positie als grote mogendheid voorgoed. Bovendien verplaatsten na 1688 de grote handels- en bankiershuizen hun activiteiten ook steeds meer van Amsterdam naar Londen. Aan de economische rivaliteit tussen de Nederlanders en de Britten veranderde echter niets; in deze periode zou de Republiek haar voorsprong op Engeland geleidelijk kwijtraken. Na 1713 werd het Verenigd Koninkrijk, waarin ook Schotland was opgenomen, de voornaamste rivaal van Frankrijk.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. "Glorious Revolution". Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  2. Getuigend voor een comité van het Lagerhuis in de herfst van 1689; Schwoerer, L.G. The Revolution of 1688-89: Changing Perspectives (2004) p. 3. Cambridge University Press. ISBN 0-521-52614-0