Brander (schip)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorbeeld van branders zoals zij gebruikt werden op een schipbrug in de Schelde op te blazen.
Ondergang van de Spaanse Armada, door Philippe-Jacques de Loutherbourg, geschilderd in 1796, beeldt Drakes aanval met branders op de Armada af.

Een brander is een schip dat gevuld wordt met teer en explosieven, dan met opzet aangestoken wordt, en dan in de richting van een vijandige vloot gestuurd wordt om vijandelijke schepen te vernietigen, of om de vijand paniek aan te jagen waardoor ze hun formatie opgeven. Branders waren meestal oude of goedkope schepen.

Zeilschepen waren erg kwetsbaar voor vuur. Balken werden bijeengehouden met teer, touwen waren ingesmeerd met vet, en de ruimen lagen vol buskruit. Er was dus weinig aan boord dat niet zou branden, waardoor branders een enorme bedreiging waren voor zeilschepen.

Wanneer de wind in de juiste richting zat kon een brander losgelaten worden zodat het in de richting van zijn doel zou drijven. Tijdens de meeste gevechten moest echter een brander bestuurd worden door enkele achtergebleven bemanningsleden. De bemanning moest op het laatste moment het schip verlaten na de lonten van de kruitvaten te hebben aangestoken. Branders waren het gevaarlijkst voor schepen die vastlagen. In open zee kon een goed uitgerust schip de brander ontwijken en uitschakelen met de kanonnen. Ook werden vaak sloepen gebruikt om branders weer weg te slepen.

Noemenswaardige aanvallen met branders zijn:

Het gebruik van branders stopte toen houten oorlogsschepen vervangen werden door metalen. Het concept werd tijdens de Tweede Wereldoorlog wel nog eens gebruikt toen de oude torpedobootjager Campbeltown volgestopt werd met explosieven en in een droogdok bij Saint-Nazaire in Frankrijk geramd werd.