Karel II van Engeland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Karel II
1630-1685
Karel II
Prins van Wales
Periode 1630-1649
Voorganger Karel I van Engeland
Opvolger Jacobus Frans Eduard Stuart
Koning van Engeland
Periode 1660-1685
Voorganger Richard Cromwell
Voor de Lords Protector: Karel I
Opvolger Jacobus II
Koning van Schotland
Periode 1660-1685
Voorganger Richard Cromwell
Voor de Lords Protector: Karel I
Opvolger Jacobus VII
Vader Karel I van Engeland
Moeder Henriëtta Maria van Frankrijk

Karel II (Engels: Charles) (Londen, 29 mei 1630 – aldaar, 6 februari 1685) was koning van Engeland, Schotland en Ierland van 1660 tot 1685.

Hij was de tweede zoon van koning Karel I en Koningin Henriëtta Maria, een zuster van koning Lodewijk XIII van Frankrijk.

[bewerk] Jeugd

Zijn vader werd onthoofd als gevolg van zijn machtsstrijd met het parlement en zijn streven naar de absolute macht. Karel II was in 1646, tijdens de burgeroorlog, naar Frankrijk gevlucht (hij woonde enige tijd met zijn gezin in Den Haag), maar werd wel officieel in 1649 uitgeroepen tot nieuwe koning van Engeland als Karel II. De macht lag echter bij de Lord Protector Oliver Cromwell en het parlement.

In 1651, viel hij vanuit zijn Franse ballingsoord Engeland binnen, maar Cromwell was te sterk; nadat hij de slag bij Worcester verloren had, vluchtte hij naar Frankrijk terug.

In 1660, dus na de dood van Cromwell, trok de militaire bevelhebber van Schotland, generaal Monck, op naar Londen, waar hij het "rompparlement' bijeenriep. In deze vergadering werd Karel teruggeroepen om de regering over te nemen, waarvoor hij ruime volmachten kreeg. Vanuit de Republiek keerde hij naar Engeland terug. Hem werd - vooral door Amsterdam - een groot geschenk meegegeven, in de hoop op betere verhoudingen, mogelijk zelfs een afschaffing van de Acte van Navigatie.

[bewerk] Koning

Karel trouwde op 21 mei 1662 met Portugese Catharina van Bragança, die hem wel trouw was, maar alleen miskramen had. Karel verwekte echter talloze onwettige kinderen van wie hij er veertien erkende, onder wie James, Hertog van Monmouth. Hij verwierf door zijn levensstijl dan ook de bijnaam "de Vrolijke Koning". Zijn favoriete minnaressen waren Barbara Palmer, de actrice Nell Gwyn en een hofdame van zijn jongste zuster, Louise de Kérouaille.

Met het verdwijnen van vader en zoon Cromwell en de macht van de puriteinen ging er een andere wind waaien in Engeland, die wel wordt aangeduid als the Restoration (restauratie), die niet alleen slaat op het herstel van de monarchie, maar ook op een culturele opleving. De somberheid van de puriteinen maakte plaats voor meer vrolijkheid. De onder Cromwell gesloten theaters werden heropend, waarbij vrouwen zelfs het tot dan toe ongehoorde recht kregen op de planken te staan; satirici en andere scheppende kunstenaars kregen ongekende vrijheid van meningsuiting.

Maar er was een keerzijde. Karels eerste minister Edward Hyde, graaf van Clarendon, oefende een ware terreur uit op oppositieleden. De ontelbare bepalingen van de regering staan bekend als de "Clarendon Code". Karel had de gewoonte ministers tegen elkaar uit te spelen. Tijdens zijn regeringsperiode ontstond het tweepartijen-systeem in Engeland.

Karel gaf ook zeer veel geld uit, waaronder aan twee Engelse oorlogen tegen de Nederlandse Republiek, die niet veel goeds opleverden. Engeland had in zijn tijd met veel tegenslagen te kampen. In 1665 brak de pest uit, die veel slachtoffers eiste en in het jaar daarop werd Londen geteisterd door de Grote Brand. Deze episode (en andere) werden uitgebreid beschreven in het unieke dagboek van Samuel Pepys. In datzelfde jaar werd door de Nederlandse vloot, onder leiding van Michiel de Ruyter en Cornelis de Witt een belangrijk deel van de Britse vloot vernietigd, tijdens de Tocht naar Chatham, die een sinds 1066 ongekende invasie vanaf het continent op Engels grondgebied betekende.

[bewerk] Dood

Kort voor zijn dood ging hij over tot het katholieke geloof. Hij stierf op 6 februari 1685 aan een beroerte en werd begraven in de kapel van Hendrik VII in Westminster Abbey. Hij werd opgevolgd door zijn katholieke broer Jacobus II.

Wikimedia Commons

 
Persoonlijke instellingen