Anna van Groot-Brittannië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Anna
1665-1714
Anniex.jpg
Koningin van Engeland,
Koningin van Schotland en
Koningin van Ierland
Periode 1702-1707
Voorganger Willem III
Opvolger ---
Koningin van Groot-Brittannië
Periode 1707-1714
Voorganger ---
Opvolger George I
Vader Jacobus II
Moeder Anna Hyde
Coat of Arms of Great Britain (1707-1714).svg
Wapen van Anna als koningin van Groot-Brittannië

Anna Stuart (St. James's Palace, Londen, 6 februari 1665Kensington Palace, Londen, 1 augustus 1714), bekend als Queen Anne, was van 1702 tot 1707 koningin van Engeland en Schotland en daarna tot 1714 van Groot-Brittannië. Zij was de dochter van koning Jacobus II en zijn eerste vrouw, Anna Hyde.

Jeugd[bewerken]

Anna werd geboren in het St. James's Palace te Londen, als de tweede dochter van Jacobus, toenmalig hertog van York en later koning Jacobus II van Engeland, en diens eerste vrouw Lady Anne Hyde. Haar oom aan vaderskant was koning Karel II van Engeland en haar oudere zuster was de toekomstige koningin Maria II. Anna en Maria waren de enige twee kinderen van de hertog en hertogin van York die de volwassenheid hadden bereikt. Anna leed als kind aan een ooginfectie. Voor een medische behandeling ging ze naar Frankrijk. Daar leefde ze bij haar grootmoeder, Henriëtta Maria van Frankrijk en na de dood van Henriëtta Maria bij haar tante Henriëtta Anne van Engeland, de hertogin van Orléans. Anna keerde terug naar Engeland in 1670. Rond 1673 maakte Anna kennis met Sarah Churchill, Sarah werd haar beste en ook invloedrijke vriendin. Sarah trouwde later met John Churchill (de toekomstige hertog van Marlborough). John werd Anna’s belangrijkste militaire bevelhebber, die grote successen zou boeken in de Spaanse Successieoorlog.

In 1673 werd bekend dat Anna’s vader zich had bekeerd tot de Rooms-katholieke Kerk. Op instructies van Karel II kregen Anna en Maria echter een protestantse opvoeding. Op 28 juli 1683 trouwde Anna met de protestantse Deense prins George. George was een zoon van de Deense koning Frederik III en koningin Sophia Amalia van Brunswijk-Lüneburg. Hij was een broer van Christiaan V. Sarah Churchill werd Anna’s eerste hofdame.

Regering van haar vader[bewerken]

Toen koning Karel II stierf in 1685 (hij bekeerde zich op zijn sterfbed tot de Rooms-katholieke Kerk), werd Anna’s vader koning als Jacobus II. De katholieke Jacobus werd niet goed ontvangen door het Engelse volk. De stemming werd er niet beter op toen koningin Maria, Jacobus’ tweede vrouw, een zoon baarde (Jacobus Frans Eduard) op 10 juni 1688. De katholieke monarchie leek daarmee herboren. Er werden geruchten verspreid dat de zoon van Jacobus onwettig was. Anna was niet aanwezig bij de geboorte. Zij verbleef toen in het Zuid-Engelse Bath, omdat koning Jacobus zijn dochter had weggestuurd. Hij probeerde alle protestanten buiten politieke zaken te houden. "Ik zal hiermee nooit tevreden kunnen zijn," schreef Anna aan Maria. De ontevredenheid over Jacobus' regering groeide bij de dag.

In 1688 koos zij, onder invloed van haar vriendin Sarah en haar echtgenoot John Churchill, de zijde van haar zwager Willem III en haar zus Mary II tegen haar vader. Prinses Anna’s zuster en zwager, Maria en Willem, vielen vanuit de Nederlandse Republiek Engeland binnen om haar onpopulaire vader te onttronen, wat ook lukte; hij sleet de rest van zijn leven in ballingschap. Dit is later de Glorious Revolution van 1688 genoemd.

Regering van Willem en Maria[bewerken]

Koningin Maria II, de zuster van Anna

Kort na hun bestijging van de troon beloonden Willem en Maria, John Churchill door hem tot hertog van Marlborough te creëren. In 1692 werd Marlborough verdacht van steun aan de jacobieten en werd door koningin Maria II ontslagen. Dit ontslag tastte de relatie met haar zuster Anna aan, zodat ze elkaar nog maar weinig zagen.

Toen Maria II stierf aan de pokken in 1694, regeerde Willem III alleen verder. Hij probeerde zijn eigen populariteit (die altijd veel lager was geweest dan die van zijn vrouw) te vergroten door de relatie met prinses Anna te herstellen. Zij mocht terugkeren naar St. James’s Palace. Zodoende kon Willem haar ook als regentes benoemen als hij voor een oorlog het land moest verlaten.

In die periode ondervonden prins George en prinses Anna veel tegenspoed. Rond 1700 was de toekomstige koningin al achttien keer zwanger geweest; dertien daarvan liepen uit op miskramen of dood geboren kinderen. Van de vijf overgebleven kinderen stierven er vier voor hun tweede verjaardag. Haar langst levende zoon was prins William, hertog van Gloucester, maar ook hij stierf toch al op 29 juli 1700 op elfjarige leeftijd; zijn dood had een opvolgingscrisis tot gevolg. Willem en Maria hadden geen kinderen, dus daarom was prinses Anna de troonopvolgster. Zij was de enige die dankzij de Bill of Rights de troon kon bestijgen. Als de opvolging via Anna niet mogelijk was, dan zou de afgezette koning Jacobus of zijn zoon Jacobus Frans Eduard Stuart (the “Old Pretender”) recht hebben op de troon.

Dus om te voorkomen dat de Rooms-katholieke koning, of misschien zijn zoon terug zou keren, nam het parlement de Act of Settlement (1701) aan, waarin bepaald werd dat wanneer prinses Anna of koning Willem III geen kinderen meer konden krijgen, de kroon dan zou overgaan op Sophia, keurvorstin van Hannover, en haar nakomelingen. Sophia was een dochter van prinses Elizabeth Stuart, en Elizabeth was een dochter van de Engelse koning Jacobus I van Engeland.

Anna's regering[bewerken]

Koningin Anne geschilderd door de Zweedse schilder Michael Dahl in 1705.

Op 8 maart 1702 stierf Anna's zwager, koning Willem III te Hampton Court Palace in Londen. Toen werd Anna koningin van Engeland en Schotland. Ze werd gekroond op 23 april te Westminster Abbey. De toen al aan de gang zijnde Spaanse Successieoorlog, waarin Engeland de aartshertog Karel steunde bij zijn aanspraak op de Spaanse troon, zou haar buitenlandse en binnenlandse politiek sterk beïnvloeden. Deze oorlog zou duren tot aan Anna’s laatste regeringsjaar.

Kort na haar troonsbestijging wees Anna haar man aan als Lord High Admiral en gaf hem controle over de Engelse marine. Zij benoemde John Churchill tot kapitein-generaal van het leger. Hij werd tot ridder geslagen in de Orde van de Kousenband en kreeg ook de titel hertog van Marlborough. De hertogin van Marlborough (haar vriendin Sarah dus) werd aangewezen als Mistress of the Robes, de hoogste positie die een dame aan het hof kon krijgen.

Anna’s man, Prins George van Denemarken, stierf op 28 oktober 1708. Zijn bevelhebberschap over de Marine was onpopulair geweest bij de leiders van de Whigs. Toen hij op zijn sterfbed lag, probeerden sommige leiders van de Whigs hem af zetten als Lord High Admiral. Anna schakelde de hulp in van de hertog van Marlborough, om ervoor te zorgen dat de daartoe strekkende motie niet werd ingediend. De dood van prins George was een zeer grote schok voor koningin Anna. Het was een keerpunt in haar relatie met haar oude vriendin, Sarah Churchill, die als enige van haar hofhouding weigerde rouwkleding te dragen en een steeds aanmatigender houding aannam. Zolang John Churchill onmisbaar was als legerleider, kon zij daarmee wegkomen, maar toen de Spaanse Successieoorlog ten einde liep, werd zij van haar invloedrijke functies aan het hof ontheven.

Onder haar regering voltrok zich de vereniging van Engeland en Schotland in het Verenigde Koninkrijk van Groot-Brittannië krachtens de Acts of Union (1707). Engeland en Schotland hadden in de eeuw daarvoor al vaak eenzelfde vorst gehad, maar nu werd dit wettelijk vastgelegd. In de strijd tussen de politieke partijen de Whigs (liberalen) en de Tories (conservatieven) volgde zij aanvankelijk de Whig-politiek van haar vader, hoewel zij zelf sympathiseerde met de Tories. John en Sarah Churchill, die aan de kant van de Whigs stonden, beheersten door haar gunst het politieke leven in hoge mate en kregen grote invloed op de koningin. In 1711 ontstond er echter onenigheid, enerzijds over de gevolgde politiek, anderzijds over het toenemend overheersende gedrag van de Churchills, en vielen zij in ongenade. Anna koos toen de kant van de Tories.

George van Hannover, hij volgde koningin Anna op als koning van Groot-Brittannië

Aangezien Anna ernstig gehinderd werd door haar zwakke gezondheid, viel de feitelijke regering steeds meer in handen van de ministers. Zij werden weliswaar door Anna benoemd, maar legden voortaan vooral verantwoording af aan het Lagerhuis. Hoewel de betiteling minister-president (Prime Minister) nog niet bestond, leidden ministers als Robert Harley (1660-1724) en Henry St.John (1678-1751) in feite het bestuur. Anna was de laatste Britse vorst die weigerde een wet te ondertekenen. Dat gebeurde in 1708. In het ongeschreven Britse staatsrecht heet het koninklijk vetorecht sindsdien "zo dood als koningin Anna".

Anna was de laatste vorst uit het huis Stuart. Zij stierf op 1 augustus 1714 en werd bijgezet in de Westminster Abbey. Volgens de Act of Settlement uit 1701 zou zij worden opgevolgd door Sophia van de Palts, dochter van Elizabeth Stuart en kleindochter van koning Jacobus I. Prinses Sophia overleed enkele weken voor Anna, waarop haar zoon prins George Lodewijk van Hannover de opvolger werd, en de troon besteeg als George I.

Kinderen[bewerken]

Koningin Anna werd in totaal achttien keer zwanger. Dertien van haar zwangerschappen liepen uit op een miskraam of doodgeboren kinderen. Van de vijf levend geborenen overleden er vier voor hun tweede verjaardag.

Een stijl in de meubel- en bouwkunst, Queen Anne Style, werd naar haar vernoemd.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Anna van Groot-Brittannië
Overgrootouders Jacobus I van Engeland (1566-1625)
∞ 1589
Anna van Denemarken (1574-1619)
Hendrik IV van Frankrijk (1553-1610)
∞ 1600
Maria de' Medici (1575-1642)
Henry Hyde (-1634)
∞ 1597
Mary Langford (-)
Thomas Aylesbury (1576-1657)

Anne Denman (-)
Grootouders Karel I van Engeland (1600-1649)
∞ 1625
Henriëtta Maria van Frankrijk (1609-1669)
Edward Hyde (1553-1610)
∞ 1600
Frances Aylesbury (1575-1642)
Ouders Jacobus II van Engeland (1633-1701)
∞ 1625
Anna Hyde (1637-1671)
Anna van Groot-Brittannië (1665-1714)

Zie ook[bewerken]

Engeland
Angelsaksen: Alfred de Grote · Eduard de Oudere · Athelstan · Edmund I de Geweldige · Edred · Edwy · Edgar de Vreedzame · Eduard de Martelaar · Ethelred · Sven Gaffelbaard · Edmund II Ironside · Knoet de Grote · Harold I Hazenvoet · Hardeknoet · Eduard de Belijder · Harold II Godwinson · Edgar Ætheling
Huis Normandië: Willem I de Veroveraar · Willem II Rufus · Hendrik I Beauclerc · Stefanus · Mathilde
Huis Plantagenet: Hendrik II · Richard I Leeuwenhart · Jan zonder Land · Hendrik III · Eduard I Longshanks · Eduard II · Eduard III · Richard II · Hendrik IV Bolingbroke · Hendrik V · Hendrik VI · Eduard IV · Eduard V · Richard III
Huis Tudor: Hendrik VII · Hendrik VIII · Eduard VI · Jane Grey · Maria I · Elizabeth I
Huis Stuart: Jacobus I · Karel I
Lord Protector: Oliver Cromwell · Richard Cromwell
Huis Stuart: Karel II · Jacobus II · Willem III en Maria II · Anna
Schotland
Huis Alpin: Kenneth I · Donald I · Constantijn I · Aedh · Eochaid · Giric · Donald II · Constantijn II · Malcolm I · Indulf · Dubh · Culen · Kenneth II · Constantijn III · Kenneth III · Malcolm II
Huis Dunkeld: Duncan I
Huis Alpin: Macbeth · Lulach
Huis Dunkeld: Malcolm III · Donald III · Duncan II · Donald III · Edmund · Edgar · Alexander I · David I · Malcolm IV · Willem I · Alexander II · Alexander III · Margaretha · Jan
Huis Bruce: Robert I · David II
Huis Stuart: Robert II · Robert III · Jacobus I · Jacobus II · Jacobus III · Jacobus IV · Jacobus V · Maria I · Jacobus VI · Karel I · Karel II · Jacobus VII · Maria II
Huis Oranje-Nassau: Willem II
Huis Stuart: Anna
Groot-Brittannië
Huis Hannover: George I · George II · George III · George III
Verenigd Koninkrijk
Huis Hannover: George IV · Willem IV · Victoria
Huis Saksen-Coburg en Gotha: Eduard VII · George V
Huis Windsor: George V · Eduard VIII · George VI · Elizabeth II