Tocht naar Chatham

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tocht naar Chatham
Onderdeel van de Tweede Engelse Oorlog
Het verbranden van de Engelse vloot voor Chatham - The Dutch burn down the English fleet before Chatham - June 20 1667 (Peter van de Velde).jpg
Het verbranden van de Engelse vloot voor Chatham, door Peter van de Velde.
Datum 19 - 24 juni 1667
Locatie de Theems en de Medway
Resultaat Beslissende Nederlandse overwinning
Strijdende partijen
Flag of England.svg Engeland Prinsenvlag.svg Nederland
Commandanten
English Red Ensign 1620.svg George Monck
English Red Ensign 1620.svg Prins Ruprecht van de Palts
Prinsenvlag.svg Cornelis de Witt
Prinsenvlag.svg Michiel de Ruyter
Prinsenvlag.svg Willem van Ghent
Portaal  Portaalicoon   Marine
Tweede Engelse Oorlog

Lowestoft · Bergen · Vierdaagse Zeeslag · Tweedaagse Zeeslag · Chatham

De Tocht naar Chatham of de Slag bij de Medway (Engels: Raid on the Medway of The Dutch Raid) was een succesvolle Nederlandse aanval op de Engelse schepen en scheepswerven in juni 1667 tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. De Nederlanders, onder het bevel van admiraal Michiel de Ruyter met direct toezicht van een meegereisde Cornelis de Witt, bombardeerden Sheerness, voeren de Theems op tot Gravesend, zeilden hierna de Medway op, tot in Chatham, sinds 1560 de belangrijkste Engelse marinebasis, waar ze vier schepen tot zinken brachten, en de HMS Royal Charles, de trots van de Engelse vloot, enterden en meesleepten naar Nederland.

De vloot van Karel II op zee was door acuut geldgebrek al teruggebracht tot een kleiner aantal schepen en juist de zwaarste (en dus duurste) linieschepen waren opgelegd: de Nederlanders kozen dus het juiste moment. Vredesonderhandelingen waren al gaande, maar die werden door Karel gerekt omdat hij hoopte op Franse steun; Johan de Witt besloot een snel einde te maken aan de oorlog; de Republiek wilde de Engelsen ook straffen voor hun aanval op de Vlie in augustus 1666 (Holmes' Bonfire) waarbij honderdvijftig koopvaarders in brand gestoken waren. De Nederlandse vloot bestond uit ongeveer zestig schepen, en had zo'n duizend soldaten tot zijn beschikking van het net opgerichte Korps Mariniers, het eerste ter wereld dat gespecialiseerd was in amfibische aanvallen. Het toezicht van de Witt was noodzakelijk omdat de Ruyter zelf sterk twijfelde aan de uitvoerbaarheid van de operatie, waarvoor al plannen waren sinds de Vierdaagse Zeeslag, maar die moest worden uitgesteld door de nederlaag in de Tweedaagse Zeeslag. De operationele voorbereiding was door kolonel der mariniers en luitenant-admiraal Willem Joseph van Ghent. De Engelse reactie was bij dit alles hopeloos traag.

Inhoud

[bewerken] Verloop

Een overzichtskaart van het gevechtstoneel

De Ruyter vertrok op 4 juni (juliaanse kalender) met een gunstige oostenwind van de Nederlandse kust, toen het hem duidelijk werd dat de eskaders van Zeeland en Friesland door moeizame bemanning van de schepen te laat zouden komen. Op 6 juni bereikte men de monding van de Theems. Cornelis de Witt opende op 7 juni de geheime instructies. Er was veel protest: hij noteerde dat de meeste officieren wel hun best deden bezwaren te ontdekken maar niet om er oplossingen voor te verzinnen. Op 8 juni probeerde men een handelsvloot van een twintigtal schepen die hoger op de Theems voor anker lag, te nemen maar dat mislukte. Bekende Nederlandse kapiteins die daadwerkelijk de Theems opvoeren, waren Pieter Corneliszoon de Sitter op de Huis te Jaarsveld in het eskader van luitenant-admiraal Aert Jansse van Nes, Jacob Binckes, Eland du Bois, Thomas Tobiaszoon op de Beschermer van 50 stukken, Jan Pauluszoon van Gelder de stiefzoon van opperbevelhebber De Ruyter en Cornelis Joosten Smient op de Star met 32 stukken in het eskader van luitenant-admiraal Van Ghent. Op 9 juni ging het eskader van Van Ghent, met viceadmiraal Johan de Liefde in onderbevel, linksaf naar de Medway. Schout-bij-nacht David Vlugh had het bevel over de zwaardere schepen; Van Ghent zelf ging van de Dolphijn over op het fregat Agatha. Nu pas durfden de Engelsen de mogelijkheid onder ogen te zien dat het doel Chatham was. Viceadmiraal Edward Spragge en generaal-ter-zee George Monck kregen opdracht snel de verdediging op orde te brengen, maar daar was eigenlijk geen tijd meer voor. Bij het navigeren maakten de Nederlanders gebruik van twee overgelopen Engelse loodsen: één ervan was een calvinistische tegenstander van Karel, de tweede een gevluchte smokkelaar.

De Nederlandse vloot bombardeerde het onvoltooide Sheerness Fort op 10 juni. Het fort werd alleen ondersteund door het fregat HMS Unity met 44 kanons en een aantal branders. Het fort bracht eerst vuur uit op de vloot maar toen zo'n 800 Nederlandse troepen een mijl verderop afgezet werden, sloeg de bezetting op de vlucht, waarop de Nederlanders zonder tegenstand te ondervinden het fort innamen en het vervolgens verwoestten. De Engelse schepen voeren verder terug de Medway op. Hierop bezetten Nederlandse troepen het stadje Sheerness waarvan het garnizoen de benen genomen had en verbaasden de inwoners door hun beschaafde gedrag: ze betaalden voor hun maaltijd. Overigens stonden de soldaten onder streng bevel zich zo fatsoenlijk mogelijk te gedragen. Men wilde het onderscheid laten zien tot de Engelsen die Terschelling geplunderd hadden. Toen de Nederlanders zich teruggetrokken hadden, werden verschillende stadjes alsnog geplunderd: door de eigen troepen.

[bewerken] De Ketting

"Tocht naar Chatham" (Pieter Cornelisz van Soest)

De rivier was verderop bij Gillingham door de Engelsen afgesloten met een ketting op negen voet onder de waterlijn. De mogelijkheid hiertoe bestond al vanaf 1585. De enorme Golden Phoenix (het voormalige VOC-schip Gulden Phenix) en House of Sweeden (de voormalige Oost-Indiëvaarder Huis van Swieten), de Vanguard van 60 kanons en de Welcome en Leicester werden met opzet in hoofd- en nevengeulen voor de ketting tot zinken gebracht om de hele rivier onbevaarbaar te maken, en enkele batterijen werden langs de rivier opgesteld. De HMS Charles V en HMS Matthias (de buitgemaakte Nederlandse koopvaarders Carolus Quintus en Geldersche Ruyter) verdedigden de rivier verderop achter de ketting, samen met de HMS Monmouth. Op 11 juni werden nog meer schepen afgezonken, maar al in de avond van die dag hadden de eerste Nederlandse fregatten een vaargeul vrijgemaakt.

De Nederlanders naderden de blokkade op 12 juni, en vielen elk vijandig schip dat binnen bereik kwam aan: de Charles V en de Mathias werden vernietigd, de Unity buitgemaakt; de wat verder liggende HMS Royal Charles werd zonder gevecht buitgemaakt en meegesleept. De ketting bleek geen moeilijke hindernis: kapitein Jan van Brakel voer er met zijn bijzonder licht gebouwde schip de Vreede overheen, voorafgegaan door de branders Susanna en Pro Patria. Hij had zich als vrijwilliger gemeld om de straf af te wenden voor het feit dat zijn bemanning al op 9 juni als enige wel aan het plunderen was geslagen. Hoewel de Nederlanders wat lichte verliezen leden bij het doorbreken van de blokkade kon hun opmars niet gestopt worden. Traditioneel wordt het zo beschreven dat één van de Nederlandse schepen de ketting stuk voer — Jan van Brakel is de typische held in dit verband — maar dat is verre van zeker.

Volgens het verslag van Otto de Vooght, die bij de Tocht aanwezig was, werd de ketting niet stukgevaren, maar losgemaakt. "Aldaar hadden de Engelsen een klein batterijtje gemaakt, waarvandaan zij met zes à zeven stukken op ons flankeerden, doch wij daarvan meester geworden zijnde, maakten de kettingen los en schoten dezelve aan stukken." Otto de Vooght was als toezichthoudend ambtenaar meegegaan op de tocht en hield er een dagboek over bij. Pas later, waarschijnlijk vooral door twee lofzangen van Vondel -- "de keten breekt en barst" en "de Batavier rukt staal, als rag, aan flarden" -- werd het nog mooier gemaakt. Michiel de Ruyter was er zelf niet bij toen de ketting werd losgemaakt: hij was ziek en voegde zich pas een dag later bij het konvooi. Ook Engelse bronnen hebben het over het breken van de ketting met een hamer, niet door hem door te varen. Gerard Brandt vermeldt "dat de ketting door ordre en begeleidt van den Schoutbynacht Vlug werd losgemaakt, brengende of zendende eenige matrozen aan landt, die een der ijzere bouten, daar ze aan vast was, braaken: en dat die bout noch heeden ten dage t' Enkhuizen, ter nagedachtenis van dat stout bestaan, werd bewaart"

Toen Monck zag wat er gebeurde beval hij alle zestien oorlogsschepen in de dokken af te zinken om te voorkomen dat ze in handen van de Nederlanders zouden vallen.

[bewerken] Vervolg

De Nederlanders verbranden de Engelse schepen (Jan van Leyden)

De volgende dag waren de gebieden stroomopwaarts langs de Theems tot en met Londen in paniek omdat men een volledige Nederlands-Franse invasie vreesde. Het gerucht ging dat de Nederlanders op het punt stonden het leger van Lodewijk XIV, dat zich in Duinkerke bevond, naar Engeland over te zetten. De elite ontvluchtte de hoofdstad. Toen de Ruyter die dag, langs het weinig uitwerking hebbende vuur van Upnor Castle, in Chatham aankwam, werden enkele van de beste schepen van de vloot, inclusief de HMS Royal James (82 kanons), de nieuwe HMS Royal London (92 kanons), en de HMS Royal Oak (76 kanons) door branders aangevallen en in brand gestoken (ze waren al door de Engelsen zelf afgezonken tot boven het laagste kanondek). Op de veertiende voer één enkele Nederlandse roeiboot onder Engels vuur opnieuw de dokken in en brandde de drie linieschepen tot de waterlijn neer. Van de acht nog overblijvende Engelse linieschepen met meer dan 75 kanons gingen er zo vier verloren. Verder doorvaren om ook de rest van de Engelse vloot, waaronder de Royal Katherine, te vernietigen, werd door Cornelis de Witt onverantwoord geacht vanwege de nauwte van de vaarweg en de toenemende kans op effectieve Britse tegenmaatregelen. De Nederlandse vloot trok zich vervolgens terug zonder de dokwerken en scheepswerven te verwoesten, dankte gezamenlijk God voor de overwinning in een "rechtvaardige oorlog ter zelfverdediging" en voer de volle zee op. Cornelis de Witt schatte in een brief aan de Staten-Generaal de totale verliezen op vijftig man en enkele branders. Tot het eind van de oorlog op 21 juli (31 juli New Style) werden er aanvallen uitgevoerd tegen de Engelse oost- en zuidkust. Het Engelse moreel, toch al laag door de pest, het afbranden van Londen en het dreigend bankroet van de staat, zonk tot een dieptepunt. Zo omschreef Samuel Pepys het in zijn befaamde dagboek op 29 juli 1667: Thus in all things, in wisdom, courage, force, knowledge of our own streams, and succes, the Dutch have the best of us, and do end the war with victory on their side (vertaling: "Dus op alle punten -- wijsheid, moed, macht, kennis van onze eigen wateren, en succes -- zijn de Nederlanders ons de meerdere, en sluiten zij de oorlog af als overwinnaars").

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen