Richard III van Engeland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Richard III
1452 - 1485
King Richard III.jpg
Koning van Engeland
Periode 1483 - 1485
Voorganger Eduard V
Opvolger Hendrik VII
Vader Richard van York
Moeder Cecily Neville
Handtekening Handtekening
Coat of Arms of Richard III of England (1483-1485).svg
Wapen van Richard als koning van Engeland

Richard III (Fotheringhay Castle, 2 oktober 1452Slag bij Bosworth, 22 augustus 1485) was koning van Engeland van 1483 tot 1485. Hij was de vierde en jongste zoon van Richard, hertog van York en Cecily Neville.

Jeugd[bewerken]

Richard werd geboren op 2 oktober 1452 te Fotheringhay Castle in het plaatsje Fotheringhay in Northamptonshire, een gebied in het midden van Engeland. Hij was de jongste zoon van Richard, de hertog van York, en hertogin Cecily Neville. Richard woonde gedurende zijn jeugd op Middleham Castle in North Yorkshire waar hij werd opgevoed door zijn neef Richard Neville, de 16e graaf van Warwick. Richard Neville was ook wel bekend als de "The Kingmaker" vanwege zijn sterke betrokkenheid tijdens de Rozenoorlogen.

Zijn vader sneuvelde op 30 december 1460 tijdens de Slag bij Wakefield en zijn oudere broer Edmund werd een dag later, op 31 december 1460, gedood. Richard - toen nog maar een kleine jongen - werd ondergebracht bij Warwick. Tijdens zijn jeugd daar ontstond er een innige vriendschap tussen hem en Francis Lovell: een vriendschap die tot aan zijn dood zou standhouden.

Richard was betrokken bij de strijd tussen de huizen Lancaster en York (beide takken van de dynastie van de Plantagenets) die bekendstaat als de Rozenoorlogen.

Onder zijn broer koning Eduard IV, toonde hij zijn trouw en zijn militair inzicht. Eduard benoemde hem tot hertog van Gloucester en schonk hem grote gebieden in het noorden. Tot de dood van Eduard bleef hij daar heer en meester en bestreed de Schotten met succes. Hij stond bekend als rechtvaardig en een steunpilaar voor universiteiten en de kerk.

Huwelijk[bewerken]

Na de beslissende overwinning van York tegen de Lancasters in de slag bij Tewkesbury trouwde hij met Anne Neville, de dochter van de overleden graaf van Warwick. Annes eerste man was Eduard van Westminster, een zoon van Hendrik VI. Zij kregen een zoon, Eduard Plantagenet (1473 - 1484), die kort na zijn benoeming tot Prins van Wales overleed.

Met de dood van Eduard IV in april 1483 waren diens zoons Eduard V, die 12 jaar oud was, en de 9-jarige Richard, hertog van York, de verwachte troonopvolgers. Richard was door zijn broer Eduard benoemd tot beschermheer (Protector) en vernam van Lord Hastings dat de familie van Elizabeth Woodville (Eduards vrouw) het plan had hun macht te vestigen en Richard uit te sluiten.

De prinsen Eduard en Richard[bewerken]

De Prinsjes Eduard en Richard

Toen de jonge koning Eduard V en zijn gevolg op de terugreis waren van Wales naar Londen greep Richard in. Hij reisde het gezelschap tegemoet, nam de voogd van de koning, Earl Rivers, en enkele andere vertrouwelingen gevangen op verdenking van verraad en nam Eduard mee naar de Tower of London, die op dat moment als paleis dienst deed. Het volk vond dit een goede daad, omdat men de familie Woodville wantrouwde als een op macht beluste clan, die eigenlijk de tegenstanders van de Yorks steunden. Al spoedig volgde Eduards jongere broer hem naar de Tower.

Lord Hastings, die de prinsen regelmatig bezocht en zich had aangesloten bij de Woodvilles, werd op 14 juni 1483 in de Tower gearresteerd wegens verraad en zou binnen enkele minuten zijn onthoofd. Ook drie andere leden van het veronderstelde complot werden veroordeeld en zouden ter dood gebracht worden. In werkelijkheid vond de onthoofding van Lord Hastings pas een week later plaats en werden de drie andere leden van het complot wel veroordeeld, maar niet ter dood gebracht. Lord Stanley kreeg gratie en mocht zijn plek aan het hof behouden. Bisschop John Morton werd verbannen van het hof.

Sir Thomas More

Als laatste werd de vroegere maîtresse van Eduard IV veroordeeld. Ook zij mocht niet meer aan het hof komen. Nadat ze maîtresse was geweest van Eduard, Hastings en Dorset (zoon van koningin Elisabeth Woodville) was haar rol uitgespeeld. Ze kreeg daarna toestemming te trouwen met een advocaat. Doordat Richard deze drie mensen liet leven, zou men kunnen zeggen dat hij zijn eigen doodvonnis schreef. Stanley verried hem namelijk bij de Slag bij Bosworth en Morton besmeurde de nagedachtenis van Richard. Hij schreef een manuscript dat na zijn dood door Thomas More is overgeschreven en bewerkt. Er wordt beweerd dat More een tijdgenoot van Richard was en alles uit de eerste hand had. Maar Thomas More was slechts vijf jaar toen Richard de troon overnam.

Zijn eigen regering[bewerken]

Richards volgende stap was de aankondiging, dat hij zelf het koningschap op zich zou nemen. Hij liet het huwelijk van zijn overleden broer ongeldig verklaren op grond van het feit dat deze bigamie zou hebben gepleegd. Hiermee waren de jonge prinsen dus bastaards geworden en als zodanig niet beschikbaar voor opvolging en werd de familie Woodville buitenspel gezet.

Op 6 juli 1483 werd Richard gekroond in Westminster Abbey. De jonge prinsen werden in de Tower vermoord onder onbekende omstandigheden.

De latere koning Hendrik VII

Richard was volgens de verhalen van zijn tegenstanders misvormd en gewetenloos, maar ook intelligent en moedig. Door de manier waarop hij de troon had veroverd, maakte hij zich zeer gehaat na zijn dood. Tijdens zijn leven was hij echter geliefd in grote delen van het land. Zijn bewind werd gekenmerkt door grote wreedheid tegenover de mensen die het gemunt hadden op zijn leven en zijn troon, maar meestal liet hij de doodvonnissen niet daadwerkelijk uitvoeren. Meerdere samenzweerders hebben gratie gekregen. Hij was minder wreed dan zijn opvolgers, die soms maar weinig reden nodig hadden om iemand ter dood te veroordelen (zoals het geval was bij Hendrik VIII en Margaretha Pole, de laatste Plantagenet, nicht van Richard). De regering van Richard werd ook gekenmerkt door moderne opvattingen op het gebied van regering en bestuur. Hij nam beschermende maatregelen ten gunste van de Engelse handel, stelde een estafettepostdienst in tussen Londen en het noorden, begunstigde de boekdrukkunst en de verspreiding van boeken.

Richards troon was voortdurend in gevaar. Hendrik Tudor, de graaf van Richmond, die al eerder geprobeerd had Richard ten val te brengen, landde in 1485 in Zuid-Wales aan het hoofd van een legermacht en verwierf snel aanhang. Richard trok tegen hem ten strijde, wat leidde tot de slag bij Bosworth. Richard sneuvelde tijdens het gevecht. De kroon van Engeland werd onder het struikgewas gevonden, waarna Hendrik Tudor ermee gekroond werd als Hendrik VII. Richard was er bijna in geslaagd Hendrik te bereiken en hem neer te slaan. Maar uiteindelijk werd het verraad van Lord Stanley, de man die een paar jaar daarvoor gratie had gekregen voor zijn complot met Lord Hastings, hem fataal. Op het kwetsbaarste moment viel deze met zijn leger en dat van zijn broer de troepen van de koning in de flanken aan, waarop Richard snel de dood vond. Aangezien zijn zoon kort na hem overleed had hij geen erfgenaam en bleef hij de laatste Engelse koning van het huis Plantagenet.

Na zijn dood[bewerken]

Moderne historici menen dat de geschiedschrijving rond Richard geweld is aangedaan en dat de beeldvorming (o.a. door het stuk van Shakespeare over Richard) eenzijdig en niet geheel juist is. Dit komt vooral omdat zijn opvolger, Hendrik VII een tegenstander van Richard was. Deze bezat nauwelijks rechten op de troon en was in feite alleen koning omdat hij Engeland veroverd had (Right by Conquest). Om zijn troonsbestijging beter te kunnen rechtvaardigen moest de dode koning zo zwart mogelijk worden afgebeeld. Hier hebben een aantal schrijvers zich behoorlijk voor ingezet. Allerlei misdaden, ook die waarbij aantoonbaar bewijs was dat hij er niets mee te maken had, werden Richard in de schoenen geschoven. Hoewel het na het uitsterven van het huis Tudor weer mogelijk was de waarheid te onderzoeken, is Richard nooit meer van verdenking gezuiverd en bleef zijn beeld beschadigd.

Na zijn dood op het slagveld werd hij naakt over een paard heen gegooid en teruggebracht naar Leicester. Daar werd hij tentoongesteld, om te laten zien, dat hij echt dood was. Pas na enkele dagen durfde de abt van het klooster even buiten de stad het lichaam op te eisen om te begraven. Aanvankelijk was het in een anoniem graf, maar na enkele jaren gaf Hendrik Tudor toestemming en geld om een grafmonument te bouwen. Tijdens de gewelddadige opheffing van de kloosters door Hendrik VIII zou het graf zijn opengebroken en zijn resten in de rivier de Soar zijn gegooid.

Op 23 augustus 2012 ontstond er evenwel twijfel over de daadwerkelijke verdwijning van het stoffelijk overschot toen onderzoekers van de Leicester University meldden, dat ze de verdwenen begraafplaats van Richard III hadden ontdekt. Het graf lag onder de parkeerplaats van een sociale dienst in het centrum van Leicester. [1] De aangetroffen persoon was door een slag van een zwaard op het hoofd om het leven gekomen. Aan de hand van DNA-onderzoek van gedeeld mitochondriaal DNA van een bekende verwant werd de identiteit geverifieerd en op 4 februari 2013 werd op een persconferentie bekendgemaakt dat het inderdaad ging om het skelet van de vermoorde koning. Er wordt gewag gemaakt van een van de belangrijkste archeologische ontdekkingen ooit in Groot-Brittannië.[2]

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Richard III van Engeland
Overgrootouders Edmund van Langley (1341-1401)

Isabel van Castilië (1355 - 1392)
Roger Mortimer (1374-1398)
∞ 1387
Eleonora van Kent (-)
? (-)

? (-)
? (-)

? (-)
Grootouders Richard van Conisburgh (1375-1415)
∞ 1406
Anne Mortimer (1390-1411)
Ralph Neville (-)

? (-)
Ouders Richard van York (1411-1460)
∞ 1437
Cecily Neville (1415-1495)
Richard III van Engeland (1452-1485)
Bronnen, noten en/of referenties
Engeland
Angelsaksen: Alfred de Grote · Eduard de Oudere · Athelstan · Edmund I de Geweldige · Edred · Edwy · Edgar de Vreedzame · Eduard de Martelaar · Ethelred · Sven Gaffelbaard · Edmund II Ironside · Knoet de Grote · Harold I Hazenvoet · Hardeknoet · Eduard de Belijder · Harold II Godwinson · Edgar Ætheling
Huis Normandië: Willem I de Veroveraar · Willem II Rufus · Hendrik I Beauclerc · Stefanus · Mathilde
Huis Plantagenet: Hendrik II · Richard I Leeuwenhart · Jan zonder Land · Hendrik III · Eduard I Longshanks · Eduard II · Eduard III · Richard II · Hendrik IV Bolingbroke · Hendrik V · Hendrik VI · Eduard IV · Eduard V · Richard III
Huis Tudor: Hendrik VII · Hendrik VIII · Eduard VI · Jane Grey · Maria I · Elizabeth I
Huis Stuart: Jacobus I · Karel I
Lord Protector: Oliver Cromwell · Richard Cromwell
Huis Stuart: Karel II · Jacobus II · Willem III en Maria II · Anna
Schotland
Huis Alpin: Kenneth I · Donald I · Constantijn I · Aedh · Eochaid · Giric · Donald II · Constantijn II · Malcolm I · Indulf · Dubh · Culen · Kenneth II · Constantijn III · Kenneth III · Malcolm II
Huis Dunkeld: Duncan I
Huis Alpin: Macbeth · Lulach
Huis Dunkeld: Malcolm III · Donald III · Duncan II · Donald III · Edmund · Edgar · Alexander I · David I · Malcolm IV · Willem I · Alexander II · Alexander III · Margaretha · Jan
Huis Bruce: Robert I · David II
Huis Stuart: Robert II · Robert III · Jacobus I · Jacobus II · Jacobus III · Jacobus IV · Jacobus V · Maria I · Jacobus VI · Karel I · Karel II · Jacobus VII · Maria II
Huis Oranje-Nassau: Willem II
Huis Stuart: Anna
Groot-Brittannië
Huis Hannover: George I · George II · George III · George III
Verenigd Koninkrijk
Huis Hannover: George IV · Willem IV · Victoria
Huis Saksen-Coburg en Gotha: Eduard VII · George V
Huis Windsor: George V · Eduard VIII · George VI · Elizabeth II