Episcopalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder episcopalisme verstaat men een vorm van kerkelijke organisatie die veel op het rooms-katholicisme lijkt, maar daar op enkele essentiële punten van afwijkt. Het woord 'episcopaals' is afgeleid van het Griekse woord 'episkopos' (Latijn: 'episcopus'), waar het Nederlandse woord 'bisschop' een verbastering van is. 'Episkopos' betekent zoveel als opzichter.

We verstaan hieronder in ieder geval niet een bepaald kerkgenootschap, maar een denkrichting. Episcopaalse kerken zijn kerken die formeel een sterk hiërarchische gezagsstructuur hebben: aan het hoofd staat een (aarts)bisschop die het regionale gezag delegeert aan priesters, diakenen en leken. Het is dus een structuur die min of meer gelijk is aan die in de Rooms-Katholieke Kerk, alleen ontbreekt hier een centraal gezag in de persoon van een paus. Episcopaalse kerken worden dan ook gewoonlijk niet door één persoon bestuurd, maar door synodes; dat zijn vergaderingen van geestelijken die gezamenlijk het beleid van de kerk bepalen.

Hoewel de term vooral voor Angelsaksische kerkgenootschappen (de Anglicaanse Kerk) wordt gebruikt, kunnen tot op zekere hoogte ook de lutherse kerken 'episcopaals' genoemd worden. In Nederland kent men alleen de Oud-Katholieke Kerk als een typisch episcopaalse kerk. Verschil met de Rooms-Katholieke Kerk is niet alleen de bestuurlijke structuur, maar (in z'n algemeenheid) ook een meer aan de huidige (westerse) maatschappij aangepaste ethiek en theologie zoals vrouwen die priesterambten bekleden en een aanzienlijk ruimere visie op huwelijk en seksuele moraal. Voor het overige verschillen episcopaalse kerken met het rooms-katholicisme door het ontbreken van kloosterorden alsmede een veel geringere Maria- en heiligenverering of het totaal ontbreken daarvan.

Sommige episcopaalse kerken beschouwen zich als 'katholiek' en anderen zien zich meer als 'protestant'.

Zie ook[bewerken]